Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
De OR: verre van een verstoft onderwerp nieuws
28 juli 2014 | Bertrand Weegenaar

Het loopt misschien niet zo in de gaten. Ze maken ook vaak niet zo’n PR voor hun werk. Ze komen pas in de publiciteit bij grote gebeurtenissen als ontslagrondes en fusies. Ik heb het over de leden van de Ondernemingsraad.

Een organisatie in Nederland met meer dan 50 werknemers moet er één hebben met dan vijf leden. De rechten en plichten van een OR zijn verankerd in de Wet op de ondernemingsraden waarmee ze een volwaardige partner zijn voor alle medewerkers van een bedrijf naar het bestuur of directie van dat bedrijf.

Het werk van de OR is op dit moment zeer actueel. Het pensioenstelsel en de pensioengerechtigde leeftijd verandert. Een onderwerp van de OR. De fiscus is het tegemoetkomingsstelsel (WKR) voor het personeel aan het wijzigen. Voer voor de OR. Personeel zal de komende jaren langer moeten werken. Dat heeft diverse consequenties waar de OR in gekend moet worden omdat deze in CAO’s en collectieve arbeidscontracten terug komen. Grofweg heeft de OR de volgende rechten: een adviesrecht, een instemmingsrecht, een initiatiefrecht en een informatierecht. Op welk gebied de OR advies dan wel instemming moet geven is wettelijk vastgelegd. Ook de taakverdeling, opleidingsmogelijkheden en ontslagbescherming. Want bestuurder en OR komen wel eens recht tegenover elkaar te staan. Toch dienen ze beiden hetzelfde belang: dat van een gezonde onderneming.

Saaie boel dus? Nee. Als u te maken heeft met een OR vanuit uw management of bestuurspositie of belangstelling om eens te weten wat daar gebeurt dan kunt u duiken in het boek Inzicht in de Ondermeningsraad 2014 van de deskundige auteurs Frans Vink en Robbert van het Kaar. Een gedegen uitleg van de wet.
Makkelijker is echter De OR in 153 vragen & antwoorden van het kwartet Wanne van de Bijllaardt, Marjet van der Heijden, Hans Hubregtse en Niko Manshanden.

De OR medewerkers praten na de zomer over de WKR en uw pensioen. Dat gaat ons uiteindelijk allemaal aan.

Draagt de OR geen verantwoordelijkheid? column
11 juli 2013 | Aart G. Broek

We beleven het ene schandaal na het andere. Directie, bestuur en toezichthouders in de semipublieke sector hebben het zwaar te verduren. De top van utiliteitsbedrijven, onderwijsgroepen, woningcorporaties, hulp- en zorginstellingen krijgt steevast de zwartepiet toegespeeld voor beleids- en bedrijfsfiasco’s. Is het niet opmerkelijk dat aan de ondernemingsraad (or) zo weinig gewicht wordt toegekend?

De omvangrijke misslagen van de Gasunie, de Amarantis Onderwijsgroep, Vestia, Zonnehuizen, VUmc, Ijsselmeerziekenhuizen, en van welke bedrijven al niet meer worden stuk voor stuk aan de bestuurlijke leidsmannen en -vrouwen toegeschreven. Zeker, zij zijn ook in hoge mate verantwoordelijk. Organisaties worden echter niet dictatoriaal geregeerd.

Koffie en kunst

Hoe staat het eigenlijk met de verantwoordelijkheid van de OR bij de vele missers? Is de betrokkenheid van de OR bij besluitvorming in de loop van de afgelopen twee decennia steeds zo marginaal geweest? Is de OR zo tandenloos? Doet de OR er eigenlijk niet echt toe in de semipublieke sector? Was de OR er uitsluitend voor de keuze van de nieuwe koffie-automaten, kunstzinnige wandversiering en de keuze van de arbodienst? Werd de verzelfstandiging en vercommercialisering van overheidstaken de leden van de OR – en zodoende alle werknemers – genadeloos de strot ingeduwd: slikken of stikken? De OR als ganzen om paté van te maken?

De vragen zijn retorisch. Wetgeving laat ruim voldoende mogelijkheden voor flinke tegenspraak, ver voorbij de koffie, het schilderij en het voorkómen van een muisarm. De OR heeft de afgelopen decennia meegedraaid in besluitvorming over de verzelfstandiging en vercommercialisering. Die rol van de OR blijft tot nu buiten beeld, alsof de OR geen enkele blaam treft bij de morsige uitglijders.

Rommeltje

Besluiten en risico’s worden in sterke mate bepaald door de emotionaliteit van bestuurders en de sociale verhoudingen in organisaties. Vandaar dat aan gedrag en cultuur in de top als niet eerder bijzondere aandacht wordt besteed. Als in de hoogste organisatielagen dergelijke zorg van belang is, zouden we die dan ook niet aan gedrag en cultuur in de OR moeten geven? Natuurlijk! Ook dáár spelen emoties, gebrekkige rationaliteit, onderlinge verhoudingen, persoonlijke voorkeuren en wat al niet meer een rol van belang bij besluitvorming. Ook dáár worden besluiten genomen die niet in het belang van de organisatie zijn, maar juist een bijdrage aan de verdere ontwikkeling van fiasco’s.

Inmiddels weten we – onder meer uit het onderzoek van de Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman - dat we er op bestuurlijk niveau regelmatig een rommeltje van maken. We laten ons voortdurend meeslepen door onze intuïtie, want dat gaat lekker snel, spontaan en vergt weinig energie. Daarentegen is het rationele denken langzaam en inspannend. We ontsporen in ons denken dan ook voortdurend. Laten we dan nu geen denkfouten maken door te veronderstellen dat de or-leden wisten en weten te ontsnappen aan bijvoorbeeld de problematiek van onderbuikgevoelens, groepsdenken en – niet te vergeten – status.

Tegenspraak

Zeker, de OR heeft invulling gegeven aan de polderende praktijk van inspraak. Heeft de OR ook consequent tégenspraak weten te leveren? Heeft de OR het inzicht verdedigd, dat verzelfstandiging en vercommercialisering bepaalde excessen met zich meebracht? Is de OR aan de bel gaan hangen? Ik heb geen oorverdovende geluiden gehoord. We weten nu dat meer dan eens bestuurders de omslag van een overheidsorganisatie naar een ‘echt’ bedrijf als statusverhogend ervoeren en hun gedrag en handelen daaraan – uiterst risicovol - aanpasten. Zouden de leden van de OR zich aan dergelijk gedrag hebben weten te onttrekken? Zeker weten van niet.

Kortom, ook de cultuur in de OR moet een punt van bijzondere aandacht worden. Onder voorzitterschap van de gewezen Groen Linkspolitica Femke Halsema zal er een nieuwe gedragscode komen voor de bestuurlijke toezichthouders. Zou er niet ook een commissie moeten komen die de gedragscodes van de leden van de ondernemingsraad (or) onder de loep neemt en aanscherpt? Let wel: overwegend leden van buíten het or-wezen aanwijzen als lid voor een dergelijke commissie. Evenmin als bestuurders zijn or-leden goed in staat om zelfregulerend te handelen. Je vraagt immers ook niet aan de kalkoen wat de kerstmaaltijd wordt.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden