Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
18 augustus 2003 | Jaap Hollaar

K=f(I.EVA)
Het boek begint met een impressie van de stand van zaken op het gebied van kennismanagement, teneinde hier op voort te kunnen bouwen. Daarna gaat Mathieu Weggeman verder met de begrippen kennis en leren. Dit is dan ook het meest theoretische gedeelte van het boek. Er wordt gestart met een redenering die beoogt het verschil tussen data, informatie en kennis aan te duiden. Op basis hiervan wordt vervolgens het begrip kennis gedefinieerd als een dynamisch vermogen opgebouwd uit informatie, ervaring, vaardigheden en attitude K=f(I.EVA). Ook worden enkele opmerkingen gemaakt over de bijdragen van het onderwijs aan de ontwikkeling van elk van de vier aspecten.

Vier ontwikkelingsfasen van kennis
Het tweede deel van Hoofdstuk twee gaat over leren. Achtereenvolgens komen aan de orde: de vier ontwikkelingsfasen van kennis, leren als productieproces waarmee kennis gecreëerd kan worden, fasen in de ontwikkeling van de kenniswerker en tot slot een toelichting op de essentie van kennismanagement.

Inrichting en besturing KIO
Hoofdstuk drie is zeer boeiend en bevat aanbevelingen voor de inrichting en besturing van de Kennis Intensieve Organisatie (KIO). Er wordt een interessant model gepresenteerd dat van nut kan zijn bij het ontwerpen en veranderen van organisaties. Ook wordt een uiteenzetting gegeven over de KennisWaardeKeten.

De hoofdschotel
Het hoogtepunt van het boek wordt bereikt met de vele voorbeelden die worden gegeven van praktische toepassingen van kennismanagement. Deze zijn allen te plaatsen in een 6x6-matrix met op de ene as de organisatieontwerpvariabelen en op de andere de processen van de KennisWaardeKeten (KWK). Vele paragrafen eindigen met de rubriek 'praktische toepassingen en reflecties'. Dat is heel praktisch het biedt de mogelijkheid om met enkele gerichte vragen of stellingen, de behandelde theorie te vertalen naar de eigen situatie.

Het boek is begonnen met een impressie van de state-of-the-art van kennismanagement. Het eindigt ook weer impressionistisch over het leven en werken in de kennismaatschappij van vandaag. Er zijn drie hoofdfactoren van belang voor het toenemen van kennis en leren in de Westerse situatie. Deze zijn kwalitatief, kwantitatief en interactief van aard. Dit wordt nader uiteengezet.


18 mei 1998 | Willem Vrakking

Kennismanagement is de laatste tijd een van de hot topics in managementland. Juist in een land als het onze, dat in toenemende zich afhankelijk weet van kennis, telt dat extra zwaar. Weggeman heeft met zijn boek 'Kennismanagement' een helder en overzichtelijk beeld gegeven van de 'state of the art' op het gebied van het managen van kennis. Het boek geeft een praktische handleiding en zet tegelijk ook op een aantal punten aan tot verdere overdenking en nader onderzoek. Het is daarmee een boek dat voorlopig gerust als basishandboek kan worden gezien op het terrein van het kennismanagement.

Weggeman tracht naar eigen zeggen op bescheiden wijze een bijdrage te leveren aan het uitbreiden of verbeteren van de relatief beperkte informatie over het ontstaan en het gebruik van de productiefactor kennis. Daarbij richt hij zich met name op het kennis-vriendelijk inrichten van een kennisintensieve organisatie (KIO). Het toegenomen belang van kennis en het groeiend aantal KIO's in de huidige Management Revolutie (1945-2010) wordt door hem verklaard aan de hand van de globaliseringstrend, de verregaande automatisering, het toenemend aantal hoger opgeleiden en de professionaliseringstrend. De enige manier om een blijvend concurrentievoordeel te realiseren, is het ontwikkelen en op de markt brengen van 'me first' (in plaats van 'me too') producten. Hiertoe dient er collectief geleerd te worden, oftewel, meerdere kenniswerkers dienen in eenzelfde periode individueel of in interactie bezig te zijn binnen eenzelfde domein hun kennis te verrijken. Kennis wordt in dit kader gedefinieerd als 'een persoonlijk vermogen dat gezien moet worden als het product van de informatie, de ervaring, de vaardigheid en de attitude waarover iemand op een bepaald moment beschikt'. Dit collectieve leerproces dient vanuit de innerlijke motivatie en openheid voor verandering gestuurd te worden. Voor een KIO is het van belang om de kerncompetenties te identificeren en zich hierop te concentreren. Omdat het vaststellen van de kerncompetenties geen eenvoudige zaak is, beschrijft Weggeman vijf methoden die zoveel mogelijk simultaan dienen te worden toegepast en waarbij zoveel mogelijk medewerkers betrokken moeten worden: organisatie-archeologisch onderzoek, het inventariseren van de interne sterkten (SWOT-analyse), kern-functie classificatie, het anachronisch construeren van een kern-competentieboom en het opstellen van een invloedsdiagram. Om de kerncompetentie niet te doen vervallen in een kernrigiditeit, is het noodzakelijk om een situationele balans tussen planning en redundantie te kiezen. Hoe dient de KIO dan ingericht te worden om efficiënter, effectiever, flexibeler en plezieriger te functioneren? De door de omgeving gedicteerde noodzaak voor KIO's in Westerse hoge-lonen-landen om blijvend innovatief te zijn, levert het management immers tenminste twee zorgen op: het minimaliseren van kosten over steeds korter wordende productlevenscycli en het reduceren van de 'time-to-market'. Bij de beantwoording van deze vraag neemt Weggeman als uitgangspunt het 7s-raamwerk van Pascale en Athos (1981), met de uitbreiding die het bij Twijnstra Gudde heeft gekregen tot het ESH-raamwerk (Evenwicht, Samenhang en Heterogeniteit). Dit raamwerk bestaat uit zes ontwerpvariabelen: strategie, cultuur, structuur, systemen, managementstijl en personeel. Per variabele wordt omschreven welke benadering de KIO het best kan volgen.
Aansluitend op de ontwerpvariabelen introduceert Weggeman de kenniswaardeketen. Deze keten wordt gedreven door een strategie ter realisering van de doelen van de organisatie, waaraan de collectieve ambitie ten grondslag ligt. De keten bestaat uit de volgende operationele activiteiten: kennis ontwikkelen (vaststellen welke kennis de organisatie nodig heeft, inventariseren welke kennis beschikbaar is en de benodigde nieuwe kennis ontwikkelen), kennis delen, kennis toepassen en kennis evalueren. Wat betreft het delen van kennis merkt Weggeman op dat de meest geschikte en meest directe manier om kennis te delen, het leren door socialiseren is. De processen van de kenniswaardeketen hebben als doel om het kennismanagement invulling te geven, oftewel het zodanig inrichten en besturen van de operationele processen dat daardoor de realisering van de collectieve ambitie, de doelen en de strategie van de KIO wordt bevorderd.
Al met al geeft 'Kennismanagement' goed inzicht in wat Weggeman noemt 'het resultaat van expliciete kennis vervlochten met geëliciteerde tacit knowledge van een reflectieve practioner'. Het boek voldoet dan ook zeker aan zijn wens een uitnodiging te zijn om zijn gedachten te toetsen aan eigen ideeën en gekozen praktijkoplossingen om zo de gezamenlijke kennis over de gelijknamige productiefactor te vergroten. Het is een lezenswaardig en goed verzorgd boek geworden.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden