Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Nieuws

Hans van der Klis | 8 maart 2013 | 3-5 minuten leestijd

Nieuwe boeken (3): op naar de toekomst

Wie de kranten leest, krijgt haast het gevoel dat wij in het westen in een permanente crisis terecht zijn gekomen. Bedrijven en instellingen hebben met twee gigantische uitdagingen te maken: de gevolgen van de enorme schuldenberg voor de economie en de almaar sneller voortschrijdende technologische ontwikkelingen. Daarom als laatste artikel in de reeks over de nieuwe boeken van dit voorjaar: wie bereidt ons voor op de toekomst?

De westerse economieën bevinden zich in een transitiefase, is van verschillende kanten te horen. De Chinezen komen, de Turken ook: Kishore Mahbubani houdt ons in Naar één wereld (Nieuw Amsterdam) voor dat de ontwikkelingen zo snel gaan dat het westen macht zal moeten inleveren ten gunste van de opkomende Aziatische opkomende economieën. Daar moeten we dan ook kandidaat EU-lid Turkije toe rekenen, schrijven Nevin Sungur en Joost Lagendijk in hun boek De Turken komen eraan (Bert Bakker, maart).

Maar het is niet alleen de concurrentie uit opkomende economieën, die nog altijd veel te danken hebben aan hun lage lonen. Ook de snelle technologische ontwikkelingen dwingen ons voortdurend na te denken over de toekomst. Wetenschapper Marcel Heerink doet al jaren onderzoek naar robotica en heeft een boek geschreven over hoe en waarom onze wereld verandert door de komst van robots: Zolang je robot maar van je houdt (Scriptum, februari).

Een ander boek dat een belangrijke nieuwe technologische ontwikkeling tot onderwerp heeft, is De big datarevolutie van Kenneth Cukier en Viktor Mayer-Schönberger (Maven, mei), een journalist en een vooraanstaande wetenschapper die laten zien hoe wij de explosieve groei aan digitale gegevens kunnen onderzoeken en gebruiken.

Die big data brengen ook een gevaar met zich mee: overkill. In zijn boek Weconomics gaat Paul Bessems (Van Gorcum, april) in op de vraag hoe je als informatiewerker de 21ste eeuw overleeft. Hij vraagt zich af waarom de arbeidsproductiviteit de laatste decennia eigenlijk nauwelijks is gestegen, terwijl wij hulp hebben gekregen van ICT-toepassingen en Het Nieuwe Werken is geïntroduceerd. Hebben wij het gebruik daarvan niet goed georganiseerd?

Hij stelt een belangwekkende vraag: hoe je - binnen én buiten organisaties - met al die veranderingen omgaat. Menno Lanting heeft daar onlangs weer een uitstekend boek over geschreven, De slimme organisatie (Business Contact). Veelbelovend is ook Gamechangers van Thomas Blekman en Edwin de Beukelaar (Academic Service, april), die van mening zijn dat organisaties mensen nodig hebben die strategisch, energiek en non-conformistisch zijn en zo nodig de spelregels naar hun hand zetten.

Maar we kunnen daarbij natuurlijk niet vertrouwen op individuen alleen. Onder invloed van de technologische en economische ontwikkelingen is er duidelijk sprake van een groeiende interesse in nieuwe businessmodellen. Daar zijn de laatste tijd al verschillende boeken over verschenen en dit voorjaar doen ook Jeroen Kemperman, Jeroen Geelhoed en Jennifer op ’t Hoog een duit in het zakje met Briljante businessmodellen (Academic Service, mei). De auteurs hebben er twintig geselecteerd op drie criteria: de beschreven businessmodellen moeten visiegedreven, volhardend (radicaal en consequent in de keuzes) en baanbrekend zijn.

Geen boek over businessmodellen zonder plaatjes. Alexander Osterwalder, Patrick van der Pijl en andere experts op dit gebied hebben ons geleerd dat visualisering van wezenlijk belang is bij het opstellen van nieuwe businessmodellen. In dezelfde reeks als Business Model Canvas verschijnt nu ook een vertaling van de wereldwijde bestseller van Dan Roam, The back of a napkin (Kluwer, mei). In dit boek laat Roam zien hoe je elk managementprobleem kunt oplossen door er een plaatje bij te maken.

Nog even terug naar Azië. Drie Indiërs met sterke banden met Silicon Valley, Navi Radjoe, Jaideep Prabhu en Simone Ahuja hebben in hun boek Jugaad innovatie (Van Duuren, febbruari) zes principes geformuleerd om sneller, goedkoper en beter te innoveren. Jugaad is Hindi voor een ingenieuze en slim geïmproviseerde oplossing. Voor hun boek hebben zij naar in opkomende economieën in Azië en Afrika gekeken, waar de innovatie veelal van onderop komt. Dat past bij hun opvatting dat dure R&D-projecten en strak gestructureerde innovatieprocessen niet meer van deze tijd zijn, maar dat de echte vernieuwing bottom-up plaatsvindt, in opkomende economieën.

Misschien is dat ook de conclusie die we moeten trekken na lezing van Innovatieblunders (Van Duuren, april), waarin Sjors van Leeuwen de grootste innovatieblunders van de laatste decennia naast elkaar zet en 25 manieren aandraagt om beter te leren innoveren.

Serial entrepreneurs Ruud Hendriks en Patrick de Zeeuw richten zich met hun boek I’m hungry (Bertram + De Leeuw, april) op startende ondernemers. Met hun Startupbootcamp Global zijn ze wereldwijd actief in het versnellen van de groei van zo’n 100 high-techbedrijven. In I’m hungry leggen ze uit hoe start-ups zo snel mogelijk winstgevend kunnen worden: risicobeperking en rendement voor de investeerders staan voorop.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden