Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Recensie

De zeven vinkjes - ‘Hoera voor Joris’

Bijna had ik dit boek niet gelezen. Ik dacht er weinig nieuws in aan te treffen. Discriminatie, het old boys network: wat zou er voor mij nog te leren zijn? Een kennis haalde me over dit boek tóch snel te lezen. Gelukkig maar! Want De zeven vinkjes van Joris Luyendijk gaat veel verder dan deze thema’s.

Elly Stroo Cloeck | 6 juli 2022 | 6-8 minuten leestijd

De zeven vinkjes gaat niet zozeer over discriminatie, maar over kansenongelijkheid. Dat is een stuk subtieler. Joris stelt dat je de beste kansen hebt als je: 1. Man, 2. Hetero en 3. Wit bent. Als je daarbij 4. Gymnasium of vwo, en 5. Universiteit hebt gedaan. En als je ten minste één ouder hebt die 6. Hoogopgeleid en/of welgesteld is en 7. In Nederland geboren is.

Gymnasium of vwo

Eén van de vinkjes is dus gymnasium of vwo. Joris deed (stand-alone) gymnasium, maar … kreeg vanuit de CITO score een havo/vwo-advies. Zijn leraar zei: onzin, hij had een slechte dag en kan best naar het gymnasium. Hoera voor Joris! Veel landgenoten met 'buitenlandse' ouders maken het omgekeerde mee: een hogere CITO-score dan Joris en een lager schooladvies. Niet uit kwade wil, maar omdat door een andere cultuur of door lagere taalvaardigheid (omdat thuis geen Nederlands gesproken wordt) het beeld van hen anders is. En vanuit hun (Turkse of andere) cultuur is autoriteit tegenspreken hen niet met de paplepel ingegeven. En in het algemeen staat op je CV ‘stapelonderwijs’ niet zo goed, dus doe je uiteindelijk, na mavo en havo, tóch vwo, dan heb je toch een achterstand.

Zit je eenmaal op het gymnasium, of vwo, dan liggen er andere gevaren op de loer. Bijvoorbeeld: als vrouw ‘ben je niet goed in wiskunde’ en dat kan het advies over je vakkenpakket en dus je latere carrière beïnvloeden. Joris noemt een aantal voorbeelden van vrouwen waar dit speelde.

Universiteit

Bj het vinkje ‘universiteit’ gaat niet alleen om de opleiding. Het gaat ook om randzaken: een bestuursfunctie bij een studentenvereniging gedaan te hebben. Om het netwerk ‘studievriendjes’ dat je opbouwde. En het gaat óók om een jaar aan een buitenlandse universiteit gestudeerd te hebben (als je ouders welgesteld genoeg waren om dat te betalen). Om een tweede studie gedaan te hebben (in plaats van een bijbaantje te hebben om je studentenkamer te betalen). Deze omstandigheden geven je extra kansen bij sollicitaties.

Klassen-migrant

Het boek barst van de voorbeelden hoe een ‘gebrek’ aan welgestelde of hoogopgeleide ouders je kansen vermindert, ook al klim je zelf wél op naar hoogopgeleid en/of welgesteld. Het beschikbare netwerk van familie, en vrienden van je familie, is het meest opvallend, ik schrik bijna als ik lees wie er allemaal familie van Joris is. Zo’n netwerk met ‘machtige’ functies geeft ook zelfvertrouwen: natuurlijk kun je minister worden, neef Wouter is het ook. En Commissaris van de Koningin, ook best haalbaar, die gezellige oom Henk is het ook. Je ziet meer opties voor je carrière, daarnaast voel je je van nature op je gemak bij ‘dit soort mensen’. Hoera voor Joris! Dit vinkje was voor mij een belangrijk leerpunt: dat je jezélf die kansen niet geeft of niet kunt geven. Het heeft niets meer met discriminatie door anderen te maken, je beperkt jezelf, onbewust.

Diversiteit

Bepaald boeiend zijn de vragen die Joris opwerpt over onze aanpak van diversiteit. De 7-vinkers vertegenwoordigen maar 3% van de bevolking. Mooi is dus de verplichting van vrouwen in de top van het bedrijfsleven, toch? In de praktijk, stelt Joris, zijn dit 6-vinkjes-vrouwen. Of een allochtoon aannemen: een 6-vinkjes-allochtoon. Dat schiet niet zo op, deze groepen vertegenwoordigen ook maar 3% van de bevolking. Juist de vrouwen/ allochtonen die ook nog klasse-migranten zijn of andere ‘ontbrekende vinkjes’ hebben, kunnen échte diversiteit toevoegen. Daarbij hebben zij bijzonder veel aanpassingsvermogen, wat 7-vinkers niet hebben (en 6-vinkers wel, maar waarschijnlijk minder). Zou dat geen nuttige eigenschap zijn?

Het Guardian-gevoel

Waarom zou een 7-vinker over diversiteit en kansenongelijkheid schrijven? Joris komt voor het eerst in zijn leven in aanraking met het gevoel van afwijzing, van er niet bijhoren, als hij in Engeland voor The Guardian columns schrijft over de bankiers van Wall Street. Hij was in de zevende hemel met die aanstelling, hoera voor Joris! Na ruim 2 jaar concludeert hij dat het niet klikt, dat hij niet zo succesvol kan zijn als zijn collegae. Zijn voorstellen worden niet geïmplementeerd, en niemand kan hem vertellen wat eraan mankeert.

Dat Joris uitstekend Engels spreekt, universitair geschoold is en uit een hoogopgeleid en welgestelde familie komt, helpt allemaal niet. Wat hij ook probeert, hij zal zich nooit ‘codes’ van de hogere middenklasse in Engeland eigen kunnen maken, codes die zijn collegae wèl beheersen, door hun nest, hun scholen (‘Oxbridge’), hun taalgebruik. Joris komt uit Nederland, en is niet opgegroeid met die codes. Zijn leidinggevenden kunnen hem niet helpen, zij zijn zich niet bewust van die codes, als een vis dat het begrip water niet kent. Hij trekt zich wat terug, doet geen presentaties meer, komt niet meer met voorstellen, wordt steeds minder zichtbaar. Hij neemt ontslag. Niks hoera voor Joris. Maar wel aanleiding om (flink wat jaren later) onderzoek te doen naar dit fenomeen.

Antropologisch onderzoek

Joris is antropoloog en onderzoekt in dit boek primair zijn eigen ‘soort’: de 7-vinkers. Hij stelt vast dat deze kleine groep mannen een ongelofelijk groot deel van ‘de elite’ uitmaakt, en dat dit nog meer is dan vroeger. Ik heb bewondering voor de manier waarop hij zich in alle eerlijkheid afvraagt in hoeverre dit te maken heeft met prestaties en in welke mate met meer kansen krijgen. Goed is dat hij altijd met zichzelf begint (‘Hoera voor Joris’) en identificeert welke mazzel hij heeft gehad. Daarbij toont hij met veel voorbeelden aan dat er veel anderen zijn die minstens zo ‘goed’ zijn, en deze mazzeltjes, kansen, niet hebben gehad en dus een langere, moeilijkere weg moesten afleggen. En natuurlijk roept dat de vraag op hoeveel anderen, die geen 7 vinkjes hebben, niet de carrière kunnen maken waar ze recht op hebben. En of daar wat aan te doen is.

Niet meer onschuldig

Ik ben een bevoorrecht persoon en heb uitstekend carrière gemaakt en me nooit gediscrimineerd gevoeld. En toch broeit er nu iets. Want: maar 4 vinkjes. Wat als …?? En het Guardian-gevoel ken ik. O ja! Dat gevoegd bij alle voorbeelden die Joris geeft van aantoonbare kansenongelijkheid heeft me aan het denken gezet. Niemand heeft alles alleen maar aan zichzelf te danken. En er is meer dan discriminatie en expliciete kansenongelijkheid. Ik ben nu niet meer onwetend, onschuldig. En dat geeft de morele verplichting er wat aan te doen.

Zelf ontdekken

Diversiteit, inclusie, kansenongelijkheid, het zijn en blijven relevante thema’s. Dit boek brengt wat nieuws, omdat het vanuit die niet-gediscrimineerden en kansrijken is ingestoken. Het laat je denken over je eigen carrière en die van anderen. Hoeveel kansen heb je gehad, en hoeveel (misschien) niet? Ken je het Guardian-gevoel, en wat was het resultaat? En hoe zou dat voor anderen zijn?

De 7 vinkjes is in dezelfde stijl geschreven als Joris' voorgaande boeken. Hij neemt je bij de hand in zijn onderzoek, je leert wat hij leert, denkt na over dezelfde vragen. Geen lesje van de expert, maar zelf ontdekken. Hij profileert zich ook niet als de expert, want met 7 vinkjes blijft het lastig je in de 7-min-vinkjes te verplaatsen. Het maakt het een prettig leesbaar, goed onderbouwd en leerzaam verslag. En: relatief compact, je leest het in 2 uur. Zo blijft er meer tijd over om erover na te denken.

Ik heb altijd wat te mopperen over typefouten en slecht lopende zinnen, maar in dit geval niet. Het is zeer goed verzorgd, ik heb er niets op aan te merken! Pluim voor uitgeverij Pluim.

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden