Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Recensie

Superkracht zit niet in het management maar op de werkvloer

Alle aandacht voor effectief leiderschap ten spijt, wil het nog maar niet vlotten met het creëren van eigenaarschap in organisaties. Niet meer dan 12 procent van de Nederlandse werknemers blijkt ‘engaged’, 13 procent  is zelfs ‘actively disengaged’, en de rest bungelt daar tussenin. Toegegeven: de cijfers, afkomstig van het Amerikaanse onderzoeks- en adviesbureau Gallup, zijn inmiddels een kleine vijf jaar oud, maar in de praktijk blijkt de situatie nog niet echt te zijn verbeterd. Eigenaarschap is nog steeds ‘een dingetje’.

Bert Peene | 29 april 2021 | 3-4 minuten leestijd

Hiervoor zijn vast meerdere verklaringen te geven en het ontbreken van voldoende goede literatuur zal er zeker één van zijn. Met ‘goede literatuur’ bedoel ik monografieën met een stevig theoretisch fundament. Die paar boeken die met zoveel woorden een antwoord beloven op de vraag hoe je eigenaarschap in je team vergroot – ik kwam niet verder dan een handvol titels – ontstijgen nauwelijks het niveau van wat je een ‘praktijkbiografie’ zou kunnen noemen. De auteur in kwestie neemt zijn lezers daarin mee op reis door een verhaal over zijn eigen ervaringen als organisatieadviseur. Op basis daarvan presenteert hij lessen van een soms enorme oppervlakkigheid. ‘Mijn boodschap is: neem niet te snel genoegen met iemand die zegt dat hij iets niet kan’, om maar even voorbeeld te geven. En natuurlijk hoort daar een zelf in elkaar geknutseld model bij. Daar houden vooral deelnemers aan seminars, cursussen en trainingen – de eigenlijke doelgroep van de auteur – namelijk van.

Het pas verschenen boek van Martine Veeger Superkrachten vormt hier een aangename uitzondering op. Toegegeven, ook zij maakt haar lezers vol enthousiasme deelgenoot van haar leven als consultant en coach, maar haar lessen over hoe je eigenaarschap creëert, zijn tenminste behoorlijk onderbouwd. Dat wil dus zeggen: met relevante (wetenschappelijke) literatuur. En, klein detail maar toch, ze heeft geen model gebouwd.

Eigenaarschap bij medewerkers creëren is volgens haar vrij eenvoudig: doorbreek de vicieuze cirkel, benoem eigenaren voor operationele doelen en kies voor ‘de omgekeerde overlegstructuur’. Gelukkig is daarmee niet alles gezegd. Veeger gaat namelijk uitgebreid in op vragen als: hoe vervang je oud gedrag door nieuw gedrag, hoe doorbreek je ongewenste routines, hoe zorg je ervoor dat je zelf als leidinggevende steeds de juiste dingen doet, hoe voer je effectieve een-op-een-gesprekken, welke veelvoorkomende fouten moet je vermijden, hoe wakker je de intrinsieke motivatie van medewerkers aan en, last but not least, hoe zorg je dat ze superkrachten worden?

De sleutel daartoe is volgens haar het gedrag van de leidinggevende. Die ziet zichzelf nog te vaak als de enige of belangrijkste superkracht in de organisatie. Ik moet ervoor zorgen dat alles goedkomt: die mindset. Veeger vertelt hoe de ‘muizenradmetafoor’ van Arend Ardon haar ogen opende voor dit ineffectieve leiderschapsgedrag. Managers blokkeren onbewust zelf de verandering die zij nastreven, schrijft Ardon, en dat geldt dus ook voor het ontwikkelen van eigenaarschap. Vandaar Veegers advies vicieuze cirkels op te sporen en te doorbreken.

Behalve het tonen van voorbeeldgedrag is het belangrijk dat leidinggevenden lastige gesprekken niet uit de weg gaan. Stel dat je een nieuwe organisatie zou starten, wie van je huidige medewerkers zou je dan aannemen, luidt een van de (vele) opdrachten in het boek. En de mensen die dan buiten de boot vallen, weten die dat je niet tevreden bent over hun functioneren? Dat blijkt vaak niet het geval te zijn. Zo krijgen leidinggevenden in Veegers boek meer dan eens een spiegel voorgehouden.

Wie in dit boek vooral op zoek gaat naar nieuwe inzichten, zal waarschijnlijk teleurgesteld worden. Zeker als je bagage al de nodige kennis over verandermanagement, systeemleren en persoonlijke effectiviteit bevat. Nieuw is echter de praktijkcomponent. Die is hier veel sterker aanwezig dan in andere boeken over eigenaarschap. Er is ook beter over nagedacht. Ieder hoofdstuk sluit af met een samenvatting en met wat Veeger ‘kom-in-beweging-opdrachten’ noemt. Bijvoorbeeld: ‘Beschrijf je nieuwe routine’. ‘Maak een selfie’. ‘Bepaal focus, vind een rolmodel en schets je ideale werkweek’. Of: ‘Ontdek de kartrekkers in je organisatie’.

Daarnaast bevat de bijlage allerlei technieken om te reflecteren, doelen te bepalen, oorzaken te zoeken, feiten te gebruiken, een goed plan met dashboard te maken, de omgekeerde overlegstructuur te bepalen, en overleggen effectiever te maken. Maar het belangrijkste verschil met die andere boeken over eigenaarschap is toch wel de meer-dimensionaliteit van Veegers boek: het gaat over hoe je eigenaarschap creëert, maar minstens zozeer over persoonlijke effectiviteit. ‘Creëer eigenaarschap en laat je organisatie werken’ houdt Veeger haar lezers voor, om daar stiekem aan toe te voegen: en begin bij jezelf. Maar dat ontdek je pas gaandeweg.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden