Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Recensie

Het polderkartel - 'Geloofwaardig'

Nederland is beroemd om zijn ‘poldermodel', waarin sociale partners ingrijpende besluiten nemen over het inkomen van miljoenen Nederlanders. Slechts een paar vakbonden en werkgeversorganisaties bepalen wat wij verdienen en wanneer wij met pensioen kunnen. In Het polderkartel lees je wie hiervan de pineut zijn en waarom het de hoogste tijd is om dit polderkartel te ontmantelen.

Sjors van Leeuwen | 4 juni 2021 | 5-7 minuten leestijd

Martin Pikaart is oprichter en voorzitter van AVV, een nieuwe democratische vakbond waar iedereen over zijn eigen cao kan stemmen. Hij schreef eerder De pensioenmythe over de onrechtvaardige verdeling van pensioenen en Wanbeleid, Algemeen Burgerlijk als aanklacht tegen ABP, het grootste pensioenfonds van Nederland. Pikaart schreef Het polderkartel op persoonlijke titel om dit polderoverleg open te breken. Want dat is hard nodig, zo lezen we in Het polderkartel. Al jaren maken maar een paar partijen de dienst uit als het gaat om wat werknemers verdienen (cao-regeling) en wanneer ze met pensioen kunnen (pensioenregeling). Met als hoofdrolspelers werkgeversorganisaties zoals VNO-NCW en MKB-Nederland en vakbonden zoals FNV en CNV.

Rode draden
Door het boek heen lopen drie rode draden, zo lezen we in het voorwoord. De eerste rode draad gaat over de partijen in het kartel; de vergrijsde vakbonden met de FNV voorop. Die is allang niet meer representatief voor werkend Nederland, maar heeft geluk dat stokoude regels - waarover de FNV zelf meepraat - in zijn voordeel zijn. De tweede rode draad is de kloof tussen vast en flex. Die kloof is dankzij de vakbonden veel groter dan in andere landen in de Europese Unie. Heb je een vast contract, dan zit je redelijk gebeiteld. Heb je een flexcontract, en dat geldt voor de meeste jongeren, dan kun je fluiten naar sociale zekerheid (en naar een hypotheek). De derde rode draad is de scheve verdeling tussen de pensioenlusten en -lasten tussen de oudere (rijkere) en jongere (armere) generaties.

Falie
Het Polderkartel leest als een regelrechte aanklacht met de FNV in een negatieve hoofdrol. In het boek komt van alles voorbij: eigen belang, lobbyen, machtsmisbruik, zelfverrijking, vriendjespolitiek en kortetermijndenken. Andere vakbonden worden door de FNV niet als medestander gezien, maar als tegenstrever en dus tegengewerkt. Er is op grote schaal sprake van bestuurlijke inteelt, want in al die besturen en commissies zitten steeds weer dezelfde mensen, tot aan het toezicht aan toe. Ons kent ons en iedereen houdt elkaar de hand boven het hoofd. Die gaan zichzelf echt niet op hun falie geven, zeker niet als ze bij de FNV of VNO-NCW werken, aldus de auteur.

Gesloten deuren
Achter gesloten deuren sluiten vakbonden akkoorden die goed zijn voor hun leden, maar niet altijd voor de rest van Nederland. Hoe dat komt beschrijft de auteur tot in detail, ik vat het als volgt kort samen: als eerste staat het persoonlijk belang van de bestuurders voorop, daarna het voorbestaan van de eigen bondsorganisatie met zijn kaderleden en daarna het (financieel) belang van de eigen vergrijsde en sterk slinkende ledenachterban, met vaak vaste arbeidscontracten en ruime pensioenregelingen. Toch gelden deze akkoorden voor iedereen. Jongeren, flexwerkers en vrouwen zijn de dupe van dit typisch Nederlandse polderoverleg tussen vakbonden en werkgevers. In de ogen van de auteur maakt vooral de FNV het bont. Deze vakbond domineert van oudsher vrijwel alle bestuurlijke polderorganen waarin het geld wordt verdeeld, zoals de pensioenfondsen en sociale fondsen. Als andere bonden het beleid van de FNV niet ondersteunen, draait deze de geldkraan dicht.

Zwendel
Ergens halverwege het boek schrijft de auteur over de rol van de FNV bij het sluiten van een nieuw pensioenakkoord. De auteur schrijft daarover onder andere het volgende, het geeft de strekking van het boek goed weer: ‘Wat hier gebeurt, is ongehoord. Het is helaas bijna standaard dat de vergrijsde bonden de belangen van jongeren, vrouwen, uitzendkrachten en anderen voor de bus gooien om hun vergrijsde achterban te plezieren. Het buitensluiten van vrouwen bij pensioenregelingen, het feit dat jongeren nog jaren meebetalen aan de VUT, waar ze zelf geen recht meer op hebben, de overgang van eindloon naar middelloon, de introductie van de Flexwet, de nadruk op ontziemaatregelen en ouwelullendagen in cao's. Het is bijna de definitie van polderen geworden.' Een akkoord dat door de hoogleraren economie Sweder van Wijnbergen en Bas Jacobs destijds getypeerd werd als ‘perverse inkomensoverdrachten', ‘zwendel' en ‘sociale partners die de boel bedonderen'.

Problemen naar de toekomst
Want zo concludeert de auteur: ‘Gezien de slechte situatie moeten de pensioenfondsen ingrijpen, maar daar wil de polder niet aan. Zeker de FNV niet waarvan veel leden al met pensioen zijn of er vlak voor zitten. Het is veel gemakkelijker om de regels te versoepelen, harde ingrepen uit te stellen en de problemen naar de toekomst te verschuiven. Dat het de polder lukt om dit voor elkaar te krijgen, tegen de regels in, is de zoveelste illustratie van hun greep op de politiek.' Niet vreemd als je denkt aan de grote verwevenheid tussen vakbonden, werkgevers, politiek en openbaar bestuur. Het komt in het boek meerdere keren langs: zo ben je vakbondsleider, om daarna politicus te worden om vervolgens te eindigen als goed betaalde bestuurder of commissaris bij een werkgeversorganisatie, pensioenfonds of multinational.

Gestrekt been
Martin Pikaart gaat er in Het polderkartel met ‘gestrekt been' in. De ergernis en frustratie van de auteur spat van de pagina's af. Begrijpelijk als je leest hoe dit vastgeroeste poldermodel werkt en hoe een nieuwe vakbond als de AVV (opgericht door de auteur) al jaren door de FNV wordt gedwarsboomd. Om zijn punt te maken gaat de auteur bij sommige onderwerpen zoals de verschillende cao-onderhandelingen ver in detail, dat had wellicht wat minder gekund, want het vraagt nogal wat materiekennis en het komt de leesbaarheid van het boek niet altijd ten goede.

Geloofwaardig
De boodschap van Het polderkartel is duidelijk, maar klopt het beeld ook, is het geloofwaardig? Want zo schrijft de auteur in het laatste hoofdstuk: ‘bij gesprekken over de polder en zijn gebruiken met politici, journalisten of buitenstaanders merk ik vaak dat ze mijn verhalen niet of nauwelijks geloven'. Daarom voert de auteur in zijn boek met naam en toenaam tientallen bekende en minder bekende insiders, (oud) vakbondsbestuurders en andere betrokkenen op met door henzelf geverifieerde uitspraken, ervaringen en voorbeelden uit de praktijk. Ook vind je achterin 520 verwijzingen naar geraadpleegde bronnen. Dus ja, geloofwaardig is het wel, tot het tegendeel bewezen is zullen we maar zeggen.

Naast een nieuwe bestuurscultuur in de politiek lijkt ook een nieuwe bestuurscultuur in de polder en bij de oude vakbonden hard nodig. Ik sluit af met waarmee de bekende tv-econoom Mathijs Bouman het boek begint: ‘Veel plezier met dit boek. En moge tijdens het lezen u de schellen van de ogen vallen.'

Sjors van Leeuwen is werkzaam als zelfstandig adviseur op het gebied van klantgericht ondernemen (CRM), strategie en marketing. Hij is auteur van verschillende boeken zoals CRM in de praktijk, Klant in de driver's seat, Zorgmarketing in de praktijk, Power to the people, Hoe agile is jouw strategie?, Wendbare strategie op een A4, Online marketing in de zorg en Sterk merk in de zorg . Sjors van Leeuwen is verder initiatiefnemer van Zorgmarketingplatform, hét kennisplatform voor marketing in de zorg.

Deel dit artikel

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden