Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Wij wijzen u graag op het volgende
Door drukte zijn de levertijden van PostNL aangepast en kan uw pakket vertraging oplopen. Door de Brexit kan de levering van Engelse boeken vertraging oplopen.
Het commitment van professor penalty nieuws
23 juli 2013 | Ger Post

Het had zo’n rustige zomer kunnen worden voor auteur en managementconsultant Gyuri Vergouw. Even geen voetbal en daardoor minder journalisten die bij hem aan de lijn hangen.

Vergouw schreef namelijk Oranje wereldkampioen en De Strafschop, boeken waarin hij op zoek ging naar wat de kritieke succesfactoren zijn van wereldkampioenen en verzilverde penalty’s.

Vooral ‘De Strafschop’ maakte hem bekend bij het grote publiek. Dankzij het herhaaldelijk falen van het Nederlands elftal vanaf elf meter, mocht Vergouw in krantenkolommen en radio- en televisieprogramma’s honderden keren uitleggen hoe Oranje het beter moest doen. Het leverde hem de geuzennaam ‘professor penalty’ op.

Juist in een zomer zonder voetbal brengt Vergouw een nieuw boek uit: ‘Commitment – de belofte van betrokkenheid en bevlogenheid in organisaties’. Net als in zijn vorige boeken, duikt hij in de wetenschappelijke achtergronden van zijn onderwerp en bespreekt hij verschillende praktijkvoorbeelden.

Op zijn website legt Vergouw uit: ‘Commitment van de top is noodzakelijk om van het veranderproces een succes te maken. Maar wat is commitment eigenlijk? Hoe kan het worden verkregen, hoe werkt het in op de bijdrage die de top, het middenmanagement en de overige medewerkers aan het succes van een organisatie leveren?’

In het boek beschrijft Vergouw onder andere hoe een CEO van een AEX fonds, een directeur van een nationaal museum, een hoogleraar, een rockster en – jawel – een bondscoach tegen commitment aankijken.

Over commitment gesproken. Toen ik hem vorig jaar belde voor een interview, schatte Vergouw in dat hij inmiddels al meer dan 500 interviews had gegeven over strafschoppen. Tijdens dat vijfhonderd zoveelste interview zei hij: ‘De naam ‘professor penalty’ moet op mijn grafsteen komen.’

Wie volgt wie? column
9 september 2010 | Michel Hoetmer

Het is de natte droom van elke jongen: de baas spelen over anderen en de held uithangen. In mijn jeugd verslond ik allerlei boeken over types, zoals Michiel de Ruyter, Napoleon, de jongens van Bontekoe en de Kameleon. Uiteraard nam ik ook een flinke portie stripboeken tot me. Vooral Asterix en Obelix waren populair. Later verschoof mijn aandacht naar het schaakspel en dus bewonderde ik de ‘Groten der 64 velden’. Op een gegeven moment kopieerde ik zelfs het openingsrepertoire van een van mijn voorbeelden. Met een wat mager resultaat, maar toch...

Kleine jongens worden groot. Inmiddels is het dromerige jongetje in ons ruw tot de orde geroepen door de boze buitenwereld. Er resteert voor de meesten slechts een heimelijke hang naar meer macht. Daarom zijn boeken over leiderschap zo populair. Velen hunkeren nog steeds in het geniep naar een groots en meeslepend leven.

Een deel van deze literatuur kun je het beste beschrijven als een soort receptenboeken. De auteurs zeggen met zoveel woorden ‘als je mijn formule volgt, dan is roem jouw deel’. Steevast somt men een aantal unieke eigenschappen op die je tot leider zouden maken. Eigenschappen die wij natuurlijk in onszelf menen te herkennen. Eigenschappen van onszelf die niet zo functioneel zijn voor de sprong naar groots en meeslepend leiderschap zien wij gemakshalve over het hoofd.

Het hele idee van een setje ideale eigenschappen komt mij nogal merkwaardig over. Een kijkje in de geschiedenis leert dat er zo veel verschillende soorten leiders zijn geweest dat je er altijd wel een aantal kunt uitpikken die toevallig aan deze criteria voldoen. Die anderen die niet in dit beeld passen, schuiven we achteloos terzijde. Kortom: het is een tamelijk onzinnige exercitie.

Frank Schaper breekt in zijn boek Hoe je een geboren leider wordt met deze populaire traditie van ‘etikettenplakkerij’. Hij komt op de proppen met een interessante gedachte: leiders zijn volgers. Ze volgen één of meer voorbeelden uit de geschiedenis, de literatuur, hun omgeving of zelfs stripboeken. Er is nog een andere grappige parallel die Schaper opvoert: veel van de grote leiders moesten hun vader al op jonge leeftijd missen. Ze zoeken naar een soort mentor of surrogaat vader. Bij sommigen loopt deze zoektocht aardig uit de hand. Hun missie en dadendrang zet onze wereld op z'n kop.

De titel van Schaper's boek intrigeert. Ze bevat een grappige tegenspraak. Worden leiders geboren? Gemaakt? Of modeleren zij zichzelf? Schaper neigt sterk naar het laatste idee. Hij sleept er onze spiegelneuronen bij. Overigens doet Schaper niet goed uit de doeken hoe dat dan precies in ons brein zou werken. Daarvoor moet u het boek Het spiegelende brein van Marco Iacoboni lezen.

Toch laat Schaper wel zien hoe dat bij leiders in hun werk zou kunnen gaan. De leider in spé spiegelt zichzelf aan andere grootheden met een overweldigende intensiteit. Wat bij de meeste jongetjes beperkt blijft tot dagdromen, maken deze illustere figuren waar. De gevolgen zijn soms dramatisch. Denk aan leiders als Hitler, Stalin, Mao, Pol Pot en, meer recent, Saddam Hoessein.

Er is nog een overeenkomst tussen leiders. Bijna alle leiders, niet alleen de kwade genieën, gebruiken hun volgers als een soort werktuigen. Leiders zijn meedogenloos. Schaper illustreert op een grappige wijze de opkomst, het hoogtepunt en daarna de neergang van leiders. Want vroeg of laat gaat het mis met hun leiderschap. Soms is het grootheidswaanzin die de val van de leider inleidt, en in andere gevallen, zoals bij Churchill, hebben de volgers genoeg van de leider. Ik houd het voorlopig op volgende de definitie, ingegeven door Gyuri Vergouw in zijn boek Oranje wereldkampioen: een leider is iemand die voldoende volgers weet te verzamelen. Want leiders kunnen niet leiden zonder een kudde makke schapen. Dat leiders in essentie ook volgers zijn maakt Schaper op een kleurrijke en ietwat rommelige wijze duidelijk.

Gyuri Vergouw: ‘Winnen zit niet meer in de Nederlandse cultuur’ interview
16 maart 2010 | Ronald Buitenhuis

In 1974, 1978 en 1988 kon Gyuri Vergouw moeiteloos het Nederlands elftal samenstellen op basis van de rolmodellen zoals beschreven door Belbin. Anno 2010 lukt hem dat niet meer. Vergouw ziet Oranje dan ook komende zomer in Zuid Afrika geen wereldkampioen worden. Of bondscoach Bert van Marwijk moet als de wiedeweerga zijn zojuist verschenen boek Oranje wereldkampioen, met als ondertitel  managementlessen om te winnen, gaan bestuderen. M&L heeft dat gedaan en ook even met de auteur gesproken.

We horen de oranje ‘vuvuzela’s’ al toeterend door Johannesburg gaan. Oranje heeft zojuist Duitsland in de finale verslagen en is voor het eerst wereldkampioen. Toch?

Vergeet het maar! Ons lerend vermogen schiet te kort. We leren niet van onze fouten. We missen strafschoppen maar trainen er nog steeds niet op. We verliezen verlengingen maar weigeren iets aan de conditionele en mentale weerbaarheid te doen. We staan ook niet open voor nieuwe ontwikkelingen. De KNVB is oerconservatief. Niet alleen de KNVB overigens. We sturen ook Vader Abraham naar het Songfestival. Maar waarom slaagde Michels wel in 1974? Omdat hij iets nieuws introduceerde: totaalvoetbal. We hebben ook geen visie en missie. Voor Brazilië, Duitsland en Italië geldt maar één ding: wereldkampioen worden. Bij elk ander resultaat hebben ze gefaald. De KNVB zegt al tevreden te zijn met de hele of halve finale. Nederland heeft geen winnaarmentaliteit. Visie zorgt voor richting. Die visie ontbreekt. We hebben ook geen leiders meer. Leiders hebben volgelingen. Bij Oranje is Van Bronckhorst een aanvoerder zonder volgelingen. Van Bommel zou een betere aanvoerder zijn.

Is er een parallel? Vroeger excelleerde Nederland met concerns als Akzo, Shell, Philips, Fokker, KLM, SHV en ga zo maar door. Met heel veel fantasie kom je nu met TomTom als nieuw toonaangevend bedrijf. Zijn we als land ook geen winnaar meer?

Je zou John de Mol, Joop van de Ende en Heineken ook nog kunnen verzinnen, maar inderdaad, het is droevig gesteld met het ondernemerschap in Nederland. We polderen tot we er gek van worden. Iedereen moet overal over mee kunnen praten. De OR vergadert zich suf. Maar beslissingen nemen en lef tonen: ho maar. Dat zie je ook terug in het voetbal. Zowel economisch als sportief viert pamperen hoogtij. We zijn in Nederland niet meer bereid om ons  ergens voor op te offeren. Gevolg: we regeren niet meer over de wereldzeeën, in de lucht, of op het voetbalveld. Het is een cultuurprobleem. We hebben de democratisering te ver doorgevoerd. Ik heb wat dat betreft veel waardering voor het Duitse voetbal gekregen. Daar heerst zelfoplossend vermogen, discipline en leren ze van gemaakte fouten.

Wat is de top drie van managementlessen die Oranje tot zich moet nemen?

Op één: een team bestaat niet louter uit de beste spelers. Het is een mix van harde werkers, creatievelingen, denkers… Sneijder is nu binnen ‘Belbin’ zowel (potentieel) aanvoerder, creatieveling, brononderzoeker, vormgever en monitor. Dat is te veel. Op twee: leer van je fouten. Duitsland verloor één keer met strafschoppen, trainde erop en verloor nooit meer. Wij blijven verliezen met strafschoppen. Ander voorbeeld: sinds 2003 heeft geen Nederlandse club meer een verlenging gewonnen. En toch weigeren we te trainen op bijvoorbeeld het conditionele of mentale aspect. Mental coaches worden niet serieus genomen bij Oranje. Op drie: leg verantwoordelijkheden daar neer waar ze moeten liggen. Is er iemand bij ABN AMRO of DSB geweest die zijn verantwoordelijkheid zélf heeft genomen? Vervang de bondscoach door de CEO, bobo’s door stakeholders en spelers door medewerkers, en de metafoor geldt evengoed voor voetbal als het bedrijfsleven. Ik zie soms geweldig talent rondlopen in organisaties. Kom ik er vijf jaar later weer, zie je ze verkrampt terug omdat ze niks mogen. Geef mensen verantwoordelijkheid! Zowel in het bedrijfsleven als op het voetvalveld.

Is Oranje wereldkampioen een serieus boek of een boek met een knipoog?

Bloedserieus. Heineken wilde Amerika veroveren en slaagde daarin. TomTom wilde een wereldspeler worden en deed het. Het zijn schaarse voorbeelden. De passie is in Nederland weg. We werken van negen tot vijf en zijn tevreden met een zesje. In die zin had Balkenende gelijk met zijn zesjescultuur en VOC-mentaliteit. Ik heb dit boek ook geschreven uit passie voor de voetbalsport. Ik wil dat we wereldkampioen worden. We hebben het talent ervoor en ik hoop dat de boodschap doorkomt in Zeist.

Uw stelling is dat Oranje oerconservatief is. Zou het niet goed zijn om een coach als Ton Boot (basketbal) tot bondscoach te benoemen? Het zou een aardverschuiving zijn, maar misschien wel zinvol.

Ik zou het van harte toejuichen. Die man neemt soms een sabattical en observeert andere sporten. Boot is met zeven verschillende teams Nederlands kampioen basketbal geworden. Ander voorbeeld. Jose Mourinho was tolk van Bobby Robson in Portugal, was zelf een matig voetballer geweest en luisterde vooral naar sir Bobby. Mourinho is nu één van ’s werelds beste trainers. Het is een kwestie van lef hebben en durven. Durf te veranderen. We zeggen in Nederland wel dat we ‘worldclass’ willen zijn, maar tegelijkertijd zeggen we dat we te klein zijn om te overheersen. Typisch Calimerogedrag. De uitverkoop van onze bedrijven de laatste jaren is een deconfiture zonder weerga. We worden zowel op het veld als in de economie links en rechts ingehaald door landen in Oost Europa en Azië. Ook daarom kom ik nu met dit boek en de keiharde boodschap. Ik denk echt dat dit een van de laatste keren is dat Nederland wereldkampioen kan worden. Het talent is er, maar het moet wel kloppen. Of Van Marwijk dat kan? Hij heeft het in zich, maar ik twijfel. Ook hij is conservatief. Ik denk dat Hiddink een stuk verder is in zijn ontwikkeling als manager/coach.

Wat zijn de kritieke succesfactoren voor Oranje om toch de ‘vuvuzela’s’ te laten schallen?

Beheers de strafschop. PSV won de Europacup 1 dankzij het boekje van Reker. Van Breukelen wist zodoende waar de strafschoppen kwamen. Typisch Nederlands dat we nu denken dat we het ook wel zonder Reker en het trainen op strafschoppen kunnen redden. Zoals eerder aangegeven: we leren niet. Zorg ook voor een fatsoenlijke corner en vrije trap. Die zijn nu zwaar onvoldoende. Allemaal trainbaar hoor! Conditioneel en mentaal moet je verder klaar zijn voor de verlening en ook onze fysieke kracht kan beter. Doe ook eens aan een fatsoenlijke concurrentieanalyse. Waarom zijn grote landen als Argentinië, Italië en Duitsland bang voor Oranje en waarom verliezen we altijd van een relatief klein land als Portugal? Kies ook een eigen systeem: totaalvoetbal 2010 bijvoorbeeld. Verras eens. Voetbal moet je zowel wetenschappelijk (op basis van cijfers) als ‘managerial’ serieus benaderen. Dan is er nog hoop.

Nederland geen wereldkampioen, tenzij… nieuws
15 maart 2010 | Ronald Buitenhuis

Managementconsultant Gyuri Vergouw ziet het somber in voor het Nederlands elftal komende zomer in Zuid-Afrika. Als ze doorgaan op de huidige voet, worden ze opnieuw -ondanks wederom het mooiste voetbal te hebben gespeeld - geen wereldkampioen. Er is maar één oplossing: bondscoach Van Marwijk moet snel het boekje Oranje wereldkampioen van Vergouw gaan lezen. Dan is er nog hoop dat de oranje ‘vuvuzela’ kan schallen. Vrijdag 12 maart werd het boek in het Amsterdamse Olympisch Stadion gepresenteerd.

Een beetje bedrijf heeft een visie. De KNVB heeft er dus ook een maar dat is een volstrekt onbegrijpelijke visie, constateert Vergouw. Ze vinden het al mooi als Nederland de halve finale haalt. En alleen al bij het halen van de finale gaat de vlag uit. Landen als Duitsland, Italië en Brazilië hebben maar één visie: wereldkampioen worden! Alles minder dan dat staat gelijk aan falen. Vergouw: ‘De KNVB heeft dus een gebrek aan visie.’

Het gaat in Nederland ook verkeerd met strafschoppen en verleningen. We winnen nooit in een verlenging en strafschoppen schieten we bij voorkeur over het doel. Ook onze conditie, vergeleken met Duitsers bijvoorbeeld, is heel matig. ‘En de tragiek is’, zo schetst Vergouw, ‘dat al deze elementen prima trainbaar zijn. Alleen weigeren we dat structureel.’ De auteur constateert dat we in Nederland oerconservatief zijn. ‘We laten vernieuwingen niet toe.’ In die zin kan de voetbalwereld nog heel veel leren van het bedrijfsleven constateert de managementconsultant.

Het boek Oranje wereldkampioen, met als ondertitel ‘Managementlessen om te winnen’, stikt dan ook van de metaforen uit de wereld van management. Neem iets als een mental coach. Het Nederlands elftal heeft er eens eentje gehad maar die werd na een paar weken weer terzijde geschoven. Vergelijk dat met het dameswaterpoloteam dat mede dankzij een mental coach olympisch goud veroverde. Vergouw haalt ook het teamrollenmodel van Belbin erbij om te laten zien dat die teamrollen in het huidige Nederlandse elftal niet goed zijn ingevuld. Sneijder moet drie rollen vervullen en Van Bronckhorst is de verkeerde aanvoerder. Vergouw: ‘Kenmerk van een leider of aanvoerder is dat er mensen achteraan lopen. Die uitstraling heeft Van Bronckhorst natuurlijk niet.’ Hij pleit dan ook voor de aanvoerdersband voor Van Bommel. Al moet-ie dan wel even een cursusje ‘woedemanagement’ volgen.

Meer in het algemeen en vanuit een breder perspectief heeft het Nederlands elftal volgens Vergouw een cultureel probleem. ‘Wij willen niet winnen. We willen het mooiste voetbal spelen! Dat probleem heeft Philips bijvoorbeeld in het verleden ook gehad. Alleen mooie dingen maken zonder aan rendement te denken.’ En verder lijden we natuurlijk aan eeuwig overleg: ‘Polderen, daar win je de oorlog niet mee.’ In 1974 ging het wel goed. Maar dat was omdat Michels een vernieuwend model op het veld introduceerde, het beroemde ‘totaalvoetbal’. In 1988 lukte het ook omdat er een echte leider was, en wel Ruud Gullit.

Van Marwijk zou volgens Vergouw in staat moeten zijn om uit de huidige selectie een winnend collectief te smeden, maar dan moet hij wel naar het bedrijfsleven kijken om te zien hoe ze het daar aanpakken. Met andere woorden: hij moet even kijken welke lessen hij uit het bedrijfsleven kan leren. Een boodschap met een vette knipoog omdat je het niet allemaal even serieus moet nemen? Daar denkt de auteur toch echt anders over. Hij is ervan overtuigd dat Nederland kan winnen met dit boek in handen. Daar is hij te veel gepassioneerd voetballiefhebber voor. Eerder schreef hij een boek over de strafschop en hoe je daar mee kunt winnen. ‘Ik gaf het Rijkaard, maar die heeft er niet op gereageerd. Wel kreeg ik vragen uit Brazilië om het boek op te sturen. Dat is Nederland in een notendop. Zowel fysiek als mentaal komen we tekort om wereldkampioen te worden.’

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden