trefwoord

Onschuldpresumptie: het fundament van een eerlijk strafproces

Wie verdacht wordt van een strafbaar feit, geldt voor onschuldig totdat het tegendeel in rechte is vastgesteld. Dit beginsel — de onschuldpresumptie — is verankerd in artikel 6 lid 2 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en vormt de kern van het rechtsstatelijke strafproces. Toch staat dit beginsel voortdurend onder druk: van omgekeerde bewijslastregelingen in bijzondere wetgeving tot het afnemen van DNA vóór een veroordeling, en van ontnemingsprocedures tot de doorwerking in het bestuursrecht. De werken op deze pagina bieden een juridisch onderbouwde verkenning van dit fundamentele beginsel en de spanning die het oproept in de hedendaagse rechtspraktijk.

Het beginsel centraal

De onschuldpresumptie heeft een lange geschiedenis en een veelzijdige betekenis. In Totdat het tegendeel is bewezen van J. Bemelmans wordt dit beginsel van alle kanten belicht: van zijn historische wortels tot de toepassing in het Nederlandse strafproces van vandaag. Het boek vormt daarmee een onmisbare referentie voor iedereen die de onschuldpresumptie serieus wil doorgronden.

J. Bemelmans
Totdat het tegendeel is bewezen
Het standaardwerk over de onschuldpresumptie in het Nederlandse strafrecht. Bemelmans behandelt de historische ontwikkeling, de normatieve inhoud en de praktische toepassing van dit fundamentele beginsel.
Boek bekijken
€ 108,00
Levertijd ongeveer 6 werkdagen | Gratis verzonden
De onschuldpresumptie is niet slechts een bewijsregel; zij verplicht ook tot een bepaalde bejegening van de verdachte gedurende het gehele strafproces. Uit: Totdat het tegendeel is bewezen

Auteurs die schrijven over 'onschuldpresumptie'

Bewijsvergaring en de grenzen van het strafproces

De onschuldpresumptie heeft niet alleen betrekking op de eindbeslissing van de rechter, maar ook op de wijze waarop bewijs wordt vergaard. Daarin onderscheidt men een zogenoemde behandelingsdimensie: de verdachte mag tijdens het opsporingsonderzoek niet worden behandeld alsof zijn schuld al vaststaat. Marianne Hirsch Ballin, hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de VU Amsterdam, plaatst deze dimensie centraal in haar werk.

Spotlight: Marianne Hirsch Ballin

Hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de VU Amsterdam en advocaat bij Pels Rijcken. Hirsch Ballin combineert wetenschappelijke diepgang met praktische ervaring en is een gezaghebbende stem in het debat over de grenzen van bewijsvergaring.
Marianne Hirsch Ballin
Over grenzen bij bewijsvergaring
Hirsch Ballin analyseert de betekenis van de onschuldpresumptie voor de bewijsvergaring in strafzaken. Bijzondere aandacht gaat uit naar de behandelingsdimensie en de vraag waar de grenzen van toelaatbaar opsporingsoptreden liggen.
Boek bekijken
€ 39,50
Nu besteld, woensdag in huis | Gratis verzonden

Omgekeerde bewijslast bij nieuwe vormen van criminaliteit

Een van de meest ingrijpende spanningsvelden rondom de onschuldpresumptie betreft de omgekeerde bewijslast: de situatie waarin niet het openbaar ministerie de schuld moet aantonen, maar de verdachte zijn onschuld aannemelijk moet maken. Dit is bijvoorbeeld aan de orde bij de aanpak van witwassen met cryptovaluta. De vraag of dergelijke regelingen verenigbaar zijn met artikel 6 EVRM, verdient nauwgezet juridisch onderzoek.

W.M. Warnaars
Witwassen van bitcoins
Warnaars onderzoekt de strafrechtelijke aanpak van bitcoin-witwassen en stelt de vraag centraal of een omgekeerde bewijslast op dit terrein verenigbaar is met de onschuldpresumptie uit artikel 6 lid 2 EVRM.
Boek bekijken
€ 25,00
Levertijd ongeveer 6 werkdagen | Gratis verzonden
Witwassen van bitcoins Wetgevende keuzes voor omgekeerde bewijslast bij witwassen vereisen steeds een afweging: doeltreffendheid van de opsporing mag de onschuldpresumptie niet uithollen. De lat voor afwijking ligt hoog onder het EVRM.

DNA-afname vóór veroordeling: een grensgebied

Een minder besproken maar juridisch gevoelig vraagstuk is het afnemen en bewaren van celmateriaal bij verdachten die nog niet zijn veroordeeld. Staat dit op gespannen voet met de onschuldpresumptie? Een uitgebreide studie van onderzoekers verbonden aan verschillende Nederlandse universiteiten, waaronder Sven Bakker, biedt hierop een helder antwoord.

P.A.M. Mevis J.S. Nan B.A. Salverda J.H.J. Verbaan Sven Bakker
Onderzoek naar de juridische houdbaarheid van het afnemen en bewaren van celmateriaal voor DNA-onderzoek voor de veroordeling
Grondig onderzoek naar de juridische houdbaarheid van DNA-afname bij verdachten vóór veroordeling. De auteurs concluderen dat dit niet in strijd is met de onschuldpresumptie, maar onderbouwen die conclusie met zorgvuldige analyse van EVRM-jurisprudentie.
Boek bekijken
€ 68,95
Levertijd ongeveer 6 werkdagen | Gratis verzonden
Onderzoek naar de juridische houdbaarheid van het afnemen en bewaren van celmateriaal voor DNA-onderzoek voor de veroordeling DNA-afname bij een onveroordeelde verdachte hoeft niet automatisch in strijd te zijn met de onschuldpresumptie, mits de ingreep proportioneel is en voldoet aan de waarborgen van artikel 6 EVRM en de nationale wetgeving.

Doorwerking in het bestuursrecht

De onschuldpresumptie is van oorsprong een strafrechtelijk beginsel, maar haar reikwijdte strekt verder. Naarmate het bestuursrecht meer bestraffende sancties kent — zoals hoge bestuurlijke boetes — dringt de vraag zich op in hoeverre strafrechtelijke waarborgen, waaronder de onschuldpresumptie, ook in het bestuursrecht moeten gelden. Twee werken gaan op dit snijvlak dieper in.

H.E. Bröring B.F. Keulen
Bestraffende sancties in het strafrecht en het bestuursrecht
Keulen en Bröring analyseren bestraffende sancties in zowel het strafrecht als het bestuursrecht. De onschuldpresumptie komt naar voren als een mensenrechtelijk beginsel dat de verhouding tussen beide rechtsgebieden mede bepaalt.
Boek bekijken
€ 39,50
Levertijd ongeveer 9 werkdagen | Gratis verzonden
Rob Widdershoven
Eigenwijs Bestuursrecht
Widdershoven bepleit in dit eigenzinnige bestuursrechtelijke betoog dat de onschuldpresumptie ook bij ingrijpende niet-bestraffende bestuurlijke sancties zou moeten gelden. Een prikkelend perspectief voor juristen op het snijvlak van straf- en bestuursrecht.
Boek bekijken
€ 39,95
Nog niet verschenen, verschijningsdatum onbekend.

Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel

De ontnemingsprocedure — waarbij de rechter crimineel voordeel kan ontnemen — roept bijzondere vragen op over de onschuldpresumptie. Zo kan voordeel worden ontnomen dat samenhangt met feiten waarvoor de verdachte niet is veroordeeld. De EHRM-rechtspraak over dit onderwerp is genuanceerd, maar biedt geen vrijbrief. Wouter de Zanger verdiepte zich uitgebreid in dit spanningsveld.

Spotlight: Wouter de Zanger

Postdoctoraal onderzoeker aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law. De Zanger promoveerde op de ontnemingsmaatregel en is een autoriteit op het gebied van vermogenssancties en hun verhouding tot fundamentele rechten.
Wouter de Zanger
De ontnemingsmaatregel toegepast
De Zanger onderzoekt de toepassing van de ontnemingsmaatregel en de spanning die daarbij ontstaat met de onschuldpresumptie, met bijzondere aandacht voor de bewijslast en de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Boek bekijken
€ 132,95
Levertijd ongeveer 6 werkdagen | Gratis verzonden

Levenslang en de beginselen van het strafrecht

De onschuldpresumptie is niet alleen een technisch juridisch vraagstuk — zij raakt aan diepere vragen over rechtvaardigheid en de legitimiteit van het strafrecht. In het debat over levenslange gevangenisstraf wordt het beginsel herhaaldelijk aangeroepen als maatstaf voor kritiek op de huidige praktijk. Hoelang is levenslang? van Fatma Taspinar, Sven Mary en Walter Damen plaatst dit in een breder maatschappelijk perspectief.

Fatma Taspinar Walter Damen Sven Mary
Hoelang is levenslang?
Taspinar, Mary en Damen verkennen de praktijk van levenslange gevangenisstraffen en roepen daarbij de onschuldpresumptie aan als fundamenteel ijkpunt voor een rechtsstatelijk strafrecht. Toegankelijk en maatschappelijk relevant.
Boek bekijken
€ 24,50
Nu besteld, woensdag in huis | Gratis verzonden

Conclusie: een beginsel dat nooit vanzelfsprekend is

De onschuldpresumptie is geen museumstuk uit de rechtsgeschiedenis. Zij is een levend beginsel dat telkens opnieuw moet worden verdedigd — in de rechtszaal, in wetgevingsprocessen en in het publieke debat. Of het nu gaat om de bewijsvergaring, de omgekeerde bewijslast bij witwassen, DNA-afname van verdachten of de doorwerking in het bestuursrecht: steeds opnieuw moet worden getoetst of de positie van de verdachte voldoende wordt gerespecteerd. De werken op deze pagina bieden het juridische gereedschap voor die toetsing — en laten zien dat de presumptie van onschuld niet alleen een rechtsregel is, maar een uitdrukking van wat een beschaafde rechtsstaat zijn burgers verschuldigd is.

Boeken over 'onschuldpresumptie' koop je bij Managementboek.nl

Producten over 'onschuldpresumptie'

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

    Personen

      Trefwoorden