Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Recensie

Media morgen - de media op hun kop

Je hoeft geen rocket science gestudeerd te hebben om te zien, dat het medialandschap een ingrijpende wijziging aan het ondergaan is. Jo Caudron beantwoordt in 'Media Morgen, De media op hun kop' de prangende vraag of de klassieke media de radicale impact van internet, social media en mobile zullen overleven. Een zeer persoonlijk verlanglijstje.

Bert Thiel | 16 maart 2012

De chaostheorie: een vleugelslag van een vlinder in de Amazone kan een storm veroorzaken op de oceaan. Net zo, schrijft Jo Caudron in de inleiding van 'Media Morgen, De media op hun kop', kunnen 'kleine wijzigingen … voldoende zijn om businessmodellen te doen wankelen.' Gepassioneerd als hij is voor technologische veranderingen en media schetst hij nieuwe perspectieven voor en mogelijke contouren van het nieuwe medialandschap. Hij is gedreven en enthousiast, het boek leest als een trein en toch heeft het me niet overtuigd. In een inleidend hoofdstuk beschrijft Caudron door welke vleugelslagen van welke vlinder de storm zal opsteken: zijn drivers of change. Kort gezegd komt het erop neer, dat de consument de baas wordt in medialand. Niet langer bepalen mediatycoons, krantenmagnaten en handige reclamejongens wat we zien, lezen of kopen – de mondige, digitale burger weet drommels goed wat hij (of zijn sociale netwerk) wil en hoe en waar hij dat kan krijgen. Ik heb er wat van meegenomen. Ik heb me bijvoorbeeld nooit gerealiseerd, dat ik altijd voor de vorm en nooit voor de inhoud betaal: nieuws is gratis, maar de dagelijkse papieren krant niet. Ik maak iedere maand een leuk bedrag over aan mijn provider, een bedrag uitsluitend gebaseerd op mijn up- en downloadsnelheid en niet op wat ik naar binnen trek of naar buiten gooi. Of dat het allemaal anders kan: dat geweldige verhaal over die ijsboer die Twittert en Facebookt dat hij eraan komt en niet meer ter plekke gaat staan rinkelen met zijn bel (en die een prijs moet krijgen voor zijn naam: Socialijs.) Of het scherpe inzicht, dat de middenstand door schaalvergroting de menselijke maat verloren is. De kaasboer vroeger op de markt kende onze voorkeuren, ried ons soms wat nieuws en soortgelijks aan en vroeg bezorgd of alles wel in orde was, als we ineens onze vertrouwde yoghurt niet meer kochten. Grootgrutters hebben die kennis niet meer. Maar Google+ en Facebook zouden dat gat goed kunnen vullen. Ten slotte behandelt Caudron vele relevante vragen: Waarom betalen we voor het totale televisieaanbod en kunnen we geen pakketten nemen die passen bij ons kijkgedrag? Waarom is een krantenapp nog steeds niet veel meer dan een krant op een tablet? Waarom zijn er nog geen echte mogelijkheden om een tablet als second screen te gebruiken en wat zouden we daarmee kunnen? Ja! Maar tegelijkertijd overvalt me bij het lezen ook een vreselijk gevoel van heimwee. Hoe heerlijk was het niet, toen we in de vroege jaren zeventig de keuze hadden uit twee zenders op een zwart-wittoestel, als om half zeven de uitzendingen begonnen en de 'lampen' nog 'warm moesten worden'? Wat geeft een groter weekendgevoel dan op een zaterdagmorgen de krant van de deurmat te rapen, de hond uit te laten en dan thuisgekomen met een kop koffie fijn zwarte handen te krijgen? Wat vervangt de geur van een nieuw boek? Komt de immer toeziende Big Brother niet erg dichtbij? Een behoorlijk bezwaar vond ik de uitsluitend Vlaamse oriëntatie van het boek. Het vereist even wat vertaalslagen om precies aan te voelen of voor Radio 1 geldt wat voor StuBru geldt. Of wat de verhouding tussen Canvas, Ketnet en VRM nu precies is – maar het charmante taalgebruik vergoedt veel. Het boek overtuigde me vooral niet, omdat het me moeilijk zo niet onmogelijk lijkt serieus iets te beweren over de toekomst. Resultaten uit het heden bieden immers geen garantie voor de toekomst. Of zoals een columniste van de Volkskrant het onlangs zei: 'We herkennen een economische crisis nog niet als hij met twee armen in de lucht joehoe-schreeuwend op ons komt afgerend.' Als je twee punten in een plat vlak kent, kun je daar een mogelijke lijn door tekenen. Pas als je de formule kent, weet je of het een rechte of een hyperbool is. En daarom: tot we die achterliggende formule ontcijferd hebben, rest ons niets dan te dromen over de toekomst. Voor wie Caudrons passie voor piepende apparaatjes deelt, kunnen dat hele mooie dromen zijn.

Over Bert Thiel

Bert Thiel (1961) studeerde Nederlandse taal- en letterkunde. Hij doceerde Nederlands op verschillende opleidingen. 

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden