Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
2 april 2007 | Marjan Grootveld

U bent trainer of cursusbegeleider en u beheerst uw vak? U kent ook uw eigen schaduwen en inspiratiebronnen? Dan onderschrijft u vast de uitspraak van Anneke Dekkers: 'Trainen doe je voor een groot deel met je persoonlijkheid'. Maar hoe dragen persoonlijke vermogens precies bij aan een succesvolle training? Dekkers, zelf trainer en provocatief coach, heeft bij negen succesvolle Trainers (inderdaad met een hoofdletter) deelgenomen aan een training om excellente patronen te herkennen en de achterliggende vermogens te identificeren. Dat heeft geresulteerd in het boek 'Trainen op topniveau'. Een sympathiek boek dat informeert, inspireert en relativeert, en is bedoeld voor wie zich op dit niet-vakinhoudelijke niveau verder wil bekwamen.

Dekkers presenteert vijf succesvolle patronen. Achtereenvolgens zijn dat: leiden & volgen, waarnemen, inzicht geven, en interveniëren. Zonder verbinding, dus zonder écht contact kunnen Trainers niet goed werken. Ze verbinden zich onder meer met de leerinhoud, de motivatie, en thema's en verlangens. Dat doen ze op verschillende niveaus: met zichzelf, de afzonderlijke deelnemers, de groep, en de omgeving. In een drie hoofdstukken beschrijft de auteur dit web van verbindingen en legt uit hoe die helpen om de focus van de training scherp te stellen en optimaal aan te sluiten bij de - vaak impliciete - thema's van de deelnemers. De beschreven technieken voor 'verbinden' zijn vooral gericht op de voorbereiding van de training, inclusief intakegesprekken en de inrichting van de trainingsruimte. Veel technieken uit het boek zijn ook te vinden op de website van Dekkers' bureau Strapa.

Op de basis van verbinden volgt de dans van leiden en volgen waarmee de Trainer de groep in beweging zet. Wat Trainers hier onderscheidt van minder ervaren trainers (met een kleine T) is volgens Dekkers de innerlijke staat van leiderschap. Sommige Trainers beschrijven zichzelf bijvoorbeeld als een regisseur die het overzicht bewaart en de route bepaalt. Dit gebeurt overigens wel in interactie met de groep, omdat volgens de auteur en haar uitmuntende collega's mensen nu eenmaal leren in interactie en door te delen. Alle voorbeelden in het boek zijn dan ook ontleend aan groepstrainingen.

Het derde succesvolle patroon is waarnemen of preciezer gezegd 'gewaarzijn': waarnemen zonder oordelen. De Trainers zetten namelijk al hun zintuigen in om te bepalen hoe de groep eraan toe is. Wanneer een groep bijvoorbeeld blijft 'ja-maren' zal een minder ervaren trainer zoeken naar een manier om het improductieve gedrag te doorbreken, terwijl een Trainer dan juist zijn 'gewaarzijn' gebruikt om het achterliggende verlangen te achterhalen. Op andere momenten helpt 'gewaarzijn' de Trainer bijvoorbeeld bij het kiezen van de meest passende vervolgstap.

De twee hoofdstukken over waarnemen zijn moeilijk, want als lezer ben ik continu aan het denken, terwijl wàt ik lees betrekking heeft op veel minder cerebrale zaken zoals aarden, afstemmen, 'binnen laten komen', energie, en je lichaam inrichten als klankkast. De manier waarop Dekkers probeert haar gesprekspartners deze eerder spirituele onderwerpen zo navolgbaar mogelijk te laten uitleggen, is bewonderenswaardig.

Bij de bespreking van het vierde patroon, inzicht geven, stipt ze een bekend verschil in beïnvloedingsstijlen aan: waar onervaren trainers vooral redeneren en enthousiasmeren, is ondersteunen echt de basisstijl van ervaren Trainers. Hiermee sluiten ze aan bij de kennis van de deelnemers.

In het slothoofdstuk over interveniëren blijkt weer duidelijk dat dit een boek voor gevorderden is. Al beschrijft Dekkers hier enkele interventievormen, wezenlijker zijn de ingrediënten die je nodig hebt om goed te interveniëren: je houding, je overtuigingen, en je vermogens.

Dit raakt aan een tweede indeling die Dekkers door het hele boek heen hanteert, namelijk die van de logische niveaus van Robert Dilts. Dilts onderscheidt in navolging van Gregory Bateson zes niveaus van leren, elk met een bijbehorende vraag: je omgeving (waar), gedrag (wat), vermogens (hoe), overtuigingen (waarom), identiteit (wie), en spiritualiteit (waartoe). Verspreid door het boek staan de profielen van alle negen succesvolle Trainers, geordend volgens deze zes niveaus. Door deze profielen, de aanvullende informatie ('Boeken die mij inspireren') en de uitvoerige gesprekscitaten, slaagt Dekkers erin deze rolmodellen levendig te presenteren.

Bovendien illustreren de profielen hoe gestructureerd de auteur de informatie aanbiedt. Vaste bestanddelen van elk hoofdstuk zijn namelijk een lastige situatie waarop later wordt terug gekomen, een profiel, een oefening of techniek, en de paragraaf 'Vraag en antwoord'. Van dit laatste ben ik erg gecharmeerd, omdat Dekkers hier vragen stelt die relativeren wat ze ervóór heeft behandeld, zoals: 'Het lijkt wel of deze trainers allemaal ingewikkelde trainingen geven. Kan ik voor mijn gewone vaardigheidstrainingen wel wat van ze leren?” Dat kan zeker, aldus Dekkers, omdat ook bij 'gewone' trainingen de overtuigingen van de deelnemers een rol spelen. Daar heeft ze gelijk in en dat is op zich al reden genoeg om het boek 'Trainen op topniveau' te lezen.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden