Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Intuïtie maakt meer kapot dan je lief is nieuws
9 oktober 2017 | Ger Post

Intuïtie is misschien wel onze beste raadgever, zo stellen auteurs van nationale en internationale bestsellers als Het slimme onbewuste (Ap Dijksterhuis) en Intuïtie (Malcolm Gladwell). Wanneer er op de onderbuik wordt gekoerst, levert dat vaker goede beslissingen op en zelfs een betere wereld, zo is hun gedachte.

Alleen is dat lang niet zo, betoogt rechtspsycholoog Harald Merckelbach in een artikel in Psychologie Magazine. Met het artikel neemt hij een voorschot op het boek dat zojuist is verschenen. Dat boek heeft de alleszeggende titel Intuïtie maakt meer kapot dan je lief is, want volgens de hoogleraar psychologie zit er een schaduwkant aan intuïtie. Hij beschrijft vijf onbewuste factoren die morele oordelen kunnen vertroebelen.

1. We kijken niet verder dan onze neus lang is. ‘Er gebeurt dus iets vervelends en als we willen weten wie dat op zijn kerfstok heeft, voeren we een mentale simulatie uit. We draaien in ons hoofd de film van achter naar voor terug en de eerste die we tegenkomen, dát is de schuldige: we kijken dus niet verder dan onze neus lang is.’

2. We geloven in een rechtvaardige wereld. ‘Het geloof in een rechtvaardige wereld verklaart bijvoorbeeld waarom slachtoffers nogal eens denken dat ze de tegenslagen in hun leven aan zichzelf te wijten hebben.’

3. We gaan af op hoe sympathiek we iemand vinden. ‘Onze morele intuïtie is nogal eens vooringenomen, omdat ze enkel afgaat op het subjectieve oordeel over hoe sympathiek of onsympathiek we iemand vinden.’

4. We praten ons morele oordeel achteraf goed.

5. We worden misleid door onze emoties. ‘Omdat onze emoties zo dwingend kunnen zijn, kunnen ze ons ook behoorlijk misleiden in ons oordeel over anderen.’

Waarvan acte.

De replicatiecrisis in de psychologie nieuws
18 oktober 2016 | Ger Post

Het vakgebied psychologie zit in een replicatiecrisis. Een wijdverbreid onbegrip van het gebruik van statistische methodes zou hieraan ten grondslag liggen.

‘Geloof niet alles wat je leest in de psychologie literatuur. Twee derde ervan zou je zelfs niet moeten vertrouwen,’ schreef Nature een jaar geleden. Deze harde woorden tekenden de replicatiecrisis: de resultaten uit een groot deel van de experimenten werden niet gerepliceerd in grote, nauwkeurig opgezette vervolgexperimenten.

Onder andere een aantal opmerkelijke resultaten (die vaak leiden tot markante psychologische theorieën) zijn aan het wankelen gebracht. Dat mensen betere beslissingen nemen nadat ze zijn afgeleid (het slimme onbewuste) werd begin vorig jaar niet gevonden in een grote studie. En mensen die werden blootgesteld aan ‘gepensioneerd’ en ‘gerimpeld’ gingen niet langzamer lopen, zoals in de klassieke studie naar dit social priming effect. Andere psychologische fenomenen waarover vragen zijn gerezen na replicatiestudies zijn ‘ego depletie’ en het idee dat ‘brain games’ iemand slimmer maken.

Een goed artikel dat de replicatie crisis van binnenuit beschrijft en uitlegt, verscheen onlangs. Het beschrijft de ongemakkelijke praktijk van psychologen die soms geen idee hebben waarom ze een bepaalde statistische methode moeten gebruiken en die zich volledig blind staren op het halen van een bepaalde waarde die een publicatie oplevert.

Overigens is dat niet uniek voor psychologie, zo suggereert een citaat van statisticus T.D. Sterling. ‘Het zou oneerlijk zijn om af te sluiten met de impressie dat de malversaties die ik heb besproken alleen in de psychologie voorkomen. Een paar minuten grasduinen door de experimentele wetenschappelijke tijdschriften in biologie, chemie, geneeskunde, fysiologie of sociologie leert dat dezelfde praktijken wijdverspreid zijn over andere wetenschappen.’

Het slimme onbewuste bewust onderuit gehaald nieuws
16 februari 2015 | Ger Post

Volgens de auteurs van een aantal bestsellers kunnen we een moeilijke keuze beter op gevoel maken – en in ieder geval niet te veel nadenken over de keuze. Maar ‘Het slimme onbewuste’ kreeg in een recente meta-analyse flink wat klappen te verduren.

Sta je vlak voor de aanschaf van een nieuw huis? Twijfel je over de aanschaf van een nieuwe auto? Stop dan met nadenken. Ga wat anders doen; doe een spelletje, slaap er een nachtje over. Het slimme onbewuste neemt de opgave over en uiteindelijk zal je gevoel je vertellen wat je moet doen.

Het idee dat het onbewuste soms een veel betere manier is om tot een beslissing te komen werd voor het eerst beschreven door de Nederlandse psycholoog Ap Dijksterhuis. Zijn theorie sloeg aan, zo beleeft zijn boek ‘Het Slimme Onbewuste’ inmiddels al de 32e druk, nadat het bijna drie jaar in de top 100 van bestverkochte boeken stond. Malcolm Gladwell verkocht wereldwijd zelfs 2,5 miljoen exemplaren van zijn boek ‘Intuïtie’ waarin hij ‘de kracht van denken zonder erbij na te denken’ op een aanstekelijke manier uit de doeken doet.

De theorie van het slimme onbewuste is onlangs aan het wankelen gebracht door een rigoureuze studie, uitgevoerd door een team van Nederlandse onderzoekers. Ze vroegen 399 proefpersonen – tien keer meer dan een typische studie naar het slimme onbewuste – om tussen ofwel vier auto’s of vier appartementen te kiezen aan de hand van twaalf gewenste of ongewenste kenmerken. De condities voor het experiment waren zo gunstig mogelijk gemaakt voor het slimme onbewuste; zo werden dezelfde afleidende puzzels gebruikt waarbij het slimme onbewuste in vorige experimenten optimaal gedijde.

Alle moeite bleek vergeefs, want de onderzoekers vonden dat de groep die afgeleid werd niet vaker het meest gewenste item uitkoos ten opzichte van een groep die bewust over de opgave nadacht. Het slimme onbewuste liet zich niet zien, een pijnlijke tegenslag voor de aanhangers van deze theorie.

Maar dit was pas het begin. De onderzoekers heranalyseerden namelijk zestig van de 81 experimenten uit de onderzoeken waarin het effect van het slimme onbewuste was gevonden. Experimenten met te weinig data voor analyse werden buiten de zogenaamde meta-analyse gehouden. De analyse van deze resultaten leerde dat er – opnieuw – geen aanwijzingen waren dat het onbewuste slimmere beslissingen nam; of iemand nu afgeleid was of hard nadacht over de opties, het maakte voor de kwaliteit van de keuze weinig uit.

Dit werpt een nieuwe vraag op: hoe kan het dat hard nadenken over een keuze geen enkel voordeel heeft ten opzichte van afleiding? Volgens de onderzoekers biedt de literatuur over hoe mensen beslissingen nemen een ontnuchterend antwoord. Uit vele bevindingen blijkt dat mensen snel een mening vormen als ze gevraagd wordt een beoordeling te maken. En een overvloed aan data laat zien dat ‘wanneer mensen eenmaal een mening hebben gevormd, het onwaarschijnlijk is dat ze die mening veranderen, omdat ze vooral bezig zijn met het zoeken van bewijs om die mening te onderbouwen.’

Hoewel het onderzoek van de Nederlanders lof oogstte voor de rigoureuze en nauwkeurige methodes, was in ieder geval een persoon minder overtuigd. Dijksterhuis gaf op Nature.com toe dat de data-analyse methodes in de psychologie ‘flink verbeterd zijn in de laatste jaren’ en er in het verleden ‘suboptimale analyses zijn toegepast’. Maar hij accepteert de bevindingen van de meta-analyse niet, omdat het volgens hem andere conclusies had opgeleverd als de onderzoekers alle experimenten naar het slimme onbewuste hadden toegevoegd. Volgens Dijksterhuis neemt het bewijs voor het slimme onbewuste juist ‘snel toe’ en wordt het inmiddels wijdverbreid aangenomen.

Wat ben ik toch dom column
18 september 2008 | Michel Hoetmer

Oeps. Dat was even schrikken! Ik dacht altijd van mezelf dat ik een weldenkend mens was. U kent ze wel, van die typetjes die heel bewust bezig zijn met hun werk. Dat beeld ligt aan gruzelementen na het lezen van het boek Het slimme onbewuste van Ap Dijksterhuis.

Mijn bewuste hersencapaciteit blijkt niet eens te kunnen wedijveren met een aftandse computer uit het begin van de jaren negentig. In zijn boek legt Dijksterhuis een testje voor aan zijn lezers.

Kijk één voor één gedurende maximaal tien seconden naar de volgende reeksen met getallen. Wend dan uw blik af en reproduceer de getallenreeks. Bent u er klaar voor?

15674

2845479

8245298623

Bent u zoals ik? Dan hebt u een vliegende start gemaakt met de eerste reeks. Zonder enige moeite lepelt u de getalletjes op in de juiste volgorde. De tweede reeks lukte mij ook nog. Maar bij de derde reeks ging het (bij mij althans) hopeloos mis.

De bekende psycholoog George Miller heeft onderzoek gedaan naar de opnamecapaciteit van ons bewustzijn. Daaruit blijkt dat mensen slechts minieme brokjes informatie kunnen vasthouden. Hij noemt dit het getal 7 plus of min 2. De gemiddelde volwassene (kennelijk ben ik dus heel erg gemiddeld) kan slechts zeven stukjes informatie vasthouden.

Zelf was ik me hiervan al een beetje bewust. De schok zit hem er in dat het allemaal nog veel erger is dan ik al dacht. Maar dat had ik ook kunnen weten. Tijdens mijn trainingen onderneem ik verwoede pogingen de deelnemers de basisprincipes bij te brengen van het koude acquisitiegesprek via de telefoon. Ik wijs ze regelmatig op het feit dat ze rekening moeten houden met de automatische (lees: onbewuste) reacties van de mensen die ze aan de telefoon krijgen.

Kern van de zaak is dat wanneer je mensen al meteen aan het begin van een gesprek een aanbod doet, ze daar vrijwel allemaal afwijzend op reageren. U kent het wel, ze schepen de verkoper af met dooddoeners zoals:

"Wij zijn al voorzien!"
"Ik ben niet geïnteresseerd!"
"Wij hebben al een vaste leverancier"
"Ik ben tevreden met (mijn huidige leverancier)!"
"Daarvoor heb ik nu geen tijd!"

Die laatste is natuurlijk heel erg grappig wanneer u bedenkt dat veel verkopers direct na het voorstellen keurig netjes vragen of de andere daarvoor eventjes tijd heeft.

Deze bezwaren, zeg maar reflexbezwaren, vormen de overgrote bulk van de tegenwerpingen die de verkoper over zich uitgestort krijgt. Dat heb ik vele malen gecontroleerd. Voordat wij goed en wel met de training beginnen, vraag ik altijd eventjes aan de deelnemers of ze de meest voorkomende bezwaren willen noteren. Vrijwel zonder uitzondering komen wij telkens weer op hetzelfde rijtje uit.

Daarna begint de uitleg. Dat gaat ongeveer als volgt: "Tja… als je een aanbod doet aan iemand die op dat moment niet bewust zoekt naar een bepaald product of dienst, dan liggen bovengenoemde reacties voor de hand. Het zijn reflexen." Iedereen knikt braaf. Dat hebben ze helemaal begrepen. Vervolgens moet ik tijdens de rollenspelen nog vele malen uitleggen dat ze alweer bezig zijn met veel te voorbarige aanbiedingen.

Maar ja… het onbewuste neemt het heft weer in handen, het duiveltje in ons... Ons onbewuste is veel sterker dan ons bewuste. Gelukkig is er nog hoop. Want ons onbewuste blijkt veel slimmer te zijn dan wij vaak denken. Om te ontrafelen hoe dat zit, raad ik u aan het boek zelf eventjes door te nemen.

Hogere besliskunde nieuws
27 augustus 2008 | Pierre de Winter

Volgens een Australische onderzoeker is de grote aandacht van de laatste jaren voor besluitvorming op basis van intuÑ—tie en het onderbewuste potentieel gevaarlijk. Wat vindt 'onderbewuste-propageerder' Ap Dijksterhuis daarvan?.

Eerst (in 2005) was er Blink, het boek waarin New Yorker-auteur Malcolm Gladwell de wereld vertelde dat beslissingen genomen op basis van intuÑ—tie, in een seconde of twee (op basis van de eerste indruk dus), belangrijker, krachtiger maar vaak ook gewoonweg beter zijn dan beslissingen die genomen zijn op basis van weloverwogen denkwerk.

Toen (in 2006) kwam een groep Nederlandse onderzoekers onder leiding van de Nijmeegse sociaal psycholoog Ap Dijksterhuis met een artikel (‘Sleep on it’) in het tijdschrift ‘Science’ waarin ze beweerden dat niet zozeer het intuÑ—tieve eerste oordeel maar de werking van het onderbewuste van cruciaal belang is bij het nemen van complexe, belangrijke beslissingen. ‘Sta je op het punt een huis te kopen, of een auto, slaap er dan nog een nachtje over, of ga even iets volledig anders doen. Dan doet het onderbewustzijn de rest.’

En nu is er dan een nieuwe studie, in Australië uitgevoerd onder leiding van psycholoog Ben Newell en gepubliceerd in ‘The Quarterly Journal of Experimental Psychology’. In dit onderzoek werd aan proefpersonen gevraagd bij zaken als het kopen van een auto of het huren van een appartement eerst hun preferenties (veiligheid, prijs, kleur etcetera) te wegen. Daarna moesten ze keuzes maken: eerst intuÑ—tief (zo snel mogelijk), daarna na een ingelaste periode om na te denken en vervolgens na een ingelaste periode waarin ze van het keuzedilemma werden afgeleid. De gemaakte keuzes bleken – los van de manier van ‘denken’ (intuÑ—tie, onderbewust of nadenken) die werd toegepast – vooral in lijn met de eerder aangegeven preferenties. En over de hele linie pakten volgens Newell de keuzes op basis van het verstand iets beter uit. Reden voor de Australiër om in een interview te melden dat alle media-aandacht voor de kracht van intuÑ—tie en het onderbewuste een vertrouwen in die twee is gaan oproepen dat 'op z’n best misleidend is, maar op z’n slechtst gevaarlijk'.

Wat vindt Ap Dijksterhuis daarvan? "Ik vind die uitspraak enigszins overdreven. En het ligt allemaal wat gecompliceerder dan hij ermee suggereert. Ik ben het bijvoorbeeld niet eens met Malcolm Gladwell, terwijl Newell ons samen op een hoop gooit. Ten tweede is er voor het omgekeerde beeld – namelijk dat bewust nadenken zo goed is – eigenlijk maar heel weinig bewijs. Dat zie je zelfs in Newell’s eigen onderzoek. Ik weet niet waar hij vandaan haalt dat de ‘verstandskeuzen’ beter uitpakten. Ik heb het zojuist nog even doorgenomen en in geen van de vier de onderzoeken die hij heeft gedaan, wordt geconcludeerd dat bewuste denkers het beter doen dan onbewuste denkers. Hij heeft ons van repliek willen dienen, maar dat is dus niet gelukt. Overigens verwacht ik binnenkort twee artikelen van auteurs die daar wél in geslaagd schijnen te zijn: Jaap Ham, psycholoog in Utrecht, en John Payne, een Amerikaanse managementpsycholoog."

Kan hij zich voorstellen dat Newell het beeld dat in de media is ontstaan, namelijk dat intuÑ—tie en onbewust denken te prefereren zouden zijn boven bewust nadenken, zorgwekkend vindt? Stel dat mensen met grote verantwoordelijkheden het gaan geloven. Dijksterhuis: "Dat beeld is te simpel. Wat ik zeg, is dat je eerst de relevante informatie moet verwerken, en dat doe je bewust. Daarna ga je kiezen, en als dat desalniettemin nog steeds erg ingewikkeld is, kun je maar beter naar het onderbewuste luisteren."

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden