Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Nieuws

De najaarsworp (7)

Tot slot van deze serie over de managementboeken die dit najaar verschijnen een blik op het onderwerp waar menig manager zijn bestaansrecht aan ontleent: strategie en organisatie.

Hans van der Klis | 31 augustus 2008 | 4-6 minuten leestijd

Verwacht: boeken over succesfactoren, het (hogere) Doel, structuurhygiëne, Lean, Human Business Engineering en de 70 belangrijkste managementmodellen.

Keith McFarland, in het dagelijks leven adviseur van een aantal multinationals, ging op zoek naar succesfactoren voor bedrijven. Zijn doel: te ontdekken hoe alledaagse bedrijven kunnen veranderen in toppresteerders ofwel hoe zij een Doorbraak bewerkstelligden. Aangemoedigd door businesslegende Peter Drucker en Good to Great-auteur Jim Collins heeft McFarland in vijf jaar tijd ’s werelds grootste database van bedrijfsprestaties aangelegd. Hij heeft meer dan zevenduizend bedrijven geanalyseerd en vijftienhonderd directeuren op vier continenten ondervraagd. McFarland heeft zijn bevindingen opgeschreven in het boek ‘Doorbraak’ (Business Contact, november) en doet deze gepaard gaan met talloze actiepunten en adviezen van toppresteerders. Volgens de uitgeverij ‘een van de meest provocerende, inspirerende en instruerende boeken die er bestaan’.

Geen succesvolle strategie zonder Doel. Dat is de centrale stelling van het boek Het doel als startpunt van succesvolle organisaties van de vermaarde consultant Nikos Mourkogiannis dat in november eveneens bij Business Contact verschijnt. Leiders van organisaties denken vaak in termen van winst, reputatie of missie, maar succesvolle leiders als Richard Branson of Bill Gates denken en handelen ook vanuit Doelen. En daarmee doelt Mourkogiannis niet op zaken als winst maken en de continuïteit van het bedrijf veilig stellen, maar op een hogere dimensie. Hij laat zien dat de ogenschijnlijke ondergeschiktheid van morele waarden aan winst maken niet effectief is en ook niet tot blijvend succes leidt. Morele waarden en ideeën inspireren en motiveren mensen en vormen de essentie van een organisatie, en daaruit vloeien andere zaken voort zoals missie, visie, strategie en winst.

Hans de Bruijn, hoogleraar bestuurskunde aan de Technische Universiteit Delft, begeeft zich met zijn boek Managers en professionals (Academic Service, oktober) in een discussie die al langer woedt: over de verhouding tussen managers en professionals. De Bruijn betoogt dat managers inderdaad weinig goeds brengen: meer bureaucratie, overbodige procedures, model talk en managementlingo. Maar hij laat ook zien dat dit slechts het halve verhaal is: management is namelijk soms ook een oplossing. Vanuit deze constatering bespreekt de auteur een aantal belangrijke managementfuncties. Steeds zal blijken dat manager en professional moeten laveren tussen model talk en het beroep op de professionele autonomie. Dit leidt tot soms verrassende waardering voor datgene wat in professionele organisaties gebeurt. En tot, vaak contra-intuïtieve, aanbevelingen aan managers.

Bij Pearson verschijnt in oktober ‘Lean voor Dummies’ van Natalie J. Sayer & Bruce Williams, volgens de uitgeverij een gedegen en complete introductie tot Lean, waarin ook zeker nog veel interessants te vinden is voor wie al enigszins met de basisbegrippen vertrouwd is. Om het geheugen nog even op te frissen: Lean is een van de meest succesvolle kwaliteitsverbeteringstechnieken die de afgelopen decennia zijn ontwikkeld. Centraal bij Lean staat de klantwaarde. Alle onderdelen van een organisatie moeten 'aligned' zijn om die klantwaarde continu te verbeteren. Het gaat om een 'stroom van waarde' (Value Stream) die door de hele organisatie moet lopen, waarbij onderweg zoveel mogelijk overtollige ballast wordt verwijderd en verbeteringen worden doorgevoerd. Natalie Sayer werkte al met Lean-principes nog voordat ze zo heetten, in eerste instantie in de Amerikaanse auto-industrie. Bruce Williams is zelfstandig wetenschapper, publicist en ondernemer en onder meer co-auteur van ‘Six Sigma Voor Dummies’.

In het vocabulaire van Doede Keuning, hoogleraar Organisatie en Leiding verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, is ‘structuurhygiëne’ een essentiële voorwaarde voor het denken over structuurontwerp en organisatieveranderingen. Keuning, die al zo’n dertig boeken over dit onderwerp schreef, neemt in oktober afscheid van de universiteit en buigt zich in ‘Structuurhygiëne geboden!’ (Pearson, september) nogmaals over dit onderwerp. Met structuurhygiëne bedoelt Keuning de noodzaak om zinnig en zindelijk te denken en te handelen als het gaat om structuurontwerp en organisatieverandering. In dit boek loopt hij veelvoorkomende problemen langs (gelardeerd met vele praktijkvoorbeelden, onder andere de recente malaise bij ABN Amro). Ook staat hij uitgebreid stil bij wat hij de 'vergeten dimensie' van het vakgebied noemt: de klant, die veel meer centraal zou moeten staan. Al met al biedt dit boek een (soms onbarmhartige) blik op het slagveld dat organisaties vaak vormen - een eyeopener voor wie veelgemaakte fouten uit het verleden niet wil herhalen.

Rolf Baarda en Glenn Frijde schrijven in Human Business Engineering (Business Contact, oktober) dat organisaties die zich willen onderscheiden van andere, moeten vooral niet doen alsof iedereen hetzelfde is. Het duo neemt geen blad voor de mond in dit boek: zij vergelijken het personeel van een organisatie met een kudde. In het veilige midden van de kudde zitten: helpers, basiskrachten, allrounders en vakspecialisten. Aan de rand van de kudde de avonturiers: professionals, generalisten, leiders en strategen. Als je mensen als uitgangspunt neemt voor je organisatie, en hun karakters, drijfveren en capaciteiten durft te onderscheiden, ben je bezig met Human Business Engineering, ‘een verfrissend alternatief voor het klassieke personeelsmanagement’.

Tot slot een boek dat eigenlijk in geen enkel managerskantoor mag ontbreken: ‘Het Groot Managementmodellenboek’ (Academic Service, oktober) van de Berenschot-adviseurs Marcel van Assen, Gerben van den Berg en Paul Pietersma. Vanuit de gedachte dat managementmodellen in het bedrijfsleven eigenlijk niet meer weg te denken zijn, behandelt het drietal 70 essentiële modellen op steeds dezelfde manier: met een korte samenvatting, om een idee van het centrale concept te krijgen, een handleiding, die laat zien hoe en wanneer het is toe te passen en een beoordeling, waarin kritisch bekeken wordt of het echt werkt.

Veel modellen worden aan de hand van voorbeeldcases geïllustreerd, zodat een gedegen beeld ontstaat van waar het model voor staat.

Deel dit artikel

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden