Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Aandeelhoudersverantwoordelijkheid

De positie en rol van de aandeelhouder en aandeelhoudersvergadering

Gebonden Nederlands 2015 9789013133011
Verwachte levertijd ongeveer 10 werkdagen

Samenvatting

Na een uiteenzetting van de historische ontwikkeling van het karakter van de kapitaalvennootschap en de rechtseconomische theorieën betreffende aandeelhouderszeggenschap, leest u over de belangen die mogen en - onder omstandigheden - moeten worden behartigd door de aandeelhouder en de aandeelhoudersvergadering.

Daarbij besteedt de auteur ook aandacht aan de correctiemogelijkheden die openstaan voor belanghebbenden wanneer ontoelaatbaar gedrag zich voordoet. Ten slotte gaat de auteur in op concrete omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de mate van aandeelhoudersautonomie en het vennootschappelijk belang beïnvloeden.

Specificaties

ISBN13:9789013133011
Taal:Nederlands
Bindwijze:gebonden
Aantal pagina's:532
Druk:1
Verschijningsdatum:21-10-2015
Hoofdrubriek:Juridisch

Lezersrecensies

Wees de eerste die een lezersrecensie schrijft!

Geef uw waardering

Zeer goed Goed Voldoende Matig Slecht

Inhoudsopgave

Woord vooraf V

Inhoudsopgave IX

Lijst van gebruikte afkortingen XVII

Hoofdstuk 1. Inleiding 1
1.1 Aanleiding onderzoek 1
1.2 Onderzoeksonderwerp en -vragen 4
1.3 Relevantie en innoverend karakter van het onderzoek 6
1.4 Onderzoeksmethode 7
1.5 Plan van behandeling 8
1.6 Tot slot 10

Hoofdstuk 2. De redenen achter zeggenschapsrechten en de ontwikkeling van het karakter van de vennootschap 13
2.1 Inleiding 13
2.2 Rechtshistorisch perspectief 14
2.2.1 Het belang van dit perspectief 14
2.2.2 Vereenigde Oostindische Compagnie 15
2.2.3 The Governor and Company of Merchants of London trading into the East Indies 19
2.2.4 Maximalisatie van winst vs. de maatschappelijke onderneming 21
2.2.4.1 De ‘Act of Magic’ 22
2.2.4.2 Van VOC naar codificatie, de tussenliggende periode 23
2.2.5 De Codificatie 24
2.2.6 De negentigjarige aanloop naar de wetswijziging van 1929 28
2.2.7 De voor- en naoorlogse (economische) ontwikkelingen en wijzigingen van begin jaren ’70 33
2.2.8 Invoering Burgerlijk Wetboek 36
2.2.9 Het hervonden belang van aandeelhouders en de opkomst van corporate governance 38
2.2.10 Flexibilisering van de besloten vennootschap 40
2.2.11 Samenvatting en conclusie 41
2.3 Het karakter van de vennootschap: van concessie naar contract tot instituut 42
2.3.1 Inleiding 42
2.3.2 Concessietheorie 43
2.3.3 Contractuele theorie 45
2.3.3.1 Inhoud 45
2.3.3.2 De overgang 47
2.3.4 Institutionele theorie 55
2.3.4.1 Inleiding 55
2.3.4.2 De kenmerken van de vennootschap als instituut 56
2.3.4.3 Een korte beschouwing: het fundament ligt in 1929 60
2.3.4.4 De introductie van de Flex-BV 63
2.3.4.5 Kritiek op de besloten vennootschap dan wel ‘besloten’ vennootschap als instituut voor de flexibilisering van de besloten vennootschap 65
2.3.4.6 Van Rijk q.q./ De Roy 68
2.4 Samenvatting en conclusie 69

Hoofdstuk 3. Zeggenschapsrechten voor aandeelhouders vanuit een rechtseconomisch perspectief 71
3.1 Inleiding 71
3.2 Het eerste argument: aandeelhouders als de economische eigenaren 74
3.3 Het tweede argument: aandeelhouders als ‘residual claimants’ 75
3.4 Bedenkingen bij het eerste en tweede rechtseconomische argument 78
3.5 Voor haar aandeelhouders of een meer maatschappelijke opstelling, het debat tussen Berle en Dodd? 80
3.5.1 Omstandigheden 80
3.5.2 Inhoud van het debat 81
3.5.3 Terug naar de rechtseconomische argumenten 83
3.6 Het stakeholder model 84
3.7 Het stakeholder model in Nederland 86
3.8 Wie zijn de ‘stakeholders’? 88
3.8.1 Enquêtebevoegdheid 89
3.8.2 Artikel 2:8 BW: de institutioneel betrokkenen 89
3.8.3 Het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming 94
3.8.4 De Corporate Governance Code 96
3.8.5 De jaarrekeningprocedure 97
3.8.6 Geen duidelijke lijn 100
3.9 ‘Team production’ theorie 101
3.9.1 De vennootschap beschouwd als meer dan ‘ownership’ en ‘control’ 102
3.10 Inefficiëntie als gevolg van behartiging belang aandeelhouders (op de korte termijn) 102
3.11 Het derde argument: vermindering van de ‘agency costs’ 103
3.12 Toepassing op de Nederlandse situatie 106
3.13 Holistische benadering van het vennootschappelijk belang als contra-argument voor aandeelhoudersbelang/aandeelhouderswaarde 109
3.13.1 Resultante leer 110
3.13.2 Holistische leer 111
3.13.3 Leer van de leegte 115
3.13.4 Een nieuwe leer? 116
3.13.5 Voordeel van de holistische leer 117
3.13.6 Het eigen belang van de vennootschap en de continuïteit 118
3.14 Wie controleert? 121
3.15 Samenvatting en conclusie 122

Hoofdstuk 4. Over het aandeel, de rechtsbetrekking, het lidmaatschap en de algemene vergadering van aandeelhouders 127
4.1 Inleiding 127
4.2 Het aandeel 128
4.2.1 Positieve definitie aandeel 129
4.2.2 Negatieve definitie aandeel 130
4.3 De aandeelhouder en het aandeelhouderschap 132
4.3.1 Lidmaatschapsverhouding 132
4.3.2 Totstandkoming rechtsbetrekking 135
4.3.3 Rechten en plichten van de aandeelhouder 136
4.3.4 Uit het aandeel of het aandeelhouderschap? 139
4.3.4.1 Eerste opvatting 139
4.3.4.2 Tweede opvatting 141
4.3.4.3 Derde opvatting 142
4.3.4.4 Vierde opvatting 145
4.3.4.5 De voorgestane opvatting 148
4.4 De algemene vergadering van aandeelhouders 149
4.4.1 Een orgaan van de vennootschap 149
4.4.1.1 Autonomie 150
4.4.1.2 De Ondernemingsraad 152
4.4.2 Autonomie ook vereist 154
4.4.3 De functies van de algemene vergadering van aandeelhouders 155
4.4.3.1 De algemene vergadering van aandeelhouders als democratisch model 155
4.4.3.1.1 Vrucht van het onderling overleg 156
4.4.3.1.2 Nog steeds een forum voor aandeelhouders? 157

4.4.3.2 Orgaan binnen de vennootschap met zeggenschap 158
4.4.3.2.1 Bevoegdheden algemene vergadering van aandeelhouders 158
4.4.3.2.2 Algemene vergadering van aandeelhouders als toezichthouder en belangenbehartiger, kan dat wel? 160
4.4.4 Totstandkoming besluiten van algemene vergadering van aandeelhouders 162
4.5 De relevantie van een helder onderscheid tussen orgaan en individu 163
4.6 Samenvatting en conclusie 164

Hoofdstuk 5. Het uitgangspunt voor de individuele aandeelhouder 167
5.1 Inleiding 167
5.2 Het eigen belang als absoluut belang 168
5.3 De rechtsbetrekking en economische efficiëntie als tegenhangers? 171
5.4 Vennootschap en lidmaatschap vs. afstand en de vrijheid van eigendom 173
5.5 Rechtspraak 173
5.5.1 De Hoge Raad 173
5.5.2 De Ondernemingskamer 182
5.5.3 Tussenconclusie 185
5.6 De Nederlandse Corporate Governance Code 185
5.7 Literatuur 187
5.7.1 Aandeelhoudersautonomie 187
5.7.2 De gemeenschapsgedachte 191
5.8 Een keuze 193
5.9 Wat mag onder het eigen belang vallen? 196
5.10 Samenvatting en conclusie 197

Hoofdstuk 6. De beperkende werking van normen op het uitgangspunt van aandeelhoudersautonomie 199
6.1 Inleiding 199
6.2 Misbruik van bevoegdheid en redelijkheid en billijkheid; een verdieping in de leerstukken en hun verhouding tot elkaar 201
6.2.1 Misbruik van bevoegdheid 201
6.2.2 Redelijkheid en billijkheid 203
6.2.2.1 Gevolgtrekkingen uit de parlementaire geschiedenis 210
6.2.2.2 Functies van de redelijkheid en billijkheid 211
6.2.3 Verhouding tussen misbruik van bevoegdheid enerzijds en redelijkheid en billijkheid anderzijds 214
6.2.3.1 Verhoudingen in het Burgerlijk Recht 214
6.2.3.2 Verhouding in het rechtspersonenrecht 218
6.2.3.3 De verhouding 220
6.2.3.4 Is de positieve norm op zichzelf afdwingbaar? 221
6.2.3.5 Herziening van gedrag 222
6.3 Inhoudelijke norm 224
6.3.1 Een balans tussen conflicterende belangen; het evenredigheidsbeginsel als hulpstuk 228
6.3.1.1 Methodiek: Een glijdende schaal 230
6.4 Reikwijdte 232
6.4.1 De positieve norm 232
6.4.2 Beperkende norm 232
6.4.3 Het nut van een beperkte reikwijdte? 235
6.4.4 Het vennootschappelijk belang 237
6.5 Aard 239
6.5.1 De gedrags- en verantwoordingsnorm 240
6.5.2 Toetsingsnorm 241
6.6 Samenvatting en conclusie 245

Hoofdstuk 7. Maatregelen van een belanghebbende jegens individuele aandeelhouders 247
7.1 Inleiding 247
7.2 Geen overeenkomstig besluit betekent geen belang 248
7.3 De nietig- en vernietigbaarheid van stemmen 249
7.4 De vordering tot onthouding van bepaald gedrag 252
7.4.1 Een verbod in kort geding 253
7.4.2 Herziening van (stem)gedrag in kort geding 257
7.4.3 Reële executie 258
7.4.4 Het opdragen van bepaald gedrag door de rechter 262
7.4.5 Enquête 263
7.4.6 De enquêteprocedure en onmiddellijke voorzieningen 264
7.4.7 Een keuze: kort geding of enquêteprocedure 269
7.4.8 Het formuleren van het dictum 273
7.5 De geschillenregeling: uitstoting van de aandeelhouder 274
7.6 De aansprakelijkheid van de aandeelhouder 278
7.6.1 De situaties 283
7.6.2 De eerste situatie (opwekken van gerechtvaardigde verwachtingen) 283
7.6.3 De tweede situatie (ingrijpmacht) 284
7.6.4 De derde situatie (stopzetten noodzakelijke financiering) 284
7.6.5 De vierde situatie (bevoordelen bepaalde partijen) 285
7.6.6 De eerste vier situaties 286
7.6.7 De vijfde situatie 290
7.6.8 De aandeelhouder als feitelijk beleidsbepaler 292
7.6.9 Conclusie aansprakelijkheid 295
7.7 De mogelijkheden tot verbetering van de correctiemogelijkheden van de belanghebbende 296
7.7.1 Verbreding van de reikwijdte van de redelijkheid en billijkheid van artikel 2:8 BW 297
7.7.2 De (indirecte) enquêtebevoegdheid voor belanghebbenden 298
7.7.3 Een verbetering van de mogelijkheid tot het definitief overdragen van aandelen 298
7.7.4 Het wetsvoorstel Wet continuïteit ondernemingen II 299
7.8 Samenvatting en conclusie 300

Hoofdstuk 8. Het door de algemene vergadering van aandeelhouders te behartigen belang 303
8.1 Inleiding 303
8.2 Een suggestie van Maeijer 304
8.3 De vennootschap als instituut 305
8.4 Het stakeholder model 307
8.4.1 Het eerste voorbeeld 308
8.4.2 Het tweede voorbeeld 309
8.4.3 Het derde voorbeeld 311
8.5 Terug naar de overwegingen van Maeijer: een rechtshandeling 312
8.6 Een contra-argument: individu en collectief 314
8.7 Het vennootschappelijk belang als richtsnoer voor de algemene vergadering van aandeelhouders 315
8.8 Een uiteenlopende positie van individu en orgaan: een probleem? 316
8.8.1 Het bepalen van het vennootschappelijk belang 319
8.9 Een beperking van de gedragsnorm voor de algemene vergadering van aandeelhouders? 320
8.10 Samenvatting en conclusie 322

Hoofdstuk 9. Maatregelen door een belanghebbende jegens de algemene vergadering van aandeelhouders 325
9.1 Inleiding 325
9.2 Aantasting van besluiten van de algemene vergadering van aandeelhouders 327
9.2.1 De nietigheid van een besluit 327
9.2.2 Vernietigbaar besluit 329
9.3 Het voorkomen van besluitvorming 335
9.4 Een onmiddellijke voorziening ten aanzien van een orgaan of individu 339
9.5 Het bewerkstelligen van een ander besluit 341
9.6 Het passeren van het vereiste besluit of het verleggen van besluitvorming 344
9.7 Aansprakelijkheid van de algemene vergadering van aandeelhouders? 345
9.8 Aanvulling en uitbreiding van correctiemogelijkheden belanghebbenden 348
9.8.1 Een uitbreiding van de reikwijdte van de redelijkheid en billijkheid van artikel 2:8 BW 349
9.8.2 Het creëren van de mogelijkheid om besluiten te vernietigen binnen arbitrage 350
9.9 Samenvatting en conclusie 351

Hoofdstuk 10. De invloed van de omstandigheden van het geval op de verantwoordelijkheid van de individuele aandeelhouder en het door de algemene vergadering van aandeelhouders te behartigen vennootschappelijk belang 355
10.1 Inleiding 355
10.2 Een substantieel aandelenbelang 357
10.2.1 Een kort uitstapje: Beursgenoteerde vennootschappen 359
10.2.1.1 Bijkomende verplichtingen 360
10.2.1.2 De meldingsplicht 360
10.2.1.3 Informeren 361
10.2.2 Een bijzondere verantwoordelijkheid van de meerderheidsaandeelhouder jegens de minderheidsaandeelhouder? 362
10.2.3 Conclusie 365
10.3 Macht als aandeelhouder 366
10.3.1 Soorten aandelen 366
10.3.2 Het prioriteitsaandeel 367
10.3.3 Preferente aandelen 368
10.3.4 Gouden aandelen 369
10.3.5 Loyaliteitsaandelen 370
10.3.6 Aandelen met extra of minder stemrechten 372
10.3.7 Tussenconclusie 372
10.3.8 Overeenkomsten 373
10.3.9 Stemmenkoop & Empty voting 374
10.3.10 Instructiebevoegdheid 375
10.3.11 Aanvullende bevoegdheden op grond van de statuten 376
10.3.12 Conclusie 376
10.4 Achtergrond aandeelhouder 378
10.4.1 De institutionele belegger als aandeelhouder 379
10.4.2 De overheid als aandeelhouder 381
10.4.3 De Stichting Administratiekantoor 384
10.4.4 Tussenconclusie 384
10.4.5 De bestuurder, commissaris of werknemer als aandeelhouder 385
10.4.6 De aandeelhouder met een tegenstrijdig belang 388
10.4.7 Moedervennootschap 389
10.4.8 Conclusie 390
10.5 Karakter van de vennootschap 391
10.5.1 Een besloten karakter 391
10.5.2 Een open karakter 394
10.5.3 Aard en omvang van de met de vennootschap verbonden onderneming 395
10.5.3.1 Algemeen 395
10.5.3.2 De tussenholding 398
10.5.4 Conclusie 399
10.6 Situatie vennootschap 399
10.6.1 Financiële situatie 400
10.6.2 Vennootschap in faillissement 404
10.6.3 Conclusie 405
10.7 Aard van het gehanteerde recht en het te nemen besluit 405
10.8 Samenvatting en conclusie 406

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen 409

Summary, conclusions and recommendations 427

Literatuurlijst 443

Rechtspraak 495

Over de promovendus 503

Alle 100 bestsellers

Rubrieken

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden

        Aandeelhoudersverantwoordelijkheid