Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Modern kapitalisme
23 juli 2009 | Annegreet van Bergen

Niet kapitaal of grondstoffen of kennis zijn schaars. Maar de kwaliteit van de medewerkers. Volgens Donald Kalff valt of staat het succes van een onderneming met het vermogen van managers om mensen adequaat te laten samenwerken. In zijn nieuwste boek Modern kapitalisme schetst Kalff een alternatief ondernemingsmodel dat expliciet ruimte biedt voor betere samenwerking.

Een revolutionair in grijs pak en met stropdas. Zo is Donald Kalff wel eens genoemd. Kalff vervulde verschillende managementfuncties bij Shell en KLM. Tegenwoordig is hij onder meer biotech-ondernemer en publicist. Hij maakte faam met het in 2004 verschenen Onafhankelijkheid voor Europa, waarin hij geen spaan heel liet van het Amerikaanse ondernemingsmodel.

Termen als ‘geen spaan van heel laten’ passen overigens helemaal niet bij Kalff. Zijn taalgebruik is omfloerster, diplomatieker. Waar andere auteurs het hebben over machomanagement en zonnekoninggedrag, gebruikt Kalff in Modern kapitalisme heel andere bewoordingen: ‘In het Angelsaksische model is sprake van een diepgeworteld geloof in persoonlijk leiderschap – alleen individuen kunnen inspireren, alleen individuen kunnen snel beslissen en handelen en tegelijkertijd garant staan voor de samenhang van de voorgenomen stappen. Alleen individuen kunnen krediet opeisen voor goede prestaties (..)’ Dit illustreert dat ‘Modern kapitalisme’ wat betreft zijn inhoud revolutionair of idealistisch mag zijn, maar dat qua vorm allerminst is. Het is een uiterst beschaafd betoog voor een heel andere manier van ondernemen dan via het gangbare Angelsaksische en Rijnlandse model.

Drie dingen staan daarbij voorop. In de ogen van Kalff moet een onderneming bovenal een werkgemeenschap zijn, gebaseerd op onderling vertrouwen. Een werkgemeenschap die wordt geleid door een collegiaal bestuur. Het leidende principe is niet het streven naar winstmaximalisatie, maar het creëren van economische waarde.

In zijn boek schetst Kalff de ondernemingstructuur die hem voor ogen staat. Zo is er een Strategische Raad die de ondernemingsfunctie borgt door zich overal en altijd de vraag te stellen welke portefeuille van bedrijfsconcepten ook in de toekomst voldoende economische waarde zal genereren. Daarnaast is er een bestuur dat wordt belast met het structureel verhogen van het economisch potentieel van de bestaande bedrijfsconcepten en de bedrijfsonderdelen die deze concepten exploiteren. Bovendien is er een belangrijke rol weggelegd voor het middenkader dat, in de uitvoering binnen de bedrijfsonderdelen, de economische waarde veiligstelt en uitbouwt. Op deze manier moet het echte ‘ondernemen’ worden teruggebracht in de bedrijven: het ontwikkelen van nieuwe waardevolle activiteiten en het afstoten van niet-renderende bedrijfsonderdelen. Het management wordt uit zijn ivoren toren van ‘kengetallen’ gehaald en komt weer in de echte ondernemingswereld te staan.

Daarnaast staat bij Kalff economische waarde centraal, een toekomstgericht begrip. Kort gezegd is economische waarde het verschil tussen de contant gemaakte verwachte inkomsten en uitgaven, inclusief de vergoeding voor de kapitaalverschaffers. Volgens Kalff is economische waarde in velerlei opzichten een goede richtsnoer. Zo schrijft hij: ‘(..) het maakt vergaande delegatie van verantwoordelijkheid mogelijk en daarmee het bestuur op basis van uitgangspunten in plaats van regels. (..) het maakt duidelijk dat medewerkers op alle niveaus en in alle posities direct bijdragen aan het ondernemingsdoel. (..) ook wordt zichtbaar wat de relatieve bijdrage is van de verschillende activiteiten.’

In zekere zin is ‘Modern kapitalisme’ een utopisch boek. Lees bijvoorbeeld wat Kalff schrijft over de Statutaire Raad: ‘Voor het Raadslidmaatschap mag aanzienlijke belangstelling worden verwacht. (..) De onafhankelijkheid van de positie zal velen aanspreken. Het impliciete beroep op intrinsieke motivatie, een gevolg van de keuze voor vaste salarissen, is voor kandidaten met een rijk arbeidsverleden waarin gewichtige posities zijn bekleed, niet te veel gevraagd. Een aanwijzing daarvoor is dat op dit moment voldoende competente bestuurders bereid zijn posities in stichtingsbesturen te vervullen, ondanks de bescheiden vergoeding en het ontbreken van enige vorm van prestatiebeloning. (..) Ook hebben, als gevolg van het gure klimaat binnen beursgenoteerde ondernemingen, de afgelopen jaren veel competente en ambitieuze bestuurders zich teruggetrokken of zijn ze terzijde geschoven, die hun rentree kunnen maken in een Europese onderneming.’

Dit soort ‘wishful thinking’ maakt van ‘Modern kapitalisme’ vooral een uiterst sympathiek boek. Een doorwrocht boek ook, want in zijn blauwdruk besteedt Kalff aandacht aan vrijwel alle aspecten van ondernemen, organiseren en samenwerken. De vraag is echter hoe Europa (en de rest van de wereld?) vanuit het ‘reëel bestaande kapitalisme’ de overstap zou kunnen maken naar het ‘Modern kapitalisme’ à la Kalff. Voor het antwoord op die vraag verwijst Kalff naar grote familieondernemingen voor wie zijn model uitermate geschikt zou zijn. Helemaal bevredigend is dat antwoord niet.

Maar dat maakt het jongste boek van Kalff en de contouren die hij schetst niet minder waardevol. Want met alleen maar foei! roepen tegen het vermaledijde Angelsaksische model wordt er nooit een levensvatbaar alternatief ontwikkeld.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden