Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
MEER Moois - Het goede leven - de opvolger van Gouden jaren
8 november 2018 | Marjan Maandag

Aardappelen, groente, vlees én jus… De spruitjeslucht stijgt soms bijna letterlijk op uit de bladzijden van dit heerlijke, fraai geïllustreerde boek. Je begint te lezen, ziet de plaatjes en valt van het ene feest der herkenning in het andere.

Na haar vorige boek, Gouden jaren, werd Annegreet van Bergen overstelpt met zo veel reacties en persoonlijke verhalen, dat ze besloot verder te schrijven over de economische en welvaartsgroei in Nederland na de Tweede Wereldoorlog. Een aanvulling op Gouden jaren, met herinneringen aan het dagelijks leven, van zichzelf, maar ook van haar talrijke lezers.

Nostalgie, melancholie, soms zelfs een beetje heimwee… tegenstrijdige gevoelens wisselen elkaar af. Zo’n fijne tijd was het immers ook niet altijd, die eerste decennia na de oorlog. Maar het is gewoon zo leuk om te lezen over die poesiealbums van weleer (ja, ik heb het mijne nog, en dat van mijn moeder), over de eerste televisies in de Nederlandse huiskamers (wij kregen hem in 1968, ik weet het nog precies), de zondagsrust, het bermtoerisme, de boeken in de Tomadorekjes, het pre-fluortijdperk van ‘Snoep verstandig, eet ’n appel!’, de komst van de eerste rekenmachines of zakjapanners, de eeuwige vraag ‘ziekenfonds of particulier?’, de kaartenbakjes in de openbare bibliotheek, de sigarenbandjes (ik kreeg ze van opa en plakte ze netjes in een album)…

Genieten.

Tot de onrust je bekruipt.

Wat zijn we rijk geworden in Nederland. ‘Sinds 1948 is het reële, dus voor prijsstijgingen gecorrigeerde inkomen per hoofd van de bevolking verviervoudigd.’ Wat geweldig, dat alles in die laatste zestig, zeventig jaar zo ongelooflijk is verbeterd. Dat we internet hebben, computers, elektrische apparatuur die alle rottige huishoudelijke klusjes van ons heeft overgenomen, dat we kunnen eten wat we maar willen, dat onze kinderen zwemmen in het speelgoed, dat we met vakantie kunnen gaan, dat de winkels áltijd open zijn en de gezondheidszorg zo’n immense vooruitgang heeft geboekt.

Maar hoe verontrustend zijn deze ontwikkelingen eigenlijk? Kunnen we na dit hoogtepunt niet alleen maar terugvallen? Kan het vanaf hier niet alleen maar slechter worden? Zitten we niet in een soortgelijk tijdsgewricht van decadentie als de oude Romeinen (en we weten hoe het daar mee is afgelopen)?

Of is dit soort vragen slechts de vrucht van een juist in die van spruitjeslucht doortrokken jaren ’60 gevormde geest, die destijds gevoed werd met een calvinisme van het zuiverste water? Die gemaand werd de van oma gekregen gulden zorgvuldig op te bergen in haar spaarpot, want er ‘zo maar’ iets van kopen, nee, dat kon echt niet. En die nu moeite heeft een nieuwe, hippe telefoon aan te schaffen, ‘omdat die ouwe het toch eigenlijk nog best goed doet’.

Er zijn tegengeluiden. Ontwikkelingen die erop wijzen dat er om ons heen ruimschoots getwijfeld wordt aan ons welvaartsniveau. ‘Tiny houses’ zijn piepkleine huisjes, waarin mensen wonen die ervan overtuigd zijn dat die grote kasten van huizen van tegenwoordig niet goed zijn voor ons levensgeluk: breng je woonomgeving terug tot de essentie en je wordt veel gelukkiger. Of neem het zogenaamde ontspullen, een uit Japan afkomstige trend. Hoeveel mensen gooien niet alles weg wat hun letterlijk of slechts figuurlijk in de weg staat? Omdat we toe kunnen met véél minder dan waaraan we de afgelopen decennia gewend zijn geraakt.

Hopelijk is mijn onrust op niets gebaseerd. Annegreet van Bergen heeft zeker niet de intentie gehad haar lezers te verontrusten. ‘Tobben is van alle tijden’, schrijft ze in Het goede leven. Om vervolgens Woody Allen te citeren: ‘Meer dan ooit in de geschiedenis van de mensheid staan wij op een kruispunt. De ene weg leidt tot wanhoop en volslagen hopeloosheid. De andere tot totale uitroeiing. Laten we hopen dat we de wijsheid bezitten de juiste keuze te maken.’

We gaan het zien.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden