Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Recensie

Performance behaviour - Nederlandstalig

Nadat organisaties competentie-ontwikkeling hadden ingevoerd, diende de volgende loot aan de managementboom zich aan: performance-ontwikkeling. Het 'meetbare broertje' van het soms als soft aangeduide begrip 'competentie'. Weliswaar niet terecht maar de magische klank van de Angelsaksische term 'performance' doet menig managementhart sneller kloppen. Performance Behaviour biedt weliswaar nauwelijks nieuwe inzichten, maar het geeft een prima beschrijving van wat het concept inhoudt.

Peter de Roode | 30 december 2010

'Meten is weten' is een bekend gezegde. In de performancemethodiek vormt dat de basis: de meetbare relatie tussen prestatie en gedrag. De doelstelling van performance behaviour is de verankering van het gedrag waarmee de prestatie tot stand komt. Zoals de auteur aangeeft, is dit ook een onderdeel binnen de PDCA-cyclus. Om die reden is het niet verwonderlijk dat performance behaviour als een wezenlijk onderdeel gezien wordt van de bekende LEAN-werkwijze. Webers legt goed en duidelijk uit. Opmerkelijk en tegelijkertijd aangenaam vond ik, dat hij in het begin van zijn boek niet meteen begon met het beschrijven van allerlei indicatoren, maar eerst de psychologische kant van gedrag behandelde. Zo schetst hij de lezer dat er verschillende gedragsprofielen zijn die redelijk stabiel zijn en illustreert dat aan de hand van de bekende Jung-typologieën. Vanuit de psychologie legt de auteur de brug naar het onderwerp 'perfomance behaviour'. Hij stelt dat er een bepaalde spanning moet ontstaan tussen middelen en doelen. Te hoge en te lage spanning zijn beide niet in orde, dan wordt het schipperen tussen uitersten zoals stress en verveling. De spanning die acceptabel is, noemt hij 'stretch'. Daarmee krijgt de lezer voorgeschoteld dat het stellen van onrealistische doelen, zowel te hoog of te laag, ook niet opgevangen kan worden door de performance-aanpak. Het is natuurlijk geen Haarlemmerolie. De gehele aanpak luistert daarom zeer nauw. Een belangrijk onderdeel binnen de beschrijving van performance behaviour is de vertaling van doelen van top naar werkvloer. Deze zogenaamde 'verticale integratie' vormt voor veel organisaties nog steeds een lastig punt. Webers maakt gebruik van de bekende indeling die de kenner eerder gezien heeft bij het zogenaamde INK-model, te weten: richten, inrichten en verrichten. Maar hij voegt daar ook iets aan toe door in perfomancedenken achtereenvolgens de termen: Key Performance Indicator (KPI); Sturings-Indicator (SI) en Handelings-Indicator (HI) te beschrijven. Anders gezegd: op strategisch niveau, 'richt' de top met behulp van een 'KPI'. Op tactisch niveau houdt men zich bezig met de inrichting aan de hand van een 'SI' en op operationeel niveau wordt het accent verschoven naar het inrichten en doet men dat met behulp van een zogenaamd 'HI'. Alleen al dit inzicht lijkt me van groot belang: wat hoort bij elkaar en wie is waar verantwoordelijk voor? Natuurlijk zal het de lezer wel eens duizelen, al die opsommingen en uitsplitsingen. Maar voor organisaties – met name productiebedrijven – biedt deze methode een gestructureerde aanpak. 'Gissen is missen', is met performance behaviour niet langer een optie.

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden