Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Recensie

Talent: een complex en veelomvattend begrip

Talent heb je of niet. Die overtuiging wordt waarschijnlijk even vaak bestreden als omarmd. Voor de auteurs van De talentcoach (‘Hoe signaleer en ontwikkel je talenten in organisaties?’) is er echter geen twijfel mogelijk: talent gaat over die eigenschappen en vaardigheden waarvoor we een aangeboren eigenschap hebben. Met hun boek nemen zij de lezer mee in een ontdekkingstocht naar inzicht in het menselijk talent.

Bert Peene | 14 januari 2016 | 3-5 minuten leestijd

De wereld verandert voortdurend en dat stelt niet alleen steeds weer nieuwe eisen aan bedrijven en organisaties maar ook aan de mensen die er werken. Tel daarbij op de gevolgen van de vergrijzing en de wetenschap dat slechts een beperkt deel van de beroepsbevolking tot de echte talenten gerekend mag worden en het zal duidelijk zijn dat het identificeren, ontwikkelen en optimaal inzetten van talent een opgave is die de hoogste prioriteit verdient. Talentmanagement is dan ook hot en het aantal publicaties groeit snel. Daarbij ligt de nadruk vooral op het strategisch aspect: hoe kun je talentmanagement zo inrichten dat optimaal wordt bijgedragen aan de organisatiedoelstellingen. Op die manier is een multidisciplinair palet van inzichten ontstaan afkomstig uit de bedrijfskunde, (sociale) psychologie en economie.

Merkwaardig genoeg wordt de sportwereld vaak overgeslagen, terwijl daar toch al jaren op wetenschappelijk niveau onderzoek wordt gedaan naar wat van een sporter met talent een topsporter maakt. Die inzichten moeten toch ook voor het bedrijfsleven bruikbaar gemaakt kunnen worden. De bedrijfsatleet van Koen Gonnissen en Alain Goudsmet, dat in 2013 verscheen, was daartoe een dappere poging, maar hun boek bleef vrijwel onopgemerkt. Noem het maar een gevolg van de Wet van de Remmende Voorsprong.

In ieder geval proberen beide auteurs het opnieuw, deze keer gesteund door Jan van Zwieten en Karin Legemate, met De talentcoach. Alle vier werken ze voor of samen met het Mentally Fit Institute dat werd opgericht om inzichten opgedaan in het coachen van sporters ook toe te passen in andere sectoren. Hun uitgangspunt is op zich weinig verrassend: terwijl men in de sportwereld al jaren weet dat succes in belangrijke mate afhankelijk is van alles wat populair gezegd ‘tussen de oren zit’, wordt in het bedrijfsleven meestal nog vooral op kennis en kunde getraind. ‘De uitdaging zit hem dan ook niet zozeer in het vergaren van meer kennis, maar in de mentale en emotionele aspecten van het werk, in het creëren van een gezonde work/life balans en in het realiseren van fysieke fitheid,’ schrijven ze in hun inleiding.

Talentontwikkeling is niet alleen afhankelijk van IQ, maar ook van EQ (Emotionele Quotiënt), FQ (Fysieke Quotiënt) en SQ (Spirituele Quotiënt). Samen vormen zij het vier-assenmodel van Goudsmet dat opnieuw centraal staat in hun nieuwe boek. In afzonderlijke hoofdstukken beschreven, maar eigenlijk, zo schrijven Van Zwieten et al., moet je ze in hun onderlinge samenhang bekijken. ‘Vaak wordt het prestatievermogen negatief beïnvloed door een gebrek aan ontwikkeling op de EQ-as en het verwaarlozen van de FQ-as en de SQ-as. En juist deze assen komen steeds meer onder druk te staan in de loop van de carrière. Om het volledig menselijk potentieel te kunnen benutten, moeten we de mens als geheel bekijken en niet alleen als een intelligente drager van kennis en kunde.’

Het boek is opgebouwd uit vier delen, die op hun beurt weer in hoofdstukken zijn onderverdeeld. In het eerste deel worden de vier assen van het menselijk potentieel beschreven, in het tweede alles wat met de menselijke persoonlijkheid te maken heeft (met name competenties, maar ook gedrag, karakter, talent en motivatie). Deel 3 gaat in op het testen en meten hiervan, terwijl in Deel 4 ‘de meest gebruikte meetinstrumenten en methoden’ worden beschreven.

De Talentcoach laat zich lezen als een enorme verzameling feiten en weetjes die grotendeels afkomstig zijn uit wetenschappelijk onderzoek binnen uiteenlopende disciplines. De auteurs proberen regelmatig verbanden te leggen met het bedrijfsleven, maar zeker in Deel l, dat toch zo’n beetje als de basis geldt voor alles wat volgt, is die exercitie in mijn ogen minder geslaagd. Dat kan (onder meer) komen door het ontbreken van een kader stellend hoofdstuk, een essay waarin de auteurs uitgebreid ingaan op het fenomeen talent. Startend in de sportwereld, om van daaruit de toepasbaarheid van ‘sportieve’ inzichten voor andere bedrijven en organisaties duidelijk te maken, geïllustreerd met aansprekende casuïstiek. Dat had de samenhang tussen de verschillende delen en hoofdstukken ongetwijfeld duidelijker gemaakt.

Wat niet wegneemt dat De talentcoach een waardevolle aanvulling is op het (niet zo heel veel) eerder verschenen boek van Boudewijn Overduin en Job Hogendoorn: Strategisch Talentmanagement. Waar Overduin en Hogendoorn het bredere kader van strategieontwikkeling kiezen, daar hebben Van Zwieten en zijn medeauteurs gekozen voor het perspectief van de dagelijkse (ontwikkel)praktijk. Zo vormen zij samen een waardevol professionaliseringspakket voor iedere HR-professional.

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Boeken bij dit artikel

Jan van Zwieten, Karin Legemate, Alain Goudsmet
De talentcoach
Koen Gonnissen, Alain Goudsmet
De bedrijfsatleet
Boudewijn Overduin, Job Hoogendoorn
Strategisch Talentmanagement

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden