Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Een lichte vorm van jaloezie nieuws
24 november 2014 | Pierre Spaninks

Pierre Spaninks blogt over zijn ervaringen als jurylid van het Managementboek van het Jaar. Zijn collega's kunnen en mogen het allemaal heel anders beleven. Graag zelfs, want het proces is gebaat bij een levendige discussie.

Drie weken geleden schreef ik op deze plek voor het eerst over de intuïtie waar juryleden - zelfs die van het Managementboek van het Jaar - op terugvallen als in het beoordelingsproces de ratio tekortschiet. Zelf bedacht ik me al schrijvend dat ik onbewust ieder boek over management en organisatie langs de meetlat legde van Mintzbergs Organisatiestructuren. Dat had diepe indruk op mij gemaakt toen ik nog jong was en lenig van geest. Aan het slot van mijn stukje speculeerde ik erop dat de andere juryleden ook dat soort archetypische managementboeken in hun achterhoofd zouden hebben - of hele andere ervaringen waar hùn subjectieve voorkeuren op teruggaan.

Een voor een pakten mijn collega's de handschoen op. Twee weken geleden kon u hier al lezen dat Maurits Bruel zich vooral aangesproken voelt als er ‘iets ongemakkelijks’ in een boek zit en dat Sandra Barendrecht een zwak heeft voor biografieën: ‘echte levens van echte mensen’. En vorige week vertelde Mirella Visser hoe zwaar integriteit en waarden voor haar wegen, als zij een boek moet beoordelen. Deze week de laatste twee reacties, van Mireille Schrijnemaeckers en Maurits Verweij. Waar zit de sweet spot van deze twee juryleden?

Mireille Schrijnemaekers is in het dagelijks leven mede-eigenaar van Zelino adviseurs en interim managers. Voor haar behoren boeken tot de categorie der kunstwerken. ‘Vaak kun je er uren over praten. Aan de hand van rationele criteria als techniek, kleur- en materiaalgebruik. Maar je kunt ook filosoferen over de boodschap die de kunstenaar heeft willen overbrengen en waar hij zich door heeft laten inspireren of de stroming waar hij bij hoort. En, nog minder vatbaar: over de vraag wat een kunstwerk met jou doet. Wat voor gevoel maakt het van binnen bij je los? Krijg je er energie van? Voel je de hoop of de wanhoop van de kunstenaar toen hij het maakte?’

Met managementboeken heeft Mireille Schrijnemaekers dat ook, zij het in iets mindere mate. ‘Over sommige kun je nog geen vijf minuten praten, maar die scoren dan vaak ook op de rationele criteria ook al niet hoog. De boeken die daar wel goed scoren, doen vaak toch niet veel of niets met me. Ik heb ze geboeid gelezen en soms kan ik ze meteen toepassen in mijn werk, maar dat is het dan wel.’

Dan blijft die kleine categorie boeken over die haar niet los laten, die echt iets met haar doen. Waar komt dat dan vandaan? "Het kan zijn omdat ze een perspectief bieden op of voor de toekomst. Ze openen als het ware een klein venstertje in je hoofd en laten alle creativiteit die daar zit de vrije loop. Of ze maken iets dat altijd heel complex leek opeens overzichtelijk en bespreekbaar. Zoals Structures in Fives van Mintzberg. Of ze geven een antwoord op dingen die je nooit kon uitleggen zoals Blink van Malcolm Gladwell.’ Dat zijn de boeken die zij zich jaren later nog haarfijn weet te herinneren.

Uiteindelijk moet voor haar een boek food for thought zijn: ‘Iets dat mij bezighoudt, iets waar ik mijn fantasie op kan loslaten, iets dat een nieuwe structuur biedt die ik zelf kan testen en toetsen aan situaties uit de praktijk. En uiteraard wordt dat bepaald door je persoonlijk referentiekader dat is opgebouwd uit je ervaring, je achtergrond, je interesses et cetera.’ Daarmee is ook dat punt voor ieder jurylid anders, besluit Mireille Schrijnemaekers. ‘Daar hebben we de komende jurybijeenkomsten nog de nodige discussie over.’

Maurits Verweij verdient de kost als partner van adviesbureau BeBright. Als het gaat over zijn intuïtie als lezer - of zoals ik het eerst noemde zijn gut feeling - onderscheidt hij daarin twee belangrijke elementen. Om te beginnen is daar de look and feel van een uitgave. ‘Sommige boeken vragen om in te neuzen, anderen stoten af. Dat heeft te maken met frisheid en kleurstelling, toegankelijkheid (niet te kleine lettertjes, duidelijke kaders en figuren), zinsneden of hoofdstuktitels die de aandacht trekken.’

En vervolgens is daar een tijdens het lezen opkomende lichte vorm van jaloezie: ‘Het gevoel van: ik wilde dat ik dat zo had bedacht had.’ Meestal is dat gerelateerd aan het vermogen van de auteur om een onderwerp met enkele pennenstreken in een brede context te schetsen, er toch veel diepgang aan te geven en daarin ook echt stelling te nemen c.q. vernieuwend te zijn. ‘Zodanig dat je jezelf er op betrapt dat je er zelf onder de douche nog mee bezig bent.’

Zijn held uit de leerbanken van vroeger was en is misschien nog steeds wel Jan in 't Veld met zijn Analyse van organisatieproblemen en later Organisatiestructuur en arbeidsplaats. ‘Misschien niet onlogisch,’ voegt hij er zelf aan toe, ‘voor de technisch bedrijfskundige die ik van oorsprong ben.’ In 't Veld was destijds zo ongeveer de enige die in een voor zijn gevoel zeer versnipperde studie enig houvast wist te geven, door zijn combinatie van conceptuele kaders en operationele pragmatiek. ‘Nog steeds balanceer ik in mijn werk vrijwel voortdurend op die grens van socio en techniek,’ aldus jurylid Maurits Verweij.

Reageer via Twitter naar @PierreSpaninks met hashtag #MB2015

Intuïtie [was Re: Gut Feeling] nieuws
17 november 2014 | Pierre Spaninks

Pierre Spaninks blogt over zijn ervaringen als jurylid van het Managementboek van het Jaar. Zijn collega's kunnen en mogen het allemaal heel anders beleven. Graag zelfs, want het proces is gebaat bij een levendige discussie.

‘Een boek beoordelen wij niet op wat het is, maar op wie wij zijn.’ Met die mooie variant op Anaïs Nin (kent u haar nog?) reageerde collega-jurylid Mirella Visser op mijn blog van twee weken geleden. Daarin had ik het over mijn gut feeling, het onbewuste deel van de waarden en normen die ik aanleg wanneer ik een managementboek lees en bespreek.

Voor mijzelf herleidde ik dat gevoel tot mijn allereerste kennismaking met het genre: Organisatiestructuren van Henry Mintzberg. Dat bezorgde mij destijds in een flits het gevoel dat ik de wereld om mij heen begreep en dat ik hem naar mijn hand kon zetten. Die ervaring was zo fantastisch, dat ik sindsdien altijd op zoek ben gebleven naar een herhaling van die eerste keer. Tevergeefs, natuurlijk - wat zoals bij iedere verslaving de craving alleen maar erger maakt.

Collega Mirella Visser onderschrijft de gedachte dat ook in de officiële criteria waar wij als jury over hebben gesproken een zekere mate van subjectiviteit zit. Alleen staat het Engelse woord gut feeling dat ik daarvoor gebruikte haar niet zo aan. Behalve dat zij het macho management speak vindt, doet het haar ook nog eens denken aan het Nederlandse onderbuikgevoel. Volgens mij is dat toch net even wat anders. Maar in elk geval was het niet de associatie die ik ermee bedoel, dus ik haast mij om voortaan met haar van intuïtie te spreken.

Voor Mirella is intuïtie iets weten zonder dat je het hebt beredeneerd, iets aanvoelen zonder dat je erover hebt nagedacht. Dat gevoel komt vanuit haar hart. Integriteit en waarden zijn erin met elkaar verbonden. Hoe werkt dat in de praktijk? ‘Stel dat ik een boek moet beoordelen over hoe je zoveel mogelijk geld verdient door vrouwen uit te buiten in de porno-industrie. Dan heb ik daar vanuit mijn achtergrond, sekse en expertise een negatief gevoel over. Mijn intuïtie zegt mij dat een boek dat gericht is op het optimaliseren van het business model in een industrie die een bevolkingsgroep uitbuit, niet oké is. Zelfs als dat boek op alle objectieve criteria prima zou scoren, zou ik het om die reden niet de shortlist willen.’

U ziet het: de leden van de jury voor het Managementboek van het Jaar zijn ook maar mensen. Begaafd met rede, begiftigd met intuïtie. Daarom is het zo'n goed idee geweest van de initiatiefnemers om ieder jaar de helft van de jury te vervangen. Zo blijft de ervaring behouden en komt er toch steeds een frisse blik bij.

Volgende week op deze plek: collega Mireille Schrijnemaekers, over haar onstilbare honger naar food for thought.

Reageer via Twitter naar @PierreSpaninks met hashtag #MB2015

Gut feeling (2) nieuws
11 november 2014 | Pierre Spaninks

Pierre Spaninks blogt over zijn ervaringen als jurylid van het Managementboek van het Jaar. Zijn collega's kunnen en mogen het allemaal heel anders beleven. Graag zelfs, want het proces is gebaat bij een levendige discussie.

Vorige week schreef ik op deze plek over het onderbuikgevoel waar juryleden - zelfs die van het Managementboek van het Jaar - op terugvallen als in het beoordelingsproces de ratio tekortschiet. Waarbij ik me hardop denkend realiseerde dat ik onbewust ieder boek over management en organisatie langs de meetlat legde van Mintzbergs Organisatiestructuren. Dat heeft diepe indruk op mij gemaakt toen ik nog jong was en lenig van geest.

Aan het slot van mijn stukje speculeerde ik erop dat mij collega's juryleden ook dat soort archetypische managementboeken in hun achterhoofd zouden hebben - of hele andere ervaringen waar zijn hùn gut feeling aan ontlenen. Daarbij beloofde ik om - als die uitdaging mooie verhalen zou opleveren - u die niet te onthouden.

Juryvoorzitter Maurits Bruel mailde me daarop dat hij het mooi zou vinden als we dit jaar een nieuwe held zouden ontdekken van het kaliber Mintzberg. Op hem hadden destijds het klassiek geworden Beelden van organisatie van Gareth Morgan en Built to last van Jim Collins en Jerry Porras een vergelijkbaar effect.

Zijn eigen gut feeling heeft ondertussen alles te maken met de intentie van de schrijver: gaat dit boek om haar of hem, of gaat het om het onderwerp? Boeken waarin de auteur zichzelf niet buiten schot laat, leest hij graag. Maar aan zelfpromotie heeft hij een broertje dood. ‘Om een echt sterk gevoel op te roepen,’ besluit Bruel, ‘moet er ook iets ongemakkelijks in een boek zitten: je begrijpt het wel, het is herkenbaar, maar het is niet same old, same old.’

Collega Sandra Barendrecht voelt zich aangetrokken tot boeken die direct toepasbaar zijn in haar werk, met name als daarin theorieën worden ontvouwd die haar helpen een (opleidings-)vraag vanuit een organisatie te analyseren of die zij kan omzetten in interactieve werkvormen voor trainingen. Als voorbeeld noemt zij On Organizational Learning van Chris Argyris.

Investeren in het leren van individuen en organisaties levert zelden het rendement op dat je nastreeft, weet Barendrecht. ‘Kort gezegd: omdat we vaak met de mond wat anders belijden (espoused theory) dan we in de praktijk brengen (theory in use), en ook omdat veel managers geneigd zijn om - ongeacht het probleem - voor een (gedrags-)training te kiezen.’ Voor haar werk is het onderscheid dat Argyris maakt tussen single, double en triple loop learning een onmisbaar hulpmiddel geworden.

In ons gezelschap staat Sandra Barendrecht ondertussen bekend om haar zwak voor - wat zij zelf noemt – ‘boeken van vlees en bloed’, over echte levens en echte mensen. Die kunnen haar tot tranen toe beroeren, bekent zij. Zo zijn (auto-)biografieën zeer aan haar besteed, bij voorkeur als ze over politici of ondernemers gaan. Met de oogst van het eerste half jaar kwam zij nog niet echt aan haar trekken. Peter Leijdekkers - Samen Stork, het geautoriseerde verhaal over het leven van Peter Leijdekkers en zijn 35-jarige loopbaan bij Stork, vond zij ronduit beroerd geschreven. ‘Maar daar doorheen prikkend geeft het wel zoveel inzicht in wat iemand succesvol maakt in zijn of haar werk, dat het toch interessante kost is.’

Ook mede-jurylid Mirella Visser voelde zich aangesproken door het onderwerp gut feeling. Zo zeer zelfs, dat zij aanbood er binnenkort een gastblog over te schrijven. Dat houdt u dus nog tegoed.

 

Reageer via Twitter naar @PierreSpaninks met hashtag #MB2015

Gut feeling nieuws
3 november 2014 | Pierre Spaninks

Pierre Spaninks blogt over zijn ervaringen als jurylid van het Managementboek van het Jaar. Zijn collega's kunnen en mogen het allemaal heel anders beleven. Graag zelfs, want het proces is gebaat bij een levendige discussie.

Een van de eerste dingen die we als jury voor het Managementboek van het Jaar hebben gedaan, is uiteraard: bespreken welke criteria we wilden aanleggen. De uitkomst daarvan is dat we nu op zoek zijn naar een uitgave die meer dan alle andere titels actueel is, relevant voor de doelgroep, onderbouwd, doordacht, vernieuwend, bruikbaar, goed geschreven, en liefst nog mooi uitgegeven ook. Dat zijn betrekkelijk rationele criteria, toch? Want dat mag u verwachten van rationele mensen.

Omdat wij als juryleden zulke rationele mensen zijn, hebben wij er bij al die rationele criteria ook nog eens rekening mee gehouden dat we er met onze ratio alleen niet uit gaan komen. Daarom hebben we een extra criterium aan het lijstje toegevoegd. Noem het maar onze gut feeling, de optelsom van alles waar we geen woorden voor hebben. U begrijpt het al: de kans is groot dat de strijd daar uiteindelijk op wordt beslist.

Mijn eerste keer
Hoe een boek scoort op de rationele criteria, daar kom je samen wel uit. Zo niet met die gut feeling: dat is een kwestie van smaken die nu eenmaal verschillen. Een interessante vraag daarbij is wel - vind ik tenminste - waar ieders persoonlijke smaak eigenlijk vandaan komt. Van mijzelf weet ik dat dat alles te maken heeft met het eerste managementboek dat ik ooit in handen kreeg.

Mijn eerste keer was toen ik nog aan de letterenfaculteit van de Universiteit van Amsterdam werkte als assistent van een van de hoogleraren.­ Universiteiten­ - niet alleen de Amsterdamse - waren­ en­ zijn­ heel­ gecompliceerde­ organisaties,­ een­ stuk­ lastiger­ te­ besturen­ dan­ menige beursgenoteerde­ onderneming. Het­ echte­ productieve ­werk­ wordt­ er­ gedaan­ door­ hooggekwalificeerde­ weten­schappers. Die­ kunnen­ dat­ prima­ zelf­ af.­ Het­ management­ is­ er­ alleen­ maar­ om­ daar­ de­ optimale­ condities­ voor­ te­ schep­pen.­ Dat­ wil­ zeggen:­ idealiter. In­ werkelijkheid­ botsen­ die ­twee­ werelden­ met­ de­ regelmaat­ van­ de­ klok. Ik­ was­ maar­ een­ gewone­ alfa­ en­ had­ tot­ dan­ toe­ de­ kost­ verdiend­ met­ het recenseren­ van­ romans­ en­ gedichtenbundels.

Henry Mintzberg
Van­ wat­ er­ in die universitaire­ organisatie­ gebeurde,­ snapte­ ik­ hoegenaamd­ niets. Gelukkig was daar die oudere, wijze collega die me attent maakte op het werk van Herbert Simon en vooral dat van diens leerling Henry Mintzberg. Die had net een dik boek geschreven dat The structuring of organizations (vertaald als Organisatiestructuren) heette. Het was 1979. Er ging een wereld voor me open. In een buitengewoon levendige stijl legde Mintzberg uit dat er allerlei verschillende typen organisaties waren, dat die allemaal hun eigen structuur hadden, en dat elke oplos­sing weer nieuwe problemen met zich meebracht.

In plaats van onder de koffie te mopperen op die arrogante bestuurders en managers die maar niet wilden begrijpen dat ze ons voor de voeten liepen met hun beleidsplannen, discussieerden we ineens over de vraag of de universiteit nou een professional bureaucracy was of een adhocracy. Niet dat het er meteen beter op werd, maar nu hadden we tenminste woorden om te praten over wat ons bezighield, Pas later realiseerde ik me dat wij niet de enigen waren die zo'n Aha-erlebnis hadden, maar dat tegelijk met ons een hele nieuwe generatie op die manier naar de werke­lijkheid leerde kijken. Sindsdien is Mintzberg voor mij een baken in de branding gebleven.

Mooie verhalen
Terug nu naar de selectie van kandidaten voor de titel van Managementboek van het Jaar, want daar hadden we het over. Wat mijn guts betreft moet dat dus een soort Structuring of organizations zijn, maar dan anders. Want aan de ervaring die ik daarmee had, meet ik bewust of onbewust het effect af van elk nieuw boek dat ik lees. Nu ben ik - gelukkig - maar een van de zes juryleden. Mijn collega's hebben vast ook allemaal een levendige herinnering aan hùn eerste keer. Of een hele andere ervaring waar hun gevoel op teruggaat. Daar ga ik hen dus maar eens naar vragen. Als dat mooie verhalen oplevert, zal ik u die niet onthouden.

Reageer via Twitter naar @PierreSpaninks met hashtag #MB2015

Zouteloze stockfoto's nieuws
20 oktober 2014 | Pierre Spaninks

Pierre Spaninks blogt over zijn ervaringen als jurylid van het Managementboek van het Jaar. Zijn collega's kunnen en mogen het allemaal heel anders beleven. Graag zelfs, want het proces is gebaat bij een levendige discussie.

Als je maar een of twee managementboeken per maand leest, valt het niet zo op. Maar als je er hele stapels van wegwerkt - zoals ik nu doe voor de jury van het Managementboek van het Jaar - dat wordt het ineens een dingetje: de plaatjes. Vroeger bestonden ook non-fictie boeken voor minstens 95 procent uit tekst. De opeenvolging van grijze pagina's werd slechts onderbroken door een hoofdstuktitel of een tussenkopje dat een nieuwe paragraaf aankondigde. Auteurs die in hun kopij meer dan één tabel of grafiek opnamen kregen daarvoor een rekening van hun uitgever, want dat betekende kostbaar meerwerk.

Gingen Tom Peters en Robert Waterman op zoek naar plaatjes om hun boek te verlevendigen toen zij Excellente ondernemingen af hadden? Het kwam niet in hun hoofd op. Stelde Henry Mintzberg zijn uitgever voor om in Organisatiestructuren foto's op te nemen die de verschillende typen bureaucratieën ‘verbeel-de-den’? Neem je grootje in de maling. Waren die boeken daar minder spannend om? Natuurlijk niet.

Hoe anders gaat dat tegenwoordig. Auteurs en zeker hun uitgevers beseffen dat zij moeten concurreren om de aandacht van de lezer. Niet alleen met andere boeken of met andere media - nee, met alle andere leuke en/of nuttige activiteiten waar een mens zijn dag mee kan vullen. De vraag is niet: Welk boek ga ik vanmiddag lezen? maar: Ga ik niet liever naar de beelden van Lotta Blokker kijken in De Fundatie, of naar PEC Zwolle tegen Go Ahead Eagles? Dus wordt een beetje managementboek opgeleukt met kleurendruk, met tekeningen, met foto's, met een afwijkende opmaak - kortom met alles waarmee de makers maar denken de aandacht te kunnen trekken.

Vandaar dat we nu zitten met een Alert op risico waarin 18 mugshots van geïnterviewden worden afgewisseld met 11 cartoons van Len Munnik. O ja, en ook nog 13 stockfoto's, gewoon omdat het kon. En vandaar dat we nu zitten met een Happy profit waar om onnaspeurbare reden 8 sfeerbeelden aan zijn toegevoegd van bepaald unhappy kijkende tieners. To name just a few.

Persoonlijk heb ik daar dus helemaal niks mee, met al die plaatjes. Doe mij maar gewoon de goede woorden in de goede volgorde. Liefst in een klassiek lettertype en een onnadrukkelijke opmaak die mij meeneemt door het betoog. Met waar nodig een tabel, een grafiek, een stroomschema desnoods. Dat niet geïsoleerd staat en voor zichzelf moet spreken maar waarvan de informatie in de tekst terugkomt.

Ik denk dat ik vanmiddag maar naar die beeldententoonstelling ga in De Fundatie. In elk geval durf ik vandaag even geen managementboek meer open te slaan. Er zouden eens stockfoto's in kunnen staan.

Reageer via Twitter naar @PierreSpaninks met hashtag #MB2015

DOR met de juiste dosis ESH top-100
2 juli 2013 | Pierre Pieterse

Management in honderd boeken, een soort Body of Knowledge and Skills van gestolde managementkennis, kan dat? Ja. Elke maand selecteren we een boek uit een blok van tien zodat we in december met het bespreken van de nummer 1 de ‘BOKS van 2013’ compleet hebben.

Op nummer 51 in de top-100 vinden we Meesterlijk organiseren, het magnus opus van het ‘veteranentrio’ Rudy Kor, Gert Wijnen, en Mathieu Weggeman. ‘Handreikingen voor ondernemende managers’ luidt de ondertitel. Een understatement want dit is met recht het meest doorwrochte managementhandboek van Nederlandse bodem. In 496 pagina’s wordt de ondernemende manager door 100 jaar management geloodst.

De allereerste opdracht die ik als kersverse bureauredacteur bij Kluwer bedrijfsinformatie voor mijn kiezen kreeg, was de redactie van het boek Ondernemen binnen de onderneming. Ik had nog nooit van de auteurs gehoord, maar dat zou rap veranderen want kort daarop mocht ik nog twee boeken van diezelfde auteurs persklaar maken voor wat in de Kluwerse volksmond ‘de bolletjesreeks’ heette: Management en motiveren en Leidinggeven aan professionals.

Bolletjes

De prestigieuze bolletjesreeks verwaterde met de jaren, terwijl omgekeerd het gedachtegoed van het auteurstrio Kor, Wijnen en Weggeman alleen maar krachtiger werd. Mathieu Weggeman maakte een update van Leidinggeven aan professionals door de titel van het boek van een vraagteken te voorzien en die vraag meteen ook maar een krachtig ‘niet doen!’ te beantwoorden, en werd prompt beloond met de prijs voor het beste managementboek van het jaar, in 2008. En Ondernemen binnen de onderneming groeide gestaag uit tot een forse band met handreikingen voor de ondernemende manager onder de titel Meesterlijk organiseren. Het moet het handboekkarakter zijn geweest dat een nominatie voor Managementboek van het Jaar 2007 in de weg heeft gestaan.

Hollandse McKinsey

Wat maakt Meesterlijk organiseren nou zo bijzonder? In een zin: de glasheldere structuur in combinatie met een duidelijk perspectief dat zorgt voor de altijd juiste balans. Met het acroniem ‘DOR’ dat staat voor ‘doelen stellen’, ‘organiseren’, en ‘realiseren’ wordt het totale managementproces afgedekt, terwijl het acroniem ‘ESH’ dat staat voor ‘even(ge)wichtig’, ‘samenhang’, en ‘heterogeen’ garandeert dat het proces van organisatie in balans blijft. Even kort door de bocht: ESH waakt er vooral voor dat managers niet in de verleiding komen ‘hypes’ toe te passen, die misschien een klein symptoom bestrijden maar het alomvattende genezingsproces alleen maar frustreren. ESH is in essentie een model dat wordt afgebakend door zes ontwerpvariabelen, te weten: strategie, structuur, systemen, personeel, cultuur en ten slotte managementstijl. De connaisseur herkent hier nu meteen het 7-S model van McKinsey in, en dat klopt. ESH is gebaseerd op dat model maar kent twee belangrijke verschillen: ‘skills’ is volgens de auteurs geen proces maar een resultante van organiseren en realiseren, dus verdient geen aparte plek, en ‘shared values’ hebben zij geposteerd onder de noemer ‘cultuur’ (de waarden van de samenleving die voor een organisatie een gegeven zijn – al zullen ze die altijd graag willen beïnvloeden).

Structuurbrij rechtbreien

In feite biedt Meesterlijk organiseren een totaaloverzicht van wat er in managementland te koop is. De immense brij aan losse modellen is netjes tot een passende managementrui gebreid. Jaren aan managementtheorie zijn gestructureerd en geordend zodat managers in sneltreinvaart kunnen lezen wat er zoal mogelijk is en hoe al dat mogelijke toe te passen. Vanuit dit perspectief lijkt het een aflevering uit de voortreffelijke ‘voor Dummies’ reeks zonder het opgelegde format van die serie. Maar daarmee zou je dit boek toch tekort doen. Net zoals handboek dat doet, of naslagwerk, of referentiewerk. Misschien moeten we wel dicht bij de bron blijven en in navolging van een van de auteurs dit boek duiden als ‘bladerboek’. Maar dan wel een bladerboek met duidelijke leesinstructie: hoofdstuk drie is verplicht, de andere hoofdstukken zijn facultatief. Hoofdstuk drie is namelijk een samenvatting van niet alleen het boek zelf, maar laat bij wijze van inleiding op de zes ontwerpvariabelen die samen de inrichting van een organisatie bepalen, zien dat organiseren een proces is dat nooit af is. En juist dat oneindige karakter dwingt een evenwichtige, samenhangende en heterogene benadering af, om te kunnen blijven balanceren tussen maakbaar en onmaakbaar. Om niet in paniek te raken als tekens weer blijkt dat er een enorme kloof is tussen wat we verwachten te bereiken met onze acties en wat er daadwerkelijk wordt bereikt. Om dus niet een of andere hype toe te passen die weliswaar gouden bergen belooft, maar die niet strookt met de gestelde doelen, de inrichting of de manier waarop die doelen gerealiseerd moeten worden. De organisatie slaat hierdoor uiteindelijk uit het lood en koerst vervolgens linea recta richting ravijn.

Voorbij de hype

‘Ik ken niemand die het boek helemaal heeft gelezen’, laat Rudy Kor desgevraagd weten. En dat hoeft dus kennelijk ook niet. Je kunt al bladerend vinden wat je op dat moment nodig hebt. En je dan in de materie verdiepen. Persoonlijk zou ik iedereen toch willen aanraden om dat advies in de wind te slaan en gewoon bij pagina een te beginnen en bij pagina vijfhonderd het boek dicht te klappen. In de eerste plaats omdat het een goed geschreven inleiding en handboek tegelijk is op het vakgebied management. Zo vind je hier een van de bondigste en beste samenvattingen van 100 jaar management denken: van Taylor tot Collins in twaalf pagina’s. Wil je wat dieper, dan lees je gewoon het hele hoofdstuk dat het denken over management (wat specifieker: over het gehele managementproces) als onderwerp heeft. Maar bovenal zal blijken dat lezing van het hele boek een enorme lucratieve tijdinvestering is: in een oogopslag zul je uit de almaar uitdijende stapel managementboeken over uiteenlopende onderwerpen, vaak verpakt in ronkende titels en wervende flapteksten, direct dat boek eruit pikken dat ertoe doet.

DORESH

Doelen stellen

Bij het doelen stellen gaat het om het beantwoorden van de vraag ‘wat willen of moeten we zijn/worden/bereiken’. Het gaat dus om het beantwoorden van de vraag wat de functie van de organisatie is voor de relevante omgeving. Kortom, oriënteren, verkennen of richten. Het antwoord op die ‘levensvraag’ wordt vastgelegd in de missie, en op basis van deze missie worden doelen geformuleerd die in een bepaalde periode gerealiseerd moeten worden.

Organiseren

Bij organiseren gaat het om het inrichten van de organisatie. Dus om het structureren van de organisatie, het scheppen van de juiste voorwaarden waarbinnen de organisatie zijn gestelde doelen kan gaan realiseren. Organiseren is met andere woorden het creëren van condities die het de organisatie mogelijk maakt haar primaire taken (de voortbrenging van diensten en/of producten) te vervullen. Organiseren volgt de paden die door het ESH-model zijn uitgezet.

Realiseren

Wanneer missie en doelstellingen zijn geformuleerd, en de organisatie is ingericht, begint de fase van realisatie: het uitvoeren van het werk waartoe de organisatie is opgericht. Wat pathetisch gesteld: zijn bestaansrecht waarmaken! In modern jargon: doen waar klanten op zitten te wachten. Dat lijkt heel verheven maar draait bijna altijd om heel rudimentaire vragen. In gewoon plat Nederlands: Hoe gaan we onze patiënten verzorgen? Op welke wijze worden producten uit het magazijn verplaatst? Hoe worden data in de computer ingevoerd? Niet voor niets zegt Rudy Kor in een interview dat ‘management gewoon corvee is’.

ESH

Doelen formuleren, organiseren en realiseren zijn wel te onderscheiden maar niet te scheiden. Het zijn de ontwerpvariabelen die samen het ‘ESH-model’ vormen die de permanente samenhang binnen het ‘DOR-model’ waarborgen.

De nummers 51 t/m 60

51 Meesterlijk organiseren

Rudy Kor, Gert Wijnen, Mathieu Weggeman

52 Ons feilbare denken

Daniel Kahneman

53 Invloed

Robert Cialdini

54 Organisatiestructuren

Henry Mintzberg

55 De brug bouwen terwijl je erover loopt

Robert Quinn

56 Een compleet nieuw brein

Daniel H. Pink

57 Intuïtie

Malcolm Gladwell

58 Logica van het gevoel

Arnold Cornelis

59 Het geheim van teams

Jon Katzenbach, Douglas Smith

60 Doen!

Ben Tiggelaar

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden