Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Donuteconomie - 'Zeer lezenswaardig'
13 april 2018 | Elly Stroo Cloeck

Janine Benyus (een Amerikaanse schrijfster over mimicry) werkte eens samen met een ontwikkelaar bij een renovatie van een buitenwijk van een grote stad.

Zij stelde voor gebouwen te ontwerpen die ‘biomimetische’ levende muren hadden: ze zouden CO2 opslaan, zuurstof afgeven en de lucht filteren. De eerste reactie van de ontwikkelaar was: waarom zou ik de rest van de stad van schone lucht voorzien? Dat is de kern van boek Donuteconomie van Kate Raworth: we hebben de kennis, de technologie, het geld om duurzaam te leven. Wat we níét hebben is een gevoel van urgentie, de wil om net iets meer te doen dan waar we mee ‘wegkomen’, en een inzicht in hoe onze economische waarden de planeet en de mensheid beïnvloeden. Wat ontbreekt is de juiste mindset: economie is méér dan bbp!

Het concept van de Donut bestaat al jaren, maar ik had er nog nooit van gehoord. Dat geldt waarschijnlijk voor meer mensen met een financiële achtergrond, zoals ik. Duurzaamheid en economie is geen ‘match made in heaven’ zo lijkt het. In dit boek wordt heel goed uiteengezet welke economische theorieën wij aanhangen, gebaseerd op boeken uit zeg, 1950, met denkbeelden uit, zeg, 1850. Door allerlei complexiteiten en invloeden van buitenaf te weren uit de economische wetenschap, is men erin geslaagd om lineaire verbanden te formuleren die eigenlijk niet bestaan. Niet alleen zijn ze te beperkt, pas de laatste jaren, met de beschikking over Big Data, kan worden aangetoond dat ze ook feitelijk onjuist zijn.

Auteur Kate Raworth start dit buitengewoon leerzame boek met een uitleg van het bbp (bruto binnenlands product), wat hèt meetsysteem van de welvaart is, en van onze fixatie op bbp-groei. Die groei wordt geacht van alles beter te maken, van het uitbannen van armoede, via volkomen werkgelegenheid tot het milieu. Uit onderzoeken blijkt echter dat dit niet het geval is. Weg met die fixatie!

Het boek gaat verder over ‘welvaart’ (to thrive). Natuurlijk wil iedereen leven als bijvoorbeeld een Australiër. Iedereen wil dat in zijn/haar 12 basisbehoeften wordt voorzien: 1. voldoende eten; 2. schoon water en sanitair; 3. energie en kook-voorzieningen; 4. onderwijs en gezondheidszorg; 5. huisvesting; 6. minimuminkomen en behoorlijk werk; 7. informatie en sociale steun (netwerk); 8. sekse gelijkheid; 9. sociale gelijkheid; 10. politiek stemrecht; 11. vrede; 12. rechtvaardigheid. We zijn er echter nog steeds niet in geslaagd om dit te regelen, zelfs voldoende eten is al te lastig: 13% van de wereldbevolking is ondervoed, terwijl zij maar 3% van het wereldwijd verbouwde voedsel nodig hebben. Ondertussen verspillen we minstens 30% (!) van dat verbouwde voedsel. Dus…..met maar 10% van het voedsel dat we weggooien kunnen we honger uitbannen. Als we de juiste mindset hadden… voor rechtvaardige verdeling.

Om de hele wereldbevolking te laten leven als een Aussie, hebben we de hulpbronnen nodig van 3 planeten Aarde. Dat gaat hem niet worden. We putten de aarde uit en vervuilen hem dat het een lieve lust is. Wetenschappers hebben 9 cruciale ‘planetaire processen’ gedefinieerd: 1. klimaatverandering; 2. verzuring van de oceaan; 3. chemisch afval; 4. stikstof en fosforopname; 5. zoet waterverbruik; 6. ontbossing; 7. verlies van biodiversiteit; 8. luchtvervuiling; 9. aantasting van de ozonlaag. Diezelfde onderzoekers hebben grenzen geschat, waarbuiten het gevaarlijk wordt. En raad eens? Voor 8 van die 9 zitten we al boven die grenzen en doen we veel te weinig om er weer onder te komen. We doen zo min mogelijk, en zeker niet iets voor een ander, zoals uit het voorbeeld aan het begin blijkt. We hebben een andere mindset nodig… om regeneratief te denken en te doen.

Terug naar de Donut: een ring, waarbij de 12 menselijke basisbehoeften de binnenkant zijn en de 9 planetaire processen de buitenkant. De kunst is dus om in die Donut te blijven, iedereen in welvaart levend zonder de Aarde onherstelbaar te beschadigen. Raworth slaagt erin om in dit boek veel voorbeelden te geven hoe we dit zouden moeten aanpakken. Er zijn namelijk al heel veel initiatieven die bewijzen dat we de kennis en technologie hebben. Geld zou ook geen probleem moeten zijn: er is genoeg, het gaat alleen voornamelijk naar de superrijken (bedrijven en mensen), in plaats van naar de armen en het milieu. Daar is dus wat werk aan de winkel. En daar wringt ook de schoen: wie gaat het initiatief nemen om dáár geld weg te halen?

Je zou zeggen dat zo’n andere mindset onmogelijk is, dat de Donut een utopie is. Het boek komt echter heel logisch en realistisch over: je vraagt je af waarom we dit niet al veel eerder begrepen en omarmden. Het is een hoopvol, goed geschreven, met veel verwijzingen en onderzoek onderbouwd boek met een visie waar ik in geloof. Nu vind ik (als enige in Nederland waarschijnlijk) de windmolens ook best mooi, dus misschien ben ik bevooroordeeld…..

Geen minpuntjes? Jawel. Raworth gebruikt drie metaforen: het koekoeksei, het toneelstuk en het vliegtuig. Het toneelstuk vind ik erg gezocht: ze presenteert het als het script (van de economie) herschrijven en de personages (de Markt, de Staat, het Bedrijfsleven etc.) anders typeren. Hierdoor ontstaat ook de associatie met ‘verzinsel’ wat je nu juist niet wilt.

Verder een uitstekend boek en zeer lezenswaardig! Voor mij een eye-opener!

Elly Stroo Cloeck is specialist op het gebied van GRC en Internal Audit. Daarnaast schrijft ze samenvattingen en recensies van managementboeken.

Floreren binnen ecologisch plafond en sociale drempel
24 januari 2018 | Jeroen Ansink

Met Donuteconomie verschaft Oxford-wetenschapper Kate Raworth een even simpele als effectieve blauwdruk voor een rechtvaardige en duurzame economie. Jammer alleen van die naam.

‘Je verandert nooit iets als je enkel de bestaande werkelijkheid bestrijdt,’ zei de Amerikaanse systeemtheoreticus Buckminster Fuller (1895-1983) ooit. ‘De enige manier om iets echt te veranderen is door een nieuw model te bouwen dat het oude overbodig maakt.’ Dit citaat is een favoriet van Oxford-wetenschapper Kate Raworth, wiens ‘donut’ sinds de introductie in 2012 door zowel ontwikkelingswerkers als de milieubeweging is omarmd als dé blauwdruk voor de 21e eeuwse economie. Het achterliggende idee is even simpel als effectief: het menselijk welzijn is gebonden aan een plafond van ecologische grenswaarden en een sociale drempel van voorzieningen waar iedereen recht op heeft. Zolang we binnen die twee concentrische cirkels blijven is alles oké, maar elke uitschieter buiten de donutvormige ruimte, of het nu gaat om klimaatverandering, het verlies aan biodiversiteit, of een tekort aan drinkwater, kan onze toekomst in gevaar brengen.

In Donuteconomie voorziet Raworth haar visuele model van een theoretisch kader, en presenteert ze zeven denkwijzen om haar aspiraties voor een betere wereld te verwezenlijken. Het boek, dat onlangs in Nederlandse vertaling is verschenen, heeft Raworth zo mogelijk nog beroemder gemaakt: de Britse kwaliteitskrant The Guardian noemde haar in een recensie zelfs ‘de John Maynard Keynes van de 21e eeuw’. Dat is misschien te veel eer: de oplossingen die Raworth suggereert zijn al eerder geopperd, haar sociale ondergrens komt uit de koker van de Verenigde Naties, en de buitenste cirkel van de donut is geïnspireerd op het werk van de Zweedse milieuwetenschapper Johan Rockström.

Maar de manier waarop Raworth haar ideeën via een overzichtelijk plaatje van een algemene context voorziet is wél nieuw. Paradoxaal genoeg laat het donutmodel in al zijn eenvoud juist de complexiteit van onze samenleving zien: voedselzekerheid, onderwijs, huisvesting en gezondheid, luchtvervuiling, klimaatverandering, ontbossing en verwoestijning - alles staat met elkaar in verband, en geen enkel vraagstuk kan met een afzonderlijke oplossing worden aangepakt.

Daarmee verschaft Raworth een waardevol instrument aan mensen die wel wíllen meewerken aan een duurzame en rechtvaardige economie, maar zich nu nog overweldigd voelen door de schaal van het probleem. Want als de donuteconomie één ding duidelijk maakt, is het dit: het hele systeem moet op de schop, en wel zo snel mogelijk. Raworth hekelt de mindset die de economie primair ziet in termen van vraag en aanbod, en gruwt van onze obsessie voor eeuwigdurende groei, wat op een eindige planeet sowieso een contradictio in terminiis is. In plaats daarvan pleit ze voor een systeem dat de nadruk legt op menselijk gedrag, tipping points, en feedback loops, en dat onder meer tot uiting komt in een basisinkomen, rentevrij geld, en circulaire economieën die agnostisch zijn over het bruto binnenlands product.

Een cruciaal hulpmiddel bij de verwezenlijking van deze doelstellingen is niet alleen een treffend visueel model, maar ook de juiste woordkeuze, stelt Raworth. Mensen die de overheid een grotere rol willen toedichten dienen zich bijvoorbeeld niet te verzetten tegen belastingverlichting, maar zich sterk te maken voor belastingrechtvaardiging, en een term als publieke uitgaven te vervangen door publieke investeringen.

Wijs advies, al roept de nadruk op verbal framing toch wat vragen op over de naamskeuze van Raworths eigen model. Een donut is vet en ongezond, en leidt zelfs tot associaties met een koffiemorsende Homer Simpson die kortsluiting in zijn kerncentrale veroorzaakt. De vergelijking met een trouwring was misschien beter geweest: het idee dat mens en planeet alleen een harmonieuze toekomst is gegund als ze met toewijding en op basis van wederzijds respect aan hun relatie blijven werken.

Donuteconomie - 'Tijd om verder te kijken dan de oude modellen'
11 januari 2018 | José Otte

Op een nieuwe manier kijken naar economie. Niet langer werken met achterhaalde economische theorieën, maar economisch handelen waar in de behoefte van iedereen kan worden voorzien, zonder dat dit ten koste gaat van onze planeet.

Kate Raworth richt zich als econoom in het bijzonder op de maatschappelijke en ecologische uitdagingen van de 21e eeuw. Ze heeft een nieuw model getekend dat er uitziet als een donut, zo’n cirkel met een gat er in. Aan de buitenkant van de donut zit het ecologische plafond, met onderwerpen als klimaatverandering, aantasting ozonlaag, zoetwater onttrekking en grondconversie etc. Aan de binnenkant het sociaal fundament, met elementen als water, voedsel, gezondheid, onderwijs, inkomen en werk etc. Een paar bladzijden verder laat ze zien hoe de donut in balans zou kunnen zijn, maar dat is hij niet op het moment. Ze noemt die zoektocht naar balans: ‘van eindeloze groei naar evenwichtig welzijn’.

Raworth beschrijft op heldere wijze hoe de economen in het verleden hebben gewerkt. Ze beschrijft hoe de modellen ontstaan zijn, en laat zien waar deze modellen tekort schieten. Een voorbeeld van het cijfermateriaal dat ze aanhaalt: ‘Ook de voedselconsumptie is bijzonder scheef verdeeld. Ongeveer 15% van de wereldbevolking is ondervoed. Hoeveel voedsel zou er nodig zijn om in de calorische behoefte van deze mensen te voorzien? Slechts 3% van de mondiale voedselproductie. Dit terwijl op het moment 30 tot 50% van het wereldwijd geproduceerde voedsel wordt verspild.’

Zo heeft ze voor elk onderdeel van de donut cijfermateriaal paraat. Het zorgt er (bij mij in ieder geval) voor dat je als lezer direct ziet dat het mogelijk is om de donut in balans te brengen en houden. Het is puur een kwestie van kiezen.

In het boek gaat Raworth verder met het beschrijven van de oude goeroes in de economie. Van W.W. Rostows vijf stadia van groei tot Adman Smith die geloofde dat elke economie op den duur een ‘stationaire toestand; zou bereiken, waarin haar ‘volledige rijkdom’ uiteindelijk zou worden bepaald door ‘de aard van de bodem, het klimaat en de omstandigheden’.

Volgens Raworth is de donut economie een uiteenzetting van een optimistische visie op de gemeenschappelijke toekomst van de mensheid; een mondiale economie die dankzij haar distributieve en regeneratieve ontwerp een florerend evenwicht creëert.

Raworth beschrijft zeven stappen die we kunnen zetten naar een economie voor de 21e eeuw. Deze stappen lopen van het veranderen van de doelstelling, het stimuleren van de menselijke natuur tot het als een agnost kijken naar groei. In het overzicht laat ze aan de hand van beelden zien hoe we van ik naar wij gaan en hoe we van mechanisch evenwicht nu terecht komen in dynamische complexiteit. Hieruit blijkt wel dat er geen heel nieuwe elementen naar voren komen, maar Raworth heeft wel een heel duidelijke beschrijving gegeven van de manier waarop we naar de economie kijken en waar we naar toe moeten. In haar colleges leert ze dat aan de nieuwe lichting economen, en er zijn inmiddels ook bedrijven die met haar donut aan de slag zijn gegaan.

In de appendix beschrijft Raworth hoe het sociale fundament uit twaalf dimensies bestaat die zijn ontleend aan de sociale prioriteiten die zijn geformuleerd in het in 2015 gepubliceerde VN rapport Sustainable Development Goals. Het ecologische plafond bestaat uit negen planetaire grenzen die zijn geformuleerd door een internationale groep specialisten op het terrein van de aardsysteemkunde onder leiding van Johan Rokstrom en Will Steffen. Deze kritieke processen zijn klimaatverandering; verzuring van de oceanen; chemische vervuiling; stikstof- en fosforverzadiging; zoetwateronttrekking; grondconversie; vermindering van de biodiversiteit; luchtvervuiling en de laatste aantasting van de ozonlaag.

Ik ben blij met Raworths Donuteconomie. Ze heeft laten zien dat het tijd is om verder te kijken dan de oude modellen. Ze laat zien dat het nu echt vijf voor twaalf is en dat we niet langer kunnen zeggen dat we het niet wisten. We weten het en zijn de enige die er mee aan de slag kunnen. Ik roep alle economen op om mee te bewegen in de richting van een betere balans.

Dr. José W. Otte MBA werkt als waarderend onderzoeker met een bedrijfskundige gedragswetenschappelijke achtergrond. Zij faciliteert sociale innovatie door het introduceren van dialoog groepen waarin gewerkt wordt met bijzondere vragen. Ze is verbonden aan Mizu

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden