Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Werken aan de wakkere stad - Naar gemeenschapskracht
14 maart 2016 | Brigitte Koehler

Een gemeente die zichzelf als uitgangspunt ziet voor beleid is niet meer van deze tijd. Veranderingen in het sociale domein dwingen gemeenten hier ook toe. Maar hoe geef je vorm aan deze verandering? In hun boek Werken aan de wakkere stad beschrijven Jan van Ginkel en Frans Verhaaren welke kansen en uitdagingen gemeenten moeten aangrijpen om ‘wakker' te worden.

Het boek Werken aan de wakkere stad van Jan van Ginkel en Frans Verhaaren begint met te constateren dat we leven in een roerige tijd. De kranten berichten bijna wekelijks over de veranderingen in het sociale domein. We zitten in de omslag van een verzorgingsstaat naar een participatiemaatschappij. Burgers moeten meer zelf doen en meer samen doen terwijl we ondertussen te maken hebben met vergaande individualisering. Burgers zijn kritische consumenten die weten wat ze willen, hun rechten kennen en niet te beroerd zijn die te pas en te onpas te claimen.

Jan van Ginkel en Frans Verhaaren pleiten voor het krachtiger maken van stedelijke gemeenschappen. Het belangrijkste obstakel hierbij is dat de oplossingen van gisteren niet geschikt zijn voor de uitdagingen van morgen. Bestuurders, managers en professionals moeten zich los maken van het systeemdenken en de neiging alles te willen regelen en te controleren. Burgers moeten op hun beurt hun individuele consumentenhouding los laten en zich actiever opstellen als lid van de gemeenschap waarin wederkerigheid en gemeenschapskracht centraal staan.

Van Ginkel en Verhaaren schetsen in hun boek een manier om tot die nieuwe samenleving te komen, het ‘vierde orde denken'. Daarin is er geen doel en ook geen weg meer, alleen bewustzijn van beweging. Die beweging ervaar je als een ogenschijnlijke chaos, aldus de auteurs. Meer concreet: je brengt partijen samen, ieder vanuit zijn eigen kracht opkomend voor het eigen belang. Vervolgens kijk je naar wat er gebeurt, hoe het zich ontwikkelt. En met interventies gericht op het proces houd je de beweging op gang. Geen vooraf opgelegde structuren, protocollen en regels, want dat werkt in tijden van verandering alleen maar contraproductief.

Zo'n ontwikkeling vraagt van alle betrokken organisaties en personen de nodige pioniersgeest. Want allerlei vanzelfsprekende uitgangspunten, aannames, handelingen, patronen en reflexen gaan niet meer op. We moeten onszelf samen opnieuw uitvinden. Daar hoort ook een nieuw soort leiderschap en management bij, dat de auteurs ‘langzaam leiderschap' noemen. Het gaat in de toekomst niet meer om ego-leiderschap, eigen gewin en snel scoren. Leiders van de toekomst, voor zover er nog behoefte is aan leiders, werken voor en vooral ook vanuit de gemeenschap. De belangrijkste taak van de leiders en managers van de toekomst is het wakker maken van gemeenschapskracht. Daarmee hopen de auteurs meteen ook de kloof tussen gemeente, professional en burger te overbruggen.

Dit alles is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het opbouwen van een ‘wakkere stad' met ‘wakkere burgers' duurt vele jaren. Veel langer dus dan het kortetermijnperspectief van het volgende beleidsplan of van een gemeentebestuur dat hooguit vier jaar beslaat.

Met hun boek Werken aan de wakkere stad hebben Jan van Ginkel en Frans Verhaaren een uiterst actueel boek geschreven. Wij hebben Jan van Ginkel dan ook meteen uitgenodigd om in onze gemeente meer te vertellen over zijn boek en hoe we hiermee aan de slag kunnen. Dat heeft veel van zijn ideeën voor mij verduidelijkt, want Werken aan de wakkere stad is geen gemakkelijk boek. Ondanks het hoge abstractieniveau raad ik het boek beleidsmedewerkers, managers en bestuurders dringend aan. De nadruk op je samen verder ontwikkelen, van professionals, van gemeenten en daardoor ook van gemeenschappen maken dit een relevant boek.

Brigitte Koehler is Beleidsmedewerker Sociaal Domein bij de gemeente Roermond. Ze schrijft haar recensies op persoonlijke titel.


In Focus: Werken aan de Wakkere Stad
17 augustus 2015 | Justin van Lopik

Werken aan de wakkere stad is een van de weinige titels die ingaan op de problematiek rond de drie decentralisaties, die momenteel op gemeenteniveau speelt. Vier lezers beoordeelden het boek.

Janet van Huisstede

Eigenaar Van Huisstede Communicatie, www.hc.nl

Werken aan de wakkere stad is een prachtig co-product van Jan van Ginkel en Frans Verhaaren. Een heerlijk leesbaar boek waarin ze met tal van metaforen duidelijk maken hoe gemeenten en professionals zichzelf anno NU een schop kunnen leren geven en hoe je gemeenschapskracht kunt wakker maken. Jan praat uit ervaring want als gemeentesecretaris in Schiedam werkt hij hard aan een gedrags- en houdingsverandering van zijn ambtenaren én maakt hij burgerkracht los in de gemeenschap via SchiedamsDOEN. Frans Verhaaren weet de soms zwaar filosofische uitgangspunten heel aanschouwelijk te beschrijven, met goed te onthouden koppen als ‘De kunst van het liefdevol verwaarlozen’. Mij raakte het hoofdstuk over ‘Gedeeld zienerschap van de stad’ waarin alle organisaties en mensen in de stad zich buigen over de vraag ‘Wat is hier eigenlijk gaande?’. Zo’n generatieve dialoog, gericht op beweging en het ontwikkelingsproces van de gemeenschap, kan écht tot vernieuwing leiden.

8,5

Marjan van der Feen

Manager Concern, Gemeente Tytsjerksteradiel

Zou dit boek vanuit het stadse perspectief ook handig zijn voor de werkers aan de flinke dorpen? We voelen de verandering, de energie. Maar ook de chaos- waar moeten we beginnen? Niet meer voor een ander denken. Wie is de burger eigenlijk? Wat wordt er eigenlijk van mij verwacht? Het loslaten van werkwijzen. Van meubeltjes verzetten met kaasschaaf, naar tent verbouwen tot transformatie om uiteindelijk door te ontwikkelen naar de vierde orde transformatie: de systeembril afzetten en een draai van 180 graden maken naar de leefwereld. Maar hoe? We willen graag en we doen het vanuit onze beste ik samen. Hoe fijn is het om het boek van Jan en Frans te lezen. Van binnenuit de aanreiking krijgen om houvast te hebben. Te ontdekken dat adaptief sturen meer effect heeft dan dwangmatig sturen. Een beeld te krijgen hoe een ‘maakbare samenleving’ mogelijk kan transformeren naar een ‘andere leefwereld’. Prachtige reflectie vanuit de beroepspraktijk. Een absolute aanrader, wat zeg ik: het is een must voor alle gemeenten!

9

Arjan Gosker

Directeur ELLLA

Soms komt er zo’n boek uit waarvan je denkt: dat klopt helemaal. En: zo de moeite waard om met anderen over door te spreken. Voor ons valt het boek Werken aan de wakkere stad van Jan van Ginkel en Frans Verhaaren in die categorie. Het boek raakte ons omdat het een scherpe inkijk biedt in het tijdsgewricht waarin we leven en de uitdagingen van deze tijd verbindt met onze eigen ‘binnenkant’. Het geeft handreikingen en voorbeelden van interventies die je als leider kunt doen om een gemeenschap in ontwikkeling te brengen. Het is geschreven vanuit het perspectief van de overheid, maar ook goed toepasbaar voor ondernemers, het onderwijs en andere publieke organisaties.

Om die reden hebben wij er 100 besteld en delen we die met evenzovele leiders in de Regio Zwolle. Dit geeft taal aan wat we aan het doen zijn in de Regio, en te doen hebben. Kortom van harte aanbevolen!

9

Paul Misdorp

Directeur VinNDT, kennispartner in diverse netwerken

Werken aan de wakkere stad is een inspirerend boek voor ieder, die maatschappelijke vraagstukken met een open blik tegemoet durft te treden en bereid is z’n professionele systeemblik los te laten. Jan van Ginkel en Frans Verhaaren slagen erin om langzaam leiderschap en vierde orde leren op een overtuigende wijze te koppelen aan het ontwikkelen van gemeenschapskracht. Daarin komen bewust zijn van de omgeving en individuele ‘ik’ samen. Beiden roepen de publieke sector op om leerontwerpen voor de toekomst te maken. Deze moeten in staat zijn om de spirituele kloof in de samenleving te overbruggen. Ze noemen dat contextplanning: ‘het bewust zoeken naar de context, waarin ieder z’n verlangens en ambities kan waar maken in het vertrouwen dat de tijd je kansen biedt om aan te grijpen’.

Persoonlijk vind ik het mooie van het boek dat het niet af is. Hoewel de denkrichting wel bepaald is en prachtige doorkijkjes in de niches van de onderstroom worden gegeven, zijn er nog veel open einden. De auteurs nodigen daarom iedereen uit om aan die open einden te werken, in de zekerheid dat het werk nooit af is, maar wel voldoening geeft.

9


Werken aan de wakkere stad – Het einde van ‘dikke ik’
23 juli 2015 | Sjors van Leeuwen

We zitten in de omslag van een verzorgingsstaat naar een participatiemaatschappij. Mensen moeten meer zelf doen en meer samen doen. Vadertje Staat trekt zich terug en wil alleen nog maar het hoogst noodzakelijke doen. Het spreekwoord 'beter een goede buur dan een verre vriend' wordt werkelijkheid.

Nieuwe containerbegrippen als zelfregie, zelfredzaamheid en samenredzaamheid hebben hun intrede gedaan, maar moeten de komende jaren verder vorm en inhoud krijgen. Hard nodig want de overheid doet uit kostenoverwegingen steeds minder.

Gemeenten worden verantwoordelijk voor de organisatie van jeugdzorg, werk en inkomen en ouderenzorg. Deze drie ‘decentralisaties’ leiden tot een hoop bestuurlijke drukte, nieuwe wet- en regelgeving, grote verschuivingen in taken en verantwoordelijkheden en flinke bezuinigingen. Veel gemeenten worstelen met de vraag, hoe pakken we dit aan? Aan de andere kant nemen burgers en sociaal ondernemers steeds meer het heft zelf in handen. Nieuwe wijk- en burenhulpinitiatieven, samenwerkingsplatformen en online communities schieten als paddenstoelen uit de grond. Daarbij gaat het om zaken als elkaar helpen, delen, lenen, ruilen, weggeven en hergebruiken. De 'deeleconomie' heeft zijn intrede gedaan om duidelijk te maken dat er iets 'nieuws' aan het ontstaan is.

De transformatie van de klassieke verzorgingsstaat waarin de overheid alles regelt naar een moderne maatschappij waarin burgers weer samen zelfredzaam zijn, is geen gemakkelijke opgave. Dat schrijven de auteurs Jan van Ginkel en Frans Verhaaren in hun boek Werken aan de wakkere stad – Langzaam leiderschap naar gemeenschapskracht. Beide auteurs schrijven vanuit hun ruime ervaring met dit onderwerp. Van Ginkel als gemeentesecretaris en algemeen directeur van de gemeente Schiedam. Verhaaren als organisatieadviseur en betrokken bij de realisatie van vitale gemeenschappen (zoals in Peel en Maas) en nieuwe concepten als de zelflerende stad. Zoals de auteurs schrijven gaat hun boek niet over de ‘buitenkant’ met al die bestuurlijke veranderingen, maar juist over de ‘binnenkant’. Over een nieuwe manier van samenwerken en samenleven tussen alle betrokken partijen zoals gemeenten, organisaties, bestuurders, managers, professionals én burgers.

Daarbij maken we de oversteek van individualistische burgerkracht naar vitale gemeenschapskracht. Een samenleving waarin de voordelen van individualisering samengaan met de vele mogelijkheden van kleinschalige leefverbanden en netwerken. Daarmee keren we in meer of mindere mate terug naar de tijd waarin burgers zelf het heft in handen namen om samen hun leefomgeving te verbeteren, via de oprichting van boerengemeenschappen, dorpsverenigingen, scholen, buurthuizen, woningbouwverenigingen, kruisverenigingen en talloze coöperaties.

De auteurs geven aan dat er één groot obstakel is om die omslag te kunnen maken. Namelijk dat de oplossingen van gisteren niet geschikt zijn voor de uitdagingen van vandaag en morgen. Bestuurders, managers en professionals moeten zich los maken van het systeem- en blauwdrukdenken en de neiging alles te willen regelen en te controleren. Burgers moeten op hun beurt hun individuele, ‘dikke ik’ consumentenhouding los laten en zich actiever opstellen als lid van de gemeenschap waarin wederkerigheid en gemeenschapskracht centraal staan.

De auteurs beschrijven op boeiende wijze de overgang van het leven in kleine leefgemeenschappen (samenleving 0.0) naar een gereguleerde vrije markt (samenleving 3.0). Waarbij we nu in vrijwel alle sectoren spreken over markten en klanten en waarin zelforganiserende burgers veranderden in passieve consumenten. Maar onze samenleving 3.0 loopt op zijn einde en samenleving 4.0 moet nog ontstaan. Die nieuwe samenleving, die gebaseerd is op gemeenschapskracht, kent drie sferen die gelijktijdig zullen voorkomen. Als eerste de autoritaire (rode) overheid met zijn wetten, regels, belastingen, etc. Als tweede de regelgestuurde (blauwe) overheid met verordeningen, protocollen, voorschriften, inspecties, etc. Deze rode en blauwe sferen vormen samen het publieke domein. Maar er is ook een derde sfeer die steeds belangrijker wordt, namelijk de sfeer van de ‘communicatieve zelfsturing’ waar een ‘groene’ overheid’ met ‘groene’ dienstverlening kan opereren. Een leefwereld waarin de overheid partner is van de burger, naast hen staat en samen optrekt. Dit gaat veel verder dan de burgerparticipatie en cliëntparticipatie zoals we die nu kennen. Dat zijn slechts tussenschakels die de overgang van oud naar nieuw markeren, want bij deze vormen van participatie hebben gemeenten en professionals nog steeds de regie strak in handen.

De auteurs schetsen in hun boek een manier om naar die nieuwe samenleving te komen, die ze het ‘vierde orde denken’ noemen. Want met de eerste drie ordes van veranderen en vernieuwen komen we er volgens de auteurs niet. De eerste orde gaat over veranderen (‘de meubeltjes verzetten’). Dit zijn de acties die we dagelijks doen, op uitvoerend niveau en gericht op de korte termijn. De tweede orde gaat over vernieuwen (‘de tent verbouwen’). Hier gaat het om acties op iets langere termijn, vaak via projecten en programma’s. De derde orde gaat over vernieuwen (‘naar een andere stek verhuizen’). Het gaat om acties gericht op de langere termijn via transformaties: niet alleen werkwijzen, structuren en regels veranderen, maar de hele entiteit verandert. Des te hoger de orde, des te meer het een ontdekkingstocht is en des te minder voorspelbaar het eindresultaat. Volgens de auteurs hebben deze bekende verandermethoden allemaal zo hun voordelen, maar zeker ook hun beperkingen als het om de eerder geschetste uitdaging gaat.

Vandaar dat auteurs een nog niet eerder gebruikt concept van vierde-orde-ontwikkeling introduceren: ‘Bij de vierde orde is er geen doel meer en ook geen weg meer, alleen bewustzijn van beweging. Die beweging ervaar je als een ogenschijnlijke chaos’, aldus de auteurs. In mijn eigen woorden samengevat breng je bij de vierde orde partijen samen en in beweging. Ieder vanuit zijn eigen kracht, en kijk je naar wat er gebeurt, hoe het zich ontwikkelt en hoe je spaarzaam met kleine gerichte interventies de beweging gaande houdt en richting geeft. Geen dikke plannen, structuren, protocollen en regels, want dat werkt in tijden van turbulentie en chaos alleen maar contraproductief.

Zo’n vierde orde ontwikkeling vraagt van alle betrokken organisaties en personen de nodige zelfarbeid. Want allerlei vanzelfsprekende uitgangspunten, aannames, handelingen, patronen en reflexen gaan niet meer op. We moeten onszelf samen opnieuw uitvinden. Daar hoort ook een nieuw soort leiderschap en management bij, die de auteurs ‘langzaam leiderschap’ noemen. Het gaat in de toekomst niet meer om ego-leiderschap, eigen gewin en snel scoren. Leiders van de toekomst, voor zover er nog behoefte is aan ‘leiders’, werken voor en vooral ook vanuit de gemeenschap. Ze kunnen heel goed met de handen op de rug lopen en kunnen er heel vasthoudend op zitten.

Belangrijkste taak van de leiders en managers van de toekomst is het ‘wakker maken van de gemeenschapskracht, van de ontwikkeling; bij de ander, maar ook bij jezelf, door aan te sluiten bij die ander, in duiding, in sturing, in taal, in doen.’ Zie daar het einde van de kloof tussen gemeente, professional en burger, want dit alles smelt in een vierde orde ontwikkeling samen tot één geheel. Dat zal in de praktijk met vallen en opstaan gaan, in kleine stapjes, telkens weer een beetje beter. In navolging van Peter Senge die de term ‘lerende organisatie’ introduceerde, schrijven de auteurs over de ‘lerende stad’, over leren leren.

Dit alles is gemakkelijker gezegd dan gedaan, als je de inhoud van het boek laat bezinken. Het opbouwen van een ‘groene leefwereld’ met een ‘groene overheid’ en een ‘wakkere stad’ met ‘wakkere burgers’ duurt vele (tientallen) jaren. Veel langer dan het kortetermijnperspectief van het volgende beleidsplan of van de huidige gemeentebestuurder, die hooguit vier jaar beslaat. De vraag is welke bestuurders, directeuren, managers en professionals deze uitdaging vanuit een gemeenschappelijk langetermijnbelang durven oppakken?

Van Ginkel en Verhaaren hebben een uiterst actueel en interessant boek geschreven. Ze beschrijven scherp en met de nodige diepgang en onderbouwing, de grote uitdaging waarvoor gemeenten, professionals en burgers staan. Met het vierde orde denken, introduceren ze een nieuwe zienswijze en een bruikbare denkrichting om daarmee aan de slag te gaan. Werken aan de wakkere stad is een aanrader voor iedereen die werkzaam is op dit terrein of erin geïnteresseerd is.

Sjors van Leeuwen is werkzaam als zelfstandig adviseur op het gebied van klantgericht ondernemen en CRM. Hij is auteur van verschillende boeken.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden