Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
TD&D: Pas op voor de lieve vrede! tussen_droom_en_daad
29 september 2015 | Wijnand Veeneman

In deze rubriek analyseren bestuurskundigen van de TU Delft patronen en wetmatigheden waar veel managementboeken soms aan voorbij gaan of voor vanzelfsprekend aannemen. In deze aflevering legt Wijnand Veeneman uit dat je de lieve vrede maar beter kunt mijden.

Het archetype van de onderneming: de ondernemer zet de eerste stap op basis van een goed idee. Dan gaat het lopen en onze ondernemer kan het niet meer alleen aan; er is personeel nodig. Eerst maar eens beginnen met een paar extra handjes, dan ondersteuning bij financiën inkoop, personeelszaken, marketing, verkoop, etc. En zo groeit de onderneming.

Met groei komt specialisatie. Er komen afdelingen met eigen taken, eigen doelen, eigen prestatie-indicatoren. Kostenreductie, betrouwbaarheid van systemen, snelheid van afhandeling, kwaliteit van productie, veiligheid. En als er dan beslissingen moeten worden genomen, blijkt dat elke afdeling net iets anders wil.

Het is dan ook niet zo gek dat veel managementliteratuur ingaat op het oplossen van conflicten. Louis Pondy zet in zijn werk al in de jaren ‘60 juist die specialisatie in organisaties centraal en stelt dat ze niet anders functioneren dan door conflict. De afdeling financiën wil altijd wat anders dan de afdeling logistiek, die weer wat anders wil dan de afdeling personeelszaken, die weer wat anders wil dan de afdeling productie. En ze worden daar ook op afgerekend. Bij elke mogelijke verandering die consequenties heeft over de grenzen van een afdeling komen die verschillen naar voren en ontstaat conflict. Pondy laat zien dat drie onvermijdelijke i’s de conflicten aanjagen: incompatibele doelen, interdependentie en interactie.

Aan de TU Delft deden we onderzoek in twee grote ondernemingen die als logische innovatie zagen dat het internet sterk zou worden ingezet bij de afhandeling van zaken met hun klanten. Om dat te realiseren werden projectteams opgezet. Beide organisaties leunden sterk op hun IT-systeem; als dat uitviel zou dat de organisatie onmiddellijk geld kosten. De managers van die kernsystemen hadden duidelijke doelen: betrouwbaarheid was hun belangrijkste prestatie-indicator. De projectteams die de nieuwe internetsystemen wilden realiseren stuitten op meestribbelen van de IT-afdelingen. Deze waren benauwd dat de nieuwe systemen de betrouwbaarheid van de kernsystemen zouden schaden. Zowel de innovatie van de projectteams als de betrouwbaarheid van de kernsystemen waren essentieel voor de ondernemingen. Het conflict broeide maanden, tot het eindelijk landde bij een topmanager die de knoop doorhakte en de prestatie-indicatoren van de kernsystemen voor de duur van het project bevroor.

Bij de groei van organisaties worden conflicten versterkt met drie mechanismes naast de drie i’s. Allereerst neemt de specialisatie toe. Hoe groter de organisatie, hoe gespecialiseerder de afdelingen. Ten tweede neemt de potentie tot coördinatie af. De afstand tussen de verschillende afdelingen wordt groter, als ook de afstand van de coördinerende manager. Ten derde kunnen grotere organisaties bijna niet zonder voor specifieke prestatie-indicatoren per afdeling, met verhoogde kans op incompatibiliteit in belangen en het risico op innovatieverstikkende conflicten.

Organisaties functioneren alleen goed als verschillende afdelingen vanuit hun eigen rol en perspectief invloed kunnen hebben op te nemen beslissingen. Al hun doelen zouden moeten optellen tot de doelen van de organisatie als geheel, maar in de praktijk werkt dat zelden zo. De conflicten die uit hun verschillende perspectieven volgen worden aangejaagd door sterke prestatie-indicatoren. Managers moeten het lef en de ruimte hebben te spelen met conflicten in belangen tussen afdelingen en hoe die aangejaagd worden door de vaste prestatie-indicatoren en -systemen van de organisatie. Daarin zijn allerlei keuzes te maken: escaleren of niet, expliciteren of niet, nu doormaken of uitstellen. Managers die conflicten in belangen herkennen voordat ze zich vastvreten in het proces hebben daarbij een voordeel. Managers die door de lieve vrede heen weten te kijken zijn dan ook goud waard voor hun organisatie.

Do’s:

- Bekijk de conflicten vanuit de achterliggende belangen van de betrokkenen.

- Bewust conflicten aanjagen als dat nodig is.

Don’ts:

- Blijven vermijden van het onvermijdelijke conflict.

- Vasthouden aan prestatie-indicatoren als ze gedeelde oplossingen in de weg staan.

In Focus: Groter groeien in_focus
30 september 2014 | Justin van Lopik

Kees de Jong beschrijft in 'Groter groeien' zijn ervaringen met ondernemerschap, zijn worstelingen, fouten en oplossingen. Vier lezers beoordelen het boek.

Bouke te Pas

Eigenaar Peppermint Media

Je kent ze wel: van die mensen die altijd goede, vermakelijke verhalen vertellen. Gooi er een biertje in en je bent de komende uren zoet. En je leert ook nog eens wat. Kees de Jong lijkt me ook zo’n man. Kees kan goed vertellen (en schrijven). Zijn vermakelijke columns uit Het Financiële Dagblad zijn nu gebundeld (en wellicht wat aangevuld hier en daar) in het boek Groter Groeien.

Het is geen ‘how-to’ boek. Ook geen naslagwerk om de fijne kneepjes van het ondernemerschap nog eens even snel in op te zoeken. Groter Groeien is vooral een aaneenschakeling van hele goede ondernemersverhalen. Je herkent de situaties, je glimlacht bij de voorbeelden en je snapt wat Kees ermee wil zeggen. Het gevaar van deze vorm is dat je te makkelijk doorbladert naar de volgende column en daardoor de ondernemersles te snel aan je voorbij laat gaan. En dat zou natuurlijk zonde zijn. Wanneer gaan we een biertje drinken, Kees?

8

 

Jeroen Morrenhof

CEO FRISS | fraud, risk & compliance

Als CEO van een snelgroeiend bedrijf is dit boek voor mij een feest van herkenning. De Jong stipt punten aan waar groeiende bedrijven tegenaan lopen. Succesvolle groeiers moeten onder meer veel aandacht besteden aan het werven & selecteren van de juiste mensen, de strategie continu blijven uitdragen en een cookbook voor de internationale expansie uitwerken.

De essentie is dat je als ondernemer moet meegroeien met je bedrijf. Je ontwikkelen van manager naar leider, en niet meer alles zelf willen doen en micromanagen. Geen dingen die je niet zelf had kunnen bedenken, en ook zijn anderen hier tegenaan gelopen. Daarom is het cruciaal om met collega-ondernemers te sparren en inspiratie te halen uit boeken zoals dit. Mij heeft het in ieder geval de nodige take aways opgeleverd.

Het boek is netjes opgedeeld in thema’s. Lastig aan deze opzet is wel dat een tijdlijn mist om de verhalen te kunnen plaatsen. Samenvattend: een aanrader voor ondernemers die zichzelf en hun bedrijf willen laten groeien.

8

 

Edwin Wierda

Directeur Wierda en Partners Vermogensbeheer

Groter Groeien heb ik in een keer uitgelezen. En daarna weer herlezen.

Kees de Jongs verhaal trok mijn volle aandacht en deed mij glimlachen, fronsen en nadenken tegelijk. Wat een herkenning en toepasbaarheid. Makkelijk leesbaar en geen ellenlange theoretische verhalen, maar beschrijvingen van praktijksituaties waar elke ondernemer mee worstelt of worstelde. En, belangrijker, handvatten en ideeën hoe daarmee om te gaan en ze te voorkomen. Al moet je sommige fouten natuurlijk wel zelf maken om te kunnen leren.

De Jong geeft de lezer niet alleen oplossingen maar zet ook aan tot denken. Voor Wierda en Partners kwam dit boek op het juiste moment. Het is wat mij betreft verplichte kost voor snelgroeiende ambitieuze ondernemers die willen leren van ervaringen en fouten van ondernemers die hen voorgingen. Veel leesplezier!

9

 

Jasper Voorhoeve

Directeur/oprichter van Master it Training.

Dit is het prettigst leesbare managementboek dat ik ken. Alle verhalen zijn boeiend geschreven en oh zo herkenbaar. Wat fijn dat Kees de Jong de meeste van mijn strubbelingen al heeft meegemaakt en daar zo open over schrijft. Ik heb erg genoten van het verhaal van Varkentje Pim (Profit in Mind). Om het thema te visualiseren nam Kees even een varkentje mee naar de zaak.

De Jongs zijn belangrijkste boodschap is dat ondernemers vooral altijd aan zichzelf moeten blijven werken. Als je wilt dat je bedrijf groeit zal je zelf moeten groeien. Dat lijkt voor de hand te liggen, maar veel ondernemers vergeten dat!

Het is een boek dat je gemakkelijk oppakt als je even een paar minuten tijd hebt. Voor je het weet ben je weer een ervaring rijker. Verplichte lectuur voor iedere ondernemer die wil groeien.

Kees de Jong is meer dan een meervoudig succesvol ondernemer, hij is ook een boeiend schrijver.

9

Kees de Jong: ‘We moeten in Nederland groter durven denken’ interview
19 augustus 2014 | Ronald Buitenhuis

Kees de Jong blijft positief gestemd. Hij ziet meer en meer ondernemerschap in Nederland. Anderzijds mist hij de echte ambitie in ons land en ziet hij te weinig doorgroeiers. ‘Heb je als ondernemer geen groeiambitie, kun je beter op een gemeentehuis gaan werken’, aldus de serial entrepreneur.

Uw boek Groter groeien - ervaringen van een groeiondernemer, een bundeling van FD-columns, haalde de tweede plek in de top 100 van managementboeken. Zegt dat iets over de zoektocht van ondernemers naar groei?
Alleen Jos Burgers en de hond voorop de cover (De Wet van Snuf - red.) verkocht beter. Mijn vrouw zei nog: die hond versla je nooit. Ik denk dat de verkoop van mijn boek gestimuleerd is door de naamsbekendheid die ik via het FD met mijn columns heb opgebouwd. Ik was voor de lezer geen nieuwe schrijver. Met die columns in Het Financieele Dagblad raakte ik denk ik de juiste toon bij ondernemers. Over het Nederlandse ondernemerschap en de ambitie om te groeien, ben ik toch minder positief. In vergelijking met het buitenland zijn we vaak niet ambitieus genoeg, we durven veel te weinig groot te denken. Wellicht door onze calvinistische achtergrond. Ik heb veel gereisd en Nederland loopt in dat proces zeker niet voorop.

We horen steeds meer geluiden dat groei ook helemaal niet moet. We moeten aan onze planeet denken, we moeten maar eens tevreden zijn met het welvaartsniveau dat we nu bezitten. Genoeg is genoeg.
Daar ben ik het fundamenteel mee oneens. Ondernemers die niet in groei denken, weten niet hoe een bedrijf werkt. Als er sprake is van stilstand in een organisatie en daar neem je genoegen mee, kun je net zo goed in een gemeentehuis gaan werken. De markt wordt gedomineerd door een luttel aantal winnaars en hoor je daar niet bij, hoor je dus bij de verliezers. Ben je een winnaar, groei je, kun je veel makkelijker innoveren en investeren. Er gaat een geweldige dynamiek uit van groei. Groei zorgt voor bijzondere energie.

Te weinig VOC-mentaliteit, een land van zeurders, klagers en middelmatigheid, zo lezen we in de columns. Hoe kunnen we dat tij keren in Nederland? Kunt u onze lezers een top drie van groeidrivers geven?
Allereerst kunnen we groeien door onze ambities op te schroeven en moeten we groot durven denken. Daarnaast moeten ondernemers leren mee te groeien met hun bedrijf. Tot een omvang van pakweg zeven mensen maakt het niet uit, maar word je groter, dan moet je de organisatie aanpassen. Dat moet ook bij 20, 50 fte enzovoort. Ondernemers zijn er slecht in om hun eigen gedrag gedurende dat proces van groei te veranderen. Met name bedrijven met twintig tot vijftig medewerkers zitten in een ‘vagevuur’ waarbij de oprichter nog bijna alles zelf doet omdat hij te klein is om specialisten op sleutelposities te zetten. Ik heb dat zelf ook pas ingezien toen mijn coach me daarop wees en stelde dat ik aan zelfontplooiing moest gaan doen. Zelf raakte ik bijvoorbeeld in die tijd geïnspireerd door managementdenker Verne Harnish. Een derde advies is om toch vooral naar je buikgevoel te luisteren. Je lichaam weet meestal allang welke richting je op moet, veel eerder dan dat je hoofd dat weet.

U zegt dat u in het algemeen positief bent over Nederland, in termen van groeiondernemers. U komt dan met namen als Oerlemans, Boekhoorn, Scheringa, Perridon, Stutterheim en Mandemakers. Met alle respect, maar dat is toch van een ander kaliber dan Heineken, Philips, Dreesmann, Blokker, Plesman, of Fentener van Vlissingen? Hebben we nog wel roergangers die de potentie van een Google, Samsung of Apple hebben?
Ik ben het eens dat het inderdaad lastig is om tien grote hedendaagse Nederlandse ondernemers te noemen. Toch gebeurt er onder de radar wel wat. Maar succes is een vies woord in Nederland. Voordat Oerlemans een hartaanval kreeg, vonden mensen het maar niks dat hij zijn bedrijf voor veel geld verkocht aan een Amerikaan. We mogen best iets trotser zijn op onze succesvolle ondernemers. Al was het maar omdat rolmodellen zeker helpen. Maar toch, ik doe mee in het NLelevator initiatief en zie daardoor echt wel ondernemerschap ontstaan. Kijk naar de broeiplekken rond de universiteiten in Twente en Eindhoven. Of minister Kamp die ondernemerschap aanjaagt. Toen ik in de jaren tachtig en negentig bedrijven opzette, was ondernemerschap not done. Je was een verliezer als je voor jezelf begon. Als student ging je naar Akzo, KLM, Shell of naar een grootbank. Dat is nu fundamenteel anders. De houding jegens ondernemerschap is in positieve zin omgeslagen, maar het kan en moet inderdaad harder en sneller.

U heeft het daarbij niet zo op het groeiende leger zzp’ers, schrijft u in één van de columns. Dat vindt u geen ondernemers.
Begrijp me goed. Ik heb niets tegen zzp’ers. Maar ik definieer ‘ondernemers’ als mensen die een onderneming bouwen. Nu zie je te veel mensen die noodgedwongen iets voor zichzelf gaan doen en zichzelf aan hun eigen werkgever verhuren. Net zo als in de jaren tachtig mensen als een soort automatisme in de WAO-terechtkwamen. Dat vind ik geen ondernemerschap. Overigens is dat denk ik de column geweest waar ik de meeste reacties op heb gekregen. Het was tegen het zere been van velen, maar ik trek er geen woord van terug.

Wat is de rode draad in uw columns? Wat is kortom de boodschap?
Als gezegd: denk groter en werk aan jezelf als ondernemers. Maar ook de boodschap dat er veel wetmatigheden in een bedrijf zitten. Veel dingen gebeuren niet zo maar, maar hebben te maken met de omvang, dus het groter worden van een bedrijf. Niet alleen bij jou als ondernemer staan drie medewerkers huilend aan het bureau. Dat heeft elke collega-ondernemer ook. Iedereen heeft ook wel eens een verkeerd IT-systeem aangeschaft omdat bedrijven nu eenmaal groeien en processen daardoor veranderen. En dus ook de eisen aan systemen veranderen. Dat kun je voorzien en voorkomen als je beter denkt in groei en groter worden. Die lessen staan in mijn boek. En natuurlijk ambitieus blijven. Misschien is die nummer één plek in de top 100 met dit verhaal nog wel te realiseren!

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden