Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Fantoomgroei - 'Een interessant boek dat lekker wegleest'
24 september 2020 | Sjors van Leeuwen

Hoe kan het dat de economie blijft groeien en bedrijven steeds meer winst maken en dat werknemers dat al jaren niet merken in hun loonzakje? In Fantoomgroei lezen we waarom we steeds harder werken voor steeds minder geld. En dat de hang naar groei geen noodzaak is, maar het resultaat van een verhaal dat we zijn gaan geloven. Een fantoom.

De wake-up call kwam in 2018. Toen Sander Heijne (onderzoeksjournalist en historicus) en Hendrik Noten (bestuurskundige) het rapport van RaboResearch lazen. Daaruit blijkt dat de Nederlandse economie sinds de jaren ‘80 met tientallen procenten is gegroeid en de reële gezinsinkomens vrijwel niet. Rara, hoe kan dat? Hoe kan het dat de economische groei maar doorgaat, dat bedrijven steeds meer winst maken, dat aandeelhouders steeds rijker worden, maar dat werknemers die daar met bloed, zweet en tranen voor zorgen, daar nauwelijks iets van merken? Sterker nog, die gaan er verhoudingsgewijs al decennialang op achteruit.

De twee auteurs besloten op onderzoek uit te gaan. Het resultaat legden ze vast in hun boek Fantoomgroei. Een boeiende zoektocht en reis door de tijd met een doorkijkje naar de toekomst. Want het roer moet om. We moeten op zoek naar een nieuw verhaal voor de economie. Want een economie die alleen maar draait om meer produceren, dus meer consumeren, is eindig. Dat geldt ook voor een economie waarin de winsten en lusten ten goede komen aan een kleine groep rijkaards en de verliezen en lasten worden afgewenteld op de maatschappij met een steeds armer wordende werkende massa. Voor het zover is nemen de auteurs ons mee op een boeiende reis door de tijd. Waar komt het begrip economie vandaan? Wat was ooit het doel daarvan en waarom gaat het al jaren niet meer over welvaart, welzijn en eerlijk delen, maar over productiviteit, winstcijfers, beurskoersen en het bruto binnenlands product (bbp)? Waar hebben we de verkeerde afslag genomen?

De auteurs schetsen met vlotte pen de politieke, maatschappelijke en economische ontwikkelingen die daartoe hebben geleid. Van de sociale Franklin D. Roosevelt met zijn naoorlogse New Deal tot de kapitalistische ommezwaai onder Reagan en Thatcher in de jaren tachtig. We lezen over de opkomst van vrije marktdenkers, de toenemende invloed van het bedrijfsleven op de politiek, de veranderende rol van bedrijven (van zorgen voor de samenleving naar zorgen voor aandeelhouders), de drang naar winstoptimalisatie op kortetermijnwinst en de afnemende macht van vakbonden door versnippering van het bedrijvenlandschap.

Ook lezen we over de Nederlandse politiek die hier jarenlang aan heeft bijgedragen, bijvoorbeeld via het beroemde Akkoord van Wassenaar in 1982 waarin besloten werd tot (jarenlange) collectieve loonmatiging. In vogelvlucht schetsen de auteurs wat achtereenvolgens de rol is geweest van de verschillende kabinetten in al die jaren. Van Den Uyl en Van Agt in de jaren zeventig, Lubbers in de jaren tachtig tot Kok in de jaren negentig en Rutte de laatste tien jaar. Steeds vaker trokken werknemers aan het kortste eind ten gunste van het bedrijfsleven en de financiële markten. Ook nemen de auteurs ons mee in het gedachtengoed van bekende economen als Adam Smith, Kuznets, Keynes, Hayek en Friedman en de invloed van hun denken op de maatschappij en politiek. Interessant is te zien hoe de definitie of het verhaal van ‘economie’ in de loop der tijd is veranderd. Van huishoudkunst, naar zorgen voor goede leefomstandigheden, naar inzetten van schaarse middelen, naar produceren en consumeren.

Op basis van alles wat ze gelezen en gehoord hebben geven de auteurs ook hun definitie van economie. Die luidt simpelweg ‘het vermogen van een groep mensen om een probleem op te lossen.’ Daarmee slaan de auteurs een brug naar de toekomst, want welke problemen willen en moeten we met onze economie oplossen? Denk aan de grote uitdagingen op het gebied van klimaat, migratie, werkgelegenheid, toenemende ongelijkheid, etcetera. De auteurs geven hiervoor een aantal voorzetten, zoals het meten van vooruitgang (welvaart en welzijn) in plaats van groei (bbp) en de omslag naar een soort ‘doughnut economics’ waarover economen als Kate Raworth en Mariana Mazzucato schrijven. Burgers kunnen zelf in actie komen door lokale coöperaties te beginnen, de ‘commons’, waarvan een aantal inspirerende voorbeelden de revue passeren. Ook de OECD, het samenwerkingsverband van rijke landen, begint van zijn blinde geloof in economische groei af te vallen. Volgens de OECD moeten overheden gaan nadenken over wanneer je als land nu echt succesvol bent, zowel economisch als sociaal.

Fantoomgroei is een interessant boek dat lekker wegleest. De strijd gaat volgens de auteurs om een eerlijkere verdeling van de welvaart en een duurzame samenleving, twee zijdes van dezelfde medaille. Dat het mogelijk is om het roer om te gooien blijkt uit het voorbeeld van Nieuw Zeeland. Al in 2019 gaf de Nieuw-Zeelandse premier Jacinda Ardern aan afscheid te willen nemen van het bbp als zaligmakende maatstaf. Ze kiest liever voor een index die het geluk van haar burgers meet. Haar verklaring klinkt even simpel als logisch, zo schrijven de auteurs: ‘Economische groei die vergezeld gaat met sociale achteruitgang is geen succes’. Klinkt logisch toch?

Sjors van Leeuwen is werkzaam als zelfstandig adviseur op het gebied van klantgericht ondernemen (CRM), strategie en marketing. Hij is auteur van verschillende boeken zoals CRM in de praktijk, Klant in de driver's seat, Zorgmarketing in de praktijk, Power to the people, Hoe agile is jouw strategie?, Wendbare strategie op een A4, Online marketing in de zorg en Sterk merk in de zorg . Sjors van Leeuwen is verder initiatiefnemer van Zorgmarketingplatform, hét kennisplatform voor marketing in de zorg.

Fantoomgroei – Persoonlijk maar altijd onderbouwd
15 juni 2020 | Elly Stroo Cloeck

Hoe kan het dat de winst van bedrijven voornamelijk de aandeelhouders ten goede komt en niet de werknemers? Waarom accepteren we dat de inkomensstijging al decennia stagneert? En wat kunnen we daaraan doen? Dat lees je in de smakelijk vertelde ‘ontdekkingstocht’ naar een nieuwe economie: Fantoomgroei van Sander Heijne en Hendrik Noten.

De aanleiding voor dit boek is een rapport van RaboResearch uit 2018 waaruit blijkt dat sinds de jaren ‘80 de Nederlandse economie met tientallen procenten is gegroeid en de reële gezinsinkomens vrijwel niet. Hoe kan dat? En waarom accepteren we dit, vragen de twee auteurs zich af. In hun boek wordt de eerste vraag ondubbelzinnig beantwoord. De tweede vraag moeten we onszelf stellen.

‘Fantoomgroei is een groeicijfer in de krant, zonder enige positieve invloed op het dagelijks leven’, zo stellen de auteurs. Dit gegeven werken ze uit in 3 delen.

In deel I komt als eerste aan de orde hoe de stijging van de lonen al decennia achterblijft op de productiviteitsstijging. Uit het RaboResearch rapport blijkt dus dat de inkomensontwikkeling is gestagneerd. Toch ervaren we dat er meer welvaart is dan 40 jaar geleden. He? Dat komt omdat we nu veel meer schulden hebben (hypotheek, studielening) voor zaken waar onze ouders nog voor spaarden. Verder zijn er allerlei toeslagen en aftrekposten, om mensen die veel te weinig verdienen om van te leven, te ondersteunen.

Daarna wordt ingegaan op hoe de relatie tussen werkgever en werknemers in die periode is veranderd. Ter illustratie wordt Philips gebruikt: vroeger met een eigen dorp voor de werknemers, een woningbouwvereniging, winkels, sportclub, enzovoort, waarbij de afhankelijkheid van werknemers groot was en er goed voor hen gezorgd werd. Vanaf de jaren ‘80 wordt de productie uitbesteed aan duizenden toeleveranciers en is het werknemersbestand van 400k, afgebouwd naar 40k. Philips’ afhankelijkheid van haar werknemers /toeleveranciers is navenant gedaald.

En dit geldt natuurlijk voor veel meer bedrijven. Voor zover er nog wel mensen op de werkvloer staan, zijn zij uitzendkracht, zzp, of hebben zij flexibele (nul-uren) contracten. De verbondenheid is weg. In de tussentijd is de macht van de aandeelhouders vergroot en is het streven winstmaximalisatie, onder andere door de inkoop- en loonkosten zo laag mogelijk te houden.

Deel II gaat over de economie in Nederland en het buitenland. Centraal staat het Akkoord van Wassenaar uit 1982 waarin loonmatiging wordt afgesproken. Wat hieraan voorafging (WO1, laisser-faire, WO2 en daarna de verzorgingsstaat) en wat de resultaten van het Akkoord zijn, wordt meeslepend verwoord. Rutten (niet Rutte!) kende ik nog niet, maar die vergeet ik niet meer.

Verder wordt het gedachtegoed van de bekende economen (Kuznets, Keynes, Hayek, Friedman, en natuurlijk Adam Smith) uiteengezet. Helder en vrijwel zonder jargon beschreven, erg nuttig om de bbp-discussie goed te begrijpen. Belangrijk om te weten is dat het bbp ooit als meetinstrument in de VS is ontwikkeld om te zien of de oorlogsindustrie hard genoeg draaide om de Nazi’s te verslaan. Het is van middel nu doel geworden, oorlog of geen oorlog.

Deel III ten slotte geeft een aanzet voor een ‘nieuwe’ economie. Interessant is hoe de definitie of het verhaal van ‘economie’ in de loop der tijd is veranderd. Van huishoudkunst, naar zorgen voor goede leefomstandigheden, naar inzetten van schaarse middelen. Dus dan kan het ook weer terug naar het doel ‘goede leefomstandigheden’, we kunnen een nieuw verhaal schrijven, een nieuw kompas maken (ontleend aan Kate Raworth).

De auteurs doen hiervoor een aantal voorstellen. De eerste stap is om meer te meten dan alleen bbp. Ook milieu, veiligheid, gezondheid, enzovoort. (Denk aan een selectie uit de 17 SDG’s). Het idee is om een index van de belangrijkste thema’s te ontwikkelen en daar óók de verkiezingsprogramma’s van de politieke partijen mee door te rekenen, waarbij elk thema een stoplichtkleur krijgt. Dat zoiets niet te idealistisch is, blijkt uit het voorbeeld van Nieuw Zeeland waar geluk en welzijn worden gemeten. Zo kunnen wij gefundeerd stemmen. Ook wordt aangegeven dat wij zelf in actie kunnen komen door lokale coöperaties te beginnen, de ‘commons’ (waarvoor zij de mooie oudhollandse vertaling 'gemeenheid' gebruiken) weer te introduceren.

In het boek wordt veel gebruik gemaakt van het gedachtegoed van Mariana Mazzucato en Kate Raworth, twee economes die de afgelopen jaren behoorlijk aan de weg timmerden om onze gedachten over de economie te veranderen. Ken je hun werk al, dan zul je de toevoeging van de historie en huidige ontwikkelingen in Nederland bijzonder waardevol vinden. Het gaat nu niet over Thatcher en Reagan maar over Rutten en Lubbers. De voorstellen die de auteurs doen voor hun ‘nieuwe verhaal’ sluiten goed aan op de internationale discussie rond welvaart, bbp en ‘commonisme’. Daarbij zijn ze praktisch gemaakt, met wat voorbeelden van wat er in de wereld al gebeurt.

De auteurs zijn erin geslaagd een vlot leesbaar verhaal te schrijven wat ook heel persoonlijk is. Ze schrijven soms zo verontwaardigd dat je zelf ook boos wordt. De statistieken over bbp en inkomensgroei zijn geen cijferbrij maar worden duidelijk uitgelegd. Wat grafieken erbij, zoals in de video op de bijbehorende website, had het nog overzichtelijker gemaakt.

Het boek is goed gedocumenteerd, met verwijzingen naar een flink aantal boeken en websites. Ideaal voor de lezer die wél wat meer wil weten over de ongelijke verdeling van productiestijging maar 1000 bladzijden Piketty wat te gek vindt worden.

De ontdekkingstocht van de auteurs is niet zozeer een expeditie in de jungle van Brazilië, eerder een stadswandeling in je eigen woonplaats, waar je achter de bekende straten en geliefde gebouwen, onbekende steegjes en nieuwe pleintjes aantreft.

De schrijvers zijn geen economen, zeggen ze (maar wel respectievelijk bestuurskundige en economisch onderzoeksjournalist, dus ze hebben ze zeker verstand van zaken), maar dit boek gaat ook niet over economie. Het gaat over welvaart en welzijn, en daar kunnen zij als burgers zich zeker mee bemoeien, vinden ze. En dat zouden wij ook (meer) moeten doen.

Elly Stroo Cloeck is project- en interim-manager op het gebied van Finance, Internal Audit en Risk Management via haar bedrijf ESCIA. Daarnaast schrijft ze recensies en samenvattingen van managementboeken.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden