Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Interview

Karin de Galan

‘Het zaaltje zal niet gaan verdwijnen’

Volgens Karin de Galan, auteur van het nieuwe boek Online trainen, was het afgelopen jaar voor veel trainers een confronterende tijd. ‘In plaats van naar een zaaltje gaan, een paar tools uit je rugzak halen, en aan de slag gaan, moesten trainers nu veel beter vooraf nadenken wat ze online gingen doen.’ Online zal niet de norm worden in trainen, wel komen er steeds meer hybride vormen voorspelt de trainer van het jaar 2020/2021.

Ronald Buitenhuis | 25 januari 2021 | 5-6 minuten leestijd

Pas op pagina 265 van uw boek Online trainen wordt het woord corona genoemd. Terwijl online juist in deze tijd de norm is. Waarom dit boek niet opgehangen aan corona gekoppeld aan online werken?
Omdat ik hoop dat dit boek ook na corona nuttig blijft. Maar corona is wel de aanleiding geweest om dit boek te schrijven. Trainen (bijeenkomsten waarbij het draait om het geven van feedback en niet alleen om het geven van instructies-red.) deden we als trainers eigenlijk zelden online. Ook ik niet. Ik zag in het veld van trainers dat iedereen worstelde met de omschakeling van ‘het zaaltje’ naar online. Het gros van de trainers is toch gewend om naar een zaaltje te gaan en daar ‘hun ding te doen’. Veel trainers hebben een draaiboek dat gebaseerd is op fysieke ontmoetingen en kunnen moeilijk omschakelen. Dit boek helpt je in online trainingsvaardigheden. Online vergt veel meer voorbereiding.

In die zin worden trainingen misschien wel beter omdat trainers hun routines los moeten laten en beter voorbereid een training in moeten gaan. Misschien best confronterend deze tijd voor trainers?
Zeker was het confronterend. Veel trainers lopen tegen hun eigen beperkingen aan. Wat we in zaaltjes doen, is lang niet altijd even effectief. Dat wordt online pijnlijk duidelijk. Daar moet je niet beginnen met een PowerPoint van twintig minuten, want dan ben je iedereen kwijt. Het stomme is dat online juist lijkt uit te nodigen tot PowerPoint: mijn eerste online training gebruikte ik dat ook in plaats van de flipover. Maar dat wordt al snel saai. Ik gebruik nu gewoon weer een old-school flip-over met geeltjes. Maar dan voor camera. Dat biedt dynamiek. Gebruik gewoon je oude instrumenten voor nieuwe online methoden.

Wat moet je  doen? Wat zijn de do’s van online trainen?
Begin direct met een actuele casus, of een casus die alle deelnemers herkennen. Dat motiveert ze. Crux is dat je niet eerst met veel theorie begint, zoals veel trainers gewend zijn te doen. In zaaltjes kunnen mensen minder snel weglopen, online kan dat wel. Bij te veel theorie aan het begin, raak je deelnemers kwijt. Begin met praktijk, laat dat volgen door theorie (checklists bijvoorbeeld) en kom dan weer met een praktijkvoorbeeld terug om iedereen te laten oefenen. Zo houd je deelnemers geboeid en betrokken. Het is bewezen dat mensen het meest en best leren van voorbeelden. Filmpjes online lenen zich daar ook prima voor.

Mensen zijn in deze coronatijd zoomsessies met kantoor en/of collega’s na een uur al zat. In jouw boek staat een trainingsschema van half tien tot één uur ’s middags. Hoe houden deelnemers dat vol? Hoe voorkom je schermmoeheid?
Een uur alleen online vergaderen is ook saai. De truc is om trainingen aantrekkelijk te maken. Zoals ik eerder zei, dat begint bij een goede voorbereiding. Als je goede casussen hebt die aansluiten bij de belevingswereld van de deelnemers, blijven ze er wel bij. Goede trainers weten hoe je deelnemers intrinsiek motiveert. Ik hoor vaker dat “de tijd vliegt” dan dat mensen schermmoe zijn.

Een van de belangrijke onderdelen van online is: hoe houd je als trainer online contact met je deelnemers. Wat is de gouden regel in deze?
Als gezegd: maak een training intrinsiek motiverend zodat deelnemers er als vanzelf blijven en contact met je houden. Maar schroom ook niet om normen te stellen. Als je ziet dat iemand online koffie gaat halen, zeg daar – op een aardige manier- wat van. Blijf als trainer wel kapitein op het schip. Dat zou je in een zaaltje ook doen. Vandaar dat ik in mijn boek ook schrijf: eigenlijk is online trainen niet wezenlijk anders dan offline trainen. Een goede trainer zorgt er ook in zaaltjes voor dat er boeiende casussen zijn en effectieve oefeningen. Maar de ervaring leert dat daar toch veel wordt gewerkt met een rugzak met bekende tools. In de online wereld kan dat echt niet meer.

Wat zal de toekomst zijn voor trainingen? Online of offline?
We gaan naar een hybride vorm. Veel gespreksvaardigheden bijvoorbeeld zijn prima online te leren en veel kennisgerichte trainingen werken online ook goed. Gaat het over groepsprocessen, dan is vaak een offline bijeenkomst nodig. Omgaan met agressie is online vaak ook lastig. Iemand trainen om voor grote groepen te spreken, werkt in een zaaltje toch echt beter. Of online trainen het nieuwe normaal wordt? Dat denk ik niet. We zullen als trainers deelnemers fysiek bij elkaar blijven halen omdat dat fijn is voor de verbinding: even een praatje maken met je buurman is online lastiger. Je zult als trainer altijd weer een afweging moeten maken, maar inmiddels hebben we geleerd dat best veel trainingsonderdelen prima online kunnen. In grote landen gaan al heel veel trainingen online omdat de afstanden er veel groter zijn dan bij ons. Voordeel van online is bijvoorbeeld ook dat je kortere dagdelen kunt doen, waardoor deelnemers ’s middags het geleerde al in praktijk kunnen brengen. Je hoeft - omdat het vanwege reistijd handig is - niet altijd direct een hele dag naar plek X in Nederland te komen. Techniek is inmiddels niet meer de belemmering voor online trainen. Investeringen daarvoor vallen mee en verbindingen zijn vaak best goed. Check die verbinding wel 45 minuten voor het begin, in plaats van bij start van de training. Als je eerst twintig minuten bezig bent met alle verbindingen optimaal maken, ben je de helft van de deelnemers al kwijt. Ik maak ook vaak een appgroep voor de deelnemers vooraf. Daar zetten ze een persoonlijk filmpje in zodat je het hele voorstelrondje al over kunt slaan. Alles is voorbereiding: de trainer moet een goede mix maken. 80 procent online en 20 procent zaaltjes? Ik zie dat voorlopig niet gebeuren. Offline zal de norm blijven, maar wel minder. Gebruik online daarbij vooral effectief.

Over Ronald Buitenhuis

Ronald Buitenhuis is freelance journalist.

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden