Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Wij wijzen u graag op het volgende
Door drukte zijn de levertijden van PostNL aangepast en kan uw pakket vertraging oplopen. Door de Brexit kan de levering van Engelse boeken vertraging oplopen.
Tony Hsieh: De nalatenschap van een cultachtig leiderschapsicoon nieuws
1 december 2020 | Hans van der Loo

Afgelopen vrijdag stierf Tony Hsieh op 46-jarige leeftijd aan de verwondingen van een huisbrand. De oprichter en voormalig CEO van online schoenen- en kledingwinkel Zappos verwierf de status van een cultachtig leiderschapsicoon. Een korte beschouwing over zijn nalatenschap en een blik op de door hem aanbevolen managementboeken.

Opgegroeid in de Bay Area rond San Francisco, raakte Hsieh (spreek uit als ‘Sjeej’) al vroeg besmet met het ondernemersvirus. Als 24-jarige wist hij zijn eerste startup aan Microsoft te verkopen. Met de vele miljoenen richtte hij een durfkapitaalbedrijf op. Een van zijn investeringen was een beginnende online schoenenverkoper waar hij gaande weg tot CEO uitgroeide en die hij uiteindelijk tot Zappos (afkomstig van het Spaanse woord voor schoenen, ‘zapatos’) omdoopte. Het bedrijf raakte vooral bekend door de waanzinnige klantenservice die werd geboden. Het was pionier op het gebied van het bieden  van verrassende service. De anekdotes hierover zijn legendarisch. Klanten konden soms urenlang met call center medewerkers over hun persoonlijke problemen praten. Schoenen die niet in de smaak vielen, konden kosteloos worden teruggestuurd. Zelf sprak hij – en schreef er ook een boek over – van het ‘leveren van geluk’.

Het overtreffen van klantverwachtingen was gebaseerd op een even eigenzinnige als krachtige bedrijfscultuur. Iedere medewerker werd geacht de tien kernwaarden van het bedrijf uit zijn hoofd te kennen. Bij iedere beslissing werden ze ter hand genomen. Bovendien werd jaarlijks een cultureel handboek uitgegeven, waarin de belangrijkste praktijken en lessen stonden vermeld. Die cultuur werd gesteund door een egalitaire en transparante organisatiestructuur. Uitgangspunt daarvan was dat mensen gelijkwaardig aan elkaar waren. En dat ze zich vooral authentiek en autonoom moesten gedragen. Medewerkers kregen niet alleen volop ruimte om hun werkzaamheden naar eigen goeddunken in te richten. Ze werden daarin ook gefaciliteerd door teamleiders, die binnen het bedrijf overigens als ‘leadlinks’ worden aangeduid.

Naast de veelbesproken egalitaire structuur, is ook het transparante karakter van Zappos een in het oog springend deel van de nalatenschap van Tony Hsieh. In alles wat hij deed, predikte hij radicale transparantie. Hij communiceerde op directe wijze met zijn medewerkers. Hij was uiterst toegankelijk en nam de moeite om naar iedereen te luisteren. Hij vroeg anderen steevast om feedback en voelde zich niet te groot om gemaakte fouten openlijk aan de kaak te stellen. Hij creëerde daarmee een klimaat van psychologische veiligheid. Mensen voelen zich niet alleen betrokken, maar ook op hun gemak.

In 2009 verkocht Hsieh zijn bedrijf voor 1,2 miljard dollar aan internetreus Amazon. Hsieh bleef weliswaar aan als CEO (hij vertrok pas afgelopen augustus) maar richtte zich in de praktijk op een geheel nieuw project: het nieuw leven inblazen van het vervallen centrum van Las Vegas. Hij kocht enorme stukken van het gebied op: oude en verlaten appartementsgebouwen, huizen, bedrijfspanden, casino’s en hotels. Op voorwaarde dat ze naar Las Vegas verhuisden en meehielpen om het gebied op te knappen, investeerde hij   vervolgens in een enorme reeks van startups.

Het valt moeilijk om deze avontuurlijk ingestelde alleskunner in een enkel woord te typeren. Misschien is de omschrijving van vrolijke en vrijmoedige rebel nog het mest op zijn plaats. Hsieh zei wat hij dacht en deed wat hij zei. En als het onverhoopt niet bleek te lukken, stapte hij even vrolijk over naar een ander plan. Het gemak waarmee hij dit deed, gaf hem soms iets grilligs en mysterieus. Alsof het hem allemaal niet veel kon schelen. Volgens mensen die hem van nabij kenden, was dat slechts uiterlijke schijn. Hij was juist zeer betrokken. Maar soms zat het feit dat hij duizend-en-één dingen wilde die betrokkenheid hem in de weg.

Tot slot: welke managementboeken prees hij aan. In willekeurige volgorde  noemen wij de vijf meest door hem genoemde:

Doorzoek jezelf van Google-medewerker Chade-Meng Tan: hierin wordt de kracht van emotionele intelligentie door middel van mindfulness uit de doeken gedaan.

Tribal Leadership van Dave Logan en anderen over het feit dat het leiding geven aan een organisatie meer en meer neerkomt op het leiden van tribes en teams. 

Peak Performance van hotelondernemer Chip Conley, waarin de piramide van Maslow op praktische wijze wordt uitgewerkt.

Uitblinkers van Malcolm Galdwell waarin het geheim achter succesvolle mensen wordt ontrafeld.

De gelukshypothese van Jonathan Haidt, een klassieker op het gebied van werk- en levensgeluk.

Schrijvelarij column
15 april 2019 | Pierre Pieterse

Een boek schrijven, wie wil dat nu niet? Eeuwige roem, applaus, interviews, gastoptredens op tv, middelpunt op het boekengala. Maar wie kan dat, een boek schrijven. Niet iedereen, zo weet de communis opinio. Lang niet iedereen zou ik daar aan willen toevoegen.

Schrijven is een ambacht dat je niet na de beroemde 10.000 uur (Uitblinkers! Piek!) onder de knie hebt. Evenmin is goddelijke ingeving een deus ex machina. ‘Schrijven is om negen uur ‘s ochtends aan je bureau gaan zitten en daar blijven totdat het op papier staat’, aldus W.F. Hermans. Simon Vestdijk had weer zo zijn eigen methode: hij zette de stofzuiger aan en had een enorm oeuvre geproduceerd toen ie die weer uitzette.

Maar zo simpel is het hoe verleidelijk simpel dat klinkt natuurlijk ook weer niet. Gelukkig zijn er doorgewinterde schrijvers die aspirant schrijvers van de nodige tips & trucs voorzien. Voor zover het fictie betreft dan, schrijft Marc Buelens in zijn boek Slimme non-fictie schrijven, wie zich begeeft op het terrein van non-fictie moet het allemaal zelf maar uitzoeken. En het resultaat is daar dan ook regelmatig naar. Te vaak kreeg deze Belgische auteur boeken onder ogen waarvan hij zich afvroeg waarom de uitgever niet heeft ingegrepen. Of waarom dat boek sowieso het licht moest zien. En dat bracht hem op het idee een boek te schrijven over de do’s en don’ts bij het schrijven van non-fictie.

Vooral de dont’s zijn naast herkenbaar zeer leerzaam. De do’s zijn eigenlijk nogal obligaat: goed voorbereiden, beginnen, volhouden, schrappen en weer schrijven, en tot slot, eindigen. De veel gemaakte fouten dus, daar gaat het even om. Nogal eens blijkt een boek niet meer dan een uitgeschreven powerpoint presentatie. Maar dat is echt te simpel. Waar voor een voordracht relatieve eenvoud vereist is, wint een boek aan kracht door diepgang. Lezen kent een andere spanningsboog. Dan zijn er nogal wat auteurs die hun eigen ervaring na verloop van tijd zijn gaan zien als een waarlijk geweldige methode. Deze veel voorkomende methode staat te boek als de ‘methode gezond verstand’ maar blijkt bij nadere beschouwing net zo bedrieglijk als dat gezonde verstand, zo weten we sinds Ons feilbare denken van Daniel Kahneman. Om dat idee kracht bij te zetten, wordt getracht dat ontsproten grote idee met allerlei onderzoeken te onderbouwen, maar zo werkt het natuurlijk niet. Ook komt het regelmatig voor dat auteurs verzuimen hun bronnen te vermelden. Vriendelijk gezegd, want grafieken, modellen en hele passages worden (al dan niet geparafraseerd) ‘anoniem’ overgenomen. Dat maakt het onmogelijk om de deugdelijkheid van het grote idee te checken, en het is ook nog eens plagiaat. In het verlengde hiervan nog maar even een simpel advies: check altijd de originele bron, anders is de kans groot dat je onwaarheden als ‘70% van alle veranderingen mislukt’ gaat debiteren.

Tot slot een paar observaties uit het veld. Allereerst de obligate voorbeelden, altijd maar Buurtzorg, Coolblue, of Google. Legendarisch is Sinek’s Begin met het Waarom dat maar een voorbeeld heeft: Apple. Gebrek aan focus komt de leesbaarheid ook niet ten goede. Sommige auteurs willen zo veel vertellen dat ze zichzelf overschreeuwen. Beter is het dan om een tweede boek te schrijven. Tot slot: kom snel to the point. Ik heb zelf eens een boek in handen gehad dat pas op de helft prijsgaf waarover het nou eigenlijk ging, de voorafgaande pagina’s gingen over waar het boek allemaal niet over ging. Zeg wat je gaat doen, en doe dat dan ook. Misschien is dat wel het belangrijkste advies.

(Lees hier een introductie op de vijf boeken die samen de shortlist vormen aan u voorgesteld, stuk voor stuk boeken die de toets der kritiek van Marc Buelens kunnen doorstaan.)

Piek en word als Max nieuws
19 mei 2016 | Bertrand Weegenaar

Als auteurs Anders Ericsson en Robert Pool hun boek Piek - Hoe gewone mensen buitengewoon kunnen presteren nu moesten schrijven, zou het verhaal van Max Verstappen er misschien wel inkomen. Max, 18 jaar, en bij zijn eerste echte grote kans winnaar van een Formule 1 race!

We hebben er allemaal naar gekeken. Het verhaal van Max is geen geluk. Max (en vader Jos en alle mensen die om Max heen verzameld zijn in de afgelopen 14 jaar) heeft ongetwijfeld snelle genen. Maar waarom is Max al zo snel een winnaar. Misschien wel omdat hij, waarschijnlijk niet bewust, de lessen voor doelbewuste training volgt die elke grote winnaar volgt: zoek een leraar, aandacht en concentratie en behoud van motivatie.

Verder wat talent en uren maken. Dat laatste is ooit uit onderzoek over vioolstudies van Ericsson gehaald en door Malcolm Gladwell opgenomen in Uitblinkers. Volgens Ericsson is dit uit zijn verband gehaald. Heel veel uren oefenen is alleen effectief als er goed en tijdig commentaar op komt en steeds naar een hoger en uitdagender niveau gewerkt wordt. Anders zal het niet werken.

Terug naar Max Verstappen. Uit 2009 twee video’s, toen er al wat aandacht was voor de talenten van Max en hoe vader Jos en zoon er doelbewust mee bezig was. Het doel was al vroeg duidelijk: de formule 1. En dan winnen. Want vanaf zijn vierde levensjaar was dat het enige wat Max namelijk in een snelle karts en auto’s doet. Kijk vader Jos in 2009 op het racecircuit van Catalunia over de ambities van Max: ‘Hoogst haalbare, Formule 1’. En vader en zoon verstappen in Holland Sport.

Hier zit een kampioen. Dat weten zij. Er is een plan. Er is alle vormen van professionele ondersteuning en feedback. Het circuit van Barcelona heeft Max al duizenden keren op een professionele racesimulator gereden. Hij heeft alle data van de auto’s gezien. Kort geleden kreeg dit talent en alle geïnvesteerde tijd een eerste kans. Die werd gegrepen natuurlijk. Wij en de wereld kwamen er toen pas achter. (En leuk ironisch dingetje: iedereen is verbaasd dat Max in de race Raikonnen zo lang en ogenschijnlijk rustig achter zich wist te houden. Max weet niet beter dan dat andere coureurs achter hem aanrijden! Dat is al 14 jaar zo.)

Nu is de eerste neiging te denken dat wat hier gebeurd uniek (aangeboren) is. Uit Piek (maar ook uit The 4-Hour Chef van Timothy Ferriss waar deze auteur en beoefenaar van vele sporten en vaardigheden methodisch zijn werk uitlegt, eigenlijk exact dezelfde stappen als Ericsson en Pool) kun je leren dat talent plus de juiste werkwijze iedereen, jong en oud ver kan brengen. Golfer Dan McLauglin begon zijn carrière zeer laat, was geen sporter maar paste alle lessen rustig toe. Om net zo’n goede golfer te worden als Dan heeft hij het TheDanPlan ontwikkeld.

Pas de Piek methode toe op een vaardigheid waar jij excellent in wil presteren. Aan de slag dus.

Succes is een werkwoord column
12 mei 2010 | Michel Hoetmer

Wellicht hebt u zich wel eens afgevraagd waarom de ene persoon veel meer succes in het leven heeft dan de andere. Het is een interessante vraag. Heeft het te maken met een optimistische instelling? Met zelfvertrouwen? Of zijn sommige mensen voor het geluk geboren?

Waarschijnlijk komt geen van deze drie antwoorden helemaal in de buurt van de waarheid. Optimisme speelt inderdaad een rol van betekenis in het leven van succesvolle mensen. Maar te veel optimisme leidt tot roekeloos gedrag. Het probleem met optimisme is dat wij er allemaal last van hebben. Op depressieve mensen na dan.

Dan maar zelfvertrouwen? Uzelf inprenten 'ik kan het' werkt in de praktijk niet altijd even goed. Ik deed vroeger aan hardlopen en trainde me regelmatig het snot voor de ogen. Na een paar jaar intensief trainen was ik klaar voor het langere werk en rende ik met gemak een halve marathon. Als je dan, zoals ik destijds, in Amsterdam woont, doe je ook mee aan de lokale wedstrijden. Ik rende redelijk mee voorin, alhoewel nooit helemaal vooraan. Maar ik was toch een stuk sneller klaar dan de meeste anderen in dezelfde wedstrijd. Ik wandelde na me te hebben omgekleed op mijn gemakje terug naar huis. Er renden nog steeds deelnemers langs me op weg naar de finish. Nou ja, rennen? Het was meer strompelen. Ik pikte er een paar tussenuit die me direct na de start hinderlijk in de weg hadden gelopen. Die waren niet meer geheel okselfris. Aan de start was het beeld toch een tikje anders. Zij zouden het wel eventjes doen. Van hun bravoure was niks meer over.

Zelfvertrouwen heeft zeker een positieve uitwerking op de prestaties. Maar dan wel binnen de grenzen van uw eigen capaciteiten of net er ietsje boven. Dat laatste helpt u uitstijgen boven uw niveau. Maar vertrouwen hebben in onhaalbare doelen op korte termijn is vragen om ellende. Of in dit geval: een EHBO-medewerker.

Geluk speelt ook een rol. Malcolm Gladwell doet hier uitgebreid verslag van in zijn boek Outliers - The Story of Succes (in het Nederlands wat ongelukkig vertaald in Uitblinkers). Ongelukkig? Ja, want een 'outlier' is zoiets als een afwijking van het normale patroon. Tot op zekere hoogte wordt de ene mens voor een dubbeltje geboren en de andere voor een kwartje, of voor nog veel meer. Toen ik eenmaal mijn eerste marathon had gelopen in een tijd ruim onder de drie uur was ik zielsgelukkig. Ik kon mijzelf wijs maken dat ik sneller was dan sommige vroegere wereldrecordhouders. Mijn pech was natuurlijk dat mijn concurrenten net zo goed trainden als ik en ook wisten wat ze onderweg wel en niet mochten drinken. De vroegste marathonlopers dronken onderweg alcohol, zoals bekend ga je daar van zweven, maar niet helemaal zoals bedoeld tijdens een hardloopwedstrijd.

Wat is dan wel een van de grote geheimen van toppers? Heel eenvoudig: veerkracht. Er is veerkracht voor nodig om al die trainingsinspanningen te doen. Veerkracht is nodig om teleurstellingen te verwerken. Kortom: veerkracht is wat mensen overeind houdt in het leven. Volgens de psychologen Karen Reivich en Andrew Shatte in hun boek 'The Resilience Factor: 7 Keys to Finding Your Inner Strength and Overcoming Life's Hurdles' scoren veerkrachtige mensen hoger op de volgende vaardigheden: reguleren van emoties, impulsen in de hand houden, empathie, optimisme, in staat zijn oorzaken en gevolgen te analyseren, het vertrouwen dat iets uiteindelijk gaat lukken, en het vermogen contacten met anderen te leggen.

Het goede nieuws is dat elk mens deze vaardigheden kan ontwikkelen. In meer of mindere mate zijn de meesten onder ons er al mee gezegend. U weet nu wat u te doen staat. Het rijtje aflopen en eerlijk beoordelen hoe u op deze punten scoort. Vervolgens gaat u schaven aan de zwakst ontwikkelde vaardigheden. Dat is toch wat andere koek dan alleen maar een positieve instelling. Zo bekeken is succes verdikkeme een werkwoord.

Malcolm Gladwell is 'een van de onzen' nieuws
6 februari 2009 | Hans van der Klis

‘Hoe vaker ik over Uitblinkers praat, hoe meer ik besef dat het eigenlijk over de beperkingen gaat die succes in de weg staan.’ Aldus Malcom Gladwell vorige week vrijdag in de Aula van de Universiteit van Amsterdam waar hij op uitnodiging van het John Adams Institute een voordracht hield over zijn laatste boek.

Zo gaat het eigenlijk altijd, vertelde Malcolm Gladwell. Na afronding van zijn boeken begrijpt hij steeds beter waarover hij heeft geschreven. Op het omslag van Outliers, in het Nederlands vertaald als Uitblinkers, staat ‘The story of success’. Maar de Nederlandse ondertitel zal hem wellicht beter bevallen: ‘Waarom sommige mensen succes hebben en andere niet’.

Gladwell begon zijn voordracht in de volgepakte Lutherse Kerk in Amsterdam met een verhaal over de achterbuurten van East-Memphis, van waaruit het voor de armen bijna onmogelijk is te ontsnappen. Zelfs de droom om het ooit te maken als professioneel ‘football player’ ligt buiten het bereik voor het overgrote merendeel van de jonge - zwarte - mannen, want om het tot de major league te schoppen, moeten zij eerst door het opleidingstraject van de colleges heen. En ook die liggen buiten bereik: kansen op een toekomst hebben ze eigenlijk niet, door een totaal gebrek aan scholing, goede voorbeelden en discipline. Dat is tragisch voor deze jonge mannen, maar ook bijzonder inefficiënt, betoogde Gladwell, want het betekent dat veel talent ongebruikt blijft.

Het verhaal over de achterbuurten in East-Memphis was maar een van de voorbeelden die Gladwell tijdens zijn uitverkochte lezing in Amsterdam presenteerde. Voor het merendeel putte hij uit zijn eind november verschenen boek, maar hij kwam ook met enkele nieuwe verhalen die zijn betoog ondersteunden. Sinds het boek enkele maanden geleden verscheen, treedt Gladwell met grote regelmaat op, zowel in de Verenigde Staten en Canada als in Europa. Door steeds maar weer opnieuw over zijn ideeën te praten, heeft hij ontdekt dat Outliers niet zozeer over succes gaat, maar meer nog over de beperkingen die succes in de weg staan. Deze beperkingen zorgen ervoor dat - wat hij omschrijft als - de kapitalisatie van het talent lang niet optimaal is.

Gladwell gebruikte de lezing om enkele van die beperkingen nog eens voor het voetlicht te halen: armoede, domheid en mentaliteit. Gladwell wil aantonen dat mensen, meer dan wij vaak geloven en zeker meer dan men in de Verenigde Staten wil geloven, afhankelijk zijn van hun omgeving. Ook succesvolle mensen hebben veel te danken aan de mogelijkheden die zij hebben gekregen, en zelfs aan het geluk. Als Bill Gates niet de mogelijkheid had gekregen dag en nacht te programmeren in een nabijgelegen school, was hij nooit uitgegroeid tot het fenomeen dat hij nu is, is de overtuiging van Gladwell.

Zijn visie is optimistisch, omdat hij gelooft in het scheppen van kansen voor iedereen. Het is ook een sociaaldemocratische visie, omdat hij gelooft in de maakbaarheid van de samenleving. Dat gaf Joris Luyendijk, inleider en interviewer, de gelegenheid hem als een van de onzen te verwelkomen ‘aan onze kant’, waarop Gladwell snedig repliceerde dat hij weliswaar in New York woont, maar dat hij toch echt een Canadees is.

Gladwell is zelf verbaasd dat hij weer op de huid van de tijd zit. Door de financieel-economische crisis en door de verkiezing van Barack Obama tot president staan in de Verenigde Staten de luiken wagenwijd open en zijn veel mensen bereid nieuwe ideeën te overwegen. Zijn afrekening met de geest van ‘The American Dream’ wordt daarom welwillend benaderd. ‘Dit boek was in 2005 lang zo’n succes niet geweest’, zei Gladwell. ‘Maar op dit moment staat iedereen, zeker in de Verenigde Staten, open voor discussie. Obama zou op dit moment de banken kunnen nationaliseren. Dat was een paar jaar geleden nog onmogelijk geweest. Het ondenkbare is denkbaar geworden.’

Uitblinkers column
19 december 2008 | Michel Hoetmer

Wat denkt u? Zou Wouter Bos tot politicus van het jaar zijn verkozen zonder de kredietcrisis? Zelf vermoed ik van niet. De carrière van Wouter zat een beetje in het slop. Aanvankelijk schitterde de ster van de welbespraakte politicus. Maar de klad kwam in zijn carrière. Hij maakte enkele kardinale fouten en toen hij tot overmaat van ramp door zijn opponent Balkenende werd beschuldigd van leugens, leek zijn lot bezegeld. Hij kreeg het lid op de neus van het kiezersvolk.

Toen gebeurde het eerste wondertje. Hij mocht met zijn gehavende politieke clubje toetreden tot de regering. Dat was niet zozeer zijn verdienste. Het was onontkoombaar. Er bleek geen andere werkbare meerderheid mogelijk. De keuze om in het kabinet plaats te nemen als minister van financiën leek in eerste instantie weinig op te leveren. Het is een functie waarin je regelmatig moet optreden als boeman. Bos bleef kwakkelen.

De kredietcrisis bracht hierin verandering. Anderen groeven een gat en hij sprong erin. De Amerikanen zouden zeggen: ‘He rose to the occasion!’ Hij handelde adequaat, en succes was zijn deel. Natuurlijk zijn er ook mensen die er anders over denken. De aandeelhouders van Fortis zijn niet zo gelukkig met zijn acties. Het is nog afwachten hoe het verdergaat. Het boek wordt nog geschreven, ‘as we speak’.

Nu ik het toch over boeken heb, het ‘gatenverhaal’ is het onderwerp van het nieuwste boek van Malcolm Gladwell, getiteld Uitblinkers. Gladwell geeft tegengas aan de vele succesverhalen die in omloop zijn over uitblinkers. Veelal zijn het van die verhalen waar gewone stervelingen uitsluitend van kunnen dromen. Ze gaan over hard werken, genialiteit en heldendom.

Gladwell laat zien dat er ook andere factoren in het spel zijn. Factoren die de held zelf niet in de hand heeft. Zoals het geboortejaar van de held. Stel, uw wieg stond in de VS. Het was 1925. Als u dan ook nog zo ongelukkig was dat u geen rokje mocht dragen, dan kunt u becijferen waar uw verhaal eindigde: op de slagvelden van Europa of in de Pacific. Zelfs als je het overleefde, zat er een lelijke knik in je carrière.

Het verging Joodse mannen, geboren in 1935, heel wat voorspoediger. Die zaten in de schoolbankjes toen de verschrikkelijke slachtingen van de tweede wereldoorlog plaatsvonden. Toch leken ook zij aan het kortste eind te trekken. Ze kwamen niet in aanmerking voor de beste universiteiten die door de blanke elite werden overheerst. Na hun juridische opleiding lagen hun kansen ook niet bij de beste advocatenkantoren van die tijd. De baantjes gingen naar de elite.

Grappig genoeg lag daar hun kans. De grote advocatenkantoren van die tijd hielden zich niet bezig met procederen. De elite haalde haar neus op voor die straatvechterij. Van het malafide gedoe rond fusies moesten ze al helemaal niets hebben. De ambitieuze Joodse advocaten grepen hun kans. Ze sprongen in het gat. Zij procedeerden dat het een lieve lust was. Zij mengden zich kortom vol verve in de rauwe gevechten rond overnames. Hun sterren rezen tot duizelingwekkende hoogte.

Mijn geboortejaar, 1955, bleek een uitstekend jaar voor Bill Gates en andere softwaregiganten. Waarom werd Bill wel miljonair en ik niet? Toegegeven, ik heb ooit, ergens eind jaren zestig, omstreeks dezelfde tijd dat jonge Bill in contact kwam met computers, bewonderend gestaard naar de geweldige machinerie van een mainframe computer. Onze buurman was destijds programmeur. Hij fêteerde mij op een rondleiding in sciencefictionland. Ik voelde me er als een kleuter in het snoepjesparadijs. Kijken naar die prachtige grijs blauwe IBM terminals met ponskaarten. Ik was gefascineerd hoe snel het apparaat ze opslokte.

Verder dan dat is het nooit gekomen. Ik vond het wel aardig, maar zat liever met mijn neus in de schaakboeken. Bill Gates kreeg de kans om dag en nacht aan een terminal te werken. Hij sprong wel in het gat. De rest is geschiedenis. Bill was er helemaal klaar voor, na meer dan tien jaar proefdraaien, experimenteren en leren, toen IBM hem vroeg een operating system te schrijven voor haar PC’s.

Wist u dat onder topijshockeyers in Canada de spelers geboren in januari, februari en maart zijn oververtegenwoordigd? Toeval? Of zijn er andere factoren in het spel? De onevenredige verdeling hangt samen met het selectiesysteem dat de ijshockeybond hanteert. Selecties worden samengesteld in leeftijdsklassen. De sluitingsdatum is 1 januari. Het levert de vroeggeborenen een aanzienlijk voordeel op. De verschillen in ontwikkeling tussen jonge kinderen zijn groot. Neem twee jongetjes van acht jaar. De ene is geboren in januari en de andere in december. De jongen in januari loopt in zijn ontwikkeling bijna een jaar voor op de decemberjongen. Toch vallen ze in dezelfde leeftijdscategorie. Aardige kans dat het januari-jongetje beter presteert. Hij treedt toe tot een select gezelschap waarop de beste trainers hun kunsten mogen botvieren. De voorsprong neemt daardoor nog verder toe.

Het boek Uitblinkers van Gladwell barst van dit soort voorbeelden, onderbouwd met cijfermateriaal. Succes is naast een kwestie van hard en slim werken ook een kwestie van in het juiste gat springen. Of erin geduwd worden. Maar dan moet zo’n gat er wel zijn. Het klinkt minder heldhaftig, maar bevat een kern van waarheid.

De najaarsworp (8) nieuws
4 september 2008 | Bertrand Weegenaar

Na uitgebreide attendering op de verwachte boekenoogst van boeken van eigen bodem tot slot van deze reeks een kleine selectie van Engelstalige titels.

Na drie versies van De aarde is plat is zeer recent de nieuwe Thomas Friedman verschenen: Hot, Flat and Crowded , met als sprekende ondertitel 'Why We Need a Green Revolution--and How It Can Renew America' (Allen Lane). Een boek met zonder meer heftige maar ook actuele thema's als global warming, overpopulatie, en snel stijgende middenklasse in voorheen ontwikkelingslanden. De aarde lijkt door te gaan branden! De oplossing is een groene revolutie. De grootste omwenteling die Amerika ooit meegemaakt heeft. Vanaf oktober in vertaling (De toekomst is groen) bij Nieuw Amsterdam.

Na het succes van de parabel Onze ijsberg smelt nu weer een 'klassieke' John Kotter: 'In search of urgency' (het boek verschijnt nagenoeg gelijk in september in vertaling bij Business Contact onder de titel Een gevoel van urgentie - Hoe krijg je mensen in beweging om succesvol te veranderen!. Ditmaal een acht-stappenplan voor organisatieverandering waarmee je aldus Kotter daadwerkelijk enorme veranderingen teweeg kunt brengen.

Uit het openbare leven (en van zijn blog!) heeft Malcolm Gladwell zich al een aantal maanden teruggetrokken. Dit najaar zal blijken waarom. Dan verschijnt zijn derde boek: Outliers The Story of Success (Little, Brown and Company). Gladwell is nog een jonge auteur maar heeft natuurlijk al twee wereldwijde hits op zijn naam staan: Intuitie en Het Beslissende Moment. (Het boek zal ook als Uitblinkers bij Uitgeverij Contact in vertaling verschijnen.) 'Outliers is a book about success. It starts with a very simple question: what is the difference between those who do something special with their lives and everyone else? In Outliers, we’re going to visit a genius who lives on a horse farm in Northern Missouri. We’re going to examine the bizarre histories of professional hockey and soccer players, and look into the peculiar childhood of Bill Gates, and spend time in a Chinese rice paddy, and investigate the world’s greatest law firm, and wonder about what distinguishes pilots who crash planes from those who don’t.' Om in videoverhuur termen te blijven: One to Watch!

De situatie van jongeren in bedrijven heeft altijd mijn warme aandacht. In Plugged in The Generation Y Guide to Thriving at Work (Harvard Business School Press) doet Tamara Erickson, autoriteit op het gebied van demografische ontwikkelingen en de gevolgen daarvan op de samenleving, verslag van een uitvoerig onderzoek naar de gevolgen van de nieuwe generatie Y'ers op de werkvloer. Er is zowel aandacht voor de specifieke kenmerken van deze nieuwe werkkrachten als voor de manier waarop de verschillende generaties met elkaar om kunnen gaan.

Na een reeks zeer succesvolle boeken zoals Innovatiedilemma heeft Clay Christensen zich dit jaar publicitair gestort op de grootste uitdagingen van de Amerikaanse samenleving: onderwijs en gezondheidszorg. In het voorjaar verscheen Disrupting Class waarin een beeld geschetst wordt van een toekomst van het onderwijsstelsel als besloten wordt tot een echt leerling-gecentreerd stelsel. In The innovators prescription (McGraw-Hill) komen disruptieve ideeën voor de gezondheidszorg aan bod. Uit de folder: 'This is real innovation at work, an eye-opening manifesto that's sure to spark international debate—and much-needed change—for generations to come.' Overigens dient hier vermeld te worden dat de voorspellende waarde van Christensen's theoriën doorgaanszeer groot blijkt te zijn.

De nieuwe Seth Godin is aangekondigd; Tribes We need you to lead us. (Portfolio) Elk jaar publiceert marketinggoeroe Godin wel een baanbrekend boek. Nu zoekt hij de werking van sterke groepen. Ze zijn zo oud als de wereld en de manier waarop wij sociaal gebonden worden. In deze tijd van virtuele netwerken is het vormen van en luisteren naar netwerkgroepen eenvoudiger dan ooit. Maar hoe doe je dat? Wat zijn de valkuilen?

Als biografieliefhebber kijk ik uit naar The snowball: Warren Buffett and the Business of Life door Alice Schroeder (Bantam Books) Buffett is al decennia een legende. Welk boek je ook leest over de financiele wereld van de laatste dertig jaar, de inzichten en adviezen van deze multi-miljardair worden altijd gevraagd. En toch is Buffett dezelfde als toen hij begon: hetzelfde huis, dezelfde vrouw en dezelfde kledingsmaak. Zijn geld zit inmiddels voor een groot deel in charitatieve fondsen (of staat op bankrekeningen van de beleggers die vertrouwen hebben in zijn adviezen). In tegenstelling tot veel biografieën is de inhoud van dit vuistdikke boek door het 'lijdend' voorwerp geautoriseerd.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden