Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
27 augustus 2008 | Cynthia van der Zwan

Hoe krijg je als veranderaar medewerkers mee? Annemarie Mars omschrijft in 'Hoe krijg je ze mee?' vijf krachten, waar een veranderaar invloed op moet uitoefenen, wil een verandering succesvol zijn. Allen als middel om 'te streven naar verbinding'. Geen baanbrekende nieuwe inzichten op het gebied van verandermanagement. Wel een boek dat verklaringen geeft voor stagnatie en heel toepasbaar is.

'Hoe krijg je ze mee?' vangt aan met een introductie van het begrip 'verbinding' als onmisbare voorwaarde om mensen mee te krijgen. Volgens Annemarie Mars gaat het hier om het aanboren van een intrinsieke motivatie voor de verandering. Dit betekent overigens niet dat de medewerker de verandering vol overgave in ontvangst moet nemen. Wel dat de medewerker de verandering begrijpt, zich bekwaam voelt en verantwoordelijkheid neemt voor zijn rol. Vervolgens komt het begrip weerstand aan de orde als onderdeel van het veranderingsproces waarin mensen een aantal fasen doorlopen.

De vijf krachten zijn voor de veranderaar het middel om weerstand weg te nemen en verbinding te bereiken:
1. Urgentie is de aard, ernst en oorzaken van het probleem dat met de verandering wordt opgelost.
2. Ambitie is nodig voor het creëren van een gevoel van richting voor de doelgroep.
3. Planning verbindt het veranderverhaal met het veranderingsproces.
4. Essentieel onderdeel van elke veranderingstrategie vormt de interactie met de doelgroep.
5. Leiderschap omschrijft Mars ten slotte als de mate waarin de veranderaar zijn eigen verbinding met de verandering toont.

Een eerste sterk punt is de praktische toepasbaarheid. Dit boek blijft niet hangen op termen als 'streven naar verbinding' en 'aanboren van urgentiebesef'. Het biedt concrete handvatten hoe veranderaars die verbinding dan kunnen bewerkstelligen en urgentiebesef kunnen creëren. De vele cases en praktijkvoorbeelden dragen bovendien verder bij aan de praktische toepasbaarheid.

Krachtig aan het boek is daarnaast dat het op verschillende plekken verklaringen presenteert waarom veranderingen in de praktijk zo vaak stagneren. Verhelderend is bijvoorbeeld Mars' onderscheid tussen een organisatie- en een prestatieprobleem. Problemen worden vaak gepresenteerd als 'organisatieproblemen': 'we zijn niet resultaatgericht', 'onze systemen zijn verouderd' of 'we zijn te intern gericht'. Echter, dit zijn middelen voor organisaties om tot prestaties te komen en geen doelen op zich. De vraag die hierbij gesteld moet worden is: 'waarom zijn dit problemen?' En dan blijkt dat het antwoord het daadwerkelijke (prestatie)probleem weergeeft, bijvoorbeeld 'we draaien verlies' of 'we kunnen de vraag niet aan'. Een zeer herkenbaar verschijnsel!

Ook bij het formuleren van de ambitie draagt Mars diverse voorbeelden aan die illustreren waarom het veelvuldig mis gaat. De kernoorzaak is dat de veranderaar de streefsituatie vaak in zeer abstracte organisatiekundige termen verwoordt. Hierdoor is achteraf moeilijk vast te stellen of de verandering nu wel of niet geslaagd is. Mars draagt hier pakkende (en herkenbare) voorbeelden aan die illustreren hoe subtiel een verschuiving in die formulering kan zijn, maar hoe groot het effect is...

Een laatste reden om het boek te lezen, is dat het gemakkelijk en plezierig leest. De informatie wordt op overzichtelijke wijze gepresenteerd, waarbij u als lezer door het korte en krachtige taalgebruik in snel tempo door het boek wordt geleid.

Hoewel het boek een aansprekende titel heeft, kan er tevens (onbedoeld) een verkeerde boodschap mee worden afgegeven. Zo ontstaat het beeld van medewerkers als 'schuldigen' van het niet-slagen van veranderingsprocessen. Weerstand verwordt dan al snel tot een onredelijke uiting van de medewerker, waarbij het de taak van de leiding is om deze 'opstandeling' weer in het gareel te krijgen. De auteur loopt hiermee het risico dat de (ingewikkelde) dynamiek in organisaties bij het doorvoeren van veranderingen wat op de achtergrond raakt. En dat de rol die de leiding zélf speelt bij het in de hand werken van weerstand uit het oog wordt verloren.

'Hoe krijg je ze mee?' kan zowel interessant zijn voor leidinggevende als niet leidinggevende (interne of externe) veranderaars. Maar de minder ervaren veranderaar zal er het grootste profijt van hebben. Voor deze professional biedt het boek een mooie overview van ingrediënten die van belang zijn bij het doorvoeren van veranderingen. Bovendien wordt een aantal concrete handvatten geboden, die goed zijn toe te passen in de eigen praktijk.


Hoe krijg je ze mee?
27 augustus 2008 | Cynthia van der Zwan

Hoe krijg je als veranderaar medewerkers mee? Annemarie Mars omschrijft in 'Hoe krijg je ze mee?' vijf krachten, waar een veranderaar invloed op moet uitoefenen, wil een verandering succesvol zijn. Allen als middel om 'te streven naar verbinding'. Geen baanbrekende nieuwe inzichten op het gebied van verandermanagement. Wel een boek dat verklaringen geeft voor stagnatie en heel toepasbaar is. 'Hoe krijg je ze mee?' vangt aan met een introductie van het begrip 'verbinding' als onmisbare voorwaarde om mensen mee te krijgen. Volgens Annemarie Mars gaat het hier om het aanboren van een intrinsieke motivatie voor de verandering. Dit betekent overigens niet dat de medewerker de verandering vol overgave in ontvangst moet nemen. Wel dat de medewerker de verandering begrijpt, zich bekwaam voelt en verantwoordelijkheid neemt voor zijn rol. Vervolgens komt het begrip weerstand aan de orde als onderdeel van het veranderingsproces waarin mensen een aantal fasen doorlopen.

De vijf krachten zijn voor de veranderaar het middel om weerstand weg te nemen en verbinding te bereiken:
1. Urgentie is de aard, ernst en oorzaken van het probleem dat met de verandering wordt opgelost.
2. Ambitie is nodig voor het creëren van een gevoel van richting voor de doelgroep.
3. Planning verbindt het veranderverhaal met het veranderingsproces.
4. Essentieel onderdeel van elke veranderingstrategie vormt de interactie met de doelgroep.
5. Leiderschap omschrijft Mars ten slotte als de mate waarin de veranderaar zijn eigen verbinding met de verandering toont.

Een eerste sterk punt is de praktische toepasbaarheid. Dit boek blijft niet hangen op termen als 'streven naar verbinding' en 'aanboren van urgentiebesef'. Het biedt concrete handvatten hoe veranderaars die verbinding dan kunnen bewerkstelligen en urgentiebesef kunnen creëren. De vele cases en praktijkvoorbeelden dragen bovendien verder bij aan de praktische toepasbaarheid.

Krachtig aan het boek is daarnaast dat het op verschillende plekken verklaringen presenteert waarom veranderingen in de praktijk zo vaak stagneren. Verhelderend is bijvoorbeeld Mars' onderscheid tussen een organisatie- en een prestatieprobleem. Problemen worden vaak gepresenteerd als 'organisatieproblemen': 'we zijn niet resultaatgericht', 'onze systemen zijn verouderd' of 'we zijn te intern gericht'. Echter, dit zijn middelen voor organisaties om tot prestaties te komen en geen doelen op zich. De vraag die hierbij gesteld moet worden is: 'waarom zijn dit problemen?' En dan blijkt dat het antwoord het daadwerkelijke (prestatie)probleem weergeeft, bijvoorbeeld 'we draaien verlies' of 'we kunnen de vraag niet aan'. Een zeer herkenbaar verschijnsel!

Ook bij het formuleren van de ambitie draagt Mars diverse voorbeelden aan die illustreren waarom het veelvuldig mis gaat. De kernoorzaak is dat de veranderaar de streefsituatie vaak in zeer abstracte organisatiekundige termen verwoordt. Hierdoor is achteraf moeilijk vast te stellen of de verandering nu wel of niet geslaagd is. Mars draagt hier pakkende (en herkenbare) voorbeelden aan die illustreren hoe subtiel een verschuiving in die formulering kan zijn, maar hoe groot het effect is...

Een laatste reden om het boek te lezen, is dat het gemakkelijk en plezierig leest. De informatie wordt op overzichtelijke wijze gepresenteerd, waarbij u als lezer door het korte en krachtige taalgebruik in snel tempo door het boek wordt geleid.

Hoewel het boek een aansprekende titel heeft, kan er tevens (onbedoeld) een verkeerde boodschap mee worden afgegeven. Zo ontstaat het beeld van medewerkers als 'schuldigen' van het niet-slagen van veranderingsprocessen. Weerstand verwordt dan al snel tot een onredelijke uiting van de medewerker, waarbij het de taak van de leiding is om deze 'opstandeling' weer in het gareel te krijgen. De auteur loopt hiermee het risico dat de (ingewikkelde) dynamiek in organisaties bij het doorvoeren van veranderingen wat op de achtergrond raakt. En dat de rol die de leiding zélf speelt bij het in de hand werken van weerstand uit het oog wordt verloren.

'Hoe krijg je ze mee?' kan zowel interessant zijn voor leidinggevende als niet leidinggevende (interne of externe) veranderaars. Maar de minder ervaren veranderaar zal er het grootste profijt van hebben. Voor deze professional biedt het boek een mooie overview van ingrediënten die van belang zijn bij het doorvoeren van veranderingen. Bovendien wordt een aantal concrete handvatten geboden, die goed zijn toe te passen in de eigen praktijk.


19 januari 2007 | Seán-Michael Franssen

Veel organisatieveranderingen mislukken jammerlijk. Men slaagt er niet in de veranderdoelstellingen te realiseren. Dit falen blijkt grotendeels terug te voeren op de verstorende menselijke factor. Die factor maakt het ook lastig, en zeker ook ongewenst. Dus een soort kookboek met allerlei slimme tips & tricks voor alle denkbare situaties tijdens veranderingstrajecten is altijd welkom. “Hoe krijg je ze mee?” van Annemarie Mars is zeker geen boek van de laatste categorie, maar geeft een verfrissende blik op de vele valkuilen waar wij als veranderaars in de veranderpraktijk mee te maken kunnen krijgen.

Mars schrijft voor een breed leespubliek: iedereen die als veranderaar beoogt blijvende verandering aan te brengen op de wijze waarop mensen in een organisatie met elkaar samenwerken. Jammer genoeg wordt het onderscheid tussen interne en externe veranderaars niet expliciet in beeld gebracht, iets dat in de praktijk wel degelijk van groot belang is. Valkuilen die zich in veranderingen kunnen voordoen, zijn een belangrijk vertrekpunt van dit boek. Om de boodschappen van dit boek goed te kunnen toepassen, is daarom enige ervaring in veranderingstrajecten zeker gewenst. Zeker om de valkuilen te herkennen en te plaatsen in de eigen situatie.

Het boek “Hoe krijg je ze mee?” start met een theoretisch kader. Dat wil zeggen, een visie op change bestaande uit vijf krachten die men kan benutten om mensen in een verandering mee te krijgen: urgentie, ambitie, planning, interactie en leiderschap. Mars beschrijft deze begrippen aan de hand van cases en mede dankzij de slimme opbouw van de hoofdstukken, volgt snel herkenning van de vele valkuilen binnen veranderingstrajecten. De kern van deze visie is dat een verandering succesvol kan slagen als de mensen die “mee moeten” in de verandering, zich verbinden met de verandering. De menselijke factor die grillig kan zijn, accepteert de verandering als hij de verandering begrijpt en zich bekwaam voelt om het nieuwe gedrag te tonen. Op dat moment kan de verantwoordelijkheid voor de eigen rol in dat proces genomen worden. Dat een veranderingsproces dus verre van een lineaire weg volgt, behoeft dus geen betoog.

”Hoe krijg je ze mee” van Annemarie Mars is een boek waarin vooral de externe veranderaar inspiratie kan opdoen voor zijn volgende verandertraject. Het is prettig geschreven en de vele veranderprincipes en begrippen die gehanteerd worden, leveren betekenisvolle inzichten op. Het begrip “change” wordt binnen het vakgebied “verandermanagement” te pas en te onpas vaag gehanteerd en leidt dan tot een containerbegrip. Dit boek echter maakt, mede door zijn toegankelijke opzet, de menselijke factor bij veranderen inzichtelijk en is daardoor breed toepasbaar. Het geeft daarmee, mits kundig en vaardig toegepast door de veranderaar, zeker een impuls om de succeskans van volgende verandertrajecten te vergroten!


Hoe krijg je ze mee?
19 januari 2007 | Seán-Michael Franssen

Veel organisatieveranderingen mislukken jammerlijk. Men slaagt er niet in de veranderdoelstellingen te realiseren. Dit falen blijkt grotendeels terug te voeren op de verstorende menselijke factor. Die factor maakt het ook lastig, en zeker ook ongewenst. Dus een soort kookboek met allerlei slimme tips & tricks voor alle denkbare situaties tijdens veranderingstrajecten is altijd welkom. “Hoe krijg je ze mee?” van Annemarie Mars is zeker geen boek van de laatste categorie, maar geeft een verfrissende blik op de vele valkuilen waar wij als veranderaars in de veranderpraktijk mee te maken kunnen krijgen. Mars schrijft voor een breed leespubliek: iedereen die als veranderaar beoogt blijvende verandering aan te brengen op de wijze waarop mensen in een organisatie met elkaar samenwerken. Jammer genoeg wordt het onderscheid tussen interne en externe veranderaars niet expliciet in beeld gebracht, iets dat in de praktijk wel degelijk van groot belang is. Valkuilen die zich in veranderingen kunnen voordoen, zijn een belangrijk vertrekpunt van dit boek. Om de boodschappen van dit boek goed te kunnen toepassen, is daarom enige ervaring in veranderingstrajecten zeker gewenst. Zeker om de valkuilen te herkennen en te plaatsen in de eigen situatie.

Het boek “Hoe krijg je ze mee?” start met een theoretisch kader. Dat wil zeggen, een visie op change bestaande uit vijf krachten die men kan benutten om mensen in een verandering mee te krijgen: urgentie, ambitie, planning, interactie en leiderschap. Mars beschrijft deze begrippen aan de hand van cases en mede dankzij de slimme opbouw van de hoofdstukken, volgt snel herkenning van de vele valkuilen binnen veranderingstrajecten. De kern van deze visie is dat een verandering succesvol kan slagen als de mensen die “mee moeten” in de verandering, zich verbinden met de verandering. De menselijke factor die grillig kan zijn, accepteert de verandering als hij de verandering begrijpt en zich bekwaam voelt om het nieuwe gedrag te tonen. Op dat moment kan de verantwoordelijkheid voor de eigen rol in dat proces genomen worden. Dat een veranderingsproces dus verre van een lineaire weg volgt, behoeft dus geen betoog.

”Hoe krijg je ze mee” van Annemarie Mars is een boek waarin vooral de externe veranderaar inspiratie kan opdoen voor zijn volgende verandertraject. Het is prettig geschreven en de vele veranderprincipes en begrippen die gehanteerd worden, leveren betekenisvolle inzichten op. Het begrip “change” wordt binnen het vakgebied “verandermanagement” te pas en te onpas vaag gehanteerd en leidt dan tot een containerbegrip. Dit boek echter maakt, mede door zijn toegankelijke opzet, de menselijke factor bij veranderen inzichtelijk en is daardoor breed toepasbaar. Het geeft daarmee, mits kundig en vaardig toegepast door de veranderaar, zeker een impuls om de succeskans van volgende verandertrajecten te vergroten!


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden