Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
14 mei 2013 | Max Kohnstamm

Chris Anderson is een internetgoeroe, en bepaald niet zo maar eentje: hij behoort tot de absolute wereldtop. Die plek heeft hij veroverd met zijn eerste boek 'The Long Tail', een internationale bestseller. Daarnaast is hij ook nog eens de hoofdredacteur van het roemruchte blad Wired. Ook zijn boek ' Free' verdient alle aandacht. De vraag is natuurlijk: is Chris Anderson er opnieuw in geslaagd een goed boek te schrijven? Gelukkig luidt het antwoord volmondig: ja!

Daar zijn verschillende redenen voor aan te wijzen. Zijn kennis van de materie is indrukwekkend, waardoor Anderson zijn beweringen prachtig weet te illustreren met een indrukwekkend aantal voorbeelden, die teruggaan tot een ver verleden. Bijvoorbeeld zijn verhaal uit de tijd dat de radio in opkomst was. Ook toen werden onderzoeken gedaan naar de vraag hoe er nu toch een verdienmodel kon ontstaan. Met gratis radio was toch echt niks te verdienen, meende men in de jaren twintig van de vorige eeuw. In (onder meer) Engeland leidde dit tot door de overheid vastgesteld luistergeld, dat daar na bijna honderd jaar nog steeds wordt geheven.

Daarnaast is Anderson een begenadigd schrijver. Dat zorgt - net als bij The Long Tail - voor een prettig leesbaar boek.

Wellicht gaat de voornaamste stelling in het boek over de productiekosten in de digitale wereld. Deze kosten gaan continu omlaag. De kosten van zowel processing, opslagcapaciteit als bandbreedte dalen zelfs spectaculair en leiden tot 'beter, goedkoper en sneller'. Terwijl in de gewone wereld alles altijd duurder lijkt te worden, gaan in de digitale wereld de (marginale) productiekosten naar nul. Murphy's law is in de digitale wereld juist niet van toepassing, zo stelt Anderson. Alles wordt alleen maar beter en goedkoper. En dat leidt ertoe dat veel digitaal te produceren diensten uiteindelijk gratis kunnen worden geleverd. En vroeg of laat zal de concurrentiestrijd tussen bedrijven ook tot gratis aanbod leiden, want de consument is nu eenmaal erg blij als hij niet meer hoeft te betalen. Anderson baseert een en ander niet op een ideologisch standpunt, maar op economische wetten. Voor hem is de ontwikkeling naar 'gratis' een vaststaand feit, waar alle bedrijven die 'digitaal produceren' mee moeten leren leven. Deze ontwikkeling is onvermijdelijk, zo heeft de muziekindustrie inmiddels geleerd. Maar ook de encyclopediemarkt of de markt voor rubrieksadvertenties (die pagina' s vol speurders in De Telegraaf, herinnert u zich die nog?) zijn vrijwel volledig verdampt. Anderson stelt de vraag of de markt voor boeken, tijdschriften en kranten een zelfde lot zullen ondergaan. Een genuanceerd antwoord volgt: allereerst omdat de consument de 'moleculaire vorm' prefereert boven de digitale vorm. In de muziekindustrie heeft de consument - dankzij de iPod - een uitgesproken voorkeur voor de digitale vorm.

Daarnaast stelt Anderson dat het aanbod van standaardinformatie, waarbij iedereen dezelfde informatie krijgt (= commodity) naar gratis zal tenderen, terwijl 'customized' informatie duur kan blijven. Maar per saldo geldt toch steeds: de prijs gaat richting nul, dus moeten de bedrijven in de digitale wereld driftig op zoek naar een nieuw verdienmodel. En dan volgt in het boek de welhaast onvermijdelijke lofzang op Google.

Ook de auteur zelf houdt zich aan de regels van de nieuwe economie. Je hoeft het boek helemaal niet te kopen. Op de achteromslag staat dik gedrukt: 'Download the audiobook of Free for Free!'. Anderson heeft zijn nieuwe verdienmodel al klaar: hij geeft veel lezingen of adviezen. Maar daar vraagt hij wel veel geld voor. Anderson houdt zich dus aan 'practice what you preach'. Maar helemaal houdt hij zich ook weer niet aan zijn beloften. De subtitel van het boek luidt 'the Future of a Radical Price'. De belofte over de toekomst maakt de auteur niet waar. Eerlijk gezegd is het boek veel meer een fraaie vertelling over het heden en verleden van de digitale wereld. Een wetenschappelijke onderbouwing ontbreekt zelfs volledig. Wie op basis van de eerder genoemde subtitel tal van praktische tips voor de toekomst verwacht, komt bedrogen uit. Misschien weet Chris Anderson zelf ook niet hoe bijvoorbeeld de traditionele 'printuitgevers' moeten overleven. Maar misschien heeft hij zijn adviezen voor de toekomst wel bewust niet in 'Free' heeft gezet. Want daarmee zou hij zijn adviespraktijk en dus zijn eigen verdienmodel om zeep helpen...

2 juli 2010 | Bas van Vlierden

Gratis lijkt het nieuwe toverwoord van de 21e eeuw. Het snelstgroeiende bedrijf van de wereld, Google, biedt alleen maar gratis diensten aan, de grootste online encyclopedie (Wikipedia) is kosteloos te gebruiken en popband Radiohead had financieel gezien een van de meest succesvolle cd introducties door deze gratis online aan te bieden. Kortom, tijd om het radicale economische principe van gratis eens onder de loep te nemen. Na zijn bestseller 'The Long Tail' beschrijft Chris Anderson in 'FREE' hoe het nieuwe gratis de markt radicaal verandert.

Anderson beschrijft in 'Free' vier vormen van 'gratis' of 'kruissubsidie'. Een kruissubsidie betekent dat overal op de een of andere manier voor moet worden betaald, is het niet rechtstreeks door jezelf dan wel door iemand anders die belang heeft bij het product in kwestie. De eerste vorm is de 'Directe kruissubsidie': een gratis product dat met zich meebrengt dat jij voor iets anders betaalt. Bijvoorbeeld een gratis mobiele telefoon die wordt betaald door hoge maandelijkse belkosten.
In de tweede plaats is er de 'Drie-partijenmarkt'. Hier speelt een derde partij een rol in een markt die is gecreëerd door gratis uitwisseling tussen de eerste twee partijen. Het gratis dagblad De Pers wordt betaald door adverteerders die lezers willen bereiken.
Dan is er de 'Freemium'. Dat is een gratis versie waar een betaalde versie tegenover staat. Bedenk dat het gratis gebruik van Flickr voor reguliere gebruikers betaald wordt door fanatieke gebruikers die 25 euro per jaar betalen voor Flickr Pro.
Tot slot zijn er 'Non-monetaire markten'. Deze bestaan uit alles wat mensen willen weggeven, zonder dat ze een betaling verwachten. Een mooi voorbeeld zijn de gratis recensie die u hier leest niet betaald met geld, maar met prikkels als aandacht, voldoening en reputatie(?).

Anderson gaat verder in op de psychologie achter 'gratis'. Ik geef twee voorbeelden:
Gratis is een relatief begrip. Consumenten percipiëren gratis als relatief en niet absoluut. Als iets ooit geld kostte en nu ineens niet meer, associëren we dit met kwaliteitsverlies. Deze associatie vervalt echter wanneer iets nooit geld heeft gekost. Er zal geen consument zijn die durft te beweren dat Google een slechte zoekmachine is omdat deze gratis is.
Een tweede psychologisch mechanisme dat speelt rond gratis is The Pennygap. Op het moment dat iets (al is het maar 1 eurocent) betaald moet worden voor een product of dienst, dwingen de hersenen de consument zichzelf de vraag te stellen of iets dat waard is. Dit zijn de zogenaamde 'mentale transactiekosten'. Deze zijn er niet bij producten die gratis zijn. Hierdoor ontstaat de 'penny gap'. De vraag bij een prijs van nul is veel groter dan de vraag bij een extreem lage prijs. Conclusie is dat in perceptie van de consument er een groot verschil is tussen zeer goedkoop en gratis. Voorbeeld hiervan is Amazon, dat in Frankrijk slechts 1 cent rekende voor verzendkosten bij bestelling van meer dan 25 euro. Na het aanbieden van deze service schoot de verkoop van tweede boeken extreem omhoog omdat consumenten van deze service wilden profiteren en met het tweede boek het minimum bedrag van 25 euro bereikten.

De geschiedenis kent verschillende voorbeelden van het prijsmodel gratis. Denk bijvoorbeeld aan Gilette, dat eind zeventiende eeuw gratis scheermeshouders verspreidde, om vervolgens met scheermesjes geld te gaan verdienen. Het nieuwe gratis is echter gebaseerd op de economie van digitale bits. Deze economie is gestoeld op drie technologieën waarvan de kosten nu al bijna nihil zijn: snelheid computers, digitale opslagruimte en bandbreedte. Hierdoor wordt alles beter, sneller en goedkoper (uiteindelijk gratis).
Anderson noemt Google als het beste voorbeeld van het gratis verdienmodel. Verschillende hoogkwalitatieve producten worden online aangeboden zonder dat de consument er een euro voor hoeft te betalen. Google verdient indirect wel geld met deze producten. Door consumenten te stimuleren haar producten te gebruiken, gaan mensen vaker het net op. Meer mensen op het internet betekent groter bereik voor adverteerders en dus meer inkomsten voor Google.

Maar de case van google kennen we allemaal wel. Daarom geef ik twee interessante onbekendere voorbeelden van concept gratis. Een fitnessketen in Denemarken hanteert het volgende betaalmodel; Leden betalen niets zolang ze minstens eens per week komen fitnessen. Maar sla je een week over, dan betaal je de volle maandprijs. Vanuit psychologie beredeneerd: wanneer je elke week gaat, voel je je goed over jezelf en over het fitnesscentrum. Maar er komt een moment dat je te druk bent en een week overslaat. Je betaalt daar wel voor, maar je verwijt het alleen jezelf. Niet het fitnesscentrum
Online schoenenwinkel Zappos wil dat je verschillende paren schoenen online bestelt en thuis past. Het paar dat je bevalt, houd je. De anderen stuur je weer terug. Verzendkosten zijn beide kanten op gratis. Zappos gebruikt gratis als risicobeperking voor de klant. Het voordeel van een fysieke winkel (eerst kijken of schoenen passen en mooi staan) wordt geëvenaard. Het voordeel van Zappos (klantgemak) blijft de USP ten opzichte van fysieke schoenenwinkels.

Free biedt een verfrissende en interessante kijk op het gratis verdienmodel. Anderson begeeft zich met zijn boek op een gebied waar nog weinig goede boeken over zijn verschenen. Het verhaal van Anderson is redelijk abstract en praktische handvatten hoef je hier niet te verwachten. Ondanks dat zeer de moeite waard omdat het vernieuwend en zeer actueel is.
Je kunt dit boek overigens gratis downloaden. Het verdienmodel van Anderson is gebaseerd op lezingen en adviesopdrachten waarvoor hij verwacht gevraagd te worden door dit boek. Goed voorbeeld van “talk the talk and walk the walk”.

7 september 2009 | Eric van Arendonk RM

Ik ben opgevoed met de stelling; alles wat gratis is, heeft geen waarde. De auteur heeft het over het nieuwe gratis en hoe dat de markt radicaal zal veranderen. Mijn nieuwsgierigheid is gewekt. Mede ook door de reputatie van Chris Anderson, hij is immers ook de auteur van het boek 'The long tail'. Daarin heeft hij al aangetoond hoe internet markten beter bereikbaar kan maken. Ik kan je nu al zeggen; dit boek is een must voor iedere marketeer. Anderson is er wederom in geslaagd een boek te schrijven wat de lezer tot nadenken zet.

Natuurlijk kennen we de gratistactiek door het ene product gratis te geven waardoor het gebruik ervan je uiteindelijk de winst bezorgt. Nog dagelijks zien we dergelijke aanbiedingen bij mobiele telefoons. Je geeft een toestel gratis om het abonnement te slijten waarmee je uiteindelijk het geld verdient. Deze truc is niet nieuw en wordt al jaren toegepast. Ook de truc koop er één en je krijgt een tweede gratis, is niet meer dan een korting van 50%, en dus niet echt vernieuwend. Het boek is duidelijk niet bedoeld om het fenomeen gratis een totaal nieuwe rol te geven. Het zijn over het algemeen bestaande tactieken maar dan wel in een andere hoedanigheid toegepast. Even krijg je de indruk dat het hier gaat om oude wijn in nieuwe zakken, maar dit gaat slechts gedeeltelijk op. Eén van de meest opvallende methodes is Freemium, zoals Anderson het noemt. De kern van deze methode houdt in dat je aan veel consumenten een product gratis ter beschikking stelt, zoals software. Een uitgebreide versie is mogelijk maar moet dan wel worden betaald. Het lijkt sterk op de oude methode van bemonsteren, alleen de mogelijkheid van internet geeft meer mogelijkheden, zeker met online gerelateerde producten. De kracht van het boek zit dan ook niet in de nieuwe vormen van het gebruik van het fenomeen gratis, maar meer in het aangeven van de effecten van wat de auteur noemt het verschil tussen iets en niets.

De basis van gratis, zo beweert de auteur, is dat overvloed schaarste creëert. Bijvoorbeeld; een overvloed van informatie creëert de schaarste; gebrek aan aandacht. Deze schaarste leent zich uitstekend om er een businessmodel van te maken. Gratis koffie op het werk creëert een markt voor betere koffie, uiteraard niet gratis. Deze stelling biedt mogelijkheden om opnieuw na te denken over bepaalde businessmodellen. Hoe kan ik gratis inzetten om een andere markt te creëren? Ik denk dat de auteur terecht stelt dat met name jongeren al overtuigd zijn dat gratis een belangrijke rol gaat spelen in toekomstige businessmodellen. Zij zijn tenslotte opgevoed met het fenomeen dat zaken zoals informatie, software, muziek en nieuws gratis zijn. Ouderen hebben het nog steeds niet echt door. Zie de schijngevechten die de muziekindustrie blijft voeren tegen het downloaden van muziek of de kranten die een hopeloze strijd voeren tegen het dalend aantal abonnementen.

De auteur sluit zijn boek af met de zogenaamde 'regels voor gratis'. Hierin geeft hij tien principes van overvloedsdenken. Vervolgens geeft hij een samenvatting van Freemium tactieken. Hij besluit met vijftig bedrijfsmodellen op basis van gratis. Mocht je twijfels hebben om dit boek ter hand te nemen, blader dan even gratis door deze laatste pagina's. Doe dat op weg naar de kassa want daar zul je uiteindelijk belanden. Deze pagina's zullen je nieuwsgierig en leergierig maken. Ik ben in ieder geval om; gratis heeft wel waarde, je moet het alleen op de juiste manier toepassen en dit boek geeft je daarvoor voldoende handreikingen.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden