Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Wij wijzen u graag op het volgende
Door drukte zijn de levertijden van PostNL aangepast en kan uw pakket vertraging oplopen. Door de Brexit kan de levering van Engelse boeken vertraging oplopen.
10 juni 2010 | Peter de Roode

Dit boek gaat over de wisselwerking tussen organisatiekunde en communicatie. Aan de hand van een heldere inleiding, een goede theoretische basis en tien praktijkcases krijgt de lezer een goed overzicht waar veranderen en communiceren elkaar in de praktijk kunnen versterken. Met een uitstekende afsluiting van Boonstra en Elving aan de hand van deze cases, heeft dit boek veel waarde voor vele veranderaars en communicatiedeskundigen.

De inleiding schetst de problematiek van organisatiekunde en communicatie. Zo zouden veranderkundigen veel meer status hebben dan communicatiedeskundigen, waardoor de eerste groep ook veel 'breder mag kijken' bij hun opdrachtgevers. De sterktes en zwaktes van beide disciplines worden helder op een rijtje gezet. Hierna volgt een wetenschappelijke verhandeling (zeer leesbaar!), die uitmondt in een compact overzicht van zowel verander- als communicatiestrategieën in veranderprocessen. Voor de lezer is het aangenaam dat op deze overzichten een helder commentaar volgt. Zo wordt het bekende onderscheid van Boonstra over ontwikkelen en ontwerpen toegepast op beide strategieën. Ik vond dat een enorme meerwaarde hebben, de modellen krijgen er een meer praktische betekenis door.

Na de aansprekende inleiding wordt de lezer meegenomen naar de praktijk en volgen er tien cases van organisaties zoals de Belastingdienst, ROC van Tilburg, Hero Nederland, Woningcorporatie 'de Goede Woning' en de Politie. Alle cases zijn goed beschreven en laten de mensen van het bedrijf zelf aan woord. Hierdoor kan de lezer zich een goed beeld vormen van waar men in de praktijk mee te maken heeft op het snijvlak van veranderen en communiceren. Het zijn niet alleen succesverhalen, maar ook twijfels en onzekerheden die met de lezer gedeeld worden. Toch zijn de cases geen alledaagse beschrijvingen. Ze bieden een vernieuwend perspectief door een andere kijk op veranderen en communiceren.

Het voert te ver om hier al deze cases te bespreken, maar twee cases spraken mij in het bijzonder aan. Ten eerste die van de Woningcorporatie 'De Goede Woning'. Deze corporatie heeft kernwaarden ingezet als veranderstrategie. Nu gebeurt dat wel vaker bij organisaties, maar op de een of andere manier komt het dan vaak niet bij de medewerkers terecht. 'De Goede Woning' lijkt een werkwijze gevonden te hebben om wel de medewerkers te bereiken. Hoe? Door zich te realiseren dat communicatie als hefboom voor de organisatie moet worden gezien, en daarnaast aandacht te schenken aan de informele onderstroom van communiceren. Het beeld dat de algemeen directeur vervolgens schetst, maakt de lezer goed duidelijk dat hier een consistente lijn wordt gevolgd. Zo gaat het om het stimuleren van leerprocessen, worden de managers aangemoedigd om zelf aan de slag te gaan met hun mensen en worden de kernwaarden continu vertaald naar het dagelijks handelen.

De tweede casus die ik hier aan wil halen is die van de Politie. Een van de uitdagingen waar de politie in district Midden West Brabant zich voor geplaatst zag, was het goed afstemmen van de communicatie met de verschillende doelgroepen in de wijken. Omdat elke politieman nu eenmaal anders communiceert, had de plaatselijke leiding een model ontwikkeld, dat een positieve impuls moest geven aan de ontwikkeling van het vakmanschap van de politiemensen. Dit model werd in kleuren gerepresenteerd en heeft enige verwantschap met de kleurenmethodiek van De Caluwé. Door de kleurenaanpak ontstond er een taal die zo het communiceren over het vakgebied vergemakkelijkte. Door de kleurenaanpak werd de verandering goed besprekbaar gemaakt en werd recht gedaan aan de diversiteit van de politiemensen.

Tot slot krijgt de lezer als toetje een uitstekende uitgeleide van Boonstra en Elving. Hun eerdere wetenschappelijke verhandeling wordt nu in verband gebracht met de praktijkcases. De theorieën beginnen hierdoor nog meer te leven, zodat de lezer bij zichzelf zou kunnen denken: 'Niets praktischer dan een goede theorie'.

Communicatie- management in praktisch perspectief
13 april 2010 | Pierre Spaninks

Wat heb je aan een reorganisatieplan als het niet uit te leggen valt? En wat aan een inspirerend verhaal als de analyse niet deugt? Niks natuurlijk. Daarom moeten organisatieadviseurs en communicatiemanagers leren om beter met elkaar samen te werken. Op de vraag hoe proberen acht deskundigen antwoord te geven in Veranderkunst.

Het klinkt als een open deur dat het goed is voor de kwaliteit van organisatieveranderingen om er zowel organisatieadviseurs bij te betrekken als communicatiemanagers. Om niet alleen aandacht te besteden aan de analyse en de oplossing van strategische, operationele en personele vraagstukken maar ook energie te steken in het luisteren naar de betrokkenen en in het uitleggen van de plannen. Liefst van meet af aan en gelijk op.

In theorie zal iedere manager dit beamen, maar in de praktijk komt het er vaak niet van daar consequenties aan te verbinden. Meestal is het de communicatiekant die tekort komt, doordat er pas aan wordt gedacht als het al te laat is. Met alle gevolgen van dien - voor de kwaliteit van de beslissingen, voor het draagvlak, voor de uitvoerbaarheid, en dus voor het resultaat van de organisatieverandering.

Zo’n open deur is het dus niet wat de auteurs van Veranderkunst bepleiten en wat zij als organisatieadviseurs en communicatiemanagers in de praktijk proberen te brengen in hun platform OrgComm dat ook als vehikel heeft gediend om dit boek tot stand te brengen. Het doel is nobel, de argumenten overtuigend, de conclusies aansprekend - en toch wil het alsmaar niet lukken. Daarvan getuigen de negen cases die het middenstuk van het boek vormen.

Ligt het aan de organisatieadviseurs en aan de communicatiemanagers zelf? Beschikken ze ieder voor zich wel over de juiste competenties om hun eigen vak uit te oefenen maar niet om de ander er op het juiste moment en op de juiste manier bij te betrekken? Halen de organisatieadviseurs (vaak beter opgeleid en beter betaald) hun neus op voor de communicatiemanagers of zijn die laatsten gewoon niet assertief genoeg om hun punt te maken? Of ligt het aan het topmanagement dat geen kans ziet om alle kennis en expertise die daarbij nodig is te mobiliseren en de inbreng vanuit alle verschillende disciplines te integreren?

Pertinente vragen, waarop ‘Veranderkunst’ - ondanks alle moeite die de auteurs zich hebben getroost - geen echt antwoord op geeft. Het verst komt misschien nog Monique Haarhuis (communicatieadviseur bij de gemeente Heusden) in haar inleidende hoofdstuk. Haar interviews met acht mensen uit de praktijk bieden soms onthullende inkijkjes in de praktijk van organisatieverandering en organisatieadvies.

Het is eigenlijk schokkend om - tussen de regels door - te lezen hoeveel dédain organisatieadviseurs aan de dag kunnen leggen voor communicatiespecialisten, en hoe weinig greep managers vaak hebben op de veranderingsprocessen die zij in gang zetten. Maar de ‘leerpunten’ die Haarhuis uiteindelijk formuleert zijn erg algemeen en sluiten niet echt aan bij de eerder gesignaleerde problemen. Tegen organisatieadviseurs zeggen dat ze duidelijker moeten communiceren en tegen communicatieadviseurs dat ze meer managementtaal moeten gebruiken, klinkt wel aardig maar lost niets op.

De crux zit hem veeleer in de inhoud en de kwaliteit van de opleidingen die tot de drie functies leiden, en in de loopbaanontwikkeling die afgestudeerden uit die disciplines doormaken. Organisatieadviseurs en general managers worden meestal gerekruteerd uit de economische en bedrijfskundige studierichtingen in het wetenschappelijk onderwijs. Daar leren zij heel veel analytische vaardigheden maar weinig sociaals en cultureels. Communicatieadviseurs komen - als zij al een universitaire opleiding hebben - uit letterenfaculteiten waar men in de regel geen benul heeft van de werkelijkheid in bedrijven en instellingen, of van HBO-opleidingen waar het intellectuele peil niet bepaald overhoudt.

Door hun niveauverschil maken afgestudeerden van beide richtingen om te beginnen al een hele andere start op de arbeidsmarkt. Vervolgens krijgen de toekomstige organisatieadviseurs en general managers ook nog eens volop kansen om in den breedte ervaring op te doen, terwijl de junior-communicatieadviseurs meteen worden opgesloten in hun eigen reservaten. Daardoor zijn er amper communicatiespecialisten die serieus kunnen meepraten over strategische issues - te weinig in elk geval om hun discipline een vanzelfsprekend gewicht te geven. Deze vervelende waarheid wordt in ‘Veranderkunst’ een beetje onder het vloerkleed geveegd. Wie de kwaliteit van de ondersteuning bij veranderprocessen structureel wil verbeteren, zal hem echter wel onder ogen moeten zien.

Willy Brouwer, Wim Elving, David van Dongen
Veranderkunst

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden