Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Karin de Galan: ‘Het zaaltje zal niet gaan verdwijnen’ interview
15 maart 2021 | Ronald Buitenhuis

Volgens Karin de Galan, auteur van het nieuwe boek Online trainen, was het afgelopen jaar voor veel trainers een confronterende tijd. ‘In plaats van naar een zaaltje gaan, een paar tools uit je rugzak halen, en aan de slag gaan, moesten trainers nu veel beter vooraf nadenken wat ze online gingen doen.'

Kan ik online echt contact maken met mijn deelnemers? Heeft Online trainen voldoende impact? Kan ik wel zorgen voor goede interactie? Wordt trainen met zo'n scherm ertussen überhaupt ooit leuk? Hoe houd ik mijn deelnemers betrokken? Prangende vragen op de omslag van het boek Online Trainen van Karin de Galan.
En actueler kan niet. Velen worstelen met thuiswerken en online meetings. Een boek dus dat staat in het hart van actuele vraagstukken. Toch duurt het tot pagina 265 van het boek (bijna de laatste pagina) voordat het woord ‘corona' valt. Terwijl je het boek ook aan corona op had kunnen hangen. Karin de Galan heeft er wel een verklaring voor: ‘Omdat ik hoop dat dit boek ook na corona nuttig blijft. Maar corona is toch echt wel de aanleiding geweest om dit boek te schrijven. Trainen (bijeenkomsten waarbij het draait om het geven van feedback en niet alleen om het geven van instructies - red.) deden we als trainers eigenlijk zelden online. Ook ik niet. Ik zag in het veld van trainers dat iedereen worstelde met de omschakeling van "het zaaltje" naar online. Het gros van de trainers is toch gewend om naar een zaaltje te gaan en daar "hun ding te doen". Veel trainers hebben een draaiboek dat gebaseerd is op fysieke ontmoetingen en kunnen moeilijk omschakelen. Dit boek helpt je in online trainingsvaardigheden. Online vergt veel meer voorbereiding.'

Confronterend
Zo kan online werken wel een eens een onbedoelde positieve bijvangst hebben. Want trainers moeten hun routines die ze in jaren hebben opgebouwd loslaten en gaan zo dus veel beter voorbereid een training in. Is de nieuwe online wereld in die zin ook confronterend geweest voor trainers? Een vraag die Karin de Galan met een duidelijk ‘ja' beantwoordt. ‘Zeker is het een confronterende tijd. Veel trainers lopen tegen hun eigen beperkingen aan. Wat we in zaaltjes doen, is lang niet altijd even effectief. Dat wordt online soms pijnlijk duidelijk. Online moet je niet beginnen met een PowerPoint van twintig minuten, want dan ben je iedereen kwijt. Het stomme is alleen dat online juist lijkt uit te nodigen tot PowerPoint.' De Galan is in deze ook zelfkritisch: ‘Mijn eerste online training gebruikte ik ook PowerPoint in plaats van de flipover. Maar dat wordt al snel saai. Ik gebruik nu gewoon weer een old school flipover met geeltjes. Maar dan voor camera. Dat biedt dynamiek. Gebruik gewoon je oude instrumenten voor nieuwe online methoden.'

Theorie volgt praktijk
Leest dat misschien als kosmetische aanpassingen, de online wereld vraagt een mindshift van trainers die verder gaat dan alleen andere tools. Wat De Galan betreft moet ook structuur van trainingen om. Ook hier moeten trainers hun comfortzone verlaten. ‘Begin direct met een actuele casus, of een casus die alle deelnemers herkennen. Dat motiveert ze. De crux is dat je niet eerst met veel theorie begint, zoals veel trainers gewend zijn te doen. In zaaltjes kunnen mensen minder snel weglopen, online kan dat wel. Bij te veel theorie aan het begin, raak je deelnemers kwijt. Begin met praktijk, laat dat volgen door theorie (checklists bijvoorbeeld) en kom dan weer met een praktijkvoorbeeld terug om iedereen te laten oefenen. Zo houd je deelnemers geboeid en betrokken. Het is bewezen dat mensen het meest en best leren van voorbeelden. Filmpjes online lenen zich daar ook prima voor.'
De praktijk is echter weerbarstig, zo leren we in coronatijden. Mensen zijn in deze coronatijd zoomsessies met kantoor en/of collega's na een uur al zat. In het boek Online Trainen zien we zelfs een trainingsschema dat om half tien begint en pas om één uur 's middags eindigt. Hoe houden deelnemers dat vandaag de dag vol? Hoe voorkom je schermmoeheid? Karin de Galan: ‘Een uur alleen online vergaderen is ook saai. De truc is om trainingen aantrekkelijk te maken. Zoals ik eerder zei, dat begint bij een goede voorbereiding. Als je goede casussen hebt die aansluiten bij de belevingswereld van de deelnemers, blijven ze er wel bij. Goede trainers weten hoe je deelnemers intrinsiek motiveert. Ik hoor vaker dat "de tijd vliegt" dan dat mensen schermmoe zijn.'

Stel ook online normen
Een van de belangrijke aandachtspunten van online trainen is: hoe houd je als trainer online contact met je deelnemers? In een zaaltje kun je mensen er nog wel dwingend bij houden. Maar als er digitale afstand is waar mensen zich kunnen verschuilen achter een beeldscherm of misschien wel (gesimuleerde) falende techniek? Wat is de gouden regel in deze dan? Hoe houd je mensen erbij? De Galan: ‘Maak een training intrinsiek motiverend zodat deelnemers er als vanzelf blijven en contact met je houden. Maar schroom ook niet om normen te stellen. Als je ziet dat iemand online koffie gaat halen, zeg daar - op een aardige manier - wat van. Blijf als trainer wel kapitein op het schip. Dat zou je in een zaaltje ook doen. Vandaar dat ik in mijn boek ook schrijf: eigenlijk is online trainen niet wezenlijk anders dan offline trainen. Een goede trainer zorgt er ook in zaaltjes voor dat er boeiende casussen zijn en effectieve oefeningen. Maar de ervaring leert dat daar toch veel wordt gewerkt met een rugzak met bekende tools. In de online wereld kan dat echt niet meer.'

Online of offline
We zitten voorlopig nog wel even in een lockdown. En zelfs daarna is het maar de vraag of we teruggaan naar een oud normaal, waarin we weer massaal in zaaltjes kruipen om een training te volgen. Dat we ons ergens midden in het land verzamelen zodat we mensen uit alle windstreken een dagje in kunnen laten vliegen. Of gaat er na de lockdown ook een nieuwe trainingswerkelijkheid ontstaan? Wat zal de toekomst zijn voor trainingen? Online of offline? De Galan doet een voorspelling: ‘We gaan naar een hybride vorm van trainen. Veel gespreksvaardigheden bijvoorbeeld zijn prima online te leren en veel kennisgerichte trainingen werken online ook goed. Gaat het over groepsprocessen, dan is vaak een offline bijeenkomst nodig. Omgaan met agressie is online vaak ook lastig. Iemand trainen om voor grote groepen te spreken, werkt in een zaaltje toch echt beter. Of online trainen het nieuwe normaal wordt? Dat denk ik niet. We zullen als trainers deelnemers fysiek bij elkaar blijven halen omdat dat fijn is voor de verbinding: even een praatje maken met je buurman is online lastiger.' Volgens De Galan zul je als trainer altijd weer een afweging moeten maken tussen offline en online. ‘Maar inmiddels hebben we geleerd dat best veel trainingsonderdelen prima online kunnen. In grote landen in de wereld gaan al heel veel trainingen online omdat de afstanden daar veel groter zijn dan bij ons. In Nederland kun je mensen nog wel een dag bij elkaar krijgen ergens in het land. Maar voordeel van online is bijvoorbeeld ook dat je kortere dagdelen kunt doen, waardoor deelnemers 's middags het geleerde al in praktijk kunnen brengen. Je hoeft - omdat het vanwege reistijd handig is - niet altijd direct een hele dag naar plek X in Nederland te komen.'

Karin de Galan: ‘Het zaaltje zal niet gaan verdwijnen’ interview
25 januari 2021 | Ronald Buitenhuis

Volgens Karin de Galan, auteur van het nieuwe boek Online trainen, was het afgelopen jaar voor veel trainers een confronterende tijd. ‘In plaats van naar een zaaltje gaan, een paar tools uit je rugzak halen, en aan de slag gaan, moesten trainers nu veel beter vooraf nadenken wat ze online gingen doen.’ Online zal niet de norm worden in trainen, wel komen er steeds meer hybride vormen voorspelt de trainer van het jaar 2020/2021.

 

Pas op pagina 265 van uw boek Online trainen wordt het woord corona genoemd. Terwijl online juist in deze tijd de norm is. Waarom dit boek niet opgehangen aan corona gekoppeld aan online werken?
Omdat ik hoop dat dit boek ook na corona nuttig blijft. Maar corona is wel de aanleiding geweest om dit boek te schrijven. Trainen (bijeenkomsten waarbij het draait om het geven van feedback en niet alleen om het geven van instructies-red.) deden we als trainers eigenlijk zelden online. Ook ik niet. Ik zag in het veld van trainers dat iedereen worstelde met de omschakeling van ‘het zaaltje’ naar online. Het gros van de trainers is toch gewend om naar een zaaltje te gaan en daar ‘hun ding te doen’. Veel trainers hebben een draaiboek dat gebaseerd is op fysieke ontmoetingen en kunnen moeilijk omschakelen. Dit boek helpt je in online trainingsvaardigheden. Online vergt veel meer voorbereiding.

In die zin worden trainingen misschien wel beter omdat trainers hun routines los moeten laten en beter voorbereid een training in moeten gaan. Misschien best confronterend deze tijd voor trainers?
Zeker was het confronterend. Veel trainers lopen tegen hun eigen beperkingen aan. Wat we in zaaltjes doen, is lang niet altijd even effectief. Dat wordt online pijnlijk duidelijk. Daar moet je niet beginnen met een PowerPoint van twintig minuten, want dan ben je iedereen kwijt. Het stomme is dat online juist lijkt uit te nodigen tot PowerPoint: mijn eerste online training gebruikte ik dat ook in plaats van de flipover. Maar dat wordt al snel saai. Ik gebruik nu gewoon weer een old-school flip-over met geeltjes. Maar dan voor camera. Dat biedt dynamiek. Gebruik gewoon je oude instrumenten voor nieuwe online methoden.

Wat moet je  doen? Wat zijn de do’s van online trainen?
Begin direct met een actuele casus, of een casus die alle deelnemers herkennen. Dat motiveert ze. Crux is dat je niet eerst met veel theorie begint, zoals veel trainers gewend zijn te doen. In zaaltjes kunnen mensen minder snel weglopen, online kan dat wel. Bij te veel theorie aan het begin, raak je deelnemers kwijt. Begin met praktijk, laat dat volgen door theorie (checklists bijvoorbeeld) en kom dan weer met een praktijkvoorbeeld terug om iedereen te laten oefenen. Zo houd je deelnemers geboeid en betrokken. Het is bewezen dat mensen het meest en best leren van voorbeelden. Filmpjes online lenen zich daar ook prima voor.

Mensen zijn in deze coronatijd zoomsessies met kantoor en/of collega’s na een uur al zat. In jouw boek staat een trainingsschema van half tien tot één uur ’s middags. Hoe houden deelnemers dat vol? Hoe voorkom je schermmoeheid?
Een uur alleen online vergaderen is ook saai. De truc is om trainingen aantrekkelijk te maken. Zoals ik eerder zei, dat begint bij een goede voorbereiding. Als je goede casussen hebt die aansluiten bij de belevingswereld van de deelnemers, blijven ze er wel bij. Goede trainers weten hoe je deelnemers intrinsiek motiveert. Ik hoor vaker dat “de tijd vliegt” dan dat mensen schermmoe zijn.

Een van de belangrijke onderdelen van online is: hoe houd je als trainer online contact met je deelnemers. Wat is de gouden regel in deze?
Als gezegd: maak een training intrinsiek motiverend zodat deelnemers er als vanzelf blijven en contact met je houden. Maar schroom ook niet om normen te stellen. Als je ziet dat iemand online koffie gaat halen, zeg daar – op een aardige manier- wat van. Blijf als trainer wel kapitein op het schip. Dat zou je in een zaaltje ook doen. Vandaar dat ik in mijn boek ook schrijf: eigenlijk is online trainen niet wezenlijk anders dan offline trainen. Een goede trainer zorgt er ook in zaaltjes voor dat er boeiende casussen zijn en effectieve oefeningen. Maar de ervaring leert dat daar toch veel wordt gewerkt met een rugzak met bekende tools. In de online wereld kan dat echt niet meer.

Wat zal de toekomst zijn voor trainingen? Online of offline?
We gaan naar een hybride vorm. Veel gespreksvaardigheden bijvoorbeeld zijn prima online te leren en veel kennisgerichte trainingen werken online ook goed. Gaat het over groepsprocessen, dan is vaak een offline bijeenkomst nodig. Omgaan met agressie is online vaak ook lastig. Iemand trainen om voor grote groepen te spreken, werkt in een zaaltje toch echt beter. Of online trainen het nieuwe normaal wordt? Dat denk ik niet. We zullen als trainers deelnemers fysiek bij elkaar blijven halen omdat dat fijn is voor de verbinding: even een praatje maken met je buurman is online lastiger. Je zult als trainer altijd weer een afweging moeten maken, maar inmiddels hebben we geleerd dat best veel trainingsonderdelen prima online kunnen. In grote landen gaan al heel veel trainingen online omdat de afstanden er veel groter zijn dan bij ons. Voordeel van online is bijvoorbeeld ook dat je kortere dagdelen kunt doen, waardoor deelnemers ’s middags het geleerde al in praktijk kunnen brengen. Je hoeft - omdat het vanwege reistijd handig is - niet altijd direct een hele dag naar plek X in Nederland te komen. Techniek is inmiddels niet meer de belemmering voor online trainen. Investeringen daarvoor vallen mee en verbindingen zijn vaak best goed. Check die verbinding wel 45 minuten voor het begin, in plaats van bij start van de training. Als je eerst twintig minuten bezig bent met alle verbindingen optimaal maken, ben je de helft van de deelnemers al kwijt. Ik maak ook vaak een appgroep voor de deelnemers vooraf. Daar zetten ze een persoonlijk filmpje in zodat je het hele voorstelrondje al over kunt slaan. Alles is voorbereiding: de trainer moet een goede mix maken. 80 procent online en 20 procent zaaltjes? Ik zie dat voorlopig niet gebeuren. Offline zal de norm blijven, maar wel minder. Gebruik online daarbij vooral effectief.

Online trainen van Karin de Galan - Omgaan met een extra uitdaging preview
9 december 2020 | Karin de Galan

Als je online traint of onderwijs verzorgt, is het een uitdaging om iedereen bij de les te houden en deelnemers echt te laten leren. Karin de Galan beschrijft hoe je dat doet in haar nieuwe boek Online trainen.

Onder druk wordt alles vloeibaar. Eerst waren we er allemaal van overtuigd dat onderwijs en trainingen niet zonder fysieke bijeenkomsten kunnen. Maar door de coronacrisis stapten we massaal over op online trainingen en onderwijs.

Dat was een uitdaging. Los van de techniek die we moesten leren, kregen we ook allerlei nieuwe vragen. Welke werkvormen werken online wel en welke niet? Wat doe je met deelnemers die hun camera uitlaten? Hoe zorg je ervoor dat mensen aangehaakt blijven? En wat doe je met tools als Mural of Mentimeter?

In mijn nieuwste boek laat ik zien dat Online trainen helemaal niet zo anders is dan trainen in het zaaltje. De deelnemers of studenten zijn niet plotseling veranderd en hun manier van leren evenmin. Alleen het medium is anders. Maar daardoor luistert alles wel nauwer. Want bij een online training komen deelnemers al snel in een tv-kijk-stand. Ben je even niet interessant, dan zappen ze weg.

Online is het dus belangrijk dat je de deelnemers voortdurend boeit. En dat betekent dat je nog beter wilt nadenken over de opbouw van je training; over hoe je deelnemers meteen laat ervaren dat de training ze veel gaat opleveren; over de uitleg van je theorie, oefeningen, nabesprekingen en overgangen; over al die momenten in het zaaltje waarop deelnemers ook wel eens hun aandacht verliezen, maar er toch bij blijven, doordat er sociale druk is.

In Online trainen lees je hoe je deelnemers online geboeid houdt en ze optimaal laat leren. De crux is een ijzersterke didactiek. Die zorgt ervoor dat ze al voor de start zin krijgen in de training. En binnen een half uur zitten ze op het puntje van hun stoel. Zoals Robert, een deelnemer die ik heb geïnterviewd voor mijn boek, zegt:
‘Ik heb allerlei nascholingen digitaal gehad. Ik moet zeggen: zo professioneel als dit ben ik nog niet tegengekomen. Ik ging eerst aan de eettafel zitten en dacht: Dan komt die kleine wel op schoot zitten, maar dat is niet zo erg. Maar na een kwartier merkte ik: Ik moet aan het werk!'

Alvast 3 tips:
- Online vreet een kennismaking energie. Doe die dus vooraf. Het werkt goed als je, met toestemming van iedereen, een WhatsAppgroep aanmaakt. Een week van tevoren post je een filmpje. Daarin vraag je alle deelnemers om een situatie te delen waar ze tegenaan lopen en waarmee ze in de training kunnen werken. De deelnemers horen elkaars vragen en daardoor ontstaat er een band. En met elk filmpje dat ze bekijken, groeit de noodzaak van de training.
- Start met een concreet voorbeeld uit de praktijk van een deelnemer. Zet die lastige klant neer en laat de deelnemer uitproberen hoe hij de verkoop rond maakt. Werk altijd in twee rondes. De eerste ronde gaat het mis. ‘Shit, zo lastig is het dus! ‘En de tweede ronde begeleid je naar succes. Daardoor krijg je een veilige sfeer, een trots gevoel bij de oefenaar en autoriteit als trainer.
- Beperk je theorie. En gebruik een mini-flap-over of een A3 blok waarop je voorbeschreven post-its plakt tijdens je uitleg. Bij een PowerPointpresentatie zien de deelnemers je gezicht niet en dat maakt de uitleg meteen saaier. Wil je meer achtergrond kwijt? Maak dan kennisclips die deelnemers voor- of achteraf kunnen bekijken.

Deze preview is geschreven door Karin de Galan, Trainer van het Jaar 2020/2021 en dé train-de-trainer specialist van Nederland. Karin is een bevlogen trainer met dertig jaar ervaring. Ze heeft een eigen didactisch model ontwikkeld en heeft meerdere bestellers op haar naam staan, waaronder Trainingen ontwerpen en Van deskundige naar trainer. Met haar bedrijf School voor Training, biedt zij opleidingen en trainingen aan voor trainers. Online trainen is haar nieuwe boek.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden