Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Wij wijzen u graag op het volgende
Door drukte rondom de feestdagen zijn de levertijden van PostNL aangepast en kan uw pakket vertraging oplopen
25 november 2008 | Friso van Abbema

'Het innovatieplatform' is het verhaal van Frans Nauta, over 'innoveren in het centrum van de macht.' Wat een mooi boek! Een hele tijd dacht ik: wat is dit voor persoonsgericht dagboek waarin alleen Herman Wijffels er goed afkomt? Maar het gaat wel degelijk over innovatie en hoe ingewikkeld dat in Nederland is. De conclusie is gaandeweg voorspelbaar: het Innovatieplatform (IP) is veranderkundig bezien niet een geschikt instrument zo in het centrum van de macht en in een poldercultuur waarin macht altijd tegenmacht kent. Maar dat was waarschijnlijk ook niet de ambitie.

Het boek begint met het weinig dynamische, hiërarchische proces van het aangekondigde telefoontje van de MP. Het contrast is niet groter met het ondernemende, haastige en flexibele leven van Frans Nauta, die samen met zijn compaan Joeri van den Steenhoven door Nederland treint en de stichting Kennisland en haar visie presenteert aan de mensen met macht. Nauta stapt vervolgens wat ambivalent in het avontuur dat nog niet eens locomotiefjes, rails en elektriciteit heeft. En in Den Haag gelden andere spelregels...

De trage ambtelijke molens, tegengestelde belangen van EZ en OCW, van OCW en universiteiten en de persoonlijke overtuigingen van de IP-leden - het levert allemaal drukte en vertraging op. Nauta schetst het beeld van een projectbureau dat diep de commissies en werkgroepen ingezogen wordt en gefrustreerd raakt. Om hier wat aan te kunnen doen, moest hij eerst afstand nemen van de hoge ambities en bijbehorende haast.

Vervolgens komt de analyse. Het was niet duidelijk wat het platform wilde doen, energie werd versnipperd. De combinatie van ambitie, bevlogenheid en jeugd brengt je niet ver in het centrum van de macht. Een innovatiebudget te besteden hebben (180 of 800 miljoen), is als de pot honing van Winnie de Poeh: het zorgt voor veel bijen en gezoem, maar niet voor de productie van meer honing of een overzicht waar die honing te vinden is. Belangrijker lessen liggen op het punt van de contractering van de macht op een gezamenlijke visie en doelen, en een rolverdeling binnen het organiseren en realiseren daarvan. Basisles voor iedereen die wat wil bereiken.

Het boek leest als een trein, maar het voelt niet lekker omdat het zo onomwonden over publieke personen spreekt, hoe ze echt zijn en wat ze doen. Voor wie is het nodig om duidelijk te maken dat ook deze machtige mensen samen onmachtig waren? En om te laten zien dat het systeem waartoe ze behoren machtig genoeg is om de verdeling van onderzoeksgelden in Nederland te houden bij het oude?

De vele beginnerstips, zo als een vergadering goed voorbereiden, naast de voorzitter zitten en regelmatig met de opdrachtgever spreken, zijn wel heel naïef en nadrukkelijk opgeschreven. De boodschap lijkt dat juist in het machtscentrum de basisregels voor effectief veranderen bewust geschonden worden. Nauta drijft ook flink de spot met zichzelf en de lezer mag meelachen.

De situaties uit 'Het innovatieplatform' zijn ook heel herkenbaar: niets krijgen als je het niet aan het begin hebt uitonderhandeld, een verhaal optekenen uit individuele interviews en dan merken dat hetzelfde verhaal door het collectief van de individuen niet herkend wordt. Gepiepeld worden door de assistenten van de opdrachtgever. Tijden geen betaling door het ministerie van Algemene Zaken aan de voorfinancierende stichting Kennisland voor de diensten van Nauta. Bewonderenswaardig om het zo lang uit te houden, te blijven focussen op de ambitie en inhoud, zonder goede randvoorwaarden, slechte pers en uitblijvende resultaten.

Het boek geeft tussen de regels wat optimisme en hoop. Dan gaat het over het voorbeeld van Finland en de Kenniseconomie Monitor van 2003. Mij viel een zin op over de vele publieke innovatie-initiatieven in Nederland: 'soms heeft het echt iets om het lijf, soms niet' (lees: vaak niet). Is er nog iets meer te melden over welke initiatieven om welke redenen wel werken?

Verder heb ik opgetekend dat Amerika echt slaagt in de verbinding tussen bedrijfsleven en kennisinstellingen, dat het eerste werk van de werkgroep Wijffels radicale en zinvolle adviezen bevatte (later helaas weer genuanceerd) en dat we helaas al 25 jaar achterlopen op Denemarken maar nog steeds een goede kans zouden maken met duurzame energie.

De conclusie van 'Het Innovatieplatform' is: innoveren doe je in Nederland niet vanuit het centrum van de macht. De stichting Kennisland was een beter instrument. De macht komt dan vanzelf naar je toe. De vraag die overblijft is wat je dan doet... In elk geval geen secretaris van het IP worden.

Ontluisterend verslag van een PR-stunt
5 november 2008 | Hans van der Klis

‘Niet leuk, maar wel leerzaam.’ Zo omschrijft Frans Nauta zijn periode als secretaris bij Het innovatieplatform, de organisatie die premier Balkenende bij de start van zijn tweede kabinet in 2003 in het leven riep. Met als bedoeling om innovatie hier te lande te stimuleren, naar voorbeeld van de uiterst competitieve economie van Finland.

Met ‘Niet leuk’ laat Nauta zich van zijn meest nuchtere kant zien, want wie zijn boek over zijn ervaringen met Het innovatieplatform heeft gelezen, zou eerder kwalificaties als ‘gekmakend’ en ‘frustrerend’ verwachten. Alle vooroordelen over het Haagse wespennest worden bevestigd. Wat begon als een ongetwijfeld goedbedoelde poging om de innovatieve krachten in Nederland te bundelen, ontaardde in een demonstratie van het onvermogen van de Nederlandse politiek en ambtenarij. Was het niet zo erg geweest, dan hadden we erom kunnen lachen, want het boek is in zijn beschrijving van het Haagse spel uiterst vermakelijk.

Nauta werd in 2003 gevraagd als secretaris voor het Innovatieplatform, nadat hij een week eerder als medeoprichter van de Stichting Nederland Kennisland had mogen aanschuiven bij een brainstormsessie over innovatie in de polder. In het regeerakkoord van Balkenende II was een verwijzing opgenomen naar het succes van de Finse economie die zich tot een economische tijger had ontwikkeld. Nauta had het Finse model bestudeerd en ontdekt dat het succes terug te voeren was op verstandig en standvastig beleid. Al in 1985 hadden de Finnen een Science and Technology Policy Council ingesteld, onder voorzitterschap van de regeringsleider. Een aantrekkelijk voorbeeld, vonden Balkenende en zijn spindoctor Jack de Vries, zo kort na het vallen van het kabinet met de LPF.

Maar waar Nauta op de volledige en onverdeelde aandacht van Balkenende had gerekend, kwam hij bedrogen uit. Naïef? Misschien wel. Toch is het tamelijk onbegrijpelijk dat een minister-president zich verbindt aan een initiatief met deze impact, zonder vervolgens achter de schermen een en ander in werking te stellen. Nauta kreeg geen budget, geen bureau en, dat is nog wel het merkwaardigste, geen medewerking van de ambtenaren van Algemene Zaken. Zodra hij om tafel ging met ambtenaren, kreeg hij te maken met die geheimzinnige obstructiemethoden die in Den Haag zo gebruikelijk schijnen te zijn. Hindermacht wordt dat in jargon genoemd, ‘the power to say no’. Reeds de eerste conceptnota waar Nauta mee kwam, werd door de ambtenaren getorpedeerd. Enkele jaren later gaf een ambtenaar toe dat dat bewust was gebeurd omdat niet veel eerder door de ministerraad een interdepartementale commissie in het leven was geroepen voor het wetenschap-, technologie- en informatiebeleid. Samenwerken of afstemmen past kennelijk niet bij het spel.

De politici waren niet veel constructiever. Met name toenmalig minister van Onderwijs Maria van der Hoeven was meer dan lastig. En tijdens vergaderingen had Nauta het idee dat D66-minister Laurens-Jan Brinkhorst een van zijn grootste tegenstanders was. Brinkhorst leek minder enthousiast dan Van der Hoeven. Maar toen het erop aankwam, bleken de rollen omgedraaid. Meer dan Van der Hoeven bleek Brinkhorst in staat om te handelen vanuit een visie, in plaats van vanuit een machtspositie. Het Innovatieplatform bleef vooral ook een CDA-aangelegenheid: pogingen om bijvoorbeeld Zalm bij het platform te betrekken, werden door Balkenende gedwarsboomd. Ook in de provincie kwamen politici vooral op voor hun eigen politieke belangen, in plaats van dat zij daadwerkelijk iets tot stand wilden brengen. Een van de meest hilarische scènes in het boek is die waar Commissaris van de Koningin Hanja Maij-Weggen van Noord-Brabant een vergadering komt binnenstormen met een gevolg van tien heren in pak, omdat zij in de veronderstelling leeft dat er nu ook financieel iets te halen valt bij het Innovatieplatform.

Niet iedereen komt er zo slecht af. Nauta heeft lovende woorden voor CDA-kopstuk Herman Wijffels en voor enkele andere leden van het Innovatieplatform, die – gelouterd door eerdere ervaringen in het Haagse – hun eigen lijn trekken. Wat zijn verhaal geloofwaardiger maakt, is dat Nauta zichzelf niet spaart in het boek. Hij sluit elk hoofdstuk af met ‘survivaltips’ voor vernieuwers in de polder. Hij erkent dat hij vaak naïef is geweest, en bleek soms een speelbal van hogere belangen. Desalniettemin is het een ontluisterend boek dat de indruk wekt dat Balkenende het Innovatieplatform vooral als PR-stunt in het leven heeft geroepen. Dat de minister-president een belangrijk onderwerp als innovatie op deze stiefmoederlijke manier heeft behandeld, is een schande.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden