Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Wij wijzen u graag op het volgende
Door drukte zijn de levertijden van PostNL aangepast en kan uw pakket vertraging oplopen. Door de Brexit kan de levering van Engelse boeken vertraging oplopen.
Redactioneel - Tijdgeest column
28 november 2017 | Pierre Pieterse

‘Managementboeken geven heel goed een tijdsbeeld weer. Zo moet je ze eigenlijk ook lezen. Als je een lijst van alle nieuwe managementboeken scant, zie je heel goed een ontwikkeling.

Over honderd jaar zullen historici aan managementboeken kunnen zien wat er leefde in onze maatschappij,’ zegt Gyuri Vergouw elders in dit nummer naar aanleiding van zijn nieuwe boek De managementmonologen. Net zoals de tijdgeest muziek laat rocken, zo laat de managementliteratuur de organisatiemores en zelfs de stand van de maatschappij klinken. Van blues naar rock naar de opstandige sixties, flower power culminerend in elektronische rock, bruusk opzij gezet door rauwe punk gevolgd door new wave, uitmondend in ‘whatever’. En van saaie boekhoudkunde en elementaire economie naar semi-academisch management, van strategie naar executie, van leiderschap naar coaching, van Rijnlands/Angelsaksisch naar VUCA, van broedplaats naar startup, van hiërarchie naar zelfsturing.

Het klinkt verleidelijk logisch, maar is het daarom ook zo? Wat zeker klopt, is dat organisaties de laatste tijd van de ene hype naar de andere nieuwigheid hobbelen. Maar het is maar de vraag of organisaties al veranderend de tijdgeest weergeven of dat organisaties gewoon bedachte constructies laten doorklinken. Want het is een publiek geheim, nou ja, alleen bekend bij insiders, dat het in de VS de ‘editors’ zijn die bepalen welke thema’s helemaal ‘hot’ zijn of gaan worden. En aangezien de VS toch wel de ultieme broedplaats is voor de mondiale management thematiek, wordt daar ook voor Europa en Nederland bepaald wat er maatschappelijk en organisatorisch leeft.

Bij ‘editors’ moet je trouwens niet denken aan de Hollandse redacteur, in vergelijk met zijn Amerikaanse tegenhanger is dat slechts een krullenraper. De Amerikaanse redacteur management is een heuse top dog die op ‘executive’ niveau werkt bij toonaangevende en toonzettende vakbladen en uitgeverijen. Mensen die aan tafel schuiven bij CEO’s en topconsultants.

En nu heb ik me laten vertellen dat die editors hun oor nogal eens te luisteren willen leggen bij advieskantoren, om de meest nijpende problemen te vernemen. En natuurlijk de oplossingen die vervolgens worden gepubliceerd. Een klassieke win/win-situatie. Maar of daarmee de tijdgeest wordt weergegeven, is maar even de vraag. Want laten we wel wezen, zo veel is er nou echt niet veranderd de laatste decennia. Wat toen hyperturbulentie heette, staat nu te boek als VUCA, de lerende organisatie werd ‘education permanente’ en dat kennen we nu weer als de lerende organisatie. En Vergouw weet dat natuurlijk ook: ‘Agile is op zich niks nieuws. Alexander de Grote en Napoleon waren eveneens agile. Hun wendbaarheid leverde militaire zeges op.’ Waarmee hij impliciet zijn eigen stelligheid wat afzwakt. Dat is overigens geen reden om deze titel terzijde te leggen. Allerminst eigenlijk. En niet omdat het een accurate stand van toen geeft, maar omdat deze reis door jaren aan management een constante Aha-Erlebnis is, en daarmee zo heerlijk de ‘hyperigheid’ relativeert. Iets dat de huidige tijdgeest zo enorm ontbeert.

En oplossingen voor wat er echt toe gaat doen, de toekomst dus, heeft eigenlijk niemand. Andrew McAfee, coauteur van het belangrijke Het tweede Machinetijdperk en het recente Machine, Platform, Crowd, beschrijft die tijdgeest als volgt: ‘Ik zou zeggen: bereid je voor op een science fiction-economie. Ik zie elke dag voorbeelden van de meest onwaarschijnlijke ontwikkelingen die werkelijkheid worden.’

Gyuri Vergouw: ‘Managementboeken zijn vooral een tijdsbeeld’ interview
28 november 2017 | Ronald Buitenhuis

Wantrouw managementboeken met modellen die enorme veranderingen, revoluties en paradigmashifts in een organisatie voorspellen. ‘Het is wishful thinking’, zegt adviseur Gyuri Vergouw, auteur van het boek De Managementmonologen. ‘Een manager in de VS kan elke dag kiezen uit zeven nieuwe managementmodellen, neergelegd in managementboeken.’

Uw boek lezend kan er maar één conclusie zijn: u heeft een haat/liefdeverhouding met management, managers en managementliteratuur.

Correct. Eerst de liefde…. Er wordt vandaag de dag heel negatief gedaan over management, managers en managementliteratuur. Managers zijn vandaag de dag vooral kop van Jut. Ik dacht: het kan toch niet zo zijn dat in zo’n stroom van boeken geen zinnige dingen staan. In elk boek staan altijd minstens één of twee inzichten die je als manager verder kunnen helpen. We zijn schatplichtig aan de reuzen als Peters & Waterman, Collins en Porter om op hun gedachtegoed verder te gaan. In die zin is het dus liefde voor management. Tegelijkertijd zie ik ook dat heel veel managers blind achter de nieuwste managementmodellen aanlopen. In de verwachting dat invoering ervan een enorme verandering oplevert. Dat is zelden zo. Verandering gaat vaak met kleine stapjes. Zeker gedragsverandering. Daarvoor gebruiken we tegenwoordig ‘nudges’. Voorbeeld. Het vliegje in het urinoir op Schiphol verminderde het naast de pot plassen met tachtig procent. Dat had je met een balanced scorecard of een 7S-model nooit gerealiseerd. Modellen die revoluties voorspellen zijn wishful thinking. Het 7S-model was maar een paar pagina’s in een boek waar verder veel zinnige dingen in staan. Maar het model is een compleet eigen leven gaan leiden. In De Managementmonologen maak ik onderscheid tussen monkey business en serious business. Monkey business gaat over het blind volgen van modellen. Nogal wat managers lijden aan recency bias: de neiging om steeds achter het allernieuwste inzicht aan te hollen. Serious business gaat over klanten en medewerkers. In het managementboekenoerwoud moet je vooral de boeken wegkappen met modellen met vier bolletjes, vijf hoeken of vier kwadranten.

Welke disclaimer zou er wat u betreft in elk managementboek moeten staan?

Blijf zelf nadenken. Neem geen modellen klakkeloos over, dan wordt het een drama.

U schrijft dat management nooit een absolute wetenschap zal worden zoals natuurkunde of wiskunde. Dat maakt het tot een  diffuus vak zonder wetmatigheden. Veel beschreven modellen kloppen ook helemaal niet. Zelfs de visie van de populaire Simon Sinek is op drijfzand gebaseerd. Wat moeten we eigenlijk nog met managementboeken- en modellen?

Managementboeken geven heel goed een tijdsbeeld weer. Zo moet je ze eigenlijk ook lezen. Als je een lijst van alle nieuwe managementboeken scant, zie je heel goed een ontwikkeling. Over honderd jaar zullen historici aan managementboeken kunnen zien wat er leefde in onze maatschappij. Agile is op zich niks nieuws. Alexander de Grote en Napoleon waren eveneens agile. Hun wendbaarheid leverde militaire zeges op. De huidige hype van agile zegt veel meer over ons tijdsbeeld dan dat het iets revolutionairs is. We moeten bewegen om te overleven. Mijn boek De Managementmonologen gaat voor een deel over de historie. Je moet het lezen als een reflectie op het vakgebied management. Waar komen we vandaan en waar staan we nu? Het biedt zicht op de veranderende rol van managers en management. Voor de oorlog was een studie economie vooral boekhouden. Nu heeft het Klokhuis een uitzending over kinderen en ondernemerschap en wordt boekhouden als bekend verondersteld. Het vak evolueert. Ik ben positief over management. Zonder managers wordt het een chaos. Management is een noodzakelijk iets en geen noodzakelijk kwaad. Maar er is geen formule voor succes zoals zoveel boeken pretenderen. No way dat een vijfstappenmodel opeens vijftig procent meer omzet oplevert. Lees managementboeken vooral ook als inspiratiebron. Het is onterecht dat er tegenwoordig zo denigrerend over management en managementboeken wordt gesproken. Die auteurs zijn echt niet gek. In Search of Excellence van Peters en Waterman was het eerste boek dat management dichtbij mensen bracht. Daarvoor waren managementboeken universitaire bijbels. Dus heeft dat boek in zijn tijd nut gehad. Maar ik zie echt wel dat lang niet alle bedrijven in dat boek uiteindelijk excellent waren. Maar het inspireerde wel. We bouwen nu voort op nuttige inzichten uit het verleden. Mede dankzij managementgoeroes kijken we nu echt anders aan tegen leiderschap en hoe we met elkaar omgaan in een organisatie. Ik noem dat de memetische evolutie. Ook management heeft iets Darwinistisch in zich. Het fundamentele probleem van management is echter ‒ anders dan in de pure wetenschap ‒ dat het over mensen gaat. En die zijn grillig, veranderlijk en complex. Managementboeken en managementdenkers helpen ons om een tijdsbeeld vast te pakken zodat we daar zelf oplossingen voor kunnen gaan bedenken. Er is geen formule.

Management maakt onderdeel uit van wat u de gouden driehoek noemt: ondernemerschap, leiderschap en management. Management is er vooral voor de kleine stapjes. Beloofde paradigmashifts zijn illusies.

KLM vervoerde in het eerste jaar 345 passagiers, die zitten er nu in één Boeing. Zo’n ontwikkeling gaat geleidelijk. De manager moet vooral zijn mensen faciliteren. Dat is zijn of haar rol. Tegelijkertijd heb je ondernemers en leiders nodig. Mensen voor wie ‘kan niet’ niet bestaat. Volgens de wetten van de aerodynamica kan een hommel helemaal niet vliegen. Te dik lijf, te kleine vleugels. Toch vliegt een hommel. En elektriciteit is niet uitgevonden door mensen die bezig waren met het stap voor stap verbeteren van kaarsen. ASML hoort wat status betreft eigenlijk in Silicon Valley thuis, maar staat in Veldhoven. Boodschap: kom je uit je comfortzone, dan kan er veel. Het is aan managers om die mogelijkheden te faciliteren, aan ondernemers om ze te initiëren en aan leiders om veranderingen door te voeren. Daarbij geloof ik in eenvoud van management. Iets als verandermanagement is zo breed, dat er nooit een model is dat zo geniaal is dat het altijd werkt. Houd het simpel.

Waarom heeft u gekozen voor de vorm van monologen?

 

Dat komt voor een groot deel voort uit het feit dat ik veelvuldig optreed als public speaker; een vorm van een monoloog. Ik wilde niet dat dit boek een droge opsomming zou worden. Ik zit dertig jaar in het vak en wil verhalen vertellen over mijn praktijkervaringen met management. Storytelling van hoe ik zelf naar al die boeken en al die modellen heb gekeken in mijn carrière.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden