Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
13 september 2012 | Joost Naafs

Scholieren en studenten, maar zij zeker niet alleen, gaan bij het schrijven van een werkstuk er nogal eens vanuit dat hoe meer er op papier staat, des te beter het (cijfer) wordt. De verleidingen van de vele informatie op het internet zijn moeilijk te weerstaan en de stelregel 'schrijven is schrappen' wordt genegeerd. In 'Rapportagetechniek' beschrijven Rien Elling, Bas Andeweg, Jaap de Jong en Christine Swankhuisen hoe je met je tekst je doel bereikt.

Ook degene die wel weet dat menig lezer liever een A4-tje leest in plaats van een dik rapport, is er nog niet. Wil een boodschap z'n doel bereiken, dus succesvol zijn, dan moet hij op een bepaalde manier worden opgeschreven. Succes in het leven is voor een groot deel afhankelijk van het vermogen om je in de ander te verplaatsen. Dat geldt ook voor succesvol schrijven. Je telkens verplaatsen in de lezer van je tekst moet het uitgangspunt zijn. Daarom is de ondertitel van dit boek ('Schrijven voor lezers met weinig tijd') eigenlijk veel beter dan de saaie hoofdtitel 'Rapportagetechniek'. Maar de auteurs leren de beginnende en zeker ook de gevorderde schrijver gelukkig beide: hoe moet je schrijven, waar moet je je aan houden (de techniek) en hoe schrijf je overtuigend en hoe presenteer je het?

Het boek is geschreven voor lezers met weinig tijd, aldus de auteurs. Dat klinkt vreemd bij een boek van maar liefst 288 pagina's. Maar de lezer hoeft echt niet alle pagina's te lezen en al zeker niet achter elkaar. Vragen die het meest aan de auteurs werden gesteld tijdens hun cursussen of colleges worden in aparte hoofdstukken behandeld:
- Uit welke delen moet een rapport bestaan?
- Hoe pak ik het schrijven efficiënt aan?
- Hoe krijg ik mijn ideeën overtuigend over het voetlicht?
- Hoe bereik ik een heldere structuur?
- Hoe gebruik ik gevonden informatie op een correcte manier?

Bij die laatste vraag (hoofdstuk 4) leggen de auteurs bijvoorbeeld uit hoe je moet verwijzen en citeren, wanneer je wel en wanneer je niet een bronvermelding moet of hoeft te geven, hoe je met internetbronnen omgaat, wanneer is het overnemen, samenvatten of gewoon plagiaat?

Verder laten de schrijvers zien dat elk soort tekst z'n eigen samenstelling en opmaak vereist; een beleidsnota moet anders dan een voortgangsverslag, een sollicitatiebrief is geen memo. En hoe trek je aandacht van de lezer (illustraties!) en wat zijn veel voorkomende vormgevingsfouten?

In veel voorbeelden (kaders) laten de schrijvers zien hoe het moet én hoe het niet moet. Daarmee kent het boek een sterk praktische inslag (geen getheoretiseer over communicatie) met veel nuttige hulpmiddelen. Tot en met de bijlagen over correct schrijven (spellingproblemen, grammaticale valkuilen) en een checklist om na te gaan of een rapport goed in elkaar steekt.

Al met al is het geheel als handboek en naslagwerk, met een uitvoerig register, goed bruikbaar. Op een bijbehorende website zijn voor studenten oefeningen te vinden en voor docenten een handleiding. Logisch dat het boek (inmiddels de vierde druk) in het hoger onderwijs z'n weg al heeft gevonden. Maar het is zeker ook aan te bevelen aan allen die hun schrijfstijl (verder) willen verbeteren.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden