Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Recensie

Organisatieadvies: wat is dat?

Orga

Rudy van Stratum | 6 augustus 2001

nisatieadvies: wat is dat? Als je op de omslag van een boek zo'n vraag afdrukt kan het niet anders dan dat er nogal wat aan de hand is binnen het vakgebied of de professie van de organisatieadviseurs. Als je dan vervolgens dat boek met die titel leest dan blijkt dat beeld ook wel te kloppen. Juist omdat het aantal organisatieadviseurs nog steeds groeit (sommigen spreken zelfs van wildgroei) is de vraag of de organisatieadviseur eigenlijk wel een vak heeft actueler dan ooit. Als u 'Organisatieadvies: wat is dat?' gaat lezen moet u niet verwachten een antwoord op die vraag te krijgen. Wat een organisatieadviseur nu precies doet of hoe u een goede organisatieadviseur kunt worden, komt u met dit boek niet aan de weet. Het boek bevat een kleine 20 bijdragen van evenzovele adviseurs uit wetenschap en praktijk en geven in totaliteit een prima beeld van wat er zich binnen de organisatieadvieswereld aan discussies afspeelt. Er zijn in Nederland ergens tussen naar schatting 15000 à 20000 organisatieadviseurs werkzaam. Er zijn minstens 700 bureaus actief op het terrein van organisatieadvies. Alleen de 32 grootste bureaus herbergen al ruim 5500 organisatieadviseurs (in 1999). We hebben het hier over een zeer omvangrijke bedrijfstak met een jaaromzet in Nederland van meer dan 3 miljard gulden. In het vak is ook nogal wat aan de hand. Er is sprake van een concentratie van het organisatieadvieswerk bij de zeer grote, vaak internationaal opererende, bureaus. ICT-bedrijven breiden hun dienstverlening uit en willen op een meer strategische plek bij hun klant inhaken en bieden daarom steeds vaker ook organisatieadvies aan. Verder lijkt het oude onderscheid tussen een organisatieadvies en implementatie of interim-management goeddeels te verdwijnen. De organisatieadviseur wordt van management-consultant co-ondernemer of 'entrepreneuring consultant'. De klant wil dat iemand 'een klus komt klaren' in plaats van een dik rapport op het bureau van de directie gooit. Managers en adviseurs buitelen steeds vaker over elkaar heen om de nieuwste 'tools' en 'gadgets' in te zetten om de gewenste verbeteringen en veranderingen te bereiken. Van wetenschappelijke validatie of kritische vragen naar de bewezen kwaliteiten van die nieuwste modellen is geen sprake. Het boek kan op meerdere manieren worden opgedeeld. Zo is er een onderscheid tussen de feitelijke of beschrijvende artikelen en de meer opiniërende artikelen. De beschrijvende artikelen gaan bijvoorbeeld over de historie van het vak (Luchien Karsten) of over de stand van zaken rondom de beroepsethiek van de organisatieadviseur (Henk van Luijk). Karsten zet in zijn bijdrage duidelijk uiteen dat het vak in Nederland is begonnen met het pionierswerk van de ingenieurs Ernst Hijmans en Vincent van Gogh (die naam komt blijkbaar vaker voor). Deze ingenieurs leerden van de Amerikanen hoe met minitieuze bewegingsstudies de efficiency en winstgevendheid kon worden opgeschroefd. Vrij snel ontstonden de bureaus die zich met de boekhouding gingen bezighouden: de adviseur dient 'te grijpen naar het apparaat waaraan men de gezondheidstoestand kan aflezen: de boekhouding'. Ook Berenschot is gestart vanuit deze filosofie van de adviseur als diagnosticerend arts. Een ander interessant onderscheid is aan te brengen binnen de groep opiniërende artikelen. Enerzijds is er de groep 'oudgedienden' die wat klagerig is over de wildgroei van het vak en het gebrek aan wetenschappelijke validatie, anderzijds is er de groep nieuwere adviseurs die vooral ook kansen zien. Binnen de groep oudgedienden, een relatief kleine groep overigens, vind ik de bijdrage van Joep Bolweg kenmerkend. Bolweg is er niet blij mee dat het vak steeds ongrijpbaarder wordt. Bolweg spreekt lichtelijk cynisch over de 'advisering' van veel ICT-consultants. Bolweg pleit voor meer transparantie en het opstellen van heldere kwaliteitseisen en standaarden, bij voorkeur te controleren door externe organen als ROA en Ooa. Bolweg is realist genoeg om zijn bijdrage te eindigen met de verzuchting: 'Het zal dus de markt zijn die bepaalt of mijn voorkeursscenario enig realiteitsgehalte heeft'. De groep 'andersdenkenden' binnen de opiniërende artikelen is verrassend groot. Het verbaasde mij zelfs dat er binnen deze subgroep zelfs sprake lijkt te zijn van een steeds groter wordende consensus op hoofdlijnen. Ik licht enkele elementen, noodgedwongen zeer summier, uit de bijdragen van respectievelijk Rene ten Bos, Mathieu Weggeman, Hans Strikwerda en Jaap Boonstra. Rene ten Bos heeft zich inmiddels zo'n beetje opgeworpen als de spreekbuis van de alternatieve of postmoderne organisatieadviseur. In een uiterst boeiend artikel beweert Ten Bos dat het vak inderdaad van de ene naar de andere mode waait maar dat dat eigenlijk prima is. Sturing en controle horen bij de simpele wereld van de industriële organisatie waar processen eindeloos konden worden opgeknipt en mensen ondergeschikt waren aan de materiele voortbrenging van homogene goederen. De moderne adviseur is een postmoderne nar die past in dit tijdperk van vervaging van grenzen tussen privé en werk, tussen objectief en subjectief, tussen fantasie en feit. Mode komt tegemoet aan de pluriforme en steeds wisselende eisen van onze moderne maatschappij. En missen we nu door het gebrek aan wetenschappelijkheid diepgang in de professie? Ben je mal! De wetenschap denkt dat er steeds een nieuwere en dieper laag achter de eenduidige werkelijkheid schuilt. Waar het juist om gaat is het ontdekken van de diepgang die aan de oppervlakte van de meerduidige werkelijkheid zit. De manager zoekt in tegenstelling tot de wetenschap helemaal niet naar waarheid, maar naar efficiëntie en effectiviteit. De (post)moderne adviseur wordt steeds meer ook iemand die vertelt hoe je als persoon kunt groeien om een gelukkige moreel wezen te worden. Het denken over de organisatie gaat in deze postmoderne visie vloeiend over in het denken over leven en dood. Ook volgens Weggeman is de organisatie niet zo simpel als de wetenschap ons wil doen laten geloven. Een organisatie is een verzameling mensen waarvan de meeste ervoor gekozen hebben om met elkaar een zelfde, voor hen toetsbaar doel of ideaal na te streven. Wetenschap is veel simpeler en eenduidiger, er is geen klant of directe opdrachtgever. Weggeman gaat zelfs zo ver te beweren dat wetenschap en praktijk steeds minder van elkaar moeten. Er is geen opdrachtgever die ons vraagt aan te geven hoe de kloof tussen wetenschap en praktijk in de wereld van organisaties overbrugd kan worden. Weggeman spreekt van literaire adviseurs waar het draait om vertelkunst omdat dat maximale ruimte biedt aan betekenisgeving. Hij gelooft niet in de wetenschappelijk ceteris paribus clausule omdat hij die in het echt nog nooit heeft meegemaakt. De organisatie is volgens Weggeman een multi-actor, multi-podium en multi-brein entiteit. Niemand heeft nog het zicht op alle tonelen en rollen tegelijk. En dat hoeft ook niet. De literaire adviseur waar Weggeman over spreekt ziet een organisatie als een semi-permanente groep spelende, lerende mensen die met andere organisaties wedijvert om de gunsten van medewerkers, klanten en andere stakeholders. Volgens Strikwerda is de moderne onderneming gedeïnstitutionaliseerd. Dat wil ongeveer zeggen dat de vroegere duidelijkheid van de hiërarchie en de daarbij behoren taken en rollen niet langer meer bestaan. Een organisatie is in de ogen van Strikwerda een al dan niet tijdelijk arrangement van contracten. Hierdoor is binding op basis van motivatie, bezieling en inspiratie steeds belangrijker, en komt in de plaats van de oude binding die gebaseerd was op formele contracten en de bijpassende hiërarchieën. De werknemer is inmiddels partner van de werkgever geworden. En dus moet ook de adviseur een andere rol innemen. De adviseur doet zijn werk niet meer voor het 'management' maar voor een verzameling stakeholders. Volgens Boonstra betekent de nieuwe pluriforme werkelijkheid van vervagende grenzen het ontstaan van vele ambigue vraagstukken waar een grote diversiteit aan actoren met elkaar interageren. Ook Boonstra heeft het niet meer over de organisatie als eenheid van vernieuwing. De adviseur heeft te maken met organisatorische netwerken in hun complexe omgevingen. Boonstra heeft het over het ontstaan van beweging in een onbekende ruimte met een onbekend doel. Waar de nieuwe adviseur vooral goed in moet zijn is niet zozeer in het aanbieden van 'oplossingen' (waarvan immers) maar in het meervoudig kijken naar de werkelijkheid. De adviseur moet uitblinken in het begeleiden van het proces waarin de verschillende actoren zelf vormgeven aan de vernieuwingsprocessen. Hij moet de vooronderstelllingen zichtbaar maken en accepteren dat eenduidige oorzaak-gevolg verklaringen uit den boze zijn. De meest fundamentele problemen komen niet uit de hooglanden van de wetenschap maar uit het moeras van de pluriforme praktijk. De relatie tussen onderzoekers en onderzochten is in de visie van Boonstra gebaseerd op gelijkwaardigheid, gezamenlijke betrokkenheid en gedeelde verantwoordelijkheid. Ik kom tot een eindoordeel. Dit boek is verplichte stof voor elke organisatieadviseur. Hoewel de adviespraktijk dan misschien steeds 'oppervlakkiger' wordt, is dit boek een bewijs van het tegendeel. Het boek bevat meerdere bijdragen die in mijn ogen getuigen van doorleefde wijsheid en krachtige visie. Wat ik niet had verwacht, en de samenstellers van de bundel waarschijnlijk ook niet, is dat er ondanks de 'fragmentering' of 'versplintering' van het vakgebied ('Die goede oude tijd, waar is hij gebleven?') ook nieuwe en kansrijke ontwikkelingen worden gesignaleerd. Misschien markeert deze bundel wel de overgang naar een tijdperk van 'nieuwe consensus' waarin organisatieadviseurs gidsen in de netwerkeconomie zullen zijn.

Over Rudy van Stratum

Dr. Rudy van Stratum is directeur van Stratum Strategie, www.stratumstrategie.nl. Hij is auteur van 'Nix is wat het lijkt' (Eburon 2001) en 'Alles mag als het maar kwaliteit heeft' (Etin Adviseurs 2000).

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Boek bij dit artikel

Léon de Caluwé, Aernoud Witteveen
Organisatieadvies: wat is dat?

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden