Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Column

Martin van Staveren - Wat men (niet) ziet

We gaan even terug in de tijd vanwege een actuele en belangrijke kwestie. In 1850 schreef ene Frédéric Bastiat, econoom en filosoof, een essay met de titel Ce qu`on voit et ce qu`on ne voit pas, ofwel Wat men ziet, en wat men niet ziet.

Martin van Staveren | 28 oktober 2019 | 2-3 minuten leestijd

Dit essay bevat een parabel over het vernietigen van waarde. Wat kunnen we hiervan leren, in ons digitale landsbelang, binnen de overheid én in andere organisaties? Veel, zo blijkt.

Ik moest aan Bastiat denken naar aanleiding van berichten over het bijten van BIT, Bureau ICT Toetsing. Dit onafhankelijke bureau is in 2015 opgericht, na verschijnen van het rapport over het falen van ICT- projecten bij de overheid (de parlementaire onderzoekscommissie Elias). Dit compacte bureau met zo'n 15 FTE heeft als taak om ICT projecten van de Rijksoverheid te toetsen, op basis van twee heel redelijke vragen. Een: Streeft het project een helder doel na of lost het een probleem op? Twee: Is het project zo ingericht, dat er vertrouwen is dat het doel ook wordt gehaald?

Om deze vragen te kunnen beantwoorden gebruikt BIT een toetskader, waarmee een project op dertien (!) aspecten wordt beoordeeld. Denk hierbij aan samenhang met werkprocessen, functionele haalbaarheid, technische maakbaarheid, en dergelijke. Hele redelijke aspecten om ingewikkelde projecten tijdig op te toetsen. Op basis van deze aanpak bijt het BIT succesvol, misschien wel te succesvol. De afgeronde, openbare rapporten gaan namelijk rechtstreeks naar de Tweede Kamer. Van de aanbevelingen wordt 65 procent overgenomen door de verantwoordelijke bewindspersonen. Dit maakt de BIT-bijters dus invloedrijk in het Haagse én zorgt voor een spoor van geknakte ambtelijke ego's (en waarschijnlijk dito carrières). Sinds de oprichting van BIT is een aantal ICT-projecten namelijk voortijdig stopgezet. En dat zijn niet de minsten. Het betreft grootschalige projecten, waaraan vaak gedurende vele jaren veel, heel veel geld is uitgegeven. Aan de hand van een overzichtje in NRC en kwam ik tot een bedrag van 798 miljoen euro.

Een kritische lezer zou nu als volgt kunnen redeneren: voor dat geld is dan wel niet het beoogde resultaat verkregen (er is helemaal geen resultaat), maar er zijn wel de nodige ambtenaren en ICT-bedrijven jarenlang van de straat gehouden. Goed voor de economie, toch? Nee dus. Dit is het moment om terug te keren naar Frédéric Bastiat, de man van het essay met de parabel over het vernietigen van waarde. Deze parabel beschrijft een winkelierszoon die de ruit van zijn vaders winkel breekt. De winkelier wordt zo gedwongen een nieuwe ruit kopen, wat inkomsten voor de ruitenzetter genereert. Dit is wat we zien. Wat we vaak niet (willen) zien is dat de winkelier het geld niet meer aan iets anders kan uitgeven. Er is dus geen extra maatschappelijke waarde gecreëerd. En zo is het ook met geld dat wordt besteed aan ICT- of andere mislukkende projecten, die niet tijdig worden gestopt. Het dappere bureau BIT laat zien dat dat niet hoeft. Een tip voor wie met complexe projecten van welke aard dan ook heeft te maken: bezoek eens de website www.bureauicttoetsing.nl.

Dr. Martin van Staveren staat voor anders omgaan met risico's. Hij adviseert organisaties over realistisch en vernieuwend risicomanagement. Ook is hij kerndocent aan de Executive Masteropleiding Risicomanagement, Universiteit Twente. Hij is de auteur van Risicogestuurd werken in de praktijk en van Risicoleiderschap: Doelgericht omgaan met onzekerheden.

Over Martin van Staveren

Dr. Martin van Staveren adviseert organisaties over omgaan met risico’s en onzekerheden. Zijn missie is om daarmee effectiviteit en welzijn binnen en buiten organisaties te vergroten. Martin is ook kerndocent aan de postacademische masteropleidingen Risicomanagement en Public Management, Universiteit Twente. 

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Boek bij dit artikel

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden