Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
30 oktober 2018 | Elly Stroo Cloeck

Stel, je bent dol op kaas. En wie is dat nu niet? Je hebt ook een grote voorraad kaas. En opeens…is die voorraad op! Gepikt? Wat nu? Ga je op zoek naar nieuwe kaas? Of ga je de situatie analyseren, vraag je je af hoe dan nu kan? Of verwacht je dat er wel opeens nieuwe voorraad zal komen?

In Wie heeft mijn Kaas gepikt, van Spencer Johnson en Kenneth Blanchard, wordt een parabel met dit dilemma gepresenteerd. Deze klassieker uit 1998 geeft heel kort en krachtig weer wat de invloed van verandering is op ons leven, zakelijk èn privé, en hoe je daar op kunt reageren.

Het boek begint met een middelbare-schoolreünie. De oud-klasgenoten verbazen zich over het leven, wat toch anders loopt dan ze zich hadden voorgesteld. Ze merken op dat ze zich tegen alle verandering verzetten. Eén van hen zegt wèl goed met verandering te kunnen omgaan, omdat hij ooit de Kaas-parabel hoorde en er lering uit trok.

De Kaas-parabel gaat over 2 muizen en 2 minimensjes die in een doolhof wonen, vol met donkere gangen en doodlopende weggetjes. Elke dag rennen ze in hun mini-joggingpakjes en op hun mini-sportschoentjes door het doolhof op zoek naar Kaas. Op een dag vinden ze een grote voorraad. De muizen rennen er elke dag heen, maar de minimensjes doen het kalm aan, tenslotte is de voorraad zo groot dat die er altijd wel zal zijn. Niet dus. De muizen rennen onmiddellijk het doolhof weer in op zoek naar nieuwe Kaas. De minimensjes blijven achter en denken na over de situatie. Wie heeft hun Kaas gepikt? En wanneer brengt diegene de Kaas terug? Pas na lange tijd accepteert één van de twee de situatie en gaat het enge doolhof weer in op zoek naar Kaas. Hij overwint zijn angst en stelt zich de nieuwe Kaas zo duidelijk mogelijk voor; dat houdt hem, uitgehongerd als hij is, op de been. Uiteindelijk vindt hij nieuwe Kaas, èn de twee muizen, die hier al weken van lopen te smikkelen. Wat is het lot van het andere minimensje?

Het boekje eindigt met de oud-klasgenoten die het geleerde op zich in laten werken en de Kaas-lessen ook voor de lezer, vertalen naar hun zakelijke en privé leven. Ze zien veel parallellen met het gedrag van het vierde minimensje, dat zelfs bij grote problemen (hongerrrrr!) nog niet in beweging wil komen.

De lessen die worden gepresenteerd zijn herkenbaar: Alles verandert. Houd rekening met verandering. Houd de veranderingen in de gaten. Pas je snel aan. Verander zelf mee. Verandering is leuk! Blijf klaarstaan.

Het hoofdstukje over ‘Overwin je angst’ geeft mooi weer hoe je zelf kunt veranderen. Minimensje vroeg zich af: wat zou ik doen als ik niet bang was? Het doolhof in! Nu is hij onderweg in het enge doolhof, maar vindt het toch beter dan Kaasloos thuis zitten. Dat rennen door die gangen was ook altijd leuker dan je alleen maar vol te proppen met Kaas. Nu realiseert hij zich ook dat de voorraad niet van het een op het andere moment was verdwenen, het beschimmelde waarschijnlijk ook al, maar hij had er gewoon niet op gelet. Dat hadden die muizen zeker wèl gezien, die waren zo snel weer op jacht gegaan.

Het boekje is erg compact (89 bladzijden) en vrij simpel geschreven, zoals een parabel hoort te zijn geschreven. De lessen zijn in tekeningen (van Kaas natuurlijk) verpakt, wat het erg aansprekend maakt. Je leest het in een uurtje uit, maar over de geleerde lessen kun je natuurlijk langer doen. Mij sprak met name het beeld aan van de vier Kaaseters die elke dag hun buik volproppen, lui worden, alles vanzelfsprekend vinden. Het is hùn Kaas, ze hebben recht op die Kaas, die kaas zal er altijd zijn. Zo’n zelfgenoegzaamheid is dus gevaarlijk. Het boekje is heel goed te gebruiken als je in je organisatie voor veranderingen staat en hierover met collegae wilt praten: als iedereen dit boekje leest heb je een gemeenschappelijk referentiekader.

Houd je niet van Kaas? Kaas is hier de metafoor voor alles wat we in het leven nastreven: een interessante been, warme relatie, geld, bezit, gezondheid…. Daar houd je wèl van!

7 juli 2011 | Dorien van Doorn

Managers zijn gewend om op rationele wijze de organisatie een hun eigen taken daarin te benaderen. Dat geldt ook voor de privésituatie. Soms echter zijn de veranderingen zo groot, dat er een meer gevoelsmatige manier van benaderen gewenst is om het veelomvattende te kunnen bevatten als persoon. 'Wie heeft mijn kaas gepikt?' biedt een goede weg om het allemaal eens uit je gevoel te benaderen.

Soms zijn veranderingen van dien aard, dat ze niet rationeel te bevatten zijn. Wanneer de manager dan niet in staat is om de veranderingen op een gevoelsmatige manier te benaderen en te ondergaan, dan ontstaat er een impasse. Om weer in het nu van de situatie te komen, zoekt de manager naarstig naar verklaringen, naar uitleg en naar begrip. Die zoektocht is vaak nutteloos. Wanneer de uitleg niet gezocht wordt maar gewoon meteen in de huidige situatie van het nu wordt gestapt, dan kunnen weer meters worden gemaakt. Gevoelsmatig zijn managers daar in veel situaties niet toe in staat. Er bestaat een verlangen om de situatie te begrijpen en liefst te beheersen. Bij grote veranderingen of veranderingen die van buiten komen is dat vaak niet mogelijk.

Als dit herkenbaar klinkt dan is het misschien eens tijd om . 'Wie heeft mijn kaas gepikt?' van Spencer Johnson en Kenneth Blanchard te lezen. In het boek wordt op metaforische wijze beschreven hoe de werkwijze is van de rationele manager die zijn weg zoekt in de verandering en hoe de tegenpool van deze manager zijn weg vindt. 4 muizen spelen de hoofdrol. De situaties worden op prettige, soms komische wijze beschreven. Waar nodig wordt gepast gechargeerd.

Het boekje is heel eenvoudig. Iedereen zal momenten hebben in het boek die herkenbaar zijn. Door de luchtige en nuchtere wijze van beschrijven van de gang van zaken bij de 4 muizen, komt de lezer tot inzichten, die heel voor de hand liggend zijn, en heel bruikbaar in de positie waar een manager zich soms bevindt.

12 juni 2005 | Peter de Roode

Het verhaal van Spencer Johnson (het verhaal is opgedragen aan Blanchard) is een fraaie metafoor voor de wijze waarop mensen veranderingen ervaren. Alle ingrediënten die een verandering toebehoren, worden in het kaasverhaal zeer herkenbaar beschreven. 'Wie heeft mijn kaas gepikt' beschrijft de primaire reactie van mensen om zich af te zetten tegen de verandering en de stappen die gezet moeten worden om weer verder te kunnen gaan. De kaas staat daarbij voor 'de comfortzone' waarin mensen verkeren, die ze niet willen opgeven.
Te denken dat je kaas gepikt is, legt de schuldvraag bij anderen neer. De wijze waarop die aanname door Johnson ontkracht wordt is in al zijn eenvoud briljant. Het zeer lezenswaardige boekje is daarom zeer geschikt om de discussie over veranderingen op een natuurlijke manier aan de orde te stellen.

De context: een doolhof, twee muizen, twee minimensjes en kaas. Meer is blijkbaar niet nodig om de angstige mens in veranderende arbeidsorganisaties te typeren. Wanneer een situatie verandert zijn we blijkbaar geneigd -net als in een rouwverwerkingsfase- eerst te ontkennen dat ons iets is overkomen. Daarna worden we boos en vragen we ons af hoe het nou kan dat toevallig wij het kind van de rekening zijn. Die slachtofferrol beschrijft Johnson meesterlijk. Het zal de lezer niet verbazen dat de twee minimensjes er aanvankelijk weinig van terecht brengen wanneer eenmaal blijkt dat in het doolhof hun kaas weg is. De muizen daarentegen gaan gewoon zoeken, en slaan van meet af aan nieuwe wegen in en zijn geen moment in paniek. De twee minimensjes staan model voor alle typen medewerkers: van hoog tot laag opgeleide tot en met medewerkers die jarenlang bij een organisatie in dienst zijn of die net zijn binnengekomen.

Een van de wijze lessen die de auteur de lezer meegeeft is dat je met oude opvattingen geen nieuwe (kaas) kunt vinden. Het proces van gefocust zijn op de oude situatie en ten slotte -noodgedwongen door verzwakking - de blik richten op de nieuwe wordt goed uit de doeken gedaan. Zolang de angst ons denken beheerst komen we tot niets. We zullen dat zelf moeten onderkennen.

Johnson deelt daarbij de visie van Robert Quinn die stelt dat er maar één verantwoordelijk is voor het veranderingsproces en dat ben jezelf. Veel (recente) managementonderzoeken beweren juist dat de manager het grote probleem is. Deze zou geen verantwoording nemen, een verkeerde leiderschapsstijl hebben, niet kunnen coachen en niet goed omgaan met sturingsinformatie. Wellicht is dat allemaal waar maar het is niet de essentie van het probleem. De mens in organisaties die vol zelfbedrog zichzelf niet in de spiegel kan kijken en als de dood is voor veranderingen, dat is hèt grote probleem waarmee organisaties te kampen hebben. Johnson heeft maar weinig tekst nodig gehad om deze zeer krachtige boodschap goed te communiceren. Eigenlijk zou elke organisatie haar medewerkers dit boek cadeau moeten doen en dan de dialoog aangaan. Elke medewerker zal voor zichzelf goed kunnen vaststellen met wie hij zich identificeert: met de minimensjes of de muizen. Maar of hij bereid is dat te eerlijk te zeggen...?

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden