Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Recensie

The Honest Truth About Dishonesty

Een failliet bedrijf bekent fraude, sporters worden betrapt op EPO-gebruik, consultants die meer uren declareren dan werkelijk gemaakt, uw zoon komt thuis met een laag cijfer omdat hij gespiekt heeft tijdens een test. We liegen en bedriegen wat af. Vaak niet op grote schaal, eerder slechts een klein beetje. Dan Ariely is geïnteresseerd in dit gedrag en schrijft erover in 'The (Honest) Truth About Dishonesty'.

Carla Verwijs | 11 september 2012

De algemene veronderstelling is dat mensen een kosten-batenanalyse maken: hoe groot is de pakkans tegenover wat levert het op? Deze (rationele) afweging wordt al snel ontkracht door Ariely. Hij heeft in eerdere boeken al laten zien dat onze beslissingen vaak totaal niet rationeel zijn. Kennelijk spelen bij oneerlijkheid andere factoren een rol. Ariely onderzoekt welke factoren dat zijn en onderwerpt zijn proefpersonen (vaak studenten) aan vele tests. Als alternatief voor het rationele model introduceert Ariely de 'fudge factor'. Dit is de balans tussen onze conflicterende behoeften om aan de ene kant een positief zelfbeeld te hebben en aan de andere kant te profiteren van bedrog. We zien ons zelf graag als eerlijk persoon, maar als de mogelijkheid zich voordoet, profiteren we graag van oneerlijkheid. De vraag is: waar ligt de lijn waarbij we onszelf nog steeds 'eerlijk' durven te noemen? Zo hebben we er kennelijk geen moeite mee om dingen mee te nemen die niet van ons zijn, zolang het maar geen geld is. Een pen of wat printerpapier meenemen van werk is sneller gedaan dan geld uit de kassa halen. In een serie eenvoudige onderzoeken, waarbij proefpersonen de kans hebben om de resultaten van hun werk te versnipperen en mondeling het resultaat door te geven, laat Ariely zien dat de proefpersonen gebruikmaken van de mogelijkheid te liegen over hun resultaten. Ze doen dat een beetje, zodat het niet opvalt (denken ze). Het gaat beter als de proefpersonen eerst een contract tekenen, waarin ze beloven de boel niet te belazeren. In dat geval wordt nog steeds wel wat gelogen, maar minder dan zonder de morele herinnering. In een ander onderzoek vindt Ariely dat we makkelijker opnieuw een overtreding begaan na een misstap. Hij noemt dit het 'What the hell'-effect. Erger nog, we gaan op den duur zelfs geloven in onze leugens. Neem een werkervaring die we opblazen in ons Curriculum Vitae. Nadat we het verzinsel een paar keer hebben verteld in een interview, wordt het voor ons de waarheid. Creatieve mensen gaan hier 'creatiever' mee om dan niet-creatieve mensen. Bovendien, hoe eerlijk zullen we zijn in advies geven als we zelf voordeel hebben bij een van de alternatieven? En als we mensen met wie we ons verbonden voelen zien bedriegen, is de stap van het rechte pad af ook sneller gemaakt. Ariely's argumenten zijn ondersteund met wetenschappelijk onderzoek, maar het is allesbehalve een wetenschappelijk boek geworden. Op luchtige toon geschreven, voorzien van anekdotes en eenvoudig taalgebruik, maakt 'The (Honest) Truth About Dishonesty' tot een makkelijk en plezierig leesbaar boek. Hoe luchtig de toon van Ariely's boek ook is, de boodschap baart me zorgen. Als we weten dat er zo wijdverbreid wordt gelogen en bedrogen, heeft het dan nog zin om allerhande regels op te stellen? Ariely geeft handreikingen, zoals het vermijden van 'conflict of interest' en het geven van morele geheugensteuntjes, maar geeft ook aan dat meer onderzoek nodig is om te zien welke maatregelen succesvol zijn. En gelukkig zullen de meeste mensen nooit volop gebruikmaken van de bedriegkansen. Laten we om te beginnen vooral onszelf niet voor de gek houden. De spiegel die Dan Ariely ons voorhoudt, laat een persoon zien die eigenlijk net zo (on)eerlijk is als de rest.

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden