Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
2 april 2004 | Teun van Aken

Mathieu Weggeman is uiteraard vooral bekend door zijn boeken en optredens over kennismanagement. Hij maakte ook nog vele andere publicaties, maar naar mijn gevoel nu voor het eerst een boek dat op zijn inmiddels en gelukkig afgeslankte lijf is geschreven. Want wat vroeg ik mij af bij het lezen van dit boek? Schreef hij het als ingenieur, als wetenschapper, als hoogleraar (want dat is niet hetzelfde), als adviseur, als pedagoog, of als de aimabele romantische Mathieu Weggeman die eigenlijk alleen maar geïnteresseerd is in de maakbaarheid van de dingen zolang het maar iets moois oplevert?
Ik ging nieuwsgierig lezen.

Waarom Weggeman 'Provacatief adviseren' schreef wordt alras duidelijk in de begindialoog tussen, laten we maar zeggen, zijn ego en zijn alter ego. Hij is op zoek naar excentrieke thema's en benieuwd naar de effecten van het leggen van verbindingen dus zaken die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben. Bijvoorbeeld tussen het schone en het goede. Bijvoorbeeld tussen het verdienen aan het mooie in plaats van aan het efficiënte. En aan het eind van het boek komt dan ook de aap uit de mouw: In het laatste hoofdstuk slingert de hij opnieuw de discussie aan over het Anglo-Amerikaanse business denken en het Rijnlandse denken. In navolging van onder meer Arie de Geus (De levende organisatie) en Jan Schouten (De mensen en het dorp), hoewel hij deze beide publicaties niet noemt. En Weggeman is typisch Weggeman in zijn betoog. We moeten kiezen tussen het Anglo-Amerikaanse en het Rijnlandse denken, en niet er maar een beetje tussenin blijven bungelen, zoals we dat in Nederland doen. Maar terwijl hij dit zegt is heel duidelijk waarvoor hij kiest: het Rijnlandse denken. Vandaar de ondertitel: 'Organisaties mooi maken'. Eigenlijk denk ik dat het alleen om het laatste hoofdstuk ging. Wat niet wegneemt dat het boek wel degelijk andere begerenswaardige dingen bevat.

Het boek opent met een prelude in Hoofdstuk 1, met daarin de dialoog tussen de adviseur en de wetenschapper (welk van beide ego en alter ego is wordt niet 123 duidelijk) en vervolgens een vertoog over de relatie tussen advies en wetenschap. De drie hoofdstukken die volgen vormen de kern van het boek. Hoofdstuk 2 gaat over adviesprocessen en is geschreven door de hoogleraar Weggeman. Anders gezegd: over te slaan door het gros van de aanschaffers van dit boek. Hoofdstuk 3 pretendeert het hart van het boek te zijn, want dertien provocatieve stellingen over het adviesvak passeren de revue. Ze zijn lang niet allemaal even provocatief, maar enkele wil ik hier wel noemen.

'De adviseur wil niks, hij is belangeloos'. En terecht: dit kan niet anders dan een provocatie zijn. Maar de volgende is volgens mij gewoon een beschrijving van de dagelijkse werkelijkheid: 'Hoe minder deskundig de adviseur, hoe onafhankelijker hij lijkt'. Er is geen onderscheid tussen inhoud en proces, een goed advies past op één A4-tje, managers moeten dapper besluiten nemen, veranderen om te veranderen is een vorm van zinloos geweld, het klinkt wel provocatief, maar is het ook wel heel erge braaftaal, de term die Joep Schrijvers gebruikte in 'Hoe word ik een rat?'. Hier is een beetje te veel de pedagoog Weggeman aan het woord. En aan het eind van dit hoofdstuk rolt dit er ook wel uit, als in het dialoogje tussen ego en alter ego het volgende gebeurt:
Welke stelling vind jij het beste, 'vrijheid is keuzen kunnen maken' of 'vrijheid is geen keuzen hoeven maken'? Antwoord: 'Moeilijk kiezen'. 'Hoeft ook niet'. 'Mooi is dat'.

Hoofdstuk 4 heeft als titel 'Provocatieve perspectieven' en heeft paragraaftitels als 'Dadaviseren', 'Literair Adviseren', 'Esthetische Organisatie' en 'Oosters Organiseren'. Dit hoofdstuk leest prima, maar wat ik lees is weinig opzienbarend. Leuke nieuwe woorden als absurdiseren, hyperboliseren en analyseloosheid zetten weliswaar even de wenkbrauwen op scherp, maar het overtuigt niet echt. En de laatste paragraaf over Oosters organiseren bevat alleen citaten. Is dit hoofdstuk geschreven door de adviseur Weggeman: grote stappen snel thuis?

In Hoofdstuk 5, met als titel 'Terug naar de Rijnlandse Werkcultuur', begeeft de auteur zich naar eigen zeggen op glad ijs als organisatiedeskundige. En waarschijnlijk is dat ook zo, maar volgens mij is dit nu juist een hoofdstuk dat is geschreven door de mens, de romanticus zo u wilt, Mathieu Weggeman. En daarmee het boeiendste hoofdstuk van het boek, met de prangenste vragen aan adviseurs en managers. Waar Weggeman staat is duidelijk uit zijn analyse waarom Nederland zo veramerikaniseert: 'Een derde factor die Nederland helpt te veramerikaniseren is: het in de tijd verminderd enthousiasme voor wetenschap en radicale innovatie'. En ik ben bij de Kennismonitor 2003 uitgekomen, waarin duidelijk naar voren komt dat Nederland als kennisland het loodje aan het leggen is. Waarom? Omdat we niet kiezen voor het Rijnlandse denken. Althans zo interpreteer ik het boeiende betoog van Weggeman.

Waarom we dit boek moeten lezen. Niet vanwege de titel, maar vanwege de ondertitel. De aanloop die Weggeman nodig heeft om zijn 'punt te maken' is boeiend, maar de discussie waartoe hij oproept in het laatste hoofdstuk is wat mij betreft de belangrijkste waarde. Niet in termen van geld, maar in termen van mooi.

15 maart 2004 | Wies Bol

Ik geef een 8

Een mooie melodie met een moeilijke tekst. Dat was het eerste dat bij mij opkwam. Weggeman heeft in zijn boek in weinig woorden een heleboel willen zeggen. Dat maakt het op sommige plaatsen lastig te lezen. 'Provocatief adviseren' is geen standaard naslagwerk waarin je modellen en checklijsten krijgt aangereikt om je dan vervolgens de kunst van het provocatief adviseren eigen te maken. Weggeman heeft kennis, kunde, ervaring en levenswijsheid, opgedaan als mens, adviseur en wetenschapper in iets meer dan 200 bladzijden gestopt.

Hij neemt de lezer mee in zijn zoektocht en laat dit na ieder hoofdstuk terugkomen in de interne dialoog tussen de wetenschapper en de literair adviseur. De stellingen prikkelen en zetten aan tot het verkennen van je grenzen en of het dan nog niet genoeg is sluit hij het boek af met een kritische noot richting het management. Al met al een boek met veel flair geschreven en met een uitnodiging richting de lezer om stil te staan bij het hier en nu. Bij het lezen van het boek moet je niet vergeten dat het de werkelijkheid is van Weggeman.

Vergeet vooral niet los te komen van je eigen stijl van werken om dan later net dat extra mee te nemen waarmee je een bijdrage kunt leveren aan het 'mooier' maken van je eigen of andere organisaties.

15 maart 2004 | Marieke Langenberg

Ik geef een 7-.

'Provocatief adviseren' biedt bij de eerste aanblik de indruk 'anders dan anders' te zijn. De lay-out, de dialogen bij ieder hoofdstuk met gebruikmaking van symbolen uit de muziek, en het afwisselende gebruik van zwarte, rode en blauwe teksten maken nieuwsgierig. Dat wordt versterkt door de titel én de subtitel: 'Organisaties mooier maken'. Dit alles schept verwachtingen en belooft ongelezen al een dikke 8. Helaas blijkt het bij lezing het zoveelste advieshandboek te zijn, dat wel lijkt uit te dagen tot een persoonlijke en onorthodoxe adviesaanpak, maar daaraan strakke richtlijnen en voorwaarden verbindt. Provocatief adviseren kan volgens de auteur op drie ingekaderde en nauwgezet beschreven manieren... Hoezo?! Wat is het onderscheidende effect van elk van die drie stijlen? Waarom geen aandacht voor benodigde persoonlijke vaardigheden en voor manieren om te onderzoeken wat wanneer passend en bruikbaar is? Het boek is zeer ruim voorzien van citaten uit andere werken en de schrijver etaleert vooral zijn indrukwekkende veelheid kennis, zijn senioriteit als veranderaar én zijn persoonlijke opvattingen. Dat vertraagt en verstoort het lezen. Met name door de veelheid aan informatie is het meer een leerboek en naslagwerk geworden dan de inspirerende verfrissende kijk op organisatieadvies, wat de eerste indruk doet vermoeden. Ook zeer bruikbaar, maar niet in overeenstemming met de teaser in de titel.

15 maart 2004 | Gert de Haan

Ik geef een 8

Eén van de hoofdstukken van dit boek gaat over esthetisch organiseren. Weggeman probeert, net als de bekende historicus Johan Huizinga, die hij aanhaalt, om zijn provocatieve inzichten in de esthetische sfeer uit te drukken. Het is hem goed lukt. Het spel bindt en verlost. Het boeit én het bant, dat wil zeggen, het betovert. Hij probeert inzicht te verschaffen hoe je door contrast, variatie, binding en ontknoping het adviseren op een ander niveau kan tillen.

Lezenswaardig en informatief vond ik het hoofdstuk met stellingen over de adviseur en zijn werk. Op een uitvoerige en prettige manier worden uiteenlopende gezichtspunten op 'adviseren' aan de orde gesteld. Stuk voor stuk genomen is de informerende waarde bij elke stelling groot. Het provocerende zit op dit niveau in het bonte aanbod, geheel ontdaan van bruikbaarheidscijfers en resultaatsscores. Het boek gaat gelukkig voorbij aan het geven van modellen en andere reducties van de werkelijkheid. Het zet de lezer aan om zélf het heft in handen te nemen en , op een wijze die het post-moderne voorbij gaat. De werkelijkheid zal op een speelse, kaders doorbrekende manier, samen met medewerkers, klanten andere stakeholders van organisaties ingevuld moeten worden, samen verbindingen leggen en inspiratie vinden. Ik heb het als een swingend stel hoofdstukken gelezen.

Provocatief adviseren' heeft wat te bieden aan iedereen die ook maar iets met adviseren of met organiseren te maken heeft. Veel, vooral veel 'leren'. Ondertussen wordt de lezer blootgesteld aan verwondering, soms zelfs betovering, waartoe hij de aanzetten geeft .Als deze blijven hangen heeft Weggeman zijn doel bereikt en zal het hopelijk andere lezers, net als mij, inspireren om te beginnen aan het 'mooier maken van organisaties'.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden