Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
U heeft gezocht op 9789012405102. Het product dat u zocht is niet meer in die editie leverbaar en is vervangen door de onderstaande editie.
, ,

Wegwijs in de btw

Paperback Nederlands 2021 9789012406994
BestsellerMeer dan 1000 verkocht
Op voorraad | Vandaag voor 21:00 uur besteld, morgen in huis

Samenvatting

In Wegwijs in de btw wordt de btw op een heldere en toegankelijke manier beschreven. Het boek is uitstekend geschikt als studieboek voor de fiscaal-juridische opleidingen aan universiteiten, hogescholen met de opleiding of het vak fiscaal recht en daarmee vergelijkbare opleidingen.

In het boek wordt in ruime mate verwezen naar wetgeving, rechtspraak en beleidsbesluiten. De stof wordt in veel gevallen verlevendigd met (cijfer)voorbeelden. Juist hierdoor is Wegwijs in de btw tevens geschikt voor belastingadviseurs, advocaten en accountants die in de praktijk met btw te maken hebben.

Specificaties

ISBN13:9789012406994
Taal:Nederlands
Bindwijze:paperback
Aantal pagina's:786
Uitgever:Sdu
Druk:16
Verschijningsdatum:9-8-2021
Hoofdrubriek:Juridisch
ISSN:

Lezersrecensies

Wees de eerste die een lezersrecensie schrijft!

Geef uw waardering

Zeer goed Goed Voldoende Matig Slecht

Over A. van Dongen

Mr. dr. A. van Dongen (1968) studeerde fiscaal recht aan de Universiteit van Amsterdam. Zij is raadsheer bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Noord-Holland.

Andere boeken door A. van Dongen

Over G.J. van Slooten

Mr. G.J. van Slooten (1968) is afgestudeerd aan de Universiteit Leiden in de studierichting kostprijsverhogende belastingen. Hij is thans werkzaam bij Baker & McKenzie waar hij zich onder meer bezighoudt met procedures op het terrein van btw bij invoer.

Andere boeken door G.J. van Slooten

Over M.W.C. Soltysik

Mr. M.W.C. Soltysik (1978) is afgestudeerd aan de Universiteit van Maastricht. Tevens heeft hij de Post-Master Indirecte Belastingen gevolgd aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij is thans werkzaam als btw-adviseur bij Zeker Fiscaal. Tevens is hij rechter-plaatsvervanger bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Andere boeken door M.W.C. Soltysik

Inhoudsopgave

Voorwoord bij de zestiende druk / 25
Lijst van gebruikte afkortingen / 27
1 Inleiding / 31
1 Algemene inleiding / 31
1.1 Indirecte- en kostprijsverhogende belastingen / 31
1.2 Omzetbelasting: het karakter van indirecte belasting / 32
1.2.1 Algemeen / 32
1.2.2 De methodiek van de heffing over de toegevoegde waarde / 33
1.3 Historie / 41
1.3.1 Algemeen / 41
1.3.2 Eénwording in Europa: de afschaffing van fiscale grenzen / 41
2 Overzicht van de omzetbelastingwetgeving / 43
2.1 Een overzicht van de opbouw van de Wet OB 1968 / 43
2.1.1 Algemeen / 43
2.1.2 Voor de heffing relevante prestaties / 43
2.1.3 De plaats en tijdstip van verschuldigdheid / 44
2.1.4 De belastingschuldenaar: de ondernemer / 44
2.1.5 De maatstaf van heffing / 45
2.1.6 Het tarief / 45
2.1.7 De vrijstellingen / 46
2.1.8 De heffingssystematiek / 46
2.1.9 Het recht op aftrek van voorbelasting / 47
2.1.10 Bijzondere regelingen / 48
2.1.11 Verplichtingen in het kader van de heffing van omzetbelasting / 49
2.2 Overzicht van de kenbronnen / 50
3 De kenbronnen nader bezien: Unierecht / 51
3.1 Algemeen / 51
3.2 De belangrijkste richtlijnen / 52
3.3 De Btw-verordening / 53
3.4 De ongeschreven algemene rechtsbeginselen van Unierecht / 53
3.4.1 Algemeen / 53
3.4.2 De algemene rechtsbeginselen van toepassing op de heffing van omzetbelasting / 54
3.4.3 Geen toepassing van de algemene rechtsbeginselen na codificatie / 57
3.4.4 Toepassing van het Unierecht in geval van fraude / 58
3.5 De Unierechtelijke beginselen nader bezien / 62
3.5.1 Beginselen met constitutionele werking / 62
3.5.2 Pseudobeginselen / 69
4 De kenbronnen nader bezien: nationaal recht / 75
4.1 De algemeen verbindende voorschriften / 75
4.1.1 De Wet OB 1968 / 75
4.1.2 Delegatie en uitvoeringsbepalingen / 75
4.2 Beleidsregels / 76
4.3 De nationale algemene beginselen van behoorlijk bestuur / 78
4.4 Formeel belastingrecht / 78
5 Rechtspraak / 79
5.1 De procedurele autonomie van de lidstaten / 79
5.2 Het beginsel van effectieve rechtsbescherming / 80
5.2.1 Algemeen / 80
5.2.2 Het verdedigingsbeginsel / 81
5.2.3 Enkele aspecten van het effectieve recht op beroep nader bezien / 86
5.3 Een schets van de Nederlandse fiscale rechtsgang / 90
5.3.1 De bezwaarprocedure (administratieve fase) / 90
5.3.2 De nationale beroepsprocedure: beroep en hoger beroep / 90
5.3.3 Cassatieberoep bij de Hoge Raad / 91
5.4 Beroep bij het Hof van Justitie van de EU / 92
5.4.1 De prejudiciële procedure bij het HvJ / 92
5.4.2 Beroep bij het Gerecht in Eerste Aanleg / 95
5.4.3 Beroep op rechtspraak van het HvJ / 96
5.4.4 Herziening als ten onrechte geen prejudiciële vragen aan het HvJ zijn gesteld / 97
5.4.5 Schadevergoeding door kennelijk onjuiste rechtspraak / 98
6 Samenloop van Unierecht en nationaal recht / 98
6.1 De eigen en hogere rechtsorde van het Unierecht: rechtstreekse werking / 98
6.2 Omzetting van richtlijnen in nationaal recht / 99
6.3 Aanvullende werking van het nationale recht / 100
6.3.1 Algemeen / 100
6.3.2 Het gelijkwaardigheids- en het doeltreffendheidsbeginsel / 102
6.3.3 Geen aanvullende werking bij een uitputtend bedoelde regeling van Unierecht / 104
6.4 Conforme interpretatie van het nationale recht / 106
6.4.1 Vermoeden van rechtsgeldigheid / 106
6.4.2 Unierecht- en richtlijnconforme uitleg / 106
6.5 Als een nationale regeling niet richtlijnconform is uit te leggen / 109
6.5.1 Algemeen / 109
6.5.2 ‘Directe werking’ van richtlijnbepalingen ten gunste van justitiabelen / 109
6.5.3 Toepassing van de gebrekkige nationale bepalingen / 111
6.6 Schadevergoeding wegens schending van het Unierecht / 111
6.6.1 Algemeen / 111
6.6.2 Voorwaarden voor schadevergoeding / 112
6.6.3 Het vereiste van de ‘gekwalificeerde schending’ / 114
6.6.4 Omvang van de te vergoeden schade / 115
6.6.5 Beperkingen van het recht op schadevergoeding / 115

2 Het ondernemerschap / 119
1 Het begrip ‘ondernemer’ / 119
1.1 De ondernemer in de Wet OB 1968 / 119
1.2 Het begrip ‘belastingplichtige’ in de Btw-richtlijn / 120
2 Het criterium ‘eenieder’ nader bezien / 121
2.1 Algemeen / 121
2.2 Een ‘als zodanig handelende ondernemer’ (art. 1 Wet OB 1968) / 123
3 Het vereiste van ‘economische activiteiten’ nader bezien / 124
3.1 Algemeen / 124
3.2 Het vereiste dat ‘prestaties’ moeten worden verricht / 126
3.2.1 Algemeen / 126
3.2.2 Er moet deelgenomen worden aan het economische verkeer / 127
3.2.3 Er moet sprake zijn van ‘duurzaamheid’ / 129
3.2.4 De ‘prestaties’ moeten onder ‘bezwarende titel’ worden verricht / 131
3.3 Er moet sprake zijn van een ‘vergoeding’ / 132
3.4 Enkele specifieke economische activiteiten nader bezien / 134
3.4.1 Exploitatie van een vermogensbestanddeel / 134
3.4.2 Handelingen met betrekking tot aandelen, obligaties en kasgelden als ‘economische activiteit’ / 136
3.5 Situaties waarin géén sprake is van economische activiteiten / 140
3.5.1 Incidentele en samenhangende prestaties om niet / 140
3.5.2 Overgang van een algemeenheid van een onderneming of een gedeelte daarvan / 141
4 Zelfstandigheid / 142
4.1 Algemeen / 142
4.2 De fiscale eenheid / 144
4.2.1 Achtergronden / 144
4.2.2 Het belang van de een fiscale eenheid / 144
4.2.3 Wie kan er deel uitmaken van een fiscale eenheid? / 145
4.2.4 Materiële vereisten met betrekking tot de fiscale eenheid / 146
4.2.5 Formele vereisten met betrekking tot de fiscale eenheid / 149
4.2.6 Fiscale eenheid en holdingmaatschappijen / 151
4.2.7 De ‘fiscale eenheid’ en vaste inrichtingen / 152
4.3 Enkele bijzondere situaties bij het vereiste van zelfstandigheid / 153
4.3.1 De directeur-grootaandeelhouder (dga) / 153
4.3.2 Toezichthouders als ‘ondernemers’ / 154
4.3.3 Arbiters en andere geschillenbeslechters / 156
4.4 Handelen op eigen naam, maar voor rekening van een ander / 156
5 Enkele bijzondere categorieën van ondernemers / 157
5.1 Inleiding / 157
5.2 Ondernemerschap van organisaties / 158
5.3 Ondernemerschap van artiesten / 159
5.4 Intracommunautaire verwerving van een nieuw vervoermiddel door een niet-ondernemer / 160
6 Begin en einde van het ondernemerschap / 160
6.1 Begin van het ondernemerschap / 160
6.2 Einde van het ondernemerschap / 163

3 De belastbare feiten levering en dienst / 165
1 Belastbare feiten in de Wet OB 1968 / 166
1.1 Handelingen in het economische verkeer / 167
1.2 Onderscheid tussen leveringen van goederen en verleende diensten / 167
2 Leveringen van goederen / 169
2.1 Levering van goederen in de Btw-richtlijn / 169
2.2 Levering van goederen Wet OB 1968 / 170
2.2.1 Levering / 170
2.2.2 Goederen / 170
2.3 De overdracht of overgang van de macht om als eigenaar over een goed te beschikken (art. 3, lid 1, onderdeel a, Wet OB 1968) / 172
2.4 De levering in huurkoop van art. 3, lid 1, onderdeel b, Wet OB 1968 / 178
2.5 De oplevering van onroerende zaken door de vervaardiger (art. 3, lid 1, onderdeel c, Wet OB 1968) / 179
2.5.1 Het begrip ‘oplevering’ / 179
2.5.2 Onroerende zaken / 180
2.5.3 Vervaardigen van onroerende zaken / 180
2.6 De levering van art. 3, lid 1, onderdeel d, Wet OB 1968 / 182
2.7 De levering van art. 3, lid 1, onderdeel f, Wet OB 1968 / 183
2.8 Interne leveringen / 184
2.8.1 De levering van art. 3, lid 3, onderdeel a, Wet OB 1968 / 184
2.8.2 De levering van art. 3, lid 3, onderdeel c, Wet OB 1968 / 186
2.9 De levering van beperkte rechten / 187
2.9.1 Beperkte rechten zijn diensten / 188
2.10 Verhandeling door meer personen / 190
2.10.1 ABC-leveringen (art. 3, lid 4, Wet OB 1968) / 190
2.11 De levering van art. 3, lid 5, Wet OB 1968 / 191
2.12 De levering van art. 3, lid 6, Wet OB 1968 / 192
3 Het verlenen van diensten / 193
3.1 Interne diensten / 196
3.1.1 Art. 4, lid 2, onderdeel a (privégebruik goederen) / 197
3.1.2 Art. 4, lid 2, onderdeel b (gratis diensten) / 197
3.1.3 Samenloop met het BUA / 198
3.2 Integratieheffing voor diensten / 198
3.3 Diensten door bepaalde tussenpersonen / 198
4 Leasing, levering of dienst? / 199
5 Samenloop van prestaties en combinaties van goederen / 202
5.1 Samenloop van prestaties / 202

4 Intracommunautaire prestaties / 205
1 Inleidende opmerkingen / 205
1.1 Afschaffing van de fiscale grenzen / 205
1.2 Bestemmings- of oorsprongsland / 207
1.3 Prestaties tussen verschillende lidstaten / 208
1.3.1 Tussen ondernemers (B2B) / 208
1.3.2 Van ondernemers aan niet-ondernemers (B2C) / 209
1.4 Begrippen / 209
1.4.1 Intracommunautaire leveringen / 210
1.4.2 Intracommunautaire verwervingen / 211
1.4.3 Fiscaal vertegenwoordiger / 211
1.4.4 Het btw-identificatienummer / 212
1.4.5 VAT Information Exchange System (VIES) / 212
1.4.6 Afstandsverkopen / 213
1.5 Ondernemerschap bij intracommunautaire transacties / 213
1.5.1 Algemeen / 213
1.5.2 Nieuwe vervoermiddelen / 214
1.5.3 De overheid en intracommunautaire transacties / 214
1.5.4 De vaste inrichting / 215
2 Intracommunautaire prestaties / 217
2.1 Inleiding: de binnengrensoverschrijdende leveringen / 217
2.2 ICL en ICV: de intracommunautaire transactie (ICT) / 220
2.2.1 Intracommunautaire transactie / 220
2.2.2 De overbrenging van eigen goederen naar een andere lidstaat / 224
2.2.3 Intracommunautaire verwerving van nieuwe vervoermiddelen / 225
2.2.4 Intracommunautaire verwerving na invoer door rechtspersoon/nietondernemer / 226
2.2.5 Legermaterieel dat vanuit een andere lidstaat wordt overgebracht / 227
2.2.6 Tijdelijke overbrenging / 228
2.2.7 De ICT en de samenloop met douanewetgeving / 229
2.3 Afstandsverkopen / 231
2.3.1 Algemeen / 231
2.3.2 De ‘faciliterende ondernemer’ / 231
2.3.3 Intracommunautaire afstandsverkopen van goederen / 233
2.3.4 Bijzondere regeling: de Unieregeling / 237
2.4 Andere situaties dan ICT’s of afstandsverkopen / 238
2.4.1 Geen verwerving bij installatie en montage / 238
2.4.2 Zeeschepen en luchtvaartuigen en de bevoorrading daarvan / 240
2.4.3 Leveringen van goederen aan boord van vervoermiddelen / 240
2.4.4 Overbrenging van bepaalde accijnsgoederen naar gelijkgestelden / 240
2.4.5 Overbrenging van goederen die onder de margeregeling vallen / 241
2.4.6 Leveringen aan bepaalde internationale organisaties / 241
2.5 Intracommunautaire diensten / 241
3 Maatstaf van heffing / 243
3.1 Algemeen / 243
3.2 Bijkomende kosten / 243
3.2.1 Kosten van het intracommunautaire vervoer / 243
3.2.2 Diensten die reeds in de douanewaarde begrepen zijn / 244
3.3 Maatstaf van heffing bij de levering van eigen goederen / 244
3.4 Maatstaf van heffing bij verwerving van accijnsgoederen / 245
4 Toepassing nultarief bij intracommunautaire transacties / 245
4.1 Inleiding / 245
4.2 Nultarieven bij intracommunautaire leveringen / 247
4.2.1 Algemeen / 247
4.2.2 De reguliere intracommunautaire levering / 247
4.2.3 Intracommunautaire levering van niet-communautaire goederen / 251
4.2.4 Levering van accijnsgoederen / 254
4.3 Nultarief bij goederen die worden overgebracht vanuit een andere lidstaat / 254
4.3.1 Verwerving van niet-ingevoerde goederen / 254
4.3.2 Verwerving van zeeschepen, luchtvaartuigen en bevoorrading / 254
4.3.3 Verwerving van goud door centrale banken / 254
4.3.4 Verwerving van accijnsgoederen / 255
4.3.5 Overbrenging van goederen naar een btw-entrepot / 255
4.4 Nultarief bij intracommunautaire diensten / 255
4.4.1 Algemeen / 255
4.4.2 Diensten die betrekking hebben op leveringen waarop een nultarief van toepassing is / 255
4.4.3 Diensten van bepaalde tussenpersonen / 255
4.4.4 Vervoer door middel van luchtvaartuigen of zeeschepen / 256
4.4.5 Vervoer van en naar de Azoren en Madeira / 256
4.4.6 Veredelingsdiensten / 256
4.4.7 Diensten waarvan de waarde in de douanewaarde is begrepen / 256
4.5 Voorwaarden voor toepassing van het nultarief / 257
4.5.1 De aard van de te verlangen bewijsmiddelen / 257
4.5.2 Boeken en bescheiden / 259
4.5.3 Toepassing van het nultarief bij ‘ex-works’-leveringen / 260
4.5.4 Aanvaarden van bewijsmiddelen / 261
4.5.5 Voorzichtigheidshalve toch omzetbelasting in rekening brengen bij een ICT? / 262
4.6 Toepassing van het nultarief bij fraude en misbruik van recht / 263
5 Vrijstellingen / 264
5.1 Vrijstelling voor intracommunautaire verwerving / 264
5.2 Goederen voor bepaalde internationale organisaties / 265
5.2.1 Algemeen / 265
5.2.2 Overbrenging van legermaterieel dat in andere lidstaten was gelegerd / 265
6 Plaats van de leveringen van goederen, van intracommunautaire verwervingen en van diensten / 266
6.1 Het belang van vaststellen van de plaats van de prestatie / 266
6.1.1 Algemeen / 266
6.1.2 Overzicht van plaats van levering / 267
6.1.3 Overzicht van plaats van dienst / 268
6.2 Plaats van de leveringen van goederen / 270
6.2.1 Algemeen / 270
6.2.2 Goederen die in verband met de levering worden verzonden of vervoerd / 271
6.2.3 Goederen die niet in verband met de levering worden vervoerd / 277
6.3 Plaats van intracommunautaire verwerving / 278
6.3.1 Algemeen / 278
6.3.2 Verwerving onder een nummer dat door een andere lidstaat is toegekend / 278
6.3.3 Slechts één ICT bij opvolgende transacties / 279
6.3.4 Plaats van levering bij ABC-transacties in het intracommunautaire verkeer / 281
6.4 Plaats waar diensten worden verricht / 282
6.4.1 Algemeen / 282
6.4.2 Diensten verricht aan ondernemers (B2B) / 282
6.4.3 Diensten verricht aan niet-ondernemers (B2C) / 284
6.4.4 Uitzonderingen op de hoofdregels / 285
7 Tijdstip van ontstaan van de verschuldigdheid / 306
7.1 Belang van het bepalen van het tijdstip waarop de prestatie plaatsvindt / 306
7.2 Het moment van uitreiken van de factuur / 307
7.3 Het tijdstip waarop de levering of dienst plaats heeft / 308
7.3.1 Tijdstip waarop een levering plaatsvindt / 308
7.3.2 Het tijdstip waarop een dienst wordt verricht / 309
7.4 Uitzondering op de hoofdregels / 309
7.4.1 Ontvangen van de vergoeding / 309
7.4.2 Verschuldigdheid bij (fictieve) intracommunautaire transacties / 309
7.4.3 Doorlopende prestaties / 310
8 Wijze van heffing bij intracommunautaire prestaties / 311
8.1 De belastingschuldenaar / 311
8.2 Toezicht, registratie, identificatie, aangifte en Opgave ICP / 311
8.2.1 Toezicht door registratie / 311
8.2.2 De Opgave ICP / 312
8.2.3 Geen (fictieve) ICT dan geen Opgave ICP / 313
8.2.4 De nummerverwerving / 313
8.2.5 Aangifte ter zake van intracommunautaire verwervingen / 314
8.2.6 Aangifte ter zake van ‘nieuwe vervoermiddelen’ / 314
8.3 De ‘niet-Unieregeling’ / 314
8.3.1 Wie kan een beroep doen op de niet-Unieregeling / 314
8.3.2 De werking van de niet-Unieregeling / 316
8.4 De Unieregeling / 318
8.4.1 Algemeen / 318
8.4.2 Wie kan een beroep doen op de Unieregeling? / 319
8.4.3 Welke prestaties kunnen onder de Unieregeling worden verantwoord? / 321
8.4.4 De werking van de Unieregeling / 325
8.4.5 De ondernemer maakt geen gebruik van de Unieregeling / 328
8.5 Fiscale vertegenwoordiging (art. 33a Wet OB 1968) / 328
8.5.1 Algemeen / 328
8.5.2 De fiscaal vertegenwoordiger met algemene vergunning (AFV) / 330
8.5.3 De fiscaal vertegenwoordiger met beperkte vergunning (BFV) / 330
8.5.4 Het vereiste van het stellen van een zekerheid / 331
8.6 Enkele bijzondere heffingssystemen / 332
8.6.1 Verlegging / 332
8.6.2 Call-off stock / 335
8.6.3 Heffingssystematiek van omzetbelasting ter zake van accijnsgoederen / 336
8.6.4 De regeling voor ‘kleine ondernemers’ / 337
8.6.5 Toepassing margeregeling in het verkeer tussen de lidstaten / 338
9 Aftrek van voorbelasting / 341
9.1 Aftrek van voorbelasting bij intracommunautaire verwervingen / 341
9.2 Aftrek van voorbelasting wegens overbrengen van eigen goederen / 341
9.3 Aftrek van voorbelasting bij een ICT met nieuwe vervoermiddelen / 342
9.4 Nummerverwervingen: teruggave in plaats van aftrek van voorbelasting / 343
9.5 Fraude, misbruik en de aftrek van voorbelasting / 344
10 Terugbetaling / 346
10.1 Geen aftrek voorbelasting maar teruggaaf bij ‘nummerverwervingen’ / 346
10.2 Teruggaaf bij weigering van geleverde goederen / 346
10.3 Teruggaaf voorbelasting voldaan in andere lidstaten / 347

5 In- en uitvoer van goederen en het nultarief / 349
1 Inleiding: invoer van goederen / 349
2 De uitgangspunten bij de heffing van douanerechten / 352
2.1 Douanetoezicht en douanestatus / 352
2.1.1 Algemeen / 352
2.1.2 De geautoriseerde marktdeelnemer (AEO) / 353
2.1.3 Oorsprong, douanestatus en de heffing van btw bij invoer / 355
2.2 Binnenbrengen en aanbrengen van goederen / 356
2.2.1 Binnenkomst van goederen in het douanegebied / 356
2.2.2 Uitgaan van goederen uit het douanegebied / 357
2.3 Het doen van een douaneaangifte / 358
2.3.1 Algemeen / 358
2.3.2 Vaste inrichting voor douanedoeleinden / 359
2.3.3 Vertegenwoordiging / 360
2.4 Overzicht van de douaneregelingen / 361
2.5 In het vrije verkeer brengen / 362
2.6 Bijzondere regelingen / 363
2.6.1 Douanevervoer / 363
2.6.2 Opslag / 364
2.6.3 Specifieke bestemming / 366
2.6.4 Veredeling / 367
2.7 Goederen die het douanegebied van de Unie verlaten / 370
2.7.1 Uitvoer / 370
2.7.2 Wederuitvoer / 370
2.8 Verwijdering van de goederen / 371
2.8.1 Vernietiging en afstand van de goederen / 371
2.8.2 Door douaneautoriteiten te nemen maatregelen / 371
3 Grondslagen voor de heffing van douanerechten / 372
3.1 Indeling in het Douanetarief / 372
3.1.1 Het Douanetarief / 372
3.1.2 Indeling in het Douanetarief / 375
3.1.3 De indelingsverordeningen / 377
3.1.4 Bindende tariefinlichtingen / 379
3.1.5 De GN is van belang voor Intrastat / 381
3.2 Douanerechten: toepasselijke tarieven / 382
3.2.1 De rechten van het GDT / 382
3.2.2 Oorsprong / 382
3.2.3 Schorsingen / 384
3.2.4 Bijzondere bestemmingen / 385
3.3 De maatstaf van heffing voor de heffing van douanerechten: de douanewaarde / 385
3.3.1 Algemene uitgangspunten / 385
3.3.2 Aanpassingen van de douanewaarde / 391
3.3.3 De transactiewaarde methode kan niet worden toegepast: bijkomende methoden / 393
3.3.4 Aanpassingen van de douanewaarde voor de heffing van omzetbelasting
ter zake van invoer / 395
4 De Wet OB 1968 en het belastbare feit invoer / 400
4.1 Doel van de heffing van omzetbelasting bij invoer / 400
4.2 Belastbare feiten voor de heffing van omzetbelasting bij invoer / 400
4.2.1 Algemeen / 400
4.2.2 Vanuit derdelandsgebied of derde-land in Nederland in het vrije verkeer brengen / 401
4.2.3 Het beëindigen of onttrekken van goederen aan een douaneregime / 402
4.2.4 Bevoorrading van vervoermiddelen / 402
4.3 De heffingssystematiek van omzetbelasting ter zake van invoer / 403
4.3.1 Inleiding / 403
4.3.2 Brengen van goederen in het vrije verkeer / 404
4.3.3 Heffingssystematiek: bijzondere regelingen / 408
4.3.4 De regeling voor ‘afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde-land ingevoerde goederen’ / 414
4.4 Tarieven voor de heffing van btw ter zake van invoer / 427
4.4.1 Het algemene en het verlaagde tarief / 428
4.4.2 Het nultarief bij invoer / 428
4.4.3 Voorwaarden voor toepassing van nultarief / 431
4.4.4 Toepassing van het nultarief en niet-zuivering van douaneregelingen / 432
4.5 Vrijstellingen / 433
4.5.1 Algemeen / 433
4.5.2 Vrijstellingen bij invoer in verband met vrijstellingen van douanerechten / 433
4.5.3 Vrijstellingen in verband met binnenlandse vrijstellingen / 436
4.5.4 Vrijstelling bij invoer in geval van opvolgende intracommunautaire transactie / 436
4.5.5 Vrijstellingen voor zendingen van particulieren aan particulieren / 437
4.5.6 Formaliteiten / 437
4.5.7 Geen vrijstelling zendingen met een geringe waarde voor de heffing van btw / 438
4.6 Vrijstelling van mededeling van de douaneschuld, terugbetaling en kwijtschelding / 439
4.6.1 Vrijstelling van mededeling van de douaneschuld / 439
4.6.2 Kwijtschelding en teruggave van douanerechten / 439
4.6.3 Bijzondere procedurele aspecten bij de ambtelijke vergissing en de billijkheidsbepaling / 448
4.6.4 Samenloop met de heffing van omzetbelasting ter zake van invoer / 449
5 Uitvoer en de heffing van omzetbelasting / 449
6 Bezwaar en beroep / 452

6 Maatstaf en tarief van heffing bij leveringen en diensten / 455
1 De maatstaf van heffing / 456
1.1 Algemeen / 456
1.2 De vergoeding (art. 8, lid 2, Wet OB 1968) / 457
1.2.1 Het totale bedrag / 458
1.2.2 De totale waarde: vergoedingen in natura / 458
1.2.3 Ter zake van de prestatie / 462
1.2.4 In rekening gebracht of door de afnemer voldaan / 469
1.2.5 Doorlopende posten / 470
1.2.6 De maatstaf van heffing bij interne leveringen / 472
1.2.7 Vergoeding bij interne diensten / 473
1.2.8 Buiten de vergoeding blijvende bedragen / 473
1.2.9 Maatstaf van heffing bij vestiging van beperkte rechten / 476
1.2.10 Omrekening van vreemde valuta / 479
1.2.11 Maatstaf van heffing privégebruik ondernemingsgoederen / 479
2 De tarieven / 481
2.1 Systeem van indeling / 481
2.1.1 Btw-richtlijn en de toepassing van de tarieven / 482
2.2 Het verlaagde tarief / 482
2.3 Samenloop van prestaties / 483
2.4 Wijzigingen in het tarief / 484
2.5 Doorberekening van tariefwijzigingen / 484
2.6 Toepassing te laag tarief / 484
2.7 Tarief van heffing bij intracommunautaire transacties / 485
3 De gebruiktegoederenregeling / 485
3.1 De Zesde Richtlijn, de Btw-richtlijn en de margeregeling / 485
3.2 Wet OB 1968 en de margeregeling / 486
3.3 Goederen waarop de margeregeling van toepassing is / 486
3.3.1 Gebruikte goederen / 486
3.3.2 Kunstvoorwerpen / 487
3.3.3 Voorwerpen voor verzamelingen / 487
3.3.4 Antiquiteiten / 488
4 Basis van de heffing / 488
5 Ondernemers voor wie de regeling geldt / 489
5.1 Wederverkopers / 489
5.2 Inkoopverklaring / 490
5.3 Verschillende goederen tegen een prijs / 490
5.4 Facturering / 490
6 Wie kan onder de regeling vallende goederen aan een wederverkoper leveren? / 491
6.1 Niet-aftrekgerechtigden / 491
6.2 Aanvullende regeling voor levering van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten / 492
6.2.1 Algemeen / 492
6.2.2 Voorbelasting / 492
6.2.3 Beperkingen / 492
6.2.4 Intracommunautaire transacties en margeregeling / 493
6.3 Keuzerecht / 493
7 Globalisatieregeling / 493
8 Tarief / 497
9 In- en uitvoer en de margeregeling / 498
10 De marge- en de verleggingsregeling / 498
11 Margeregeling, aftrek van voorbelasting en administratieve verplichtingen / 498
12 Margeregeling en landbouwregeling / 499
13 Margeregeling en BPM / 499
14 Prijsvermindering, wanbetaling en de margeregeling / 499

7 Aftrek van voorbelasting / 501
1 Algemeen / 501
2 Btw-richtlijn en aftrek van voorbelasting / 501
3 Voorwaarden voor de aftrek van in rekening gebrachte btw / 503
3.1 Art. 15, lid 1, Wet OB 1968 / 503
3.2 Het tijdvak van aangifte / 504
3.3 Aan de ondernemer / 504
3.4 Ter zake van aan de ondernemer verrichte leveringen en verleende diensten / 507
3.5 De voorgeschreven factuur / 508
3.6 Gebruik voor belaste handelingen / 510
3.6.1 Niet-economische activiteiten en aftrek van voorbelasting / 510
3.6.2 Privégebruik en het recht op aftrek van voorbelasting / 513
3.6.3 Aan- en verkoop van aandelen / 516
3.7 Misbruik van recht en fraude / 518
3.8 Andere aftrekmogelijkheden / 518
3.8.1 Aftrek van voorbelasting en de margeregeling / 518
3.8.2 Aftrek van voorbelasting door reisbureaus / 519
3.8.3 Aftrek van voorbelasting bij intracommunautaire verwervingen / 519
3.8.4 Aftrek van bij invoer betaalde btw / 520
3.8.5 Aftrek van de op grond van art. 12, lid 2, 3 en 5, Wet OB 1968 verlegde btw / 521
3.8.6 Aftrek van belasting en art. 4, lid 3, Wet OB 1968 / 522
3.8.7 Aftrek van voorbelasting wegens overbrengen van eigen goederen in het intracommunautair verkeer / 522
3.8.8 Aftrek van voorbelasting bij intracommunautaire transacties met nieuwe vervoermiddelen / 522
3.8.9 Geen aftrek van voorbelasting bij onbelaste prestaties / 523
3.8.10 Uitsluiting van de aftrek van voorbelasting in andere gevallen / 524
4 Bijzondere bepalingen met betrekking tot de aftrek van voorbelasting / 525
4.1 Aftrek van voorbelasting als het gebruik van de ingekochte prestatie nog niet bekend is / 525
4.2 Geen aftrek van voorbelasting wegens horecaverstrekkingen / 527
5 Splitsing van voorbelasting / 527
5.1 Gevallen waarin de splitsing voorkomt / 527
5.2 Wettelijke splitsingsregels / 529
5.3 Wijzen van splitsing / 530
5.3.1 Inleiding / 530
5.3.2 Pro rata / 531
5.3.3 De teller van de ‘pro rata’ / 531
5.3.4 De noemer van de ‘pro rata’ / 532
5.3.5 Splitsing naar werkelijk gebruik / 532
5.4 Meerdere goederen van dezelfde soort / 534
6 Herziening van voorbelasting / 534
6.1 Herziening in boekjaar van ingebruikname / 535
6.2 Herziening na boekjaar van ingebruikname / 537
6.3 De gevolgen van leegstand op de aftrek / 541
6.4 Herziening ineens bij levering van een goed / 542
6.5 Herziening bij privégebruik en BUA-prestaties / 544
6.6 Vernietiging, verlies of diefstal van goederen / 546
6.7 Geschenken van geringe waarde / 546
7 Uitsluiting van de aftrek / 546
7.1 Art. 16 Wet OB 1968; het BUA / 546
7.2 Het voeren van een zekere staat / 549
7.3 Relatiegeschenken en giften / 549
7.4 Verstrekkingen aan het personeel / 551
7.5 De € 227-grens in het BUA / 554
7.6 Vergoedingen voor BUA-prestaties / 556
7.7 Eten en drinken / 557
8 Aftrek op het gebruik van auto’s en kostenvergoedingen / 560
9 Ten onrechte in rekening gebrachte btw / 561
10 Teruggaaf algemeen / 564
10.1 Teruggaaf op verzoek / 564
10.2 Teruggaaf aan buiten de EU gevestigde ondernemers / 565
10.3 Teruggaaf aan ondernemers uit andere EU-lidstaten / 566
10.4 Teruggaaf van omzetbelasting uit andere EU-landen aan Nederlandse ondernemers / 567

8 Levering en verhuur van onroerende zaken / 569
1 Inleiding / 571
1.1 De vrijstelling / 571
1.2 Het begrip onroerende zaak / 572
2 De levering van onroerende zaken / 573
2.1 Het begrip ‘levering van een onroerende zaak’; de vrijstelling / 573
2.2 De belaste levering van onroerende zaken; inleiding / 576
2.2.1 De belaste levering van onroerende zaken / 576
2.2.2 De belaste levering van bouwterreinen / 585
2.3 Koop-aannemingsovereenkomsten / 588
2.4 Levering op verzoek belast / 588
2.4.1 Formele voorwaarden voor de optie voor een belaste levering / 589
2.4.2 Indiening van een verzoek tot belaste levering zonder effect / 590
2.4.3 Verleggingsregeling bij optie voor belaste levering / 590
2.4.4 Beperking van de keuzemogelijkheid (art. 11, lid 1, onderdeel a, onder 2°, Wet OB 1968 en art. 6 Uitv.besch. OB 1968) / 591
2.4.5 Optiemogelijkheid bij 70% recht op aftrek van voorbelasting / 592
2.5 Herziening van voorbelasting / 592
2.5.1 Herziening bij levering / 593
3 Verhouding btw en overdrachtsbelasting bij levering / 595
3.1 Vrijstelling van overdrachtsbelasting in samenhang met btw-heffing / 595
3.1.1 Levering en verkrijging / 596
3.1.2 Geheel of gedeeltelijk in aftrek brengen / 596
3.2 Het begrip bedrijfsmiddel / 597
3.3 Onroerende zaken in gemengd gebruik / 598
3.3.1 Privé- of bedrijfsvermogen / 598
3.4 Natrekking en overdrachtsbelasting / 599
3.5 Verhouding omzetbelasting en overdrachtsbelasting bij optie voor belaste levering / 600
3.5.1 Btw en overdrachtsbelasting bij optie wegens belaste verhuur / 600
3.6 Wettelijke beperkingen van de vrijstelling van overdrachtsbelasting / 600
3.6.1 Waarde in het economische verkeer / 601
3.6.2 Niet geheel of niet nagenoeg geheel / 601
3.6.3 Gedwongen verkoop beneden kostprijs / 602
3.7 Schema en voorbeelden omzetbelasting/overdrachtsbelasting / 602
3.8 Verkrijging van onroerende zaken in huurkoop / 604
3.9 Heffing van overdrachtsbelasting bij levering binnen zes maanden / 605
3.10 Leveringen die niet belastbaar zijn / 605
3.11 ABC-contracten bij levering van onroerende zaken / 605
3.11.1 ABC-leveringen met overdracht van de macht om als eigenaar over een onroerende zaak te beschikken / 606
3.11.2 ABC-leveringen zonder overdracht van de macht om als eigenaar over een onroerende zaak te beschikken / 606
3.12 Overdrachtsbelasting en economische eigendom / 607
3.12.1 Opeenvolgende leveringen / 607
3.13 Aandelen in een onroerendgoedlichaam / 608
3.14 Bijzondere bepalingen / 608
3.15 Aansprakelijkheid voor de overdrachtsbelasting / 608
4 De verhuur van onroerende zaken / 609
4.1 Inleiding / 609
4.1.1 Verhuur-plus / 610
4.1.2 Huurprijs / 612
4.2 Uitbreiding van het begrip ‘verhuur van onroerende zaken’ / 613
4.3 Verhuur van blijvend geïnstalleerde werktuigen en machines / 613
4.4 Verhuur in het kader van het hotel- en aanverwant bedrijf / 614
4.5 Verhuur van parkeerruimte en ligplaatsen / 616
4.5.1 Verhuur van parkeerruimte voor voertuigen en boten / 616
4.5.2 Parkeerplaatsen en publiekrechtelijke lichamen / 618
4.5.3 Overige vormen van parkeren / 618
4.6 Verhuur van safeloketten / 618
4.7 Belaste verhuur van onroerende zaken op verzoek / 618
4.7.1 De formele eisen die gesteld worden aan het optieverzoek / 619
4.7.2 Beperking van de keuzemogelijkheid bij de verhuur van onroerende zaken / 620
4.7.3 Optiemogelijkheid bij 70% recht op aftrek van voorbelasting / 622
4.7.4 Vervallen van de optie als niet aan de 90%-norm wordt voldaan / 622
4.7.5 Geen verleggingsregeling voor door de verhuurder verschuldigde btw / 623
4.7.6 Verhuur van zalen en dergelijke voor een korte periode / 623
4.7.7 Belaste verhuur en toepassing van de KOR / 623
4.7.8 Verhuur aan diplomatieke instellingen en internationale organisaties / 623
4.7.9 Verhouding btw en overdrachtsbelasting bij latere optie voor belaste verhuur / 623
4.7.10 Einde van de belaste huur / 624
4.8 Verhuur van onroerende zaken en servicekosten / 625
4.9 Ontbinden of wijzigen van overeenkomsten met betrekking tot onroerende zaken / 626

9 Vrijstellingen / 627
1 Inleiding / 627
1.1 De ‘vrijgestelde ondernemer’ / 627
1.2 Indeling van de vrijstellingen / 628
1.3 Genoemde vrijstellingen / 629
2 Bespreking van de vrijstellingen / 629
2.1 Art. 11, lid 1, onderdeel c, Wet OB 1968 (verpleeginrichtingen) / 629
2.2 Art. 11, lid 1, onderdeel d, Wet OB 1968 (jeugdwerk) / 632
2.3 Art. 11, lid 1, onderdeel e, Wet OB 1968 (sportorganisaties) / 632
2.4 Art. 11, lid 1, onderdeel f, Wet OB 1968 (prestaties van sociale en culturele aard) / 634
2.5 Art. 11, lid 1, onderdeel g, Wet OB 1968 (medische prestaties) / 637
2.6 Art. 11, lid 1, onderdeel h, Wet OB 1968 (lijkbezorgers) / 641
2.7 Art. 11, lid 1, onderdelen i en j, Wet OB 1968 (prestaties in het geldverkeer) / 642
2.8 Art. 11, lid 1, onderdeel k, Wet OB 1968 (verzekeringen) / 649
2.9 Art. 11, lid 1, onderdeel l, Wet OB 1968 (kansspelen) / 650
2.10 Art. 11, lid 1, onderdeel m, Wet OB 1968 (posterijen) / 651
2.11 Art. 11, lid 1, onderdeel n, Wet OB 1968 (radio- en televisieuitzendingen) / 652
2.12 Art. 11, lid 1, onderdeel o, Wet OB 1968 (onderwijs) / 652
2.13 Art. 11, lid 1, onderdeel p, Wet OB 1968 (wetenschappelijke voordrachten) / 656
2.14 Art. 11, lid 1, onderdeel q, Wet OB 1968 (componisten, schrijvers, journalisten) / 656
2.15 Art. 11, lid 1, onderdeel r, Wet OB 1968 (levering van bepaalde roerende zaken) / 657
2.16 Art. 11, lid 1, onderdeel s, Wet OB 1968 (menselijke organen) / 658
2.17 Art. 11, lid 1, onderdeel t, Wet OB 1968 (maatschappelijke organisaties) / 658
2.18 Art. 11, lid 1, onderdeel u, Wet OB 1968 (samenwerkingsverbanden) / 659
2.19 Art. 11, lid 1, onderdeel v, Wet OB 1968 (fondswerving) / 662
2.20 Art. 11, lid 1, onderdeel w, Wet OB 1968 (kinderopvang) / 664
2.21 Vrijstelling voor intracommunautaire verwerving / 664
2.22 Art. 11, lid 2, Wet OB 1968 (nauw samenhangende prestaties) / 665
2.23 Art. 11, lid 3, Wet OB 1968 (winst beogen) / 665
2.24 Art. 11, lid 4, Wet OB 1968 (geen instelling die winst beoogt) / 666
2.25 Art. 11, lid 5, 6 en 7, Wet OB 1968 (onroerende zaken) / 668
2.26 Art. 11, lid 8, Wet OB 1968 / 668
3 Bijzondere regeling voor beleggingsgoud (art. 28j t/m 28p Wet OB 1968) / 668
3.1 Algemeen / 668
3.2 Vrijstelling voor handelingen betreffende beleggingsgoud (art. 28k Wet OB 1968) / 669
3.3 Optierecht (art. 28l Wet OB 1968) / 670
3.4 Aftrekrecht (art. 28m Wet OB 1968) / 670
3.5 Bewerking tot niet-beleggingsgoud (art. 28o Wet OB 1968) / 671
4 De overgang van een algemeenheid van goederen / 671
4.1 Algemeen / 671
4.2 Is art. 37d Wet OB 1968 van toepassing op de overdracht van één onroerende zaak? / 673
4.3 Overgang / 674
4.4 Overdrachtsbelasting en art. 37d Wet OB 1968 / 675
4.5 Inbreng en omzetting / 676
4.6 Verhuur van een onderneming / 677
5 Diplomatieke vrijstelling / 677

10 De verschuldigdheid, voldoening en teruggave van btw / 679
1 De verschuldigdheid / 679
1.1 Algemeen / 679
1.2 Leveringen en diensten met verleggingsregelingen / 680
1.3 Verleggingsregelingen / 681
1.3.1 Verleggingsregeling voor levering gas en elektra en B2B-diensten (art. 12, lid 2, Wet OB 1968) / 681
1.3.2 Verleggingsregeling voor bepaalde leveringen of diensten door een buitenlandse ondernemer (art. 12, lid 3, Wet OB 1968) / 682
1.3.3 Antimisbruikbepalingen / 683
1.4 Intracommunautaire verwervingen en wijze van heffing / 693
1.4.1 Geen heffing van belasting bij intracommunautaire verwervingen / 694
1.5 Andere vormen van verschuldigdheid van de belasting / 694
1.5.1 Ten onrechte gefactureerde btw / 694
1.5.2 Intracommunautaire leveringen tegen het nultarief / 696
2 Het tijdstip van de verschuldigdheid / 697
2.1 Algemeen / 697
2.2 Leveringen en diensten / 697
2.2.1 Het factuurstelsel / 697
2.2.2 Geen verplichting tot het uitreiken van een factuur / 698
2.2.3 Tijdstip van verschuldigdheid als verplicht uitreiken van een factuur achterwege wordt gelaten / 698
2.2.4 Het kasstelsel / 699
2.2.5 Vooruitbetalingen / 700
2.2.6 Verschuldigdheid op het tijdstip van de prestatie / 700
2.2.7 Verschuldigdheid en verleggingsregeling / 701
2.2.8 Verschuldigdheid en margeregeling / 701
2.2.9 Tijdstip van de verschuldigdheid bij intracommunautaire transacties / 702
2.2.10 Verschuldigdheid en privégebruik / 703
2.2.11 Verschuldigdheid in geval van platformfictie (art. 13a Wet OB 1968; geldend vanaf 1 juli 2021) / 703
3 Voldoening van de belasting / 703
3.1 Leveringen en diensten / 704
3.2 Intracommunautaire verwervingen / 705
3.3 Nieuwe vervoermiddelen / 706
4 Teruggaven / 706
4.1 Algemeen / 706
4.2 Recht op teruggaaf van prestatieverrichter / 707
4.3 Tijdstip van recht op teruggaaf van btw aan prestatieverrichter / 707
4.4 Overdracht vordering aan andere ondernemer / 709
4.5 Afnemer wordt in aftrek gebrachte btw weer verschuldigd / 710
4.6 Art. 29 Wet OB 1968 en het kasstelsel / 711
4.7 Intracommunautaire verwervingen en teruggaaf / 711
4.8 Kredietbeperkingstoeslag / 712
4.9 Overige teruggaafmogelijkheden / 712
5 De fiscaal vertegenwoordiger / 713
5.1 Inleiding / 713
5.2 De fiscaal vertegenwoordiger met algemene vergunning / 715
5.3 De fiscaal vertegenwoordiger met beperkte vergunning / 715
5.4 De fiscaal vertegenwoordiger en de verleggingsregeling / 715
6 Naheffing van belasting / 716
7 Invordering van btw-schulden / 716
8 Aansprakelijkheid / 716
8.1 Bestuurdersaansprakelijkheid / 716
8.2 Aansprakelijkheid van onderdelen van een fiscale eenheid / 717

11 Bijzondere regels en bepalingen / 719
1 De vermindering voor kleine ondernemers in de Wet OB 1968 / 719
1.1 Wet modernisering kleineondernemersregeling / 719
1.1.1 Art. 11, lid 1, onderdeel b, 5°, Wet OB 1968 / 719
1.1.2 Art. 23 lid 5 Wet OB 1968 / 720
1.1.3 Art. 25 Wet OB 1968 / 720
1.1.4 Art. 28b, lid 2, onderdeel c Wet OB 1968 / 725
1.1.5 Art. 37a, lid 1, Wet OB 1968 / 726
1.1.6 Overgangsrecht / 726
2 De forfaitaire berekeningsmethoden / 727
2.1 Noodzaak forfaitaire methoden / 727
3 Vouchers, zegels en waardebonnen / 728
3.1 Vouchers / 728
3.1.1 Vouchers voor enkelvoudig gebruik / 729
3.1.2 Vouchers voor meervoudig gebruik / 732
3.2 Waardebonnen / 734
3.3 Zegels / 736
4 Reisbureauregeling / 736
4.1 Reikwijdte / 736
4.1.1 Reisbureau / 736
4.1.2 Reiziger / 738
4.2 Reisdienst / 738
4.3 Keuze bij berekening verschuldigde btw / 739
4.4 Ingekochte non-EU prestaties / 740
4.5 Verrekening tijdvakwinstmarge / 741
4.6 Geen recht op aftrek van voorbelasting / 741
4.7 Factuurvereisten / 742
5 Factureerplicht / 742
5.1 De reden van de factureerplicht / 742
5.2 Welke factureringsregels zijn van toepassing / 742
5.3 Omvang van de factureerplicht / 744
5.4 Eisen waaraan een factuur moet voldoen / 745
5.4.1 Vereenvoudigde factuur / 747
5.4.2 Elektronisch factureren / 747
5.5 Tijdstip van uitreiking van de facturen / 747
5.6 Vooruitbetalingen / 748
5.7 Bewaren van facturen / 748
5.8 Gevolgen van gebreken aan facturen / 749
5.9 Ontheffing van de factureringsverplichting / 749
5.10 Factureerplicht en intracommunautaire leveringen van nieuwe vervoermiddelen / 750
5.11 Wederverkopers / 750
6 De administratieve eisen / 751
6.1 De algemene boekhoudverplichting / 751
6.2 De boekhoudverplichting voor de heffing van btw / 752
6.3 Het houden van regelmatige aantekeningen / 752
6.4 Aantekening van facturen / 753
6.5 Afwijkingen / 753
6.6 Register bij overbrengingen / 754
6.7 Rechtspersonen/niet-ondernemers / 754
6.8 Administratieve verplichtingen voor wederverkopers / 754
6.8.1 Administratieverplichtingen voor ondernemer waarop platformfictie van toepassing is (vanaf 1 juli 2021) / 755
6.9 Sancties / 755
6.10 Bewijskracht van de administratie / 757
6.11 Btw-identificatienummer / 757
6.12 Opgave van de intracommunautaire leveringen en diensten – listing / 758
6.13 Prijzen aanbieden inclusief of exclusief btw / 760
6.14 Bijzondere regelingen / 760

12 Overheidslichamen / 761
1 Overheidslichamen en de Btw-richtlijn / 761
1.1 Optreden als overheid / 761
1.2 Overheidstaak en concurrentieverstoring / 762
1.2.1 Concurrentieverstoring / 762
1.2.2 Verplicht ondernemerschap voor publiekrechtelijke lichamen / 762
1.2.3 Samenvatting onderscheid ondernemers- en overheidstaak / 763
2 Overheidslichamen in de Wet OB 1968 / 763
2.1 Inleiding / 763
2.2 Eenheid of verscheidenheid van een overheidslichaam / 765
2.3 Verschillende sferen / 766
2.4 Wet OB 1968 en optreden als overheid / 766
2.4.1 Handelingen als overheid / 766
2.4.2 Concurrentieverstoring en de Wet OB 1968 / 768
2.5 De ondernemerssfeer / 769
2.6 De niet-ondernemerssfeer / 769
3 De Wet op het BTW-compensatiefonds (Wet BCF) / 770
3.1 Algemeen / 770
3.2 Reden voor de bijdrage/compensatie / 770
3.3 Voeding van het fonds / 770
3.4 Systematiek van de Wet BCF / 771
3.5 Bijdrage uit het BTW-compensatiefonds / 771
3.6 Formaliteiten ten aanzien van de bijdrage / 773
4 Aftrek van voorbelasting ondernemershandelingen / 773
4.1 Algemeen / 773
4.2 Aftrek voorbelasting bij uitvoering van een bestemmingsplan / 774
4.3 Uitbesteding van de uitvoering van bestemmingsplannen / 774
5 Uitbesteding van een overheidstaak / 775
6 Samenwerkingsverbanden / 776
7 Terbeschikkingstelling van personeel / 776
8 Publiekrechtelijke lichamen en intracommunautaire transacties / 777

Trefwoordenregister / 779

Managementboek Top 100

Rubrieken

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden

        Wegwijs in de btw