Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
26 januari 2017 | Veronique Kilian

Een naar binnen gerichte glimlach. Zo heet het eerste hoofdstuk. Wat ben ik hier blij mee. Laat de innerlijke glimlach nu een van de basisbeginselen zijn van de Chinese vitaliteitskunde Healing Tao. Ook Dijksterhuis refereert aan een Oosterse wijsheid. Geluk, stelt hij, is een naar binnen gerichte glimlach.

Een dikke pil. Pagina’s vol rechthoekige tekst. Heb ik zin om hieraan te beginnen? Ik heb al zoveel boeken over geluk gelezen. Zal dit iets nieuws brengen? Gelukkig heeft Dijkstra een schrijfstijl alsof hij op het podium staat en je naar een verhaal luistert. Heel knap neemt hij het publiek mee in zijn denken. Via hele simpele voorbeelden, zoals een Facebook oproep of zappen voor de tv, ontspint zich een grotere theorie uit de psychologie. Hij illustreert dit met resultaten uit onderzoeken. Dijksterhuis zou geen academicus zijn als er geen goed model ten grondslag ligt aan zijn concept van Geluk. Dijksterhuis spreekt zowel academisch in termen van ‘correlaties’ (zeg maar in hoeverre twee factoren verband met elkaar hebben) maar gebruikt ook spreektaal als ‘niet op je luie derrière voor de tv gaan hangen’.

Het model van Geluk gaat over bewustzijn. Om preciezer te zijn: 1) een goed inhoudelijk bewustzijn en 2) controle over bewustzijn. Bij een goede inhoud van bewustzijn moet je denken aan het temmen van je consumentisme, een bevredigend sociaal leven, optimale vrije tijdsbesteding en de juiste doelen in je leven door je hart te volgen. Bij controle over je bewustzijn heb je het bijvoorbeeld over het trainen van positieve gedachten, je hoofd leegmaken zodat je rust hebt in je hoofd.

Bewustzijn is je geluksinstrument! Je kunt dit bewustzijn sturen, door bijvoorbeeld creatieve dwaalgedachten op te zoeken, zoals luisteren naar muziek of jezelf afleiden met een wandelingetje.

Op basis van onderzoek komt Dijksterhuis in zijn boek tot een opsomming van tips om je weg naar geluk te vinden. Enkele voorbeelden. :

1. Sociaal contact maakt gelukkiger, en een actieve hobby ook. Doorbreek je consumptiegedrag. Ga voor ‘iets samen doen’ of een hobby in plaats van materialisme. Koop ervaringen in plaats van spullen die je niet nodig hebt. Ga uit eten of op reis. Verspil je vrije tijd niet aan achteloos gelummel, maar aan een actieve vrijetijdsbesteding. Een cursus, hobby of iets sociaals is beter dan gedachteloos tv kijken.

2. Doe iets voor een ander. Dat kan variëren van een compliment tot het doen van ontwikkelingswerk.

3. Doe iets dat deel uit maakt van iets groots. Het kan al met een concertbezoek.

4. Doe één ding tegelijk, beoefen Mindfullness.

5. Onderzoek je negatieve emoties en ga na waar je positieve emoties van krijgt.

Ik kom enkele klassiekers uit de gelukstheorie tegen, zoals:

- Geluk wordt voor 40% beïnvloed door je genen, 10% door omstandigheden en 50% door je eigen gedrag;

- de hedonistische tredmolen die ervoor zorgt dat je steeds nieuwe aankopen doet om de kick, en steeds iets nieuws willen als een hamstertje in een (tred)molen, terwijl dit niet leidt tot meer geluk;

- filosofische vragen zoals Maakt geld gelukkig? Zo zien we dat het winnen van een loterij op de lange duur geen geluk brengt omdat de hedonistische tredmolen in werking treedt. Je kunt beter regelmatig sporten of mediteren, iets nieuws leren of opschrijven waar je dankbaar voor bent;

- de factor ‘het aantal vrienden’ heeft een hogere correlatie met geluk dan factoren als opleiding, inkomen of fysieke aantrekkelijkheid.

Nieuw is dat Dijksterhuis aan eigen onderzoeken refereert. Zo blijkt dat gemoedsrust zeer hoog correleert met geluk. Veel mensen vinden het moeilijk om alleen gelaten te worden met hun eigen gedachten. Social media is daarom een (onbewuste) welkome afleiding, maar maakt niet meer gelukkig. Je kunt beter leren om je monkey mind tot rust te brengen en leren om met aandacht een ding tegelijk te doen.

Uit een van zijn andere onderzoeken naar de relatie tussen tijdsbesteding en geluk blijkt dat meer dan 21% van de tijd naar werken gaat. Dit heeft in het overzicht van de genoemde activiteiten de laagste score in geluksbeleving. Saillant detail is dat ‘de liefde bedrijven’ de hoogste score van het lijstje heeft. Maar hier gaat slechts 0,4% van de tijd aan op.

Onderschat niet de impact die de liefde bedrijven heeft op geluk! Dijksterhuis gaat hier verder niet zo op in, behalve het benoemen dat we de meeste tijd besteden aan zaken die we het minst leuk vinden. Voor mij is dit een oproep voor meer Geluk op het werk.

Naast bijzondere vriendschappen mag ik van betekenis zijn voor anderen. Ik geef training in gelukscompetenties op het werk en doceer Healing Tao én Healing Love. Volgens Dijksterhuis uitstekende ingrediënten voor Op naar geluk! Ik kan iedereen dan ook aanraden om geluk op het werk te verhogen en zich te verdiepen in Healing Love.

 

30 maart 2016 | Robert Buisman

Gelukszoekers zijn we allemaal. Maar hoe je geluk krijgt, hoe je erachteraan gaat of het definieert, dat leren we niet. Niet op school, niet in een mba-programma, niet van bestuurders of politici. Terwijl geluk eigenlijk heel dichtbij is. In het boek ‘Op naar geluk, de psychologie van een fijn leven’ vertaalt psycholoog Ap Dijksterhuis kennis en inzichten uit de psychologie en neurowetenschap naar hap- en snapklare brokken.

Maar wat kun je als manager met kennis over geluk; wat kun je met dit boek? Ik was vooral geïnteresseerd in dit boek vanwege de parallel met het begrip succes. Succes en geluk lijken in zekere zin op elkaar, het zijn beide begrippen die breed worden nagejaagd, maar als je mensen op de man af vraagt wat ze eronder verstaan, krijg je verschillende definities of zelfs helemaal geen; simpelweg omdat ze het niet weten. En dat is vreemd, want waarom streef je iets na, terwijl je eigenlijk niet weet wat het is? Dit boek legt uit dat geluk a) dichterbij huis ligt dan je zou vermoeden en b) dat je er ook weer niet te veel van moet verwachten en het vooral niet geforceerd moet gaan nastreven.

In dit populairwetenschappelijke boek laat Dijksterhuis je geluk ont-dekken. Gaandeweg het boek wordt het duidelijk dat het begrip dagelijks wordt toegedekt met mythes en onwaarheden, soms zelfs door de auteur betiteld als regelrechte flauwekul. Zo is het idee dat je geluk pas kunt ervaren als je eerst misère hebt gekend onjuist en heeft de veelgehoorde uitspraak dat je zou moeten ‘leven alsof het je laatste dag was’ een nog hoger onzingehalte. En zo zijn er meer. Meteen aan het begin van het boek wordt duidelijk dat mensen sterk geneigd zijn hun geluksgevoel toe te schrijven aan hun omstandigheden. Maar wat blijkt? Omstandigheden tellen slechts voor 10% mee. Veertig procent is genetisch bepaald en de helft bestaat uit wat je er zelf van maakt (inderdaad, hoe je met de omstandigheden omgaat). Dijksterhuis maakt helder dat mensen over een ongekende veerkracht beschikken. Zelfs in zeer ongelukkige situaties (zoals een plotselinge verlamming) blijken we er qua geluksgevoel weer bovenop te komen.

Met het doornemen van het boek wordt het duidelijk wat geluksbepalende factoren zijn, maar ook met welke factoren je jezelf schijnbaar voor de gek houdt. Zo is het nastreven van materiële doelen niet te adviseren. Gecombineerd met een egocentrische houding - te druk met je eigen geluk en geen aandacht voor anderen - is dat een regelrecht recept voor afglijden. Ook bonussen blijken nauwelijks bij te dragen aan het geluk van medewerkers, in feite is dat zelfs geld over de balk gooien. Inderdaad, hoewel confronterend, ook zeer relevant voor managers.

De auteur behandelt veel factoren waar je zelf iets mee kunt. Ik vond zelf de tip om zoveel mogelijk één ding tegelijk te doen zeer bevorderlijk voor mijn gemoedsrust. Per lezer zullen de take-away’s verschillen. Op het eerste oog lijken het open deuren, maar na de toelichtingen te hebben gelezen lijken ze te gaan leven en te beklijven. Hoe dan ook is de belangrijkste take-away voor managers het positieve verband tussen geluk en productiviteit.

Voor een managementboek vind ik het boek met 304 pagina’s (waarvan 25 noten en register) te dik. De eerste honderd pagina’s moest ik even doorheen, wennen ook aan de vele onderzoeksresultaten die worden aangehaald waarmee Dijksterhuis zijn betoog onderbouwt. Als manager wil je snel naar de kern en daar leent dit boek zich niet voor. Maar juist dat is wellicht een goede training om erachter te komen dat kwaliteit zich niet door de klok laat beteugelen. Niettemin staat er in het laatste hoofdstuk van Op naar geluk een waardevolle samenvatting die ideaal is om zo nu en dan er weer eens bij te pakken.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden