Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

De praktijk van de tweewegenleer

nieuwe perspectieven op de privaatrechtelijke bevoegdheden van de overheid

Paperback Nederlands 2015 9789088631566
Verwachte levertijd ongeveer 4 werkdagen

Samenvatting

De overheid maakt met regelmaat gebruik van het privaatrecht om haar publieke belangen te verwezenlijken. Zo is niet ongebruikelijk dat de overheid contracten sluit over overheidseigendommen en handhaaft via de actie uit onrechtmatige daad.

Dat de overheid van het privaatrecht gebruikmaakt, is bediscussieerd. In de juridische literatuur is meermaals gewezen op het gebrek aan essentiële waarborgen in het privaatrecht, zoals legaliteit (voorafgaande wettelijke verankering) en specialiteit (doelgebondenheid).

Desondanks legt de Hoge Raad de privaatrechtelijk handelende overheid tot diep in de jaren ‘80 geen strobreed in de weg. De Hoge Raad accepteert de tweewegenleer: de overheid heeft in beginsel een vrije keuze tussen het publiekrecht en het privaatrecht. Zelfs als een publiekrechtelijke weg bestaat, mag de overheid in die tijd naar haar privaatrechtelijke bevoegdheden grijpen. In de jaren ’80 maakt de Hoge Raad een omslag. De tweewegenleer blijft weliswaar overeind, maar de Hoge Raad accepteert steeds meer uitzonderingen op het uitgangspunt van de leer dat de privaatrechtelijke weg vrijelijk begaanbaar is.

Twee recente arresten van de Hoge Raad werpen nieuw licht op de tweewegenleer. In het arrest Amsterdam/Geschiere (2009) snoert de Hoge Raad – in lijn met de jurisprudentie van na de jaren ’80 – de privaatrechtelijke mogelijkheden van de overheid in. In het arrest Hoogheemraadschap van Rijnland/Götte (2012) bezigt de Hoge Raad opvallenderwijs – net als in de periode voor eind jaren ’80 – daarentegen een zeer ruimhartige benadering ten aanzien van gebruik het privaatrecht door de overheid.

In dit boek staan de verhouding tussen publiekrechtelijke en privaatrechtelijke bevoegdheden van de overheid door de jaren heen centraal. De auteur gaat uitgebreid in op de achtergrond en praktische betekenis van deze twee arresten voor het overheidsprivaatrecht.

Specificaties

ISBN13:9789088631566
Taal:Nederlands
Bindwijze:paperback
Aantal pagina's:190
Druk:1
Verschijningsdatum:6-1-2015
Hoofdrubriek:Juridisch
ISSN:

Lezersrecensies

Wees de eerste die een lezersrecensie schrijft!

Geef uw waardering

Zeer goed Goed Voldoende Matig Slecht

Inhoudsopgave

1 Inleiding 1
1.1 De overheid als rechtssubject in het privaatrecht en het publiekrecht 1
1.2 Aanleiding voor deze studie 2
1.3 Vraagstelling 4
1.4 Afbakening 4
1.5 Opbouw 5

2 De normering van rechtsrelaties waarbij de overheid is betrokken 9
2.1 Inleidende woorden 9
2.1.1 Onderzoeksvragen 10
2.1.2 Leeswijzer 10
2.2 Opvattingen in de doctrine: eind negentiende en begin twintigste eeuw 10
2.2.1 Subjectum-leer 11
2.2.2 Fundamentum-leer 13
2.2.2.1 Thorbecke 14
2.2.2.2 Van Praag 15
2.2.2.3 Scheltema 16
2.2.3 Gemene rechtsleer 17
2.3 Jurisprudentie in de periode 1840-1990 18
2.3.1 Algemene opmerkingen 19
2.3.2 1840-1920: een zoekende Hoge Raad 19
2.3.2.1 Overeenkomst 20
2.3.2.2 Moratoire interessen 21
2.3.2.3 Onverschuldigde betaling 22
2.3.2.4 Verbintenissen uit de wet ex artikel 1388 BW (oud) 23
2.3.2.5 Onrechtmatige daad 24
2.3.2.6 Verjaring 26
2.3.2.7 Tussenconclusie 27
2.3.3 1920-1945: geleidelijk erkent de Hoge Raad de gemene rechtsleer 28
2.3.3.1 Verjaring 28
2.3.3.2 Onverschuldigde betaling 28
2.3.3.3 Onrechtmatige daad 29
2.3.3.4 eigendomsrecht 32
2.3.4 1945-1990: een koersvaste Hoge Raad 32
2.4 De opkomst van de gemene rechtsleer verklaard 34
2.4.1 Gebrek aan geschreven en ongeschreven bestuursrecht 34
2.4.2 Leemte in het stelsel van rechtsbescherming tegen het bestuur 36
2.4.2.1 Algemene bestuursrechtspraak komt niet van de grond 36
2.4.2.2 De burgerlijke rechter dicht de leemte definitief 39
2.4.2.3 De relatie tussen de leemte in de rechtsbescherming en de opkomst van de gemene rechtsleer 40
2.4.3 een korte schets van de rechtsontwikkeling in Frankrijk 41
2.5 De evolutie van de gemene rechtsleer: naar een gemengde rechtsleer 41
2.6 Opvattingen in de doctrine: eind twintigste en begin eenentwintigste eeuw 43
2.6.1 Invullende rechtsleer 44
2.6.2 Gemeenschappelijke rechtsleer 45
2.7 Terugblik 48

3 De verhouding tussen publiekrechtelijke en privaatrechtelijke bevoegdheden van de overheid 53
3.1 Inleidende woorden 53
3.1.1 Onderzoeksvragen 54
3.1.2 Leeswijzer 55
3.2 Tweewegenleer 55
3.2.1 Begripsafbakening 56
3.2.2 Verhouding ten opzichte van de gemene en gemengde rechtsleer 56
3.3 een ruimhartige benadering tussen de jaren twintig en de jaren tachtig: de Hoge Raad omarmt de tweewegenleer 57
3.4 Terugtocht van twee wegen? 67
3.4.1 ’s Hogen Raads opvatting aan verandering onderhevig 68
3.4.1.1 Uitwegvergunning exit 68
3.4.1.2 De Limmen/Houtkoop-doctrine 69
3.4.2 Algemene maatstaven om de toelaatbaarheid van gebruik van het privaatrecht door de overheid te toetsen 71
3.4.2.1 Doorkruisingsleer 73
3.4.2.1.1 De aanloop naar Windmill 73
3.4.2.1.2 Windmill 74
3.4.2.1.3 De doorkruisingsleer nader bekeken 75
3.4.2.2 Misbruik van bevoegdheden en détournement de pouvoir 82
3.4.2.2.1 Onderscheid en raakvlakken 82
3.4.2.2.2 Het verbod van détournement de pouvoir: effectief in het privaatrecht? 84
3.4.2.2.3 Amsterdam/Geschiere 86
3.4.2.3 Strijd met de wet 87
3.4.2.4 Overige beperkingen 88
3.5 Terugblik 89

4 De arresten Amsterdam/Geschiere en Hoogheemraadschap van Rijnland/Götte ontleed 93
4.1 Inleidende woorden 93
4.1.1 Amsterdam/Geschiere 93
4.1.2 Hoogheemraadschap van Rijnland/Götte 94
4.1.3 Onderzoeksvragen 94
4.1.4 Leeswijzer 95
4.2 Het leerstuk van het publiek domein 96
4.2.1 Twee rechtsregimes 96
4.2.2 normaal versus bijzonder gebruik 97
4.2.3 De openbare bestemming 98
4.2.4 Beïnvloedt een publiekrechtelijke toestemming de openbare bestemming? 99
4.2.5 Impliceert een publiekrechtelijke toestemming een privaatrechtelijke toestemming? 100
4.3 Beginselgerechtigdheid tot gebruik publiek domein conform verleende publiekrechtelijke toestemming 101
4.3.1 Het enkele verlangen van een privaatrechtelijke toestemming en het weigeren van die toestemming 102
4.3.1.1 Het onderscheid tussen het enkele verlangen en het weigeren van een privaatrechtelijke toestemming; het verschil in uitkomst van Amsterdam/ Geschiere en Hoogheemraadschap van Rijnland/Götte verklaard 102
4.3.2 Financiële voorwaarden verbonden aan de verlening van een privaatrechtelijke toestemming 104
4.3.3 Zwaarwegende belangen 105
4.3.3.1 Reeds in het publiekrecht meegewogen belangen 106
4.3.3.2 niet reeds in het publiekrecht meegewogen belangen 108
4.3.4 Tussenconclusie: een ‘rangorde’ tussen de verschillende toestemmingen 108
4.4 (Het onevenredigheidscriterium van) artikel 3:13 BW 109
4.4.1 Achtergrond leerstuk misbruik van bevoegdheid en korte historie artikel 3:13 BW 109
4.4.2 Het onevenredigheidscriterium 111
4.4.2.1 De belangenafweging 111
4.4.2.2 een marginale toetsing? 112
4.4.2.2.1 Het verbod van willekeur en de marginale toetsing in het publiekrecht 112
4.4.2.2.2 Het onevenredigheids criterium en de marginale toetsing bij privaatrecht rechtelijke bevoegdheids uitoefening door de overheid 113
4.4.3 Het onevenredigheidscriterium in Amsterdam/Geschiere 115
4.4.3.1 De belangenafweging 115
4.4.3.2 een marginale toetsing? 118
4.4.4 Het onevenredigheidscriterium als ‘restmaatstaf’ 119
4.5 Amsterdam/Geschiere en Hoogheemraadschap van Rijnland/Götte in het licht van de (reikwijdte van de) doorkruisingsleer 120
4.5.1 Welke civielrechtelijke figuren? 121
4.5.2 In wat voor gevallen van samenloop? 121
4.5.2.1 De Hoge Raad schept verwarring 121
4.5.2.2 De theorie van Simon en Gieske 123
4.5.2.3 een theorie met wortels in het Windmill-arrest 123
4.5.3 De reikwijdte van de doorkruisingsleer bekeken aan de hand van de theorie van Simon en Gieske en het Windmill-arrest 124
4.5.3.1 enkelvoudigheid 124
4.5.3.2 enkele parallelliteit 129
4.5.3.2.1 Amsterdam/Geschiere 129
4.5.3.2.2 Hoogheemraadschap van Rijnland/Götte 130
4.5.3.2.3 Andere jurisprudentie: Doetinchems anti speculatiebeding 131
4.5.3.3 Concurrentie 132
4.5.3.3.1 Amsterdam/Geschiere 133
4.5.3.3.2 Privaatrechtelijke vergoedingen en doorkruising 133
4.5.3.4 Over de toekomst van de reikwijdte van de doorkruisingsleer 137
4.6 (Het onevenredigheidscriterium van) artikel 3:13 BW en doorkruisingsleer in verhouding 140
4.7 Terugblik 142

5 Samenvatting, eindconclusies en slotopmerkingen 147
5.1 De normering van rechtsrelaties waarbij de overheid betrokken is 147
5.2 De verhouding tussen publiekrechtelijke en privaat rechtelijke bevoegdheden van de overheid 151
5.3 De betekenis van de arresten Amsterdam/Geschiere en Hoogheemraadschap van Rijnland/Götte voor de verhouding tussen de privaatrechtelijke en publiekrechtelijke bevoegdheden van de overheid 153
5.3.1 Het leerstuk van het publiek domein 153
5.3.2 Beginselgerechtigdheid tot gebruik publiek domein conform verleende publiekrechtelijke toestemming 154
5.3.3 (Het onevenredigheidscriterium van) artikel 3:13 BW 156
5.3.4 Amsterdam/Geschiere en Hoogheemraadschap van Rijnland/Götte in het licht van de (reikwijdte van de) doorkruisingsleer 157
5.3.5 (Het onevenredigheidscriterium van) artikel 3:13 en de doorkruisinglseer in verhouding 160
5.4 Verbanden en verschillen tussen de algemene maatstaven 161
5.4.1 een verbod van verbod van rechtsmisbruik als ongeschreven rechtsbeginsel of algemene notie? 161
5.4.2 De algemene maatstaven: verband met het ongeschreven verbod van rechtsmisbruik 162
5.4.3 De algemene maatstaven: verschillen in karakter en doel 164
5.4.4 Het legaliteitsbeginsel: een fundamenteel andere norm 165
5.5 De algemene tendens in de jurisprudentie 166

Geraadpleegde literatuur 169

Geraadpleegde jurisprudentie 181

Appendix 187

Managementboek Top 100

Rubrieken

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden

        De praktijk van de tweewegenleer