Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Bullshit Jobs - 'Met veel humor geschreven'
30 juli 2018 | Elly Stroo Cloeck

Heeft jouw baan toegevoegde waarde voor de wereld? Twijfel je een beetje? Dat is niet zo gek, want volgens dit boek is minimaal 50% van ons werk onzin (bullshit).

Een onzinbaan is ‘een vorm van werk in loondienst dat zo zinloos, onnodig of schadelijk is dat zelfs de werknemer het bestaan ervan niet kan rechtvaardigen, ook al voelt hij zich verplicht net te doen alsof het niet zo is.’ Ik citeer nu uit het boek Bullshit jobs van David Graeber, hoogleraar antropologie op de London School of Economics. Er komen een aantal voorbeelden van onzinbanen voorbij, van auditor (jawel) tot portier. Binnen de financiële sector is 80% van de banen onzin. Nuttige banen worden bullshitisized door de toenemende bureaucratie, denk aan leraren en verpleegkundigen die steeds meer formulieren moeten invullen zodat er voor hun eigen, zinvolle werk steeds minder tijd overblijft (nog geen 20% volgens verpleegkundigen). Zo kom je wel op 50%!

Na de definiëring van wat een onzinbaan nu eigenlijk is, gaat het boek verder met een uiteenzetting van welke soorten onzinbanen er bestaan (Flunkies, Goons, Duct Tapers, Box Tickers en Taskmasters, in het Nederlands vertaald als wachters, bullebakken, oplapwerkers, afvinkers en opzichters). Dat is een bijzonder grappig hoofdstuk en (helaas) ook heel herkenbaar als je een administratieve baan hebt of manager bent, of nog erger: beide. De volgende twee hoofdstukken gaan over de uitwerking van zo’n onzinbaan op degene die dat uitvoert. Dit is meer het serieuze werk. De auteur geeft diverse malen aan dat zijn theorie en conclusies niet op wetenschappelijk onderzoek zijn gebaseerd, maar puur op de reacties van zijn Twittervolgers na een oproep met voorbeelden van onzinbanen te komen en hoe dat voelt. Maar er is genoeg wetenschappelijk onderzoek gedaan naar dit fenomeen om het eens te zijn met zijn conclusie: onzinwerk is slecht voor je mentale en/of lichamelijke gezondheid. Met name de jonge mensen die net van de universiteit komen met een ideaalbeeld hoe zij impact gaan hebben op de maatschappij, hebben het zwaar. En het slechte nieuws is dat er steeds meer onzinwerk bijkomt, wat in een historische context wordt verklaard (onder andere dat slaven ook ‘bezig werden gehouden’ met niet altijd even nuttig werk, om zo te zorgen dat ze geen tijd hadden om aan opstand te denken. Moderne slavernij dus). De laatste twee hoofdstukken gaan over de vragen waarom de maatschappij er niets aan doet en wat de politieke effecten zijn. Deze twee hoofdstukken zijn in vergelijking wat taaier, maar doen een goede poging om naar de root-cause te komen. Bijzonder interessant om te lezen.

Het hele boek druipt van de ironie en is met veel humor geschreven (ik las het in het Engels, altijd fijn voor de woordgrappen). Neem alleen al die krankzinnig lange titels van de subhoofdstukken. Graeber neemt zichzelf niet al te serieus, en dat hoeven wij ook niet te doen. Elke beroepsgroep, inclusief die van hemzelf, wordt op de hak genomen. Het boek is dan ook niet bedoeld om oplossingen aan te dragen, zo stelt de Graeber uitdrukkelijk. Toch zet dit boek je aan het denken door heel wat misstanden aan te kaarten. Hij geeft een voorbeeld van een onderwijzeres op de kleuterschool, die van het bijzonder magere salaris haar gezin niet kan onderhouden en dus maar een onzinbaan aanneemt. Ook verpleegkundigen verdienen maar magertjes. Wat is het toch, dat we de meest belangrijke banen (zorgen voor je kinderen, zorgen voor je gezondheid) zo slecht belonen? Omdat we zeker willen weten dat deze mensen intrinsiek gemotiveerd zijn en het niet om het geld doen?

Graeber stelt dat onze maatschappij nu geheel om werk draait, niet als middel, maar als doel. Meer dan fulltime, natuurlijk. En dat terwijl we het werk dat ècht nodig is, met z’n allen in twee dagen per week zouden kunnen doen. En nu zitten zovelen van ons gevangen in vervelend werk, onder een baas waar we een hekel aan hebben, en jaloers op degenen die wel iets nuttigs doen, dat de maatschappij van negativiteit aan elkaar hangt. Daar wil Graeber wat aan doen met het boek Bullshit Jobs. Niet met een oplossing als het Universeel Basis Inkomen, wat hij wel bespreekt als een optie. Maar door de lezers te laten nadenken over de onderliggende sociale problemen. Erg knap om dat te doen op een manier waarbij je als lezer blijft glimlachen!

Elly Stroo Cloeck is specialist op het gebied van GRC en Internal Audit. Daarnaast schrijft ze samenvattingen en recensies van managementboeken.


Bullshit Jobs - 'Lees dit boek voor een andere blik op werk'
16 juli 2018 | Wiemer Renkema

Met Bullshit jobs zet antropoloog David Graeber zijn lezers regelmatig op het verkeerde been. Gaat het over arbeid? Nee. Is het een pleidooi voor het basisinkomen? Nee, ook niet. Komt hij met oplossingen voor de problemen die hij signaleert? Amper.

Zoals hij zelf stelt is het belangrijkste doel van het boek om zijn lezers aan te zetten om na te denken en te discussiëren over hoe een oprecht vrije samenleving eruit zou kunnen zien. Waarbij vrij vrij letterlijk genomen moet worden.

Over de wankele onderbouwing van het boek is, onder meer in de Volkskrant, veel geschreven en het is goed als de lezer vooraf bewust is van het feit dat de onderzoeken waar Graeber zich op baseert discutabel zijn. Desalniettemin is het een vermakelijk en provocatief boek dat het resultaat is van een veelbesproken essay uit 2013. Het testte in ieder geval mijn vermogen om te lezen zonder te oordelen, want de schrijver is meer dan uitgesproken en heeft de neiging om zijn mening als waarheid te verkondigen. Zo stelt hij al vroeg in het boek dat het gevolg van onzinbanen is ‘dat haat, afkeer en achterdocht de lijm zijn geworden die de samenleving bindt. Ik wil dat daar een einde aan komt.’ De onderbouwing van deze stelling is interessant en nodigt inderdaad uit tot nadenken en discussie. Voor Graeber is een onzinbaan ‘een vorm van betaal werk die zo volkomen zinloos, overbodig of schadelijk is dat zelfs de werknemer het bestaan ervan niet kan rechtvaardigen, hoewel de werknemer zich, als onderdeel van de arbeidsvoorwaarden, verplicht voelt om te doen alsof dit niet het geval is.’ Op zijn oorspronkelijke essay kreeg de schrijver talloze reacties van mensen die zich herkenden in deze definitie. Hun verhalen zijn niet alleen het fundament voor dit boek maar worden ook, naar mijn mening ten onrechte, gebruikt als bewijsvoering voor de stellingen van de schrijver.

Desalniettemin staat het als een paal boven water dat onzinbanen bestaan en stelt de schrijver goede en relevante vragen die het lezen van dit boek de moeite waard maken. Denk hierbij aan waarom mensen onzinbanen accepteren, wat zijn de grotere machten die hebben geleid tot woekering (sic) van onzinbanen en waarom zien we dit niet als maatschappelijk probleem. Terecht constateert de auteur dat hoe meer jouw werk anderen helpt en tot nut is, hoe minder je er waarschijnlijk voor wordt betaald. Als er morgen geen schoonmakers, leraren of brandweerlieden zouden zijn, zal iedereen dat direct merken. Is dat ook het geval bij consultants, lobbyisten en bedrijfsjuristen? Helaas is Graeber overijverig geweest in het opvolgen van het succes van zijn essay. Het boek is te lang, zijn betogen met regelmaat langdradig waardoor deze belangrijke kernboodschap verloren gaat. Ook het academische taalgebruik, met name als het gaat om de titels van de paragrafen (bijvoorbeeld: De oorsprong van de Noord-Europese notie van betaalde arbeid als noodzaak voor de volledige vorming tot volwassen mens) draagt niet bij aan de leesbaarheid. Daar had Graeber zelf uit kunnen blinken in nuttigheid voor de lezer.

Waar rook is, is vuur en op een aantal punten raakt Graeber een gevoelige snaar. Het was bijzonder om te lezen hoe zijn observaties van de financiële wereld overeenkomen met die van Joris Luyendijk in zijn Dit kan niet waar zijn?, een boek dat opvallend genoeg niet in de bibliografie staat. Een dubbel gemiste kans omdat Graeber dit ook als voorbeeld had kunnen gebruiken hoe je wél een goed leesbaar maar ook provocatief boek kan schrijven. Maar toch. Lees dit boek voor een andere blik op werk en de zingeving daarvan en geef het door.

Wiemer Renkema is eigenaar van To be Training & Consulting, een innovatief human resources training- en managementadviesbureau. Hij is de auteur van Managen of niet, dat is de vraag, waarin hij op zoek gaat in het werk van Shakespeare naar antwoorden op de lastigste zakelijke dilemma's.


Bullshit Jobs
3 juli 2018 | Sippy van Akker

David Graeber van de London School of Economics schreef het boek Bullshit jobs - Over zinloos werk, waarom het toeneemt en hoe we het kunnen bestrijden. Een behoorlijk lange vertaling van de oorspronkelijke titel ‘Bullshit Jobs - A theory’.

Blijkbaar vond de Nederlandse uitgever dat er toch wat meer woorden nodig waren om het boek te slijten. Ik kan daar in komen, want het boek is uiteindelijk toch vooral een vermoeiende aaneenschakeling van anekdotisch bewijs. Een probleem waar meer van die (oorspronkelijk) Engelstalige businessbestsellers last van hebben.

Ik vond de titel van het boek erg prikkelend en moest gedurende het eerste hoofdstuk soms hartelijk hardop lachen. Sappig geschreven boek, dacht ik op dat moment in al mijn onschuld nog. Het boek is een uitbreiding van een essay dat Graeber blijkbaar in het voorjaar van 2013 schreef en wat toen aan mij voorbij is gegaan en in de inleiding van dit boek is opgenomen. Graeber's essay is inderdaad de moeite waard. Hij haalt Keynes' voorspelling van een 15-urige werkweek aan en waarom die voorspelling, er onder invloed van het consumentisme, vooralsnog niet is uitgekomen. Prima punt dat de Skidelsky's in 'How much is enough' al fantastisch hadden gemaakt.

Graeber geeft aan dat de dienstensector flink is gegroeid in de laatste decennia en komt vervolgens op het fenomeen bullshit-jobs, onzinbanen. Banen die er alleen maar lijken te zijn om iedereen aan het werk te houden en banen die door de werknemers in die banen als zinloos worden ervaren. Graeber praat, terecht, over de waardigheid die mensen in die banen ervaren en de waarde van werk. Graeber beweert bovendien nog dat het zo lijkt te zijn dat hoe meer je werk van nut is voor de maatschappij, hoe slechter je er voor wordt betaald. Zoals verpleegkundigen, vuilnismannen en monteurs. Al met al een prikkelend uitgangspunt, maar misschien niet genoeg om het een boek lang over te hebben.

In vervolg op het -inderdaad- smakelijke en prikkelende essay in de inleiding van het boek heeft Graeber de discussies in reactie op zijn essay (gedeeltelijk) verzameld. Verder heeft hij via social media mensen verzocht om hun ervaringen met onzinbanen op te sturen. Graeber komt met een indeling van bullshitjobs van wachters, bullebakken, oplapwerkers, afvinkers en opzichters. Veel verder gaat voor mijn gevoel de synthese niet. De rest van het boek lijkt vooral te bestaan uit de verhalen die hij heeft verzameld, waar hij rijkelijk uit citeert, soms aangevuld met wat geschiedkundige of sociologische kennis. En dat is veel te veel, ook omdat het toch vooral anekdotisch bewijs is en het niet duidelijk en helder een richting opgaat. Het voelt vooral als corvee.

Aan het einde van het boek wordt het weer iets interessanter. Graeber beschouwt onder andere hoe werk een waarde op zichzelf lijkt te zijn geworden, hoe dat komt en wat dat ons brengt. Verder gaat hij in op robotisering en het universele basisinkomen als mogelijke oplossing.

Graeber komt in Bullshit jobs wel met een interessante these of, als dat je voorkeur heeft, visie. Maar deze is op veel plekken vooral anekdotisch en vooral heel erg langdradig onderbouwd. Een uitstekend essay van nog geen vijf pagina's uitmelken tot een boek van 333 pagina's, waarvan 285 pagina's voor de hoofdtekst in de Nederlandse vertaling is echt te veel van het goede. Al die woorden en letters voegen weinig toe aan de kracht van het oorspronkelijke essay. En dat is jammer. Ik denk dat Graeber met zijn bullshit jobs wel degelijk een interessante vraag opwerpt die verdere uitdieping verdient. Maar misschien niet door hemzelf.

Sippy van Akker MSc is bestuurskundige en legt zich toe op coaching en consultancy op het gebied van mens, werk en zingeving. Sippy schrijft sinds 2018 over deze onderwerpen op zinvollerleven.nl, het door haar opgerichte platform voor bewust en zinvol leven en werken.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden