Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort

E-book Epub met watermerkbeveiliging Nederlands 2019 9789013154917
Direct te downloaden

Samenvatting

In deze publicatie wordt de historische ontwikkeling van de administratieplicht plus de inhoud en reikwijdte van deze wettelijke verplichting belicht. De titel schetst de kaders waarmee de lezer kan beoordelen of aan de administratieplicht is voldaan. Dit is van groot belang voor eenieder die in aanraking komt met geschillen rondom administratieplicht.

Wanneer een rechtspersoon failleert is de curator verplicht te onderzoeken of een oorzaak daarvan kan liggen in het niet voldoen aan de administratieplicht. Welke overwegingen spelen een rol in dit oordeel?

Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort gaat in op de historische ontwikkeling, de inhoud en de reikwijdte van de administratieplicht. Hiernaast biedt de auteur handvatten voor het oordelen of er aan deze wettelijke verplichting is voldaan. Wanneer dit niet het geval is staat kennelijk onbehoorlijk bestuur vast en wordt vermoed dat dit een belangrijke oorzaak is van dit faillissement. Dit heeft financiële gevolgen voor de bestuurder.

Tot op heden was er geen recente dissertatie over de administratieplicht verkrijgbaar. Dit maakt de inhoud van deze titel van grote waarde is voor een breed lezerspubliek. Bestuurders en commissarissen, advocaten die bestuurders en commissarissen bijstaan als curatoren maar ook rechters die over geschillen rondom de administratieplicht moeten oordelen, zijn gebaat bij deze uitgave.

Specificaties

ISBN13:9789013154917
Taal:Nederlands
Bindwijze:e-book
Beveiliging:watermerk
Bestandsformaat:epub
Aantal pagina's:400
Druk:1
Verschijningsdatum:26-9-2019
Hoofdrubriek:Juridisch
ISSN:

Lezersrecensies

Wees de eerste die een lezersrecensie schrijft!

Geef uw waardering

Zeer goed Goed Voldoende Matig Slecht

Inhoudsopgave

WOORD VOORAF V
LIJST VAN GEBRUIKTE AFKORTINGEN XV

Hoofdstuk 1 Introductie en probleemstelling 1
1.1 Aanleiding 1
1.2 Achtergrond 5
1.3 Korte historie 9
1.4 Strafrecht 13
1.5 Probleemstelling 17
1.6 Afbakening 20
1.7 Plan van behandeling 24

Hoofdstuk 2 Civielrechtelijke administratieplicht 27
2.1 Inleiding 27
2.2 Wetboek van Koophandel 28
2.2.1 Van Koopmansboeken (1838) 28
2.2.1.1 De koopman en daden van koophandel 28
2.2.1.2 De koopman – natuurlijk persoon en/of rechtspersoon 34
2.2.1.3 Gedetailleerde verplichtingen 35
2.2.1.4 Conclusie 37
2.2.2 Modernisering van artikel 6 WvK (1922) 37
2.2.2.1 Grotere vrijheid in wijze van boekhouden 37
2.2.2.2 Drie belangrijke wijzigingen 38
2.2.2.3 De koopman – natuurlijk persoon en/of rechtspersoon 42
2.2.2.4 Conclusie 43
2.2.3 Van Koopmansboeken naar Van Boekhouding (1935) 43
2.2.3.1 De koopman verdwijnt uit het Wetboek van Koophandel 44
2.2.3.2 Een ieder die een bedrijf uitoefent 46
2.2.3.3 Een ieder die een bedrijf uitoefent – natuurlijk persoon en/of rechtspersoon 50
2.2.3.4 Naar de eischen van zijn bedrijf 51
2.2.3.5 Conclusie 52
2.2.4 Artikel 6 WvK vervalt (1994) 53
2.3 Burgerlijk Wetboek 53
2.3.1 Algemeen 53
2.3.2 Intermezzo: civielrechtelijke administratieplicht geïnspireerd op fiscale administratieplicht 54
2.3.3 Civielrechtelijke administratieplicht in Boek 3 BW (1994) 59
2.3.3.1 Boekhouden wordt administratie voeren 59
2.3.3.2 Een ieder die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefent 63
2.3.3.3 Zelfstandig beroep uitoefenen – natuurlijk persoon en/of rechtspersoon 64
2.3.3.4 Verplaatsing naar artikel 3:15i BW (2003) 67
2.3.4 Invoering civielrechtelijke administratieplicht in Boek 2 BW (1976) 68
2.3.4.1 Artikel 2:14 lid 1 (oud) BW (1976) 68
2.3.4.2 Aanpassingswet Boek 2 BW (1992) 70
2.3.4.3 Administratieplicht (1994) 71
2.4 Conclusie administratieplicht: vrijheid voor de administratieplichtige 73

Hoofdstuk 3 Artikel 2:10 leden 2 tot en met 4 BW 75
3.1 Inleiding 75
3.2 Wetshistorie artikel 2:10 leden 2 en 3 BW 75
3.2.1 Wetboek van Koophandel 75
3.2.1.1 Invoering 1838 75
3.2.1.2 Wetswijziging 1922 79
3.2.1.3 Wetswijziging 1935 81
3.2.1.4 Wetswijziging 1949 81
3.2.2 Boek 2 BW 82
3.2.2.1 Invoering 1976 82
3.2.2.2 Wetswijziging 1992 83
3.2.2.3 Wetswijziging 1994 83
3.2.2.4 Wetswijziging 1998 85
3.2.3 Boek 3 BW 86
3.2.3.1 Invoering 1994 86
3.2.3.2 Wetswijziging 2003 86
3.3 Wetshistorie artikel 2:10 lid 4 BW 86
3.4 Conclusie 89

Hoofdstuk 4 De verhouding tussen de artikelen 3:15i BW en 2:10 BW 91
4.1 Nevengeschikt of lex specialis 91
4.2 Parlementaire geschiedenis 91
4.2.1 Artikel 2:14 (oud) BW en artikel 6 WvK 91
4.2.2 Artikel 2:10 BW en artikel 3:15a/3:15i BW 92
4.2.3 Algemene wet inzake rijksbelastingen 93
4.2.4 Literatuur 95
4.3 Conclusie ten aanzien van nevenschikking of lex specialis 99

Hoofdstuk 5 De administratieplichtige buiten faillissement 101
5.1 Inleiding 101
5.2 De administratieplichtige naar Nederlands recht 101
5.2.1 Eenmanszaak 101
5.2.2 Contractuele samenwerkingsverbanden en personenvennootschappen 103
5.2.2.1 Huidig recht: contractuele samenwerkingsverbanden 104
5.2.2.2 Toekomstig recht: personenvennootschappen 109
5.2.3 De naamloze vennootschap en de besloten vennootschap 113
5.2.4 Vereniging, onderlinge waarborgmaatschappij, coöperatie en stichting 115
5.3 De administratieplichtige bij Europese entiteiten met statutaire zetel in Nederland 115
5.4 De administratieplichtige bij buitenlandse entiteiten 117
5.4.1 Boek 10 BW 117
5.4.2 Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen 124
5.5 De administratieplicht in concernverband 127
5.5.1 Begripsbepaling 127
5.5.2 De groep als normplichtige van artikel 2:10 BW en/of 3:15i BW 128
5.5.3 Conclusie 130
5.6 Samenvattend overzicht 131

Hoofdstuk 6 De insolvente administratieplichtige 133
6.1 Invloed insolventie op civielrechtelijke administratieplicht 133
6.2 Administratieplicht en faillissement 134
6.2.1 Positie curator 134
6.2.2 Artikel 2:10 BW tijdens faillissement 136
6.2.3 Artikel 3:15i BW tijdens faillissement 145
6.2.4 Faillissementswet en Recofa-richtlijnen 146
6.2.5 Eigen standpunt 148
6.3 Administratieplicht en surseance van betaling 150
6.3.1 Positie bewindvoerder 150
6.3.2 Artikel 2:10 BW tijdens surseance van betaling 150
6.3.3 Artikel 3:15i BW tijdens surseance van betaling 151
6.3.4 Faillissementswet en Recofa-richtlijnen 152
6.3.5 Eigen standpunt 153
6.4 Administratieplicht en schuldsaneringsregeling natuurlijke personen 153
6.4.1 Administratieplicht en aanvang schuldsaneringsregeling 154
6.4.2 Positie bewindvoerder in schuldsanering 155
6.4.3 Artikel 3:15i BW tijdens de schuldsanering 155
6.4.4 Faillissementswet en Recofa-richtlijnen 156
6.4.5 Eigen standpunt 157
6.5 Conclusie 157

Hoofdstuk 7 Administreren als elementaire bestuursverplichting 161
7.1 Administratie onmisbaar om te kunnen besturen 161
7.2 Van boekhouding naar administratie 162
7.3 Hoofddoelen voor het voeren van een administratie 168
7.3.1 Het besturen en beheersen van de onderneming 171
7.3.2 Het doen functioneren van de onderneming 173
7.3.3 Het afleggen van verantwoording 174
7.3.4 Conclusie 176
7.4 Redenen voor het verplicht voeren van een administratie 178
7.4.1 Voldoen aan de civielrechtelijke administratieplicht 178
7.4.2 Geheugen 178
7.4.3 Bewijsvoering 179
7.4.4 Vaststelling van grootte en samenstelling van kapitaal, vermogen en resultaat 180
7.4.5 Bescherming van crediteuren 181
7.4.6 Afleggen van verantwoording aan de curator 182
7.4.7 Vaststellen fiscale verplichtingen 183
7.4.8 Bijzondere wetgeving 183
7.4.9 Verkrijgen van statistisch materiaal 183
7.4.10 Conclusie 184
7.5 Aan administratie te stellen eisen 184
7.5.1 Wetboek van Koophandel 184
7.5.2 Algemene wet inzake rijksbelastingen 185
7.5.3 Boek 2 BW 186
7.5.4 Literatuur 186
7.5.5 Belgisch recht 187
7.5.6 Betrouwbaar, duidelijk en controleerbaar 187
7.6 Administratieplicht in het kader van de derde anti-misbruikwet 188
7.6.1 Bestrijding van misbruik van rechtspersonen 189
7.6.2 Schuldige verwaarlozing van de bestuurstaak 191
7.6.3 Administratieplicht ook relevant voor bonafide bestuurders 196
7.6.4 Wetsvoorstel bestuur en toezicht rechtspersonen 196
7.7 Conclusie 197

Hoofdstuk 8 Het object en de uitkomst van de administratieplicht 199
8.1 Inleiding 199
8.2 Object administratieplicht: de vermogenstoestand 201
8.2.1 De vermogenstoestand in 1922 201
8.2.2 De balans 202
8.2.3 De winst-en-verliesrekening 204
8.2.4 De vermogenstoestand als bedoeld in artikel 2:10 lid 1 BW 207
8.3 Object administratieplicht: alles betreffende de werkzaamheden, naar de eisen die voortvloeien uit die werkzaamheden 207
8.3.1 Alles betreffende de werkzaamheden 207
8.3.2 Beperking: naar de eisen van deze werkzaamheden 208
8.3.3 Belgisch recht 210
8.4 Verplicht te voeren en aanwezig te hebben administratie 210
8.4.1 Aanknopingspunten in de wetsgeschiedenis 211
8.4.2 Geen aanknopingspunten in de wetsgeschiedenis 212
8.4.3 Conclusie 217
8.5 Beperking 1: de aard van de werkzaamheden van de rechtspersoon 218
8.5.1 Typologie van de bedrijfshuishoudingen 218
8.5.2 Waardekringloop in de meest eenvoudige vorm 221
8.5.3 Handelsonderneming 223
8.5.4 Industriële onderneming 225
8.5.5 Agrarische en extractieve onderneming 228
8.5.6 Dienstverlenende onderneming 230
8.5.6.1 Dienstverlenende onderneming met een goederenbeweging 231
8.5.6.2 Dienstverlenende onderneming met beschikbaar stellen van ruimten 232
8.5.6.3 Overige dienstverlenende ondernemingen 232
8.5.7 Conclusie 233
8.6 Beperking 2: de omvang van de werkzaamheden van de rechtspersoon 234
8.6.1 Omvangsafhankelijke inrichtingsvoorschriften 234
8.6.2 De structuurrechtspersoon 236
8.6.3 Omvangscriteria voor vereenvoudigde administratievoering 237
8.6.4 Belgisch recht 239
8.6.5 Conclusie invloed omvang op administratieplicht 240
8.6.6 Gezond verstand bij toepassing 241
8.7 Uitkomst van de administratieplicht 243
8.7.1 Te allen tijde kunnen worden gekend 243
8.7.2 Achteraf aanvullen van administratie 246
8.7.3 Onbelangrijk verzuim 248
8.7.4 Conclusie 252
8.8 Procesrechtelijke aspecten 253
8.8.1 Inleiding 253
8.8.2 Er is geen administratie gevoerd 253
8.8.3 Administratie is deels gevoerd 254
8.9 Invloed accountantsverklaring 255
8.9.1 Controleverklaring 255
8.9.2 Beoordelings- of samenstellingsverklaring 259
8.10 De administratie in concernverband 260
8.10.1 Uitgangspunt: groep is geen normplichtige van artikel 2:10 BW 260
8.10.2 Concernleidingsplicht bestuurstaak groepshoofd 262
8.10.2.1 Ogem 262
8.10.2.2 Concernleidingsplicht ten aanzien van administratie 263
8.10.2.3 Tussenhoudstermaatschappijen 264
8.10.2.4 Buitenlandse groepsmaatschappijen 265
8.10.2.5 Niet tot de groep behorende deelnemingen 265
8.10.3 Reikwijdte artikel 2:10 BW voor het groepshoofd 267
8.10.3.1 Vermogenstoestand 267
8.10.3.2 Alles betreffende de werkzaamhede van de rechtspersoon 268
8.10.3.3 Obligo-administratie 269
8.10.4 De administratieplicht van het groepshoofd in de jurisprudentie 270
8.10.4.1 Van Gils 270
8.10.4.2 Landis 272
8.10.4.3 Aino 273
8.10.4.4 Soxx 274
8.10.5 Conclusie 276
8.11 Minimaal noodzakelijk aanwezige administratie 277

Hoofdstuk 9 De verplichting een balans en staat van baten en lasten te maken 281
9.1 Artikel 2:10 lid 1 BW en artikel 2:10 lid 2 BW 281
9.2 De jaarrekeningplicht 282
9.2.1 Privaatrechtelijke rechtspersonen naar Nederlands recht 282
9.2.2 Eenmanszaak, contractuele samenwerkingsverbanden en personenvennootschappen 282
9.2.3 Europese entiteiten met statutaire zetel in Nederland 283
9.2.4 Buitenlandse entiteiten 285
9.3 De verhouding tussen de administratie- en jaarrekeningplicht 285
9.3.1 Inhoud verplichtingen 285
9.3.2 De verhouding in literatuur en rechtspraak 287
9.3.2.1 Literatuur 287
9.3.2.2 Rechtspraak 290
9.3.3 Rechtspraak 292

Hoofdstuk 10 De bewaarplicht 293
10.1 Algemeen 293
10.1.1 De bewaarplicht in artikel 2:10 BW 293
10.1.2 Belgisch recht 294
10.2 Waar moet de administratie worden bewaard? 295
10.3 De bewaarplicht opgeschort tijdens faillissement 297
10.3.1 De curator neemt de administratie onder zich 297
10.3.2 Na afloop faillissement herleeft de bewaarplicht 300
10.4 De curator treft geen of geen volledige administratie aan 301
10.4.1 Procesrechtelijke positie 301
10.4.2 Voormalig bestuurder 302
10.4.3 De voormalig bestuurder in plaats van de katvanger 304
10.4.4 De bestuurder op het moment van faillietverklaring 306
10.5 Elektronische opslag en opslag in de cloud 308
10.5.1 Overbrenging moet juist en volledig plaatsvinden 309
10.5.2 Beschikbaarheid en leesbaarheid 310
10.5.2.1 Gegevensdragers/cloud behoren toe aan groepsmaatschappij 312
10.5.2.2 Externe cloud provider 313
10.6 Conclusie 314

Hoofdstuk 11 Slotbeschouwing 317

Hoofdstuk 12 Samenvatting 325

Hoofdstuk 13 Summary 333

Lijst van geraadpleegde bronnen 341
Lijst van geraadpleegde jurisprudentie 361
Curriculum Vitae 373

Managementboek Top 100

Rubrieken

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden

        Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort