Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Nieuws

Ben Kuiken | 24 juni 2008 | 2-3 minuten leestijd

Van Basten on management 2

Een mea culpa van Intermediair na de schuiver van vorige week kwam er niet, wel een coverartikel waarin de parallel tussen sportcoach en manager nog eens verder werd uitgediept. Weggeman vindt het allemaal maar onzin, maar blijkt over een vooruitziende blik te beschikken.

Vorige week schreef ik op deze plek over de misser die weekblad Intermediar maakte door enkele dagen na de wedstrijd van het Nederlands voetbalelftal tegen Frankrijk een artikel te publiceren waarin Marco van Basten werd verweten de touwtjes te strak in handen te houden. Daardoor zou er te weinig ruimte zijn voor de spelers om hun eigen spel te spelen. Kan gebeuren natuurlijk, zo’n uitglijder, zeker als je weet dat het artikel waarschijnlijk al voor die wedstrijd tegen Frankrijk bij de drukker lag. De hoofdredacteur komt er een week later op terug, maar jammer genoeg niet om zijn fout toe te geven. Eigenlijk had de journalist gewoon gelijk, vindt hij. En dat is geschreven vóór de desastreuze uitschakeling door de Russen. Het vergt blijkbaar ook leiderschap om je fout toe te kunnen geven.

Op de cover van datzelfde nummer van Intermediair prijkt overigens weer diezelfde Marco van Basten, samen met Foppe de Haan, Guus Hiddink, Jacco Verhaeren en Marc Lammers. Het coververhaal gaat namelijk over de vraag: kan het bedrijfsleven leren van de sportcoach? Nee, zegt Mathieu Weggeman, schrijver van het Managementboek van het Jaar 2008, Leidinggeven aan professionals? Niet doen! Hij vindt dat de vergelijking tussen bedrijfsleven en sport ‘voor geen meter deugt,’ hoe leuk het ook is ‘als een coach op het podium wijsheden staat te debiteren als dat elk nadeel ook zijn voordeel heeft'. Voetbalcoaches geven leiding aan fysiek werk, stelt Weggeman, vergelijkbaar met het werk in de haven, de horeca, de bouw of de thuiszorg. In Nederland bestaat echter 70 procent van de beroepsbevolking uit kenniswerkers. En die hebben dienend leiderschap nodig, aldus Weggeman, geen coach die aan de kant een speler de huid vol loopt te schelden.

Het bedrijfsleven is wat dat betreft veel verder dan de sport. En passant geeft Weggeman de journalist nog even een college dienend leiderschap: de droommanager houdt voortdurend de collectieve ambitie van zijn team levendig, hij stuurt op output, geeft permanent feedback en treedt assertief op tegen mensen die niet goed meer presteren. Verder fungeert hij als een hitteschild voor al het onheil dat van bovenaf op het team wordt afgevuurd. En, misschien nog wel het belangrijkste: hij heeft een dienende, bescheiden opstelling en kan genieten van de prestaties die anderen dankzij hem kunnen leveren.

Zou Weggeman misschien toch een groot sportkenner zijn en over een vooruitziende blik beschikken? Zijn beschrijving van de droommanager komt namelijk aardig overeen met de kenmerken van die andere Nederlandse coach, die het Nederlands elftal zo dramatisch declasseerde.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden