Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Wij wijzen u graag op het volgende
Door drukte zijn de levertijden van PostNL aangepast en kan uw pakket vertraging oplopen. Door de Brexit kan de levering van Engelse boeken vertraging oplopen.
Een lichte vorm van jaloezie nieuws
24 november 2014 | Pierre Spaninks

Pierre Spaninks blogt over zijn ervaringen als jurylid van het Managementboek van het Jaar. Zijn collega's kunnen en mogen het allemaal heel anders beleven. Graag zelfs, want het proces is gebaat bij een levendige discussie.

Drie weken geleden schreef ik op deze plek voor het eerst over de intuïtie waar juryleden - zelfs die van het Managementboek van het Jaar - op terugvallen als in het beoordelingsproces de ratio tekortschiet. Zelf bedacht ik me al schrijvend dat ik onbewust ieder boek over management en organisatie langs de meetlat legde van Mintzbergs Organisatiestructuren. Dat had diepe indruk op mij gemaakt toen ik nog jong was en lenig van geest. Aan het slot van mijn stukje speculeerde ik erop dat de andere juryleden ook dat soort archetypische managementboeken in hun achterhoofd zouden hebben - of hele andere ervaringen waar hùn subjectieve voorkeuren op teruggaan.

Een voor een pakten mijn collega's de handschoen op. Twee weken geleden kon u hier al lezen dat Maurits Bruel zich vooral aangesproken voelt als er ‘iets ongemakkelijks’ in een boek zit en dat Sandra Barendrecht een zwak heeft voor biografieën: ‘echte levens van echte mensen’. En vorige week vertelde Mirella Visser hoe zwaar integriteit en waarden voor haar wegen, als zij een boek moet beoordelen. Deze week de laatste twee reacties, van Mireille Schrijnemaeckers en Maurits Verweij. Waar zit de sweet spot van deze twee juryleden?

Mireille Schrijnemaekers is in het dagelijks leven mede-eigenaar van Zelino adviseurs en interim managers. Voor haar behoren boeken tot de categorie der kunstwerken. ‘Vaak kun je er uren over praten. Aan de hand van rationele criteria als techniek, kleur- en materiaalgebruik. Maar je kunt ook filosoferen over de boodschap die de kunstenaar heeft willen overbrengen en waar hij zich door heeft laten inspireren of de stroming waar hij bij hoort. En, nog minder vatbaar: over de vraag wat een kunstwerk met jou doet. Wat voor gevoel maakt het van binnen bij je los? Krijg je er energie van? Voel je de hoop of de wanhoop van de kunstenaar toen hij het maakte?’

Met managementboeken heeft Mireille Schrijnemaekers dat ook, zij het in iets mindere mate. ‘Over sommige kun je nog geen vijf minuten praten, maar die scoren dan vaak ook op de rationele criteria ook al niet hoog. De boeken die daar wel goed scoren, doen vaak toch niet veel of niets met me. Ik heb ze geboeid gelezen en soms kan ik ze meteen toepassen in mijn werk, maar dat is het dan wel.’

Dan blijft die kleine categorie boeken over die haar niet los laten, die echt iets met haar doen. Waar komt dat dan vandaan? "Het kan zijn omdat ze een perspectief bieden op of voor de toekomst. Ze openen als het ware een klein venstertje in je hoofd en laten alle creativiteit die daar zit de vrije loop. Of ze maken iets dat altijd heel complex leek opeens overzichtelijk en bespreekbaar. Zoals Structures in Fives van Mintzberg. Of ze geven een antwoord op dingen die je nooit kon uitleggen zoals Blink van Malcolm Gladwell.’ Dat zijn de boeken die zij zich jaren later nog haarfijn weet te herinneren.

Uiteindelijk moet voor haar een boek food for thought zijn: ‘Iets dat mij bezighoudt, iets waar ik mijn fantasie op kan loslaten, iets dat een nieuwe structuur biedt die ik zelf kan testen en toetsen aan situaties uit de praktijk. En uiteraard wordt dat bepaald door je persoonlijk referentiekader dat is opgebouwd uit je ervaring, je achtergrond, je interesses et cetera.’ Daarmee is ook dat punt voor ieder jurylid anders, besluit Mireille Schrijnemaekers. ‘Daar hebben we de komende jurybijeenkomsten nog de nodige discussie over.’

Maurits Verweij verdient de kost als partner van adviesbureau BeBright. Als het gaat over zijn intuïtie als lezer - of zoals ik het eerst noemde zijn gut feeling - onderscheidt hij daarin twee belangrijke elementen. Om te beginnen is daar de look and feel van een uitgave. ‘Sommige boeken vragen om in te neuzen, anderen stoten af. Dat heeft te maken met frisheid en kleurstelling, toegankelijkheid (niet te kleine lettertjes, duidelijke kaders en figuren), zinsneden of hoofdstuktitels die de aandacht trekken.’

En vervolgens is daar een tijdens het lezen opkomende lichte vorm van jaloezie: ‘Het gevoel van: ik wilde dat ik dat zo had bedacht had.’ Meestal is dat gerelateerd aan het vermogen van de auteur om een onderwerp met enkele pennenstreken in een brede context te schetsen, er toch veel diepgang aan te geven en daarin ook echt stelling te nemen c.q. vernieuwend te zijn. ‘Zodanig dat je jezelf er op betrapt dat je er zelf onder de douche nog mee bezig bent.’

Zijn held uit de leerbanken van vroeger was en is misschien nog steeds wel Jan in 't Veld met zijn Analyse van organisatieproblemen en later Organisatiestructuur en arbeidsplaats. ‘Misschien niet onlogisch,’ voegt hij er zelf aan toe, ‘voor de technisch bedrijfskundige die ik van oorsprong ben.’ In 't Veld was destijds zo ongeveer de enige die in een voor zijn gevoel zeer versnipperde studie enig houvast wist te geven, door zijn combinatie van conceptuele kaders en operationele pragmatiek. ‘Nog steeds balanceer ik in mijn werk vrijwel voortdurend op die grens van socio en techniek,’ aldus jurylid Maurits Verweij.

Reageer via Twitter naar @PierreSpaninks met hashtag #MB2015

Malcolm Gladwell: ‘Succesvolle mensen zouden best wat bescheidener mogen zijn’ interview
23 december 2008 | Hans van der Klis

Vergeet het idee van de self-made man. Niemand kan zijn succes volledig op zijn eigen conto schrijven, want niemand is onafhankelijk van de omstandigheden. Dat is de these van het nieuwe boek van Malcolm Gladwell, dat in november verscheen: Outliers, ofwel Uitblinkers.

Malcolm Gladwell (45) heeft in zijn nieuwe boek exact hetzelfde procedé toegepast als in zijn vorige twee bestsellers, The Tipping Point en Blink. Hij onderbouwt zijn verhaal met een aanstekelijke mengelmoes van ‘petit histoire’ en wetenschappelijke onderzoeken, die hij op heldere wijze uiteenzet. Van zijn drie boeken tot nu toe ligt Uitblinkers misschien wel het dichtst bij zijn hart, omdat hij - zonder dat overigens expliciet onder woorden te brengen - zijn eigen succes onder de loep neemt. ‘Ik heb geen idee waarom mijn twee eerdere boeken zo succesvol zijn geworden’, zegt hij, zonder enige vorm van koketterie. ‘Echt geen idee.’

Maar het is niet zonder reden dat hij Uitblinkers besluit met een hoofdstuk waarin hij op zoek gaat naar zijn wortels. Gladwells moeder Joyce is Jamaicaanse van geboorte en kwam als gevolg van een uitzonderlijke samenloop van omstandigheden terecht in Groot-Brittannië, waar zij studeerde en haar echtgenoot ontmoette. Zonder het doorzettingsvermogen van haar moeder, zonder de welwillendheid van de Chinese winkeleigenaar die hij geld leende, zonder het toeval waardoor zij in aanmerking kwam voor een beurs en ook zonder haar relatief blanke huidskleur had zij zich nooit kunnen ontwikkelen tot de hoogopgeleide vrouw die zij is. Het lijkt bijna alsof Gladwell zijn verwondering over zoveel toevallige invloeden heeft samengebald in zijn overtuiging dat niemand ergens komt zonder dat de omstandigheden in zijn voordeel zijn. Zelfs wanneer het gaat om het prototype van de arme textielarbeider in New York, die een imperium opbouwt in de confectie-industrie.

Hoe kiest u uw onderwerpen? In zekere zin voelde ik het laatste hoofdstuk aankomen, toen ik het boek las.

Ik heb geen masterplan. Mijn boeken ontstaan op een heel toevallige manier. Ik heb een idee, ik speel ermee, ik kijk hoe het in elkaar zit, ik kom iets anders tegen. Slechts zeer zelden werk ik met een schema voordat ik begin. Dat is ook leuker voor de lezer. Als boeken te schematisch opgezet zijn, worden ze te voorspelbaar. Ik denk dat mijn lezers op zoek zijn naar iets spannenders, iets wat aangenaam chaotisch is. Ze willen heen en weer geslingerd worden en op ideeën gebracht worden.

Het eerste verhaal in het boek is dat van Roseto, een Amerikaans dorpje met Italiaanse immigranten waar iedereen sterft aan ouderdomsverschijnselen, ondanks een levensstijl die net zo ongezond is als vele anderen. Wat dat het verhaal waar u mee begon?

Min of meer. Het hoofdstuk dat mij echt op gang bracht gaat over de groep Joodse advocaten, die ondanks een arme jeugd in Brooklyn in de jaren vijftig en zestig in het financiële centrum van Wall Street uitgroeiden tot de grootste experts op het gebied van vijandige overnames. Het idee dat zoveel advocaten een vergelijkbare achtergrond hadden, deed mij beseffen dat er zoiets bestaat als de ‘ecologie van het succes’. Natuurlijk hebben zij keihard gewerkt, maar de omstandigheden waren in hun voordeel. Roseto heb ik twaalf jaar geleden eens bezocht. Ik had ervan gehoord, ging ernaartoe, heb met de mensen gepraat en ook met de onderzoeker die het verhaal probeerde te ontrafelen, Stewart Wolf. Hij is al enige tijd geleden overleden, maar ik had mijn aantekeningen bewaard. Ik heb het altijd een fascinerend verhaal gevonden en ik wist dat het ooit van pas zou komen.

Eén van de onderzoeken die u gebruikt voor uw these, gaat over de redenen waarom bepaalde groepen mensen met een hoog IQ wel succesvol zijn geworden en waarom andere groepen nooit de kans hebben gekregen. U schrijft dat u dat verontrustend vindt. Waarom?

Het is altijd verdrietig als mensen die in staat zijn tot zoveel meer, hun doel niet kunnen verwezenlijken. Zij hebben een zeldzame gift: zij hebben het verstand van letterlijk één in een miljoen. En om dat afschuwelijke cliché te gebruiken: het verstand is een afschuwelijk ding om te verspillen. In theorie waren zij in staat tot heel bijzondere en originele dingen en zouden zij een belangrijke bijdrage aan de maatschappij hebben kunnen leveren. Het is tragisch dat zij vaak in armoede leven en een of ander middelmatig baantje hebben.

In het tweede deel van het boek schrijft u over de culturele erfenis: u legt uit waarom South Korean Airlines in een bepaalde periode relatief veel vliegtuigongelukken kende en hoe dat probleem is ondervangen. Waarom focust u in dit deel op groepen?

Ik wilde de lezer in mijn boek meenemen op een reis. We beginnen het boek met individuen die werkelijk bijzonder zijn. En dan gaan we door en praten we over normalere onderwerpen: wat het betekent om goed te zijn in wiskunde, wat het betekent om een goede piloot te zijn. We hebben het dan niet meer over het verstand van één in een miljoen, maar over wat het betekent om ergens goed in te zijn. Als je wilt onderzoeken waarom iemand goed is in zijn vak, moet je je focussen op groepen. Wat uiteindelijk interessant is aan Bill Gates, is dat hij deel uitmaakt van een groep mensen die het goed hebben gedaan in Silicon Valley: allemaal ondernemers die in 1954 of 1955 zijn geboren. Wat interessant is aan de groep advocaten uit New York, is dat zij deel uitmaken van een groep. Ik wil dat mensen begrijpen dat het succes van een groep het meest duidelijk maakt over de oorzaken.

Daar komt de politiek om de hoek kijken: je kunt de omstandigheden voor groepen beïnvloeden.

Ja, dat is absoluut het geval.

U heeft in uw boek twee voorbeelden opgenomen van zwarte jongeren, die aan de uitzichtloosheid van grote delen van de zwarte gemeenschap kunnen ontsnappen.

Ja, ze zijn allemaal producten van hun cultuur. We kunnen weinig doen aan hun individuele bestaan, maar we kunnen wel iets doen aan de culturele omstandigheden waarin zij leven.

Ofwel: positieve discriminatie werkt.

Zeker. Iemand die mij interviewde in Amerika zei aan het einde van het gesprek: dit is een groot pleidooi voor positieve discriminatie. Ik bevestigde dat. Natuurlijk is dit in Amerika een veel meer beladen onderwerp dan in andere landen. Het blijft een controversieel idee. Ik begrijp niet waarom. De wereld is er vol mee, alles wat we doen is de ene groep bevoordelen boven de andere. Ik begrijp niet waarom we niet hetzelfde spel spelen om de achterstanden van bepaalde groepen weg te werken.

Tot slot: wat wilt u dat mensen van uw boek leren?

Ik wil dat mensen die succesvol zijn, ook bescheiden blijven, in die zin dat zij erkennen hoeveel van hun succes buiten hen om is gegaan. En ik wil dat mensen begrijpen welke cruciale rol de maatschappij speelt in het voeden van succes, dat zij begrijpen dat wat wij collectief ondernemen, ertoe doet. Het is niet irrelevant of triviaal wat wij doen, maar het is van grote invloed op de vraag wie slaagt in dit leven. Dat zijn de twee dingen waarvan ik wil dat mensen ze begrijpen. Natuurlijk moet je nog steeds de kansen grijpen die je geboden worden, maar het is belangrijk om te beseffen dat de kans er wel moet zijn, voordat je ervan kunt profiteren.

Hogere besliskunde nieuws
27 augustus 2008 | Pierre de Winter

Volgens een Australische onderzoeker is de grote aandacht van de laatste jaren voor besluitvorming op basis van intuÑ—tie en het onderbewuste potentieel gevaarlijk. Wat vindt 'onderbewuste-propageerder' Ap Dijksterhuis daarvan?.

Eerst (in 2005) was er Blink, het boek waarin New Yorker-auteur Malcolm Gladwell de wereld vertelde dat beslissingen genomen op basis van intuÑ—tie, in een seconde of twee (op basis van de eerste indruk dus), belangrijker, krachtiger maar vaak ook gewoonweg beter zijn dan beslissingen die genomen zijn op basis van weloverwogen denkwerk.

Toen (in 2006) kwam een groep Nederlandse onderzoekers onder leiding van de Nijmeegse sociaal psycholoog Ap Dijksterhuis met een artikel (‘Sleep on it’) in het tijdschrift ‘Science’ waarin ze beweerden dat niet zozeer het intuÑ—tieve eerste oordeel maar de werking van het onderbewuste van cruciaal belang is bij het nemen van complexe, belangrijke beslissingen. ‘Sta je op het punt een huis te kopen, of een auto, slaap er dan nog een nachtje over, of ga even iets volledig anders doen. Dan doet het onderbewustzijn de rest.’

En nu is er dan een nieuwe studie, in Australië uitgevoerd onder leiding van psycholoog Ben Newell en gepubliceerd in ‘The Quarterly Journal of Experimental Psychology’. In dit onderzoek werd aan proefpersonen gevraagd bij zaken als het kopen van een auto of het huren van een appartement eerst hun preferenties (veiligheid, prijs, kleur etcetera) te wegen. Daarna moesten ze keuzes maken: eerst intuÑ—tief (zo snel mogelijk), daarna na een ingelaste periode om na te denken en vervolgens na een ingelaste periode waarin ze van het keuzedilemma werden afgeleid. De gemaakte keuzes bleken – los van de manier van ‘denken’ (intuÑ—tie, onderbewust of nadenken) die werd toegepast – vooral in lijn met de eerder aangegeven preferenties. En over de hele linie pakten volgens Newell de keuzes op basis van het verstand iets beter uit. Reden voor de Australiër om in een interview te melden dat alle media-aandacht voor de kracht van intuÑ—tie en het onderbewuste een vertrouwen in die twee is gaan oproepen dat 'op z’n best misleidend is, maar op z’n slechtst gevaarlijk'.

Wat vindt Ap Dijksterhuis daarvan? "Ik vind die uitspraak enigszins overdreven. En het ligt allemaal wat gecompliceerder dan hij ermee suggereert. Ik ben het bijvoorbeeld niet eens met Malcolm Gladwell, terwijl Newell ons samen op een hoop gooit. Ten tweede is er voor het omgekeerde beeld – namelijk dat bewust nadenken zo goed is – eigenlijk maar heel weinig bewijs. Dat zie je zelfs in Newell’s eigen onderzoek. Ik weet niet waar hij vandaan haalt dat de ‘verstandskeuzen’ beter uitpakten. Ik heb het zojuist nog even doorgenomen en in geen van de vier de onderzoeken die hij heeft gedaan, wordt geconcludeerd dat bewuste denkers het beter doen dan onbewuste denkers. Hij heeft ons van repliek willen dienen, maar dat is dus niet gelukt. Overigens verwacht ik binnenkort twee artikelen van auteurs die daar wél in geslaagd schijnen te zijn: Jaap Ham, psycholoog in Utrecht, en John Payne, een Amerikaanse managementpsycholoog."

Kan hij zich voorstellen dat Newell het beeld dat in de media is ontstaan, namelijk dat intuÑ—tie en onbewust denken te prefereren zouden zijn boven bewust nadenken, zorgwekkend vindt? Stel dat mensen met grote verantwoordelijkheden het gaan geloven. Dijksterhuis: "Dat beeld is te simpel. Wat ik zeg, is dat je eerst de relevante informatie moet verwerken, en dat doe je bewust. Daarna ga je kiezen, en als dat desalniettemin nog steeds erg ingewikkeld is, kun je maar beter naar het onderbewuste luisteren."

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden