Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Recensie

Veranderen van maatschappelijke organisaties

‘Het enige constante is verandering.’ ‘We veranderen om hetzelfde te blijven.’ ‘Het enige gevaarlijker dan veranderen is niet veranderen.’ Deze clichés hebben zich géén weg gebaand in Jaap Boonstra’s nieuwste boek over verandering in maatschappelijke organisaties.

Stefanie Beyens | 21 maart 2017 | 3-4 minuten leestijd

In plaats daarvan bieden veranderkundige Boonstra en co-auteurs een zorgvuldig opgetrokken theoretisch kader met een rijkdom aan strategieën om organisatieverandering tot een goed einde te brengen. Maar het boek gaat verder. Ervaringsdeskundigen – bestuurders die verandering moesten realiseren in hun organisatie – vertellen hun verhaal. Een titel dekte zelden zo goed de lading als deze: Veranderen van maatschappelijke organisaties. Praktische concepten en inspirerende praktijkverhalen.

Maatschappelijke organisaties moeten zich staande houden in een wereld gekenmerkt door snel op elkaar volgende kenteringen en omwentelingen. Ook de bestuurskunde ontsnapt daar niet aan. Nu we het New Public Management verhaal achter ons gelaten hebben, zorgt de nieuwe nadruk op publieke waarde voor een blik naar buiten. Dat heeft gevolgen voor de inrichting van maatschappelijke organisaties. Waartoe zijn we op deze aarde? Deze vraag is bestuurders, medewerkers en ketenpartners van maatschappelijke organisaties uiteraard niet vreemd. Maar de vraag naar de zijnswaarde van een maatschappelijke organisatie is nu in relatieve termen geformuleerd. Immers, de nadruk in het publieke waarde paradigma ligt meer op de relatie met de klant, met de burger, met de buitenwereld dan vroeger het geval was. Dit boek erkent de complexe gevolgen die deze maatschappelijke verschuivingen hebben op organisaties. Het helpt de lezer om er betekenis aan te geven en het doet verandering in deze organisaties behapbaar lijken met behulp van de spelmetafoor.

Dat veranderingen van en binnen maatschappelijke organisaties niet in een vacuüm plaatsvinden ligt voor de hand. Wat niet vanzelfsprekend is, is hoe die complexe dynamiek bevattelijk te maken. Enerzijds wijzigt het speelveld van markt, overheid en gemeenschap de rol en positie van maatschappelijke organisaties; anderzijds meten deze organisaties zich geen passieve rol aan, maar (her)vormen ze het landschap mee. Om duidelijk te maken hoe maatschappelijke organisaties in deze context betekenisvol en duurzaam kunnen veranderen, gebruikt Boonstra een tweevoudige strategie.

In het eerste deel van het boek doet hij een beroep op collega-vorsers. De wetenschappelijke onderbouwing van de vele verandermodellen blijft discreet op de achtergrond in eindnoten terwijl de auteurs zowel de buiten- als de binnenwereld van organisaties oproepen. Zo is er aandacht voor de context waarin organisaties zich bevinden (speelveld, belangenspel). Ook belichten de auteurs de realiteit binnen maatschappelijke organisaties (spelpatronen, boven- en onderstroom, werkgemeenschappen) en hoe nieuwe maatschappelijke issues tot verandering nopen (meer klantgericht, niet meer autonoom maar samenwerken binnen netwerk). Dit eerste deel mondt uit in het overkoepelende model van organisatieverandering als spel. Bijzonder is dat het resultaat van dit eerste deel niet iets is in de trant van ‘volg dit recept en alles komt goed.’ Integendeel. Boonstra en coauteurs besteden aandacht aan de nood om de juiste strategie aan de juiste context te verbinden. De visuele hulpmiddelen (bijvoorbeeld diagrammen, woordvelden, tabel met alle veranderstrategieën) houden het geheel overzichtelijk, net als de praktijkvoorbeelden waarmee kinken in de kabel als leermomenten een vertaling krijgen.

Het tweede deel van het boek is helemaal aan de ervaringsdeskundigen overgelaten, met succes. Bestuurders die zelf veranderingen hebben begeleid tonen het nut aan van de spelmetafoor. De overlevingsstrijd van woningcorporatie Rochdale, bijvoorbeeld, illustreert hoe te wegen op de context in een crisissituatie, wat het is om van veranderstrategie te wisselen tijdens het proces, en hoe een terugkeer naar de oorspronkelijke missie de interne legitimiteit terugbrengt. Spirit Jeugdhulp is dan weer een voorbeeld van hoe impact hebben en spelplezier samengaan met als resultaat een flexibele maar duurzame organisatie die zich op de toekomst richt.

Boonstra belicht in een kort derde deel nog eens hoe de spelmetafoor veranderingen in maatschappelijke organisaties kan begeleiden, waarmee hij de lezer een menu aanbiedt van (mogelijke) stappen om te zetten.

Opmerkelijk aan een boek waarin ook de leiders van veranderde organisaties uitgebreid het woord nemen is dat er veel aandacht is voor obstakels, verkeerde keuzes op verkeerde moment en rechtgezette fouten. Samen met de diversiteit aan aangeboden veranderstrategieën en spelregels maakt deze transparantie Veranderen van maatschappelijke organisaties uitermate geschikt voor veranderaars.

Dr. Stefanie Beyens is als Postdoc onderzoeker verbonden aan het Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap - Public Governance and Management (USBO) van de Universiteit van Utrecht.

Over Stefanie Beyens

Dr. Stefanie Beyens is als Postdoc onderzoeker verbonden aan het Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap - Public Governance and Management (USBO) van de Universiteit van Utrecht.

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Boek bij dit artikel

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden