Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Interview

Het leiderschap van Olivier B. Bommel

Je moet er toch niet aan denken: brekebeen Olivier B. Bommel als geboren leider. Toch denkt Rolf Mulder daar fundamenteel anders over. In zijn boekje ’t Wordt tijd dat ik de leiding neem, bombardeert hij Bommel tot ultiem leiderspersoon. ‘Hij denkt in teams.’

Ronald Buitenhuis | 28 april 2011 | 2-3 minuten leestijd

Dat moet wel een grap zijn. Bommel als leider op een zelfde voetstuk zetten als Obama en Mandela?
Ik meen het toch wel serieus. We hebben een heel romantisch en positief beeld ontwikkeld over leiderschap en management, inclusief allerlei heldhaftige eigenschappen. Maar leiderschap is geen vuilnisvat van mooie eigenschappen. Managers zijn veelal normale ordinaire mensen met veel incompetenties. Bommel is inderdaad een antiheld, maar hij heeft wel de gave om mensen mee te krijgen. Hij valt van avontuur in avontuur, maar uiteindelijk lukt het allemaal wel omdat hij medewerking krijgt.

Maar is dat dankzij of ondanks?
Dankzij. Bommels gave is om medewerking te krijgen van Tom Poes en andere figuren. Bommel is onhandig en incompetent, maar hij durft hulp te vragen en krijgt ook medewerking. Het team gaat als een speer en volgens mij is dat de essentie van leiderschap: medewerking creëren.

Bommel roept een soort oerreflex op. Mensen willen graag ‘zwakkeren’ helpen. Dat is toch in contrast met wat we tegenwoordig van een leider verwachten: sterk en richtinggevend zijn.
Het boekje is ook mede bedoeld om dat beeld te nuanceren. Managers, leiders, kunnen domweg niet voldoen aan alle eisen die vandaag de dag worden gesteld. Toch geloven mensen erin en gaan naar cursussen en trainingen om zichzelf te verbeteren. Maar het lukt gewoon niet. Het is een wensbeeld dat niet realistisch is. Ik wil daar de spanning afhalen. Het gaat minder om wat je kunt als leider en het gaat meer om hoe je omgaat met je niet kunnen. In zekere zin moeten leiders een stapje terug doen. Het gaat om bescheidenheid en je team om hulp te vragen.

U maakt in je boek verschillen tussen mensen die leiding willen geven en mensen die leiding kunnen geven. 75 procent wil het wel, maar kan het niet. Slechts vijf procent wil en kan het. Bommel wil wel, maar kan het toch ook niet?
Door zijn niet kunnen weet Bommel mensen mee te nemen. Die 75 procent is gebaseerd op al die lijstjes met competentie-eisen om leiding te kunnen geven. Mijn stelling is dat 75 procent daar dus absoluut niet aan voldoet. Dat is ook niet erg, het gaat om als gezegd medewerking creëren. Het gaat om de stille leiders op de achtergrond. Bommel weet heel goed om te gaan met zijn niet kunnen. Tegelijkertijd is hij wel degene die de lijnen uitzet. Hij zet doelen en heeft alleen anderen nodig om het uit te voeren.

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden