Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Wij wijzen u graag op het volgende
Door drukte zijn de levertijden van PostNL aangepast en kan uw pakket vertraging oplopen. Door de Brexit kan de levering van Engelse boeken vertraging oplopen.
Postkapitalisme - Een gids voor de toekomst
22 mei 2017 | Dave van Ooijen

Sinds de kredietcrisis van 2008 staat het neoliberalisme stevig in het beklaagdenbankje. Van alle kanten wordt er voor gepleit om de ruimte die 'het marktdenken' in de afgelopen decennia heeft gekregen in te gaan dammen.

Dat 'de markt' zonder stevige kaders van de overheid beter in staat zou zijn om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen en tot betere resultaten te komen, is een fabeltje gebleken. In tegendeel. Het marktdenken heeft tot een groot aantal extremiteiten en uitwassen geleid die de mondiale economie tot aan de rand van de afgrond hebben gebracht. Alleen door middel van krachtig overheidsingrijpen was het mogelijk banken en landen te redden en het financiële systeem overeind te houden. Is met de kredietcrisis van 2008 nu een einde gekomen aan het neoliberalisme en staan we aan het begin van een nieuwe economische fase, die van het 'Postkapitalisme'? Of staan we op een tweesprong en is ook een andere vorm van kapitalisme mogelijk?

Angelsaksisch kapitalisme

Laat ik meteen met de deur in huis vallen. Het boek Postkapitalisme. Een gids voor de toekomst is een uitstekend boek voor degenen die willen weten hoe op dit moment in de Angelsaksische wereld wordt aangekeken tegen de kredietcrisis van 2008. En hoe er in deze wereld, met een journalistieke bril, naar de huidige informatiesamenleving wordt gekeken. Het is geschreven door de Engelse journalist Paul Mason, een veelbekroond economieredacteur van Channel 4 News. In het boek schetst Mason een overgang naar een postkapitalistisch economisch systeem. Een systeem gebaseerd op coöperaties, zelfmanagement, lokale valuta, een deeleconomie en een basisinkomen. Het boek, dat tot doel heeft een raamwerk voor de toekomst te ontwerpen, is opgebouwd uit drie delen. Deel 1 gaat over de crisis en hoe we daarin terecht gekomen zijn. In deel 2 wordt een poging gedaan om tot een nieuwe, samenhangende theorie van het postkapitalisme te komen. En in deel 3 onderzoekt Mason hoe de overgang naar het postkapitalisme eruit zou kunnen zien. In dit laatste deel wordt in drie hoofdstukken een schets van een 'projectplan' gegeven om de economie voorbij het kapitalisme te voeren.

Informatiesamenleving

Volgens Mason speelt vandaag de dag de voornaamste strijd binnen het moderne kapitalisme zich af tussen gratis en in overvloed aanwezige informatie, en een systeem van monopolies, banken en overheden die moeite hebben de controle over de macht en de informatie in handen te houden. Een economie gebaseerd op informatie, met haar natuurlijke neiging om te zorgen voor producten die niets kosten en voor zwakke eigendomsrechten, kán volgens Mason geen kapitalistische economie zijn. In navolging van Drucker, die in 1993 zijn boek 'Post-Capitalist Society' uitbracht, zegt ook Mason dat de informatietechnologie iets fundamenteels ondermijnt in de manier waarop het kapitalisme werkt. De manier waarop Mason evenwel aan het begrip 'postkapitalisme' invulling geeft is een voorbeeld van speculatief en romantisch denken. Ook op veel andere onderdelen van het boek is dat romantische en speculatieve denken terug te vinden. Zo zegt Mason, in de ban van de mogelijkheden van 'gratis' informatie, onder meer over de staat: ‘Die wordt in de loop der tijd waarschijnlijk steeds minder machtig - om uiteindelijk zijn taken door de samenleving overgenomen te zien worden'.

Rijnlands model

Het is de verdienste van Paul Mason dat het hem gelukt is om met zijn boek in de Angelsaksische wereld een discussie op gang te brengen over het neoliberalisme en de toekomst van het kapitalistisch systeem. De lovende woorden die in de Angelsaksische wereld door onder meer Naomi Klein en Slavoj Zizek over het boek zijn geuit zijn daar getuigen van. De vraag is evenwel of de door Mason gesignaleerde ontwikkelingen en zijn schets van het 'postkapitalisme' ook voor het Europees continent enige waarde hebben. Ik denk van niet. Daarvoor blijft het boek te veel hangen in een journalistiek product waarbij tal van ontwikkelingen de revue passeren zonder daar een doordachte analyse van te geven en tot een coherente, robuuste visie te komen. Het kapitalisme hoeft evenwel niet op zijn Angelsaksisch te worden voortgezet, noch te worden voortgezet door het postkapitalisme. Het kan ook heel goed op zijn Rijnlands. Zeker nu het Verenigd Koninkrijk besloten heeft zijn eigen weg te gaan (Brexit), ligt er een uitgelezen kans om het Rijnlands model, waar Mason op geen enkele wijze aandacht aan besteedt, opnieuw een impuls te geven. In het Rijnlands model (sociale markt economie) staat niet de Amerikaanse obsessie voor aandeelhouderswaarde en korte termijnwinsten centraal, maar continuïteit voor alle betrokkenen.

Dave van Ooijen studeerde tussen 1979 en 1985 sociologie en politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij studeerde twee keer 'cum laude' af; bij de vakgroep Toegepaste Sociologie en de vakgroep Internationale Betrekkingen. Van 1979 tot 2014 was hij werkzaam bij Vereniging Milieudefensie, de gemeente Amsterdam, Nicis Institute en Platform31. Vanaf maart  2014 is hij raadslid/fractievoorzitter voor de PvdA in de gemeente Castricum. Sinds 1 juli 2017 is hij strategisch adviseur bij de gemeente Den Haag op het gebied van sociale zaken en werkgelegenheid. Zijn blogs, artikelen en recensies verschijnen (op persoonlijke titel) onder meer op zijn website.

Postkapitalisme - Een gids voor de toekomst
10 juni 2016 | Sjors van Leeuwen

We hebben niet te maken met een tijdelijke financiële of economische crisis. Het probleem zit veel dieper, namelijk dat het kapitalistische systeem aan het einde van zijn levenscyclus is gekomen. Aangejaagd door de technologische revolutie en nieuwe vormen van eigendom, lenen en zakendoen komt het einde van het kapitalisme snel in zicht. De tijd van het Postkapitalisme is aangebroken.

Dat stelt Paul Mason, schrijver van het boek ‘Postkapitalisme – Een gids voor de toekomst’. Mason is economieredacteur van het Britse Channel4News. Zijn vorige boeken gingen over onderwerpen als ‘Global Revolutions’ en ‘The End of the Age of Greed’. Zijn nieuwe boek over ‘PostCapitalism’ past prima in dit rijtje.

De centrale boodschap van het boek is dat het door het neoliberalisme gedicteerde kapitalistische systeem failliet is. Het kapitalisme heeft de wereld de afgelopen tweehonderd jaar veel gebracht, maar inmiddels overtreffen de nadelen van dit systeem ruimschoots de voordelen. De wereld heeft te maken met ernstige financiële, economische, ecologische, sociale en morele crisissen. De rijken worden alsmaar rijker en de armen worden armer. De opwarming van de aarde brengt grote klimaatveranderingen en problemen met zich mee. De wereld lijkt één grote brandhaard, miljoenen mensen zijn op de vlucht en in steeds meer werelddelen gaan mensen in groten getale de straat op omdat ze het niet meer pikken. Het bijdrukken van biljoenen euro’s (‘fiat money’) helpt alleen maar tijdelijk en maken de (schuld)problemen van Westerse landen alleen maar groter. Verder hebben we te maken met verregaande informatisering, digitalisering en democratisering van producten, diensten en productie- en leveringsketens waardoor het traditionele marktdenken steeds minder opgaat. Wat is nog de rol van ‘arbeid’, ‘productiviteit’ en ‘prijs’ als we op steeds grotere schaal banen wegautomatiseren, zelf energie, voedsel en 3D-spullen produceren en deze (veelal gedigitaliseerde) producten en diensten onderling delen, lenen en gratis verstrekken?

Kortom, een duurzame toekomst is op de huidige manier niet mogelijk, aldus de auteur. We hebben een nieuw postkapitalistisch systeem nodig waarvan Mason in zijn boek de contouren grofmazig schetst. Daarbij ziet hij het kapitalisme als het hele systeem, inclusief alle sociale, economische, demografische, culturele en ideologische aspecten, dat nodig is om een ontwikkelde samenleving te laten functioneren via markten en particulier eigendom. De weg naar het postkapitalisme loopt in het 400 pagina’s dikke boek langs drie delen.

In het eerste deel beschrijft de auteur waarom het neoliberalisme kapot is. We zitten met zijn allen in een ‘race to the bottom’ met grote nadelige gevolgen voor werknemers, het milieu en de maatschappij. De auteur beschrijft uitgebreid waarom we niet zozeer aan het einde zitten van een ‘gewone’ conjunctuurcyclus (zoals eens in de zoveel jaren), maar dat het hele kapitalistische systeem aan het einde van zijn cyclus zit en op instorten staat. Om zijn verhaal te onderbouwen kijkt de auteur niet alleen naar de actuele situatie, maar gaat hij uitgebreid te rade bij een breed scala aan vroegere wetenschappers en denkers zoals Marx, Schumpeter, Kondratieff, Bogdanov, Smith en Keynes. Dit eerste deel gaat uitgebreid in op de socialistische, kapitalistische en economische overtuigingen en theorieën van deze denkers in relatie tot het nut en de noodzaak van een nieuw systeem.

In het tweede deel worden de contouren van het postkapitalistische systeem geschetst. Dit nieuwe systeem is mogelijk dankzij drie belangrijke ontwikkelingen. Als eerste de informatietechnologie die de rol van arbeid verandert en de scheidslijnen tussen werken en vrije tijd en werken en beloning losser maakt. Als tweede het ontstaan van ‘informatiegoederen’ waardoor de prijsbepaling van producten en diensten door de markt ondermijnd wordt. En als derde de opkomst van de coöperatieve productie, ook wel deeleconomie of collaborative economy genoemd. Fundamenten van de economische analyse zoals grond, arbeid en kapitaal worden vervangen door mensen, ideeën en dingen en het bekende schaarsteprincipe (prijs) wordt vervangen door het beginsel van de overvloed (gratis). Zie hier in een notendop waarom het kapitalistische marktsysteem niet meer werkt, aldus de auteur. Want zo schrijft de auteur: ‘Een economie gebaseerd op informatie, met haar natuurlijke neiging om te zorgen voor producten die niets kosten en voor zwakke eigendomsrechten, kán geen kapitalistisch systeem zijn’. In dit tweede deel passeren opnieuw veel bekende denkers de revue zoals Drucker, Romer, Benckler, Kelly en Rifkin. De auteur gaat uitgebreid in op de arbeidswaardetheorie van Marx als één van de onderliggers voor het nieuwe postkapitalisme. Verder beschrijft de auteur onder de noemer ‘onruststokers’ nogal diepgaand de verschillende tijdsperioden tussen 1771 en 2014 en de rol van de fabriek, de arbeider en het kapitaal in die verschillende tijdsperiodes. Een nogal ‘taai stuk’ dat het verloop beschrijft van het ontstaan van het kapitalistische marktsysteem tot de dag van vandaag.

Het derde deel van het boek gaat over de transitie naar het postkapitalisme. Aan de hand van eerdere gebeurtenissen (feodalisme en kapitalisme, Lenin, Stalin, Marx, Occupy) laat de auteur zien dat iedere overgang naar een nieuw systeem zijn eigen dynamiek kent. De transitie moet wel snel gebeuren want ‘er is een rationele reden voor paniek’, zo schrijft de auteur. Want ga maar na: door de opwarming van de aarde staat ons een wereldwijde klimaatramp te wachten, de financiële crisis gaat tot een pensioenramp leiden die grote delen van de bevolking treft, de wereld heeft te maken met een demografische tijdbom waardoor straks tegenover één werkende één gepensioneerde staat en waardoor er in 2050 meer mensen in ontwikkelingslanden leven dan er nu op aarde zijn. De helft van die hele bevolkingsaanwas die tot 2050 wordt verwacht, vindt maar plaats in acht landen waarvan zich zes landen in Afrika, ten zuiden van de Sahara bevinden (Nigeria, Tanzania, Congo, Ethiopië, Oeganda, Niger). Om werk te vinden zullen deze mensen naar de grote steden trekken of elders in de wereld hun geluk gaan zoeken. Het kapitalistische systeem maakt de problemen alleen maar erger, want we hebben te maken met ‘een mondiale elite die alles ontkent’ en met een Europese Unie die op instorten staat, zo constateert de auteur spijtig.

Paul Manson is geen waarzegger, ook hij weet niet precies hoe het postkapitalisme er uit moet zien. Wel schetst hij aan het einde van het boek vijf principes van de transitie. Het eerste principe is dat we de beperkingen van de menselijke wilskracht moeten begrijpen als we geconfronteerd worden met een complex en breekbaar systeem. Het tweede principe gaat over ecologische duurzaamheid. Het derde principe is dat de transitie niet alleen gaat over de economie, het zal een menselijke transitie moeten zijn. Het vierde principe moet zijn: pak het probleem vanuit alle invalshoeken aan, iets dat mogelijk is door de opkomst van netwerken in de samenleving. Het vijfde principe ten slotte bestaat uit het maximaliseren van de macht van informatie. Op basis van deze principes benoemt de auteur vervolgens vijf belangrijke topdoelstellingen voor het postkapitalistische project waarbij het terugdringen van de CO2-uitstoot en de stabiliteit van het financiële systeem met stip op 1 en 2 staan.   

De auteur waagt ook nog een poging om de hoofdlijnen van het transitieplan, voor de realisatie van het postkapitalisme, te geven. Een plan dat van de auteur ‘onmiddellijk aan flarden mag worden gescheurd door de ‘wijsheid van de boze menigte’’. De hoofdlijnen van het transitieplan zijn:  

-          Maak eerst een model en ga daarna tot handelen over.

-          De Wiki-staat.

-          Breid het coöperatieve werk uit.

-          Beteugel of socialiseer monopolies.

-          Laat de krachten van de markt verdwijnen.

-          Socialiseer het financiële systeem.

-          Geef iedereen een basisinkomen.

-          Gebruik het ontketende netwerk.

Het postkapitalisme zoals de auteur dat schetst, lijkt in het kort neer te komen op een ‘socialistische netwerkmaatschappij en economie’ waarbij de overheid een sturende rol heeft voor zover het om cruciale zaken gaat als klimaat, energie, financiële systeem, werk en inkomens(on)gelijkheid. Het boek leest als een aanklacht tegen het neoliberale kapitalistische systeem zoals we dat nu kennen. Met uitgebreide sociaal-economische analyses en beschouwingen, dus daar moet je van houden. Duidelijk is in ieder geval wel dat de oude oplossingen die we kennen, niet werken voor de nieuwe en grote uitdagingen die we in de wereld hebben. Of dat het postkapitalisme wordt zoals Mason het in Postkapitalisme beschrijft zal de tijd leren. Albert Einstein wist al langer dat het roer om moest want, zoals hij zei: ‘We cannot solve our problems with the same thinking we used when we created them.’

Sjors van Leeuwen is werkzaam als zelfstandig adviseur op het gebied van klantgericht ondernemen (CRM), strategie en marketing. Hij is auteur van verschillende boeken zoals CRM in de praktijk, Klant in de driver’s seat, Zorgmarketing in de praktijk, Power to the people en Hoe agile is jouw strategie?

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden