Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Recensie

Opkomst en ondergang van strategische planning

Nada

Kees Visser | 17 mei 1998

t de Canadese hoogleraar Henry Mintzberg de managementwereld verrijkte met boeken over wat managers werkelijk doen (1973), organisatiestructuren (1979) en macht in organisaties (1983), was strategische planning aan de beurt om onder de loep te worden genomen. Al in 1979 bestempelde Mintzberg deze term als een oxymoron. De vraag is of de meester intussen van gedachten is veranderd. Heeft planning nog toekomst? Voor de beter geïnformeerden zal het geen verrassing zijn dat Mintzberg zich in 'Opkomst en ondergang van strategische planning' keert tegen strategische planning. De felheid waarmee hij dit doet zal de meesten echter wel verrassen. Met grof geschut gaat Mintzberg de voorvechters van strategische planning te lijf. Slechts enkele auteurs krijgen er niet van langs in een betoog dat met zijn toonhoogte zeer lezenswaardig is, maar met een knap staaltje argumentatiekunst ook inhoudelijk hout snijdt. Onder planning verstaat Mintzberg 'het gebruik van geformaliseerde procedures en het bestaan van helder verwoorde resultaten, die een concreet geïntegreerd systeem van beslissingen betreffen'. De aanhangers van wat Mintzberg de planningschool noemt, menen dat een analytisch en geformaliseerd proces de beste (en in feite de enige) methode is om strategieën te formuleren. Volgens Mintzberg doet deze gedachte echter onrecht aan de aard van het proces waarbij strategieën tot stand komen. Strategievorming is een complex, interactief en evolutionair proces, dat volgens hem het best omschreven kan worden als een adaptief leerproces. Kenmerkend voor strategievorming is dat het geïntegreerd proces van synthese is. Mintzberg stelt zich ten aanzien van dit proces bescheiden op door te stellen dat het beschouwd moet worden als een 'zwarte doos': de input en de output ervan kunnen worden gespecificeerd, maar wat er tijdens het proces zelf gebeurt, is onduidelijk. En omdat onbekend is hoe strategieën tot stand komen, is het volgens Mintzberg ook onmogelijk om te beschrijven hoe strategieën het best tot stand kunnen komen. Aangezien de aanhangers van de planningschool dit met hun strategische planning wel menen te kunnen, is het logisch dat Mintzberg frontaal de aanval inzet. Hij identificeert daartoe een drietal aannamen van de planningschool: formalisering, kwantificering en predeterminatie. Nadat Mintzberg heeft laten zien waarom deze aannamen onjuist zijn (reden waarom hij ze dwalingen noemt), komt hij tot de formulering van de fundamentele dwaling van strategische planning: "Omdat analyse geen synthese is, is strategische planning geen strategievorming". Door een geïntegreerd proces te splitsen in een reeks stappen haalde de planningschool strategievorming weg uit het domein van de synthese. Om deze fout te corrigeren stelt Mintzberg voor om de positie van strategische planning opnieuw vast te stellen. De rol die hij voor strategische planning in gedachten heeft, is die van strategische programmering. Organisaties doen niet aan strategische planning om strategieën te creëren, maar om de strategieën die zij al hebben formeel uit te werken en te operationaliseren. Strategieën zijn dus het uitgangspunt en niet het gevolg van strategische planning. Een conclusie die de heroïek van strategische planning voor een groot deel wegneemt, maar wel veel dichter bij de werkelijkheid staat.

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden