Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Wij wijzen u graag op het volgende
Door drukte zijn de levertijden van PostNL aangepast en kan uw pakket vertraging oplopen. Door de Brexit kan de levering van Engelse boeken vertraging oplopen.

Boekenkast

Joep Schrijvers | 3 mei 2011 | 8-11 minuten leestijd

De Boekenkast van Ralf Knegtmans, werver en intellectueel

Bij sommige mensen voel je je direct vertrouwd. Er is geen stemmetje dat je waarschuwt dat er iets niet pluis is. Zo iemand is Ralf Knegtmans. Hij is innemend, alert en praat met gepaste scherts. Je zou je overdonderd kunnen voelen, maar zijn ogen nemen het minste geringste daarvan weg. Daarvoor kijkt hij te vrolijk en te nieuwsgierig de wereld in: alles oké! Doe ik het goed? We zitten in de zonnige vergaderkamer aan de voorkant van zijn kantoor. Het uitzicht kan niet Amsterdamser. Het pand van zijn bedrijf heeft de aangebouwde vleugel van het Concertgebouw als overbuurman. Het is druk op straat. Het is vrijdagmiddag. We zijn onmiskenbaar in Oud-Zuid.

‘Ik kom ook uit Amsterdam, niet eens ver hier vandaan,’ zegt Knegtmans. ‘Hierachter.’ Hij maakt een wuivend gebaar opzij. ‘Ik kom uit een intellectueel gezin waarin heel veel werd gelezen. Het huis stond vol boeken, boeken en nog eens boeken. Mijn ouders hadden de mooiste boeken in zo’n Lundiarek. Ken je die?’ Zijn ogen grijnzen me onderzoekend aan. ‘Bij ons thuis waren er vooral romans. Er werd ook veel over gesproken. Dat ging vanzelf want er kwamen ook vaak schrijvers en journalisten over de vloer. Mijn stiefvader was namelijk hoofdredacteur bij HP. Respect voor boeken is er met de paplepel ingegoten. Zonder je handen te wassen mocht je er niet aanzitten en als je ezelsoren maakte, kreeg je op je donder. Er werd ook ontzettend veel over boeken gesproken. Het was een echt jaren zeventig gezin waarin veel werd gedebatteerd. We lazen ook meerdere kranten. Mijn ouders vonden al snel dat je te weinig las. Dat was bij mij het geval omdat ik ook behoorlijk sportief met basketballen was.’
Knegtmans heeft het pad van zijn ouders niet gevolgd. Het aandeel romans dat hij leest is te verwaarlozen. ‘Ik lees op dit moment helaas vooral managementboeken omdat ik die goed voor mijn werk kan gebruiken. Mijn werk is het selecteren van topmanagement voor alle sectoren. Daarnaast schrijf ik boeken, maak ik columns en doe ik radio. Maar dat zijn nevenactiviteiten. Voor het selecteren moet ik veel weten over de branches waarvoor ik werk. Alleen dan kan ik er goed over meepraten. Ik lees boeken niet van A tot Z, maar heel selectief. Thuis staan ze in een mooie boekenkast, een moderne met dikke planken. Hier op kantoor heb ik een gewone kast met deuren. Vroeger had ik van mijn boeken tachtig procent gelezen. Nu ik columnist ben, krijg ik veel boeken toegestuurd om te recenseren. Het percentage gelezen boeken is daardoor achteruit gegaan en is nu nog geen zeventig procent.’

Kwaliteit managementboeken
Ik leg Knegtmans de vraag voor die al langer in mijn hoofd rondzingt: wanneer is een managementboek goed? Er wordt zoveel geschreven! Hij antwoordt direct: ‘Als het genuanceerd is. Aan een zaak zitten immers meerdere kanten. Er is niet één methode of aanpak. Een managementauteur moet ook zichzelf relativeren en met een knipoog kunnen schrijven. Of ik tevreden ben over managementboeken? Die zijn vaker slecht dan goed. Dat bedoel ik niet aanmatigend. De manco’s zitten vaak in de mate van stelligheid – zo moet het – zonder er een onderbouwing aan te geven. Of als er één idee in zit, wordt dat onvoldoende uitgewerkt. En helaas zijn er nogal wat managementboeken waar niet doorheen te komen is. Een goed managementboek is goed gefundeerd, liefst empirisch en vooral leesbaar. Ik heb iets met taal, ben een echte alfa-male.’ Ik kijk in de twinkelende ogen tegenover me. ‘Nee, dat bedoel ik niet. Ik ben geen alfa-aap, maar een alfa van de taal.’
Knegtmans schreef het boek Toptalent. Wat was de aanleiding tot dit boek? ‘Ik had vroeger het plan om romans en handboeken te schrijven tot mijn pensioen. Maar ik kwam in dit vak terecht na mijn studie rechten en de kopstudie bedrijfskunde: executive search. Ik kwam er gaandeweg achter dat men veel te traditioneel aan het werven was. Veel vakgenoten selecteerden vooral op competentie, IQ en branche-ervaring. Weet je, dat heeft maar beperkt voorspellende waarde. De echte dingen – zoals sterke drijfveren, een hoge intrinsieke motivatie en een stevige persoonlijkheid – worden amper meegenomen. Die laatste zeggen veel meer over iemands kans van slagen. Deze kenmerken kom je tegen bij verschillende lieden in het bedrijfsleven, het leger of de overheid. Het zijn zogenaamde universele kenmerken. Die zijn veel moeilijker aan te leren. Je moet dus bij de werving en selectie van toptalent dáár naar kijken. Hoe gaat iemand om met crisis of met weerstand? Dat is belangrijker dan het ‘sec’ testen van het IQ. Daarom heb ik mijn boek over toptalent geschreven: om mensen anders naar hun selectiecriteria te laten kijken.’

Er klinkt gebel van een tram die optrekt. Fietsers scheuren over het asfalt. Mag je een auteur vragen of hij vindt dat zijn eigen boek kwaliteit heeft? Ik aarzel omdat ik geen afzeiktoontje wil laten horen. Ik waag het erop. Knegtmans schuift naar voren. ‘Ik heb negen criteria geformuleerd waaraan je toptalent kunt herkennen. Het hadden er misschien ook acht of tien kunnen zijn. Ik heb deze gesondeerd bij ongeveer zeventig practice leaders. Die criteria komen dus niet zomaar uit de lucht vallen. Hoewel mijn boek geen wetenschappelijk boek is, heb ik ze waar mogelijk gecheckt met wat de wetenschap te melden heeft. En vergis je niet…’ Knegtmans gaat er nog wat rechter voor zitten en zijn charmante stem wordt onmiddellijk strenger: ‘er zit ook de jarenlange ervaring van mijzelf en ons bureau in. Ik wil die niet over- maar ook niet onderschatten. We werken al jaren in en voor de top. Het maakt verschil of Cruijff iets zegt of een derderangs trainer. Van veel dingen heb ik geen verstand, maar van een paar dingen wel.’ Ik doe er even het zwijgen toe. Hoor ik het geruis van een verwarming? Zijn blik ontspant. Laat ik hem gaan? Nee, nog niet. Er is iets wat ik aan de orde wil stellen. Knegtmans schrijft ergens dat toptalenten het absolute topniveau bereiken in hun discipline. Het leek me een conformistische definitie. Je bent een toptalent als je hoog in de gevéstigde orde komt. Maar hoe zit het dan met vernieuwers, baanbrekende innovators en kunstenaars? Ik leg het hem voor. ‘I fully agree’, zegt hij terwijl hij een hoffelijke buiging in mijn richting maakt. ‘In de kunsten en bij innovatie is de dynamiek anders dan in het bedrijfsleven. Maar, je haalt wel selectief één definitie uit mijn boek. Ik schrijf ook dat een toptalent iemand is met het juiste talent en de juiste mentaliteit én met een beperkt ego. Mensen met een te groot ego komen niet ver.’

Grote ego’s
Ik vraag hem door te filosoferen op dat ego: ‘Ja, een groot ego kan je talent in de weg staan. Of je nu topmanager, professional of journalist of columnist bent. De kunst is om je ego onder controle te houden. Ken je Ischa Meijer nog,de absolute topinterviewer? Die als geen ander in staat was door te dringen tot de ziel van de ander?’ Ik knik aanmoedigend omdat ik een anekdote vermoed: ‘Ischa Meijer kwam wel eens bij ons thuis net zoals andere journalisten. Op een dag ging hij met ons mee naar mijn grootvader. Dat was een gewone man die op de tram reed. Hij vroeg Ischa Meijer: "Ken ik u niet ergens van?" Nou je zag hem opfleuren. Ischa: "Van de krant, soms?" "Nee", zei mijn grootvader. "Van de tv dan?" Mijn grootvader schudde zijn hoofd. Je zag de teleurstelling groeien. Mijn grootvader zweeg een moment. "Gaat u wel eens met de tram?" "Ja" zei Meijer die geen idee meer had waar het gesprek heen ging. "Dan zal het daar van zijn waar ik u van ken." Dat was een mooi moment. Mijn grootvader kende die man natuurlijk wel, wist intuïtief wat zijn zwakke plek was en legde die bloot: zijn ego. In mijn vak moet ik goed met ego’s omgaan. Vergis je niet, de mensen die hier in deze kamer binnenkomen, hebben vaak een zeer sterke persoonlijkheid. Ik mag me daar nooit door laten imponeren. Want dan gaat het mis. Het niet naar de mond praten is cruciaal in mijn vak.’

Vrouwen aan de top?
Knegtmans heeft zijn tweede boek over diversiteit geschreven. Is dat niet de zoveelste lofzang op multiculturaliteit, waarbij van tevoren vaststaat dat alle verschillen een zegen zijn? ‘Nee, beslist niet. Het is niet zo dat er alleen maar voordelen gebonden zijn aan diversiteit. Er zijn ook nadelen en grenzen. Een dergelijk boek is het niet. Wel vind ik dat bedrijven beter af zijn als ze inspelen op de verschillen in de samenleving. Diversiteit gaat niet alleen meer over vrouwen aan de top, maar ook over biculturaliteit, jong en oud.’ Ik besluit hem toch een m/v-vraag voor te leggen. Waarom zou je meer vrouwen aan de top willen? Het is toch duidelijk dat vrouwen dat evolutionair gesproken niet willen en kunnen. Die willen naast een half baantje met de tuttelen en in het tuintje de perkjes harken. ‘Nee, nee. Dat is in Nederland mede ingegeven door luxe. In de VS is er een hele andere attitude. Vrouwen maken daar wel carrière en gaan er veel pragmatischer mee om. Bij ons hebben we de verzorgingsstaat waardoor vrouwen makkelijker hun carrière kunnen onderbreken. Dat is jammer. Want men selecteert toptalent op basis van de hellingshoek van de progressie.’ Ik kijk hem vragend aan. ‘Men kijkt naar hoe snel je groeit. Dat is de hellingshoek. Als je er tussen je 30ste en 38ste uit gaat, is die vlak. Dat werkt tegen je als vrouw en wordt gecodeerd als stilzitten. Dat moet veranderen. Want vrouwen kunnen na het krijgen van kinderen nog zeker dertig jaar carrière maken en de top bereiken. Waar directeuren ook alert op moeten zijn, is dat vrouwen niet hard genoeg schreeuwen als ze promotie willen maken. Ze zijn daar te bescheiden voor. We weten dat het schreeuwvermogen niets zegt of iemand een toptalent is voor leiderschap.’
Knegtmans heeft nu twee boeken op zijn naam staan. Hij vertelt me met glimmende ogen dat hij thuis op de rand van zijn bed schrijft met de laptop op schoot. Zomers doet hij dat meestal in zijn huisje in Loosdrecht. Zijn blik scheert over de vergadertafel om in de verte te eindigen. Een brommer knettert de Van Baerlestraat in. ‘Ik ben dan heerlijk teruggetrokken. Alleen met mijn notities en met de gevonden artikelen in een chaos om mij heen. Het is er doodstil. De natuur is prachtig en rustgevend tegelijk. Ik zit aan de tafel, kijk uit over de plas en het schrijven begint...’

Bekijk ook het korte videoverslag van dit interview!

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden