Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
2 september 2015 | Peter de Roode

In dit boek staat de auteur expliciet stil bij de effecten die oudere generaties hebben op jongere. Het blijkt dat natuurlijke krachten in 80% van Nederlandse organisaties ongewild en onbewust geremd worden. Seniore medewerkers zouden verouderde gedragspatronen opdringen aan jongere medewerkers,waardoor innovatie onder druk komt te staan. Het perspectief om organisaties vanuit generaties te beschouwen biedt daarmee een interessante en verfrissende lens om zowel vergrijzing tegen te gaan als ook om groei te kunnen realiseren.

In een eerder werk van Bontekoning (Het generatieraadsel) werden de verschillende generaties uitvoerig beschreven. De auteur bouwt in zijn nieuwe boek vanzelfsprekend voort en herhaalt de belangrijkste kenmerken per generatie in afzonderlijke hoofdstukken. Maar nieuw in dit boek is de beschrijving van de interactie tussen de generaties. In de zakelijke omgeving is een veelvoorkomend patroon dat ouderen hun (verouderde) sociale gedragspatronen opleggen aan jongere generaties.

Wie dit zo hoort, zal het bekend in de oren klinken. Toch is dit niet zo logisch omdat organisaties de afgelopen jaren met veel andere thema’s in de weer zijn gegaan om groei te kunnen realiseren zoals: leiderschap, cultuur en teamontwikkeling. Het perspectief van leeftijd en generaties werpt echter een totaal nieuw licht op deze zaak. Als het waar is dat de leidinggevenden van generatie X (1955-1970) de jongeren van generatie Y (1985-2000) eerder ontmoedigen dan aanmoedigen dan is er sprake van een fundamenteel probleem. Onderzoek van Bontekoning wijst op die richting. En wat verrassend hierbij is: de leidinggevende X-ers hebben thuis een geheel andere opvoedingsstijl: een stijl van coachen, ruimte en geven en vertrouwen bieden. Blijkbaar vertonen X-ers in organisaties gedrag dat van hen verwacht wordt maar dat niet bij hen past. Op dit terrein lijken zich alleen maar verliezers voor te doen: voor zowel de X-ers, de Y-ers als ook voor de gehele organisatie en hun klanten.

Top-own sturen is een van die aspecten die veel kapot maakt in organisaties. Dat wisten we natuurlijk al lang maar om dat ook uit de mond te horen van jongeren is toch schrikken. Een van de aanbevelingen in dit boek is om oud en jong gezamenlijk aan projecten te laten werken. Maar een dergelijke samenwerking kan pas vruchten afwerpen als elke generatie zich bewust is van de patronen van hun interactie. Inzicht in generatieverschillen kan dus een enorme eye-opener zijn voor organisaties. Elke generatie heeft daarin zijn eigen verantwoordelijkheid te nemen. Een van de verantwoordelijkheden van senioren zou kunnen zijn om hun verouderde patronen te doorbreken. Daarnaast zouden ze zich ook kunnen inzetten om het hardnekkige beeld over hen - dat ouderen niet veel willen en kunnen - teniet te doen. Maar ook de jongeren stelt Bontekoning hebben hun verantwoordelijkheid te nemen. De Pragmatische generatie (1970-1985) zullen moeten aangeven welke steun ze van senioren nodig hebben. Dat gebeurt nu te weinig, emoties worden niet getoond bij stelligheden van senioren.

Het mooie van dit boek en dit thema ‘vergrijzing’ is dat elke generatie verantwoordelijk is voor de vraag: hoe weten wij of de manier waarop we samenwerken verouderd of eigentijds is?


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden