Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
We worden dommer nieuws
2 oktober 2014 | Ger Post

Elke generatie is weer slimmer dan de vorige, vandaar dat intelligentietests continu worden aangepast – het gemiddelde IQ ligt steeds weer hoger. Tot nu dan, want volgens sommige onderzoekers is de toename in intelligentie gestopt. Het neemt zelfs af.

Het zogeheten Flynn-effect, vernoemd naar de Nieuw-Zeelandse ontdekker James Flynn, beschrijft dat elke generatie weer slimmer is dan die ervoor. De IQ-scores in Denemarken in de jaren tachtig namen bijvoorbeeld gemiddeld met 3 punten per decennium toe. Een bekende verklaring voor dit effect is dat mensen vertrouwder raken met het type vragen in de tests en daardoor steeds beter scoren. Het Flynn-effect wordt dan ook vaak aangedragen als een reden om intelligentietests te oefenen, zoals die van The Times.

De meest gevestigde verklaring voor het Flynn-effect is dat met het verbeteren van de leefomstandigheden, intelligentie toeneemt. ‘Mensen zijn, dankzij betere voeding, beter onderwijs en uitdagendere leefomgevingen, in de loop der tijd slimmer geworden,’ zo staat er deze maand in een artikel van de NewScientist. Dat betekent ook dat, nu gezonde voeding en goed onderwijs voor bijna iedereen beschikbaar is, het Flynn-effect zijn langste tijd heeft gehad. ‘We merken dat het effect in veel landen uitgewerkt raakt,’ zegt Flynn.

Maar het blijft niet bij een stagnatie in intelligentie, want in het artikel worden onderzoeken aangehaald uit verschillende Westerse landen, waaronder Nederland, en die laten inmiddels een daling zien in intelligentie. We worden steeds dommer!

Althans, dat vermoeden verschillende onderzoekers die zich in het NewScientist-artikel in allerlei mogelijke bochten wringen om de daling te verklaren. Bijvoorbeeld dat we evolueren naar een lager intelligentieniveau, omdat lager opgeleiden meer kinderen krijgen. En dat het overleven van schadelijke genetische mutaties er mogelijk aan bijdraagt dat we dommer worden. (‘Vroeger werden schadelijke mutaties net zo snel verwijderd als ze ontstonden, omdat degenen die de pech hadden er veel van te erven, jong stierven, voordat ze de kans hadden om kinderen te krijgen. Tegenwoordig gebeurt dat minder snel.’)

Flynn zelf zoekt het liever in veranderingen op het sociale vlak, zoals dalende inkomens of verslechterd onderwijs. Bovendien is hij er niet zo van overtuigd dat we daadwerkelijk dommer worden. ‘Je moet er eerst vrij zeker van zijn dat dat fenomeen echt bestaat, voordat je naarstig op zoek gaat naar mogelijke oorzaken.’

Foutje? Bedankt! nieuws
21 juli 2014 | Ger Post

‘We zijn in een val geraakt. We hebben bij de belastingdienst beloofd nooit fouten te maken.’ In een interview met NRC reflecteert staatsecretaris Eric Wiebes over de problemen bij de belastingdienst.

Hoe hij uit de val wil geraken? ‘Ik heb de directie verteld dat we alle fouten elke dag gaan melden, standaard.’ Tja, als het zo makkelijk zou zijn.

Wat Wiebes signaleert is een probleem dat in veel organisaties woedt: fouten worden niet gemeld maar verdoezeld. Met alle ernstige gevolgen van dien – in het geval van Wiebes: een staatssecretaris die niet precies weet wat er gaande is en een Tweede Kamer die achterdochtig is geworden. Mooie woorden helpen dan vaak niet, er is een cultuuromslag gewenst. Wiebes realiseert zich dat als geen ander. ‘Het is niet even aan een knop draaien. Ik ben ook door mijn ambtenaren gewaarschuwd. Als je alles vertelt, zeiden ze, ben je kwetsbaar, omdat mensen zien dat je fouten maakt. Mijn antwoord was: maar dat is precies wat we willen.’

Wat kan de staatssecretaris doen – en andere leidinggevenden die in dezelfde val zitten? Daniel Dennett geeft misschien wel de mooist verwoorde adviezen in zijn boek Gereedschapskist voor het denken, zoals ook beschreven in dit artikel. ‘Probeer de rare vaardigheid te ontwikkelen om te genieten van je fouten, om verrukt te raken van de eigenaardigheden die je op een dwaalspoor zetten.’

Of Wiebes kan inspiratie opdoen bij mensen die ervaring hebben met mislukkingen. In Sillicon Valley, waar de ene start-up na de andere kapot gaat, zijn er verschillende initiatieven waar mensen oefenen met het vieren van hun fouten. Dichter bij huis: hij kan gaan kijken bij het Instituut voor Briljante Mislukkingen, dat jaarlijks prijzen uitreikt aan de grootste blunders in bijvoorbeeld de gezondheidzorg en ontwikkelingssamenwerking.

De oplossing die op de lange termijn het meeste effect heeft, ligt waarschijnlijk bij een ander ministerie, dat van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Althans in het boek We worden steeds slimmer betoogt Clive Thompson dat programmeren onderdeel moet worden van het lescurriculum. ‘Computers programmeren is een kwestie van trial-and-error: er zijn maar weinig programma’s die meteen werken. Het proces van uitzoeken wat er mis is en het vervolgens oplossen is opwindend – hoera, het werkt! Het is ook een krachtige boodschap: het laat zien dat je leert door te experimenteren en fouten te maken, niet door het in één keer goed te doen.’

In het boek komt ook wiskundige en computerwetenschapper Seymour Papert aan het woord. ‘Veel kinderen worden in hun leren geremd doordat ze een leermodel hanteren waarin het je het ofwel in één keer goed hebt of het fout hebt. Maar als je leert hoe je een computer programmeert heb je het vrijwel nooit de eerste keer goed (...) Als deze manier van kijken naar intellectueel resultaat zou worden gegeneraliseerd naar hoe de bredere cultuur denkt over kennis en kennisverwerving, zouden we ons met zijn allen mogelijk minder aantrekken van onze angst om fouten te maken.’

Clive Thompson: ‘Twitter verscherpt de kwaliteit van het denken’ interview
10 juli 2014 | Jeroen Ansink

Het internet maakt ons tot een maatschappij van sociale denkers, zegt de Canadese journalist Clive Thompson in We worden steeds slimmer. Dankzij dat collectieve bewustzijn kunnen bedrijven zelfs de kennis in de hoofden van werknemers oogsten. ‘De Denker van Rodin heeft ons een slechte dienst bewezen.’

Internetjournalist Nicholas Carr waarschuwde een aantal jaar geleden in Het ondiepe dat het internet ons oppervlakkiger maakt. In We worden steeds slimmer betoogt u het tegenovergestelde. Wie heeft gelijk?
Ik heb juist het gevoel dat het internet mijn bewustzijn heeft geopend. De mogelijkheid om gesprekken te voeren met wie dan ook, waar dan ook, heeft mijn dagelijkse intellectuele leven enorm verrijkt. Als ik ergens gefascineerd door raak, kan ik dankzij het internet op een verbazingwekkende manier de diepte in gaan. Dat neemt niet weg dat ik aanvankelijk ook pessimistisch was over het effect van het internet. Toen een fenomeen als instant messaging opmars maakte deed ik het in eerste instantie af als een slechte versie van email. Maar wat blijkt: texting heeft tot een nieuwe vorm van communiceren geleid, tussen het gesproken en het geschreven woord in. Dat maakt het mogelijk om de scherpzinnigheid van het denkproces te combineren met de snelheid van een gesprek.

Waardoor we altijd bereikbaar zijn en continu worden geïnterrumpeerd.
Constante afleiding is inderdaad een serieus probleem. Dat is waar Nicholas Carr zo'n belangrijke bijdrage aan de discussie heeft geleverd. Voorheen dachten we dat we met multitasking de toppen van onze intellectuele capaciteit hadden bereikt. Het ondiepe toont aan dat het tegendeel het geval is. Als mensen om de drie minuten in hun concentratie worden verstoord, duurt het gemiddeld bijna een half uur voordat ze hun oorspronkelijke taak weer oppakken. Maar afgezien daarvan hebben technologieën als Facebook en Twitter tot fantastische dingen geleid. Al was het alleen maar vanwege het publiekseffect, waarbij gewone mensen plotseling hun ideeën met de massa kunnen delen. Dat verandert de teneur van een gesprek, en verscherpt de kwaliteit van het denken. Per slot van rekening wil niemand dom overkomen. Schrijvers weten dit al heel lang, maar zij dachten ten onrechte dat dit voor iedereen gold. De doorsnee persoon stopte echter tot voor heel kort met schrijven zodra hij of zij van de middelbare school kwam. Zelfs in het gouden tijdperk van de epistolografie was het corresponderen via brieven enkel voorbehouden aan een kleine elite.

Toch wordt er een enorme hoeveelheid onzin op het web geplaatst.
Het internet is wat dat betreft niet meer dan een weerspiegeling van de fysieke wereld. Negentig procent van wat we zeggen is compleet triviaal of dom. Dat geldt zelfs voor de grootste geesten. Ik ben momenteel de gebundelde brieven van Michelangelo aan het lezen, en je staat er versteld van hoe banaal die soms zijn. 'Als het mooi weer is gaan we picnicken. Misschien kun jij de wijn meenemen.' Dat soort dingen. Het alledaagse is nu eenmaal niet interessant. Maar in de tien procent die niet onzinnig is gebeuren ongelooflijke dingen. Dat is waar de culturele revolutie momenteel plaatsvindt. Een wereld waarin ik een idee opper, en volstrekte onbekenden daar een interessante bijdrage aan leveren en weer op voortborduren, maakt enorme cognitieve krachten los. Het probleem is niet zozeer dat het dom is, maar juist zo interessant dat je geen werk meer gedaan krijgt.

U schetst in uw boek een toekomst van collectieve denkers.
In zekere zin zijn we dat altijd al geweest. Ik denk dat De denker van Auguste Rodin ons wat dat betreft een slechte dienst heeft bewezen. Door dat standbeeld zijn we ervan overtuigd geraakt dat denken een solitaire bezigheid is die plaatsvindt in complete stilte. Sommige eureka-momenten komen inderdaad van dat soort overpeinzingen, maar als ik een medisch probleem heb, wil ik niet dat mijn dokter voorovergebogen gaat zitten met zijn kin op zijn hand. Ik wil juist dat hij met al zijn collega's gaat praten. Ik werkte begin jaren negentig op de redactie van een krant. Dat is een schoolvoorbeeld van sociaal denken. Op momenten van breaking news praatte iedereen door elkaar heen, haakte in op elkaars opmerkingen, hielp elkaar dingen herinneren en vragen formuleren, en stukje bij beetje kwamen we tot een gedeeld bewustzijn. Het enige verschil met toen is dat er nu een explosie van dat sociale denken plaatsvindt op het internet.

Hoe vertaalt zich dat tot het bedrijfsleven?
Ondernemingen onderkennen al een hele tijd het belang van sociaal denken en collectief geheugen. Het probleem is altijd geweest hoe je die kennis kunt opslaan voor later gebruik. Werknemers hebben een enorme database in hun hoofd, maar als ze 's avonds de deur achter zich dichttrekken of van baan verwisselen is die informatie ook weg. Het intypen van gedachten in een computer blijkt bijvoorbeeld niet te werken. De meeste mensen weten vaak niet wat ze weten. Een cultuur van sociaal denken brengt die kennis echter aan de oppervlakte.

Hoe kun je die informatie doorzoekbaar maken?
Bijvoorbeeld door een eigen intern sociaal netwerk te creëren. Dat is wat IBM aan het begin van deze eeuw heeft gedaan, lang voordat Facebook en Twitter werden opgericht. IBM heeft inmiddels een cultuur waarin mensen hardop nadenken over problemen en elkaar online om advies vragen. Op die manier kunnen werknemers bij een probleem eerst de database doorzoeken om te kijken of dezelfde vraag al niet een paar jaar eerder is beantwoord. Dat vergroot de kans dat werknemers toevallig waardevolle dingen ontdekken, bijvoorbeeld doordat ze via het netwerk verbonden worden met collega's die ze persoonlijk niet kennen. Dat is niet alleen efficiënter, het biedt ook een natuurlijk tegengif voor interrupties.

Hoezo?
De meeste berichtjes die we versturen zijn van ondergeschikt belang. We willen weten wat er aan de hand is, waar iemand zich bevindt, of hoe laat de vergadering plaatsvindt. Dat kun je ondervangen door je werknemers om de zoveel tijd een status update te laten plaatsen. Dat werkt zo goed dat bij sommige IBM-afdelingen bijna geen email meer wordt verstuurd. Een blik in het interne netwerk is vaak al genoeg.

Wil je iets van een workshop onthouden? Maak notities op papier nieuws
16 juni 2014 | Ger Post

In We worden steeds slimmer betoogt Clive Thompson dat mensen met hulp van computers intelligenter worden. Maar dat gaat niet altijd op, zo blijkt uit een reeks onderzoeken naar het maken van notities. Wat betreft aantekeningen maken, gaat er niets boven pen en papier.

Bij een meeting, presentatie of een workshop hebben we al snel de neiging om onze computer open te slaan om aantekeningen te maken. Maar als je zoveel mogelijk van de presentatie wilt onthouden, kun je maar beter pen en papier uit je tas vissen. Althans, dat blijkt uit een reeks experimenten onder studenten.

In drie experimenten lieten Pam Mueller en Daniel Oppenheimer studenten aantekeningen maken, ofwel met de hand of op de laptop. Elke keer bleek dat de studenten met een laptop weliswaar meer aantekeningen hadden gemaakt, maar de studenten die pen en papier hadden gebruikt hadden de stof beter begrepen en konden het materiaal beter toepassen en integreren.

Toen de onderzoekers de notities van de studenten analyseerden, kwamen ze op een mogelijke verklaring. Studenten die met de hand schreven hadden de informatie ‘dieper’ verwerkt, omdat ze moesten luisteren, samenvatten en verwerken. Ze konden onmogelijk alles meeschrijven. De studenten op de laptop konden wel woordelijk meeschrijven met wat er werd gezegd, maar deze oppervlakkige transcriptie leek begrip in de weg te staan.

Zelfs wanneer de studenten de eigen aantekeningen mochten bestuderen, dan kwamen de studenten met laptops er bekaaid vanaf. Ondanks dat ze dus meer te leren hadden, deden de studenten met een computer het slechter als ze een week later werden getest. ‘Omdat handgeschreven aantekeningen de eigen woorden van de student bevatten, vormen ze effectievere geheugensteuntjes,’ schrijft Cindi May op de website van Scientific American.

O ja, en de laptops die de studenten gebruikten waren niet aangesloten op het internet – ze werden dus niet afgeleid door Facebook, email en Twitter. In dat geval waren de scores waarschijnlijk nog veel lager uitgevallen.

Het brein en het internet nieuws
11 maart 2014 | Jeroen Ansink

Maakt het internet ons dommer of juist slimmer? Met het Atlantic Monthly-artikel Is Google Making Us Stupid? en het daaruit voortvloeiende boek Het Ondiepe ontketende de Amerikaanse IT-journalist Nicholas Carr enkele jaren geleden een wereldwijde discussie over de effecten van ons online gedrag.

Langdurig internetgebruik, zo betoogde Carr, maakt ons in ieder geval oppervlakkiger. Het tast niet alleen de concentratie en het leervermogen aan, maar verandert ook de fysieke bedrading in de hersenen. De geconcentreerde en lineaire manier van denken die we sinds de uitvinding van de boekdrukkunst hebben ontwikkeld wordt hierbij verdrongen door een nieuw soort bewustzijn dat alleen maar informatie kan opnemen via een spervuur van fragmenten.

In We worden steeds slimmer, dat in juni in Nederlandse vertaling verschijnt, poneert de Canadese journalist Clive Thompson een meer positieve stelling: technologieën als smartphones, zoekmachines en sociale media blijken de capaciteit van ons brein juist te kunnen vergroten. Thompson beschrijft hoe een 76-jarige miljonair letterlijk alle beschikbare data in zijn leven digitaal opslaat, zodat hij zich volledig kan concentreren op het hier en nu. Zo ontsluit het internet een scala aan nieuwe denkwerelden waar we op dit moment nog niet eens het bestaan vermoeden.

Op de lange termijn dragen de individuele tweets, emails en Facebook-berichten volgens Thompson bij aan een serieel bewustzijn: een vorm van intuïtie waarbij we via elkaars digitale informatie een conversatie kunnen voeren zonder in elkaars fysieke nabijheid te zijn. Dankzij deze gestaag groeiende ambient awareness worden onze gedachten steeds rijker en complexer en kunnen we denkstappen maken die met alleen onze hersenen onmogelijk zouden zijn.

Neem IBM’s schaakcomputer Deep Blue, die uiteindelijk wereldkampioen Gary Kasparov wist te verslaan. Dat was niet zozeer een technologische overwinning, alswel het resultaat van een succesvolle samenwerking tussen mens en machine, een combinatie die zelfs te sterk bleek voor de ervaring en het geheugen van een grootmeester. Wat dat betreft is de toekomst nog maar net begonnen.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden